Mijn zusje punnikte vroeger. Ze had een paddenstoelvormig punnikklosje waarmee ze draden in elkaar kon knopen. Op deze manier kon ze van één lange draad een dikke streng maken. Op zich was de vorm van dit punnikklosje heel gerechtvaardigd, want paddenstoelen groeien niet zoals planten. Een plant groeit vanuit een zaadje door celdeling en celstrekking en vormt daarbij een massief geheel. Een paddenstoel groeit vanuit een spore en ontwikkelt een mycelium, een netwerk van lange schimmeldraden. Deze schimmeldraden vormen de knopen en die knoppen groeien weer uit tot paddenstoelen. Onder de juiste omstandigheden vullen de buisvormige cellen van de schimmeldraden zich met water waardoor ze langer en dikker worden en het vruchtlichaam vormen. Een paddenstoel is dus eigenlijk niets meer dan een verzameling verstrengelde en geknoopte schimmeldraden. Je zou zelfs kunnen zeggen dat een zwam niet is gegroeid maar is gepunnikt.
Meestal vormen de paddenstoelen zich volgens een strak patroon, waardoor de uiteindelijke vruchtlichamen van eenzelfde soort er vrijwel identiek uitzien, maar soms laten ze wel eens een steekje vallen en krijgt zo’n paddenstoel een afwijkende vorm. Zo hebben vrijwel alle vrijstaande gesteelde paddenstoelen een radiale symmetrie, maar af en toe gaat er bij het punniken toch iets fout en wordt deze symmetrie doorbroken.
Klik hier voor meer berichten over paddenstoelen en hier voor meer foto’s.
Geen reacties
Reageer: