Weblog

Messchede voor mes 14

zondag, 30 januari 2022

messchede zgm 14 1-2022 0899Omdat je mes no. 14 niet zomaar los ergens naar toe neemt, was het belangrijk dat ik er een stevige schede voor maakte. Aangezien dit mes een naar twee kanten uitstekende guard heeft, was het belangrijk dat hij niet alleen makkelijk in en uit de hoes gehaald kon worden, maar er ook strak in bleef zitten. De schede bestaat uit twee stukken dik natuurlijk gelooid tuigleer, die nat om het mes zijn gevormd en vastgenaaid. De guard van het mes steunt in de schede op de bovenrand van het onderste stuk leer en geeft daarmee de ruimte die het bovenste stuk leer nodig heeft om de guard in de hoes te krijgen en het heft te omklemmen.

 

messchede zgm 14 1-2022 0900messchede zgm 14 1-2022 0902messchede zgm 14 1-2022 0905messchede zgm 14 1-2022 0908De achterkant van de schede heeft een riemlus en aan de zij- en onderkant zitten koordogen waardoor een leren koord om de riem of een been kan worden getrokken. De kralen zijn van koeienbot.

Deze schede past overigens ook om mes 9.

 

Klik hier voor het bericht over mes no. 14.

Messchede voor mes 13

vrijdag, 28 januari 2022

messchede zgm 13 1-2022 0934Het heeft even geduurd voor ik aan deze messchede toe kwam, maar uiteindelijk bleek het een erg interessant project. Ik wilde dat de lijnen van de hoes met die van het mes overeenkwamen en nergens door een scherpe hoek zouden worden onderbroken. Het probleem was echter dat het lemmet breder is dan het handvat. Dat zou betekenen dat als ik de schede passend om het handvat zou maken, het lemmet er niet doorheen zou passen, en als ik de schede passend aan het lemmet zou maken het te ruim om het handvat zou komen.

 

messchede zgm 13 1-2022 0935messchede zgm 13 1-2022 0937De uiteindelijke schede is gebaseerd op de tuppi, de schede voor het traditionele Finse puukko mes, die zich kenmerkt door een houten schede-inleg, een hoog om het mes sluitende leren hoes en één enkele verticale naad die zich in het midden achter de schede bevindt.

 

Als eerste had ik een houten schede zo om het lemmet gemaakt dat deze slechts een paar millimeter breder was dan de contouren van het lemmet zelf en net zo dik als het handvat, zodat het zoveel mogelijk op het heft zou aansluiten en er geen scherpe overgangen zouden zijn. Vervolgens heb ik twee stukjes leer zo bijgesneden dat die net zo dik waren als dat de schede aan de zijkanten ten opzichte van het handvat uitstaken. Deze stukjes leer waren zo afgeplat dat ze naar boven en naar de zijkanten toe steeds dunner werden. Vervolgens heb ik het mes samen met de houten schede in cellofaan ingepakt en de twee stukjes leer aan de zijkanten boven de houten schede tegen het handvat met plakband op het cellofaan vastgezet.

 

messchede zgm 13 1-2022 0939messchede zgm 13 1-2022 0941Een stuk tuigleer, dat ik eerst met een spatraam met leerverf had bewerkt, zodat het qua tekening enigszins met het handvat overeen zou komen, liet ik enkele minuten in water weken om het zacht te maken. Dit natte leer is daarna strak om de hele constructie heen getrokken en met kleine klemmen vastgezet. Daarna kon het leer in de juiste vorm een nacht aan de lucht drogen.

 

Eenmaal droog behield het leer zijn vorm en kon van het mes worden losgehaald. Nadat ik het cellofaan had verwijderd, kon ik de houten schede op de juiste plaats in het leer steken en de twee losse stukjes leer op hun plaats lijmen. Toen de lijm droog was, heb ik de naad met een zadelsteek dichtgenaaid en een koordoog door het leer geboord. De overtollige naad is daarna afgesneden, met een afkantmesje bijgesneden en gepolijst. Daarna kon ik de bovenrand van de schede zwart verven en alles invetten. Het riemkoord is van een dunne natte strook leer gemaakt die ik tussen twee klemmen in had opgedraaid. Na drogen heb ik deze door het koordoog gehaald en aan elkaar genaaid.

 

Vanwege de twee stukjes leer die in de schede zijn gelijmd lopen de contouren zonder onderbreking langs de houten schede over in de lijnen van het handvat. De opening van de schede is slechts een fractie groter dan de breedte van het handvat en zorgt dat er precies genoeg ruimte overblijft om het bredere lemmet zonder haperingen in de schede te steken. Het mes wordt door het hout en het leer goed op zijn plaats gehouden en valt er niet uit, zelfs niet als je het geheel ondersteboven houdt en ermee schudt. Ik ben tevreden over het resultaat, het mes past perfect in de schede en de vormen complementeren elkaar.

 

Kijk hier voor het bericht over mes no. 13 en hier voor meer zelfgemaakte messen.

Judasoren (Auricularia auricularia-judae)

maandag, 27 december 2021

Judasoor (Auricularia auricularia-judae) 11-2019 0784In het Tilburgse bos loopt een pad tussen bomen waarop een enorme hoeveelheid judasoor groeit. De eerste keer dat ik deze paddenstoel zag was bij de Oostvaardersplassen en toen waren het er welgeteld twee. Maar langs dit pad heeft vrijwel elke boom tientallen van deze zwammen. Het is dat ik geen paddenstoelen pluk, anders had ik binnen het kwartier letterlijk honderden exemplaren gehad.

 

Judasoor (Auricularia auricularia-judae) 11-2019 0801Judasoor (Auricularia auricularia-judae) 11-2019 0798Judasoor (Auricularia auricularia-judae) 11-2019 0800Judasoor (Auricularia auricularia-judae) 11-2019 0805Lees ook: Judasoor (Auricularia auricularia-judae).

Fopdraadwatje (Trichia varia)

maandag, 27 december 2021

fopdraadwatje (trichia varia) 12-2021 0750Deze hagelsteentjes smelten niet weg als het warmer wordt. Het zijn de jonge vruchtlichamen van de plasmodiale slijmzwam Trichis varia, ook wel bekend als het fopdraadwatje. Net als bij het peervormige fopdraadwatje verkleuren deze vruchtlichamen tijdens hun ontwikkeling en is het lastig om ze zonder microscoop goed op naam te brengen.

 

fopdraadwatje (trichia varia) 12-2021 0748fopdraadwatje (trichia varia) 12-2021 0751Het fopdraadwatje leeft graag op dood, rottend hout en heeft een wit plasmodium. Deze is op een liggende dennenstronk in het Tilburgse bos gefotografeerd.

 

Lees ook: Plasmodiale slijmzwammen (Myxogastria), (Peervormig draadwatje (Trichia decipiens) en Heksenboter (Fuligo septica).

Twee werelden

maandag, 20 december 2021

drie werelden door m.c. escher 1955Ik heb de beroemde litho van Drie Werelden door Escher altijd erg mooi gevonden. In één beeld combineert hij drie onderwerpen: een vis die zich onder het wateroppervlak beweegt, dode herfstbladeren die op de stille vijver drijven en de donkere reflecties van de bomen die aan de rand van het water staan. Alles is er scherp, de vis, de bladeren en zelfs de weerspiegelde bomen.

 

Voor een fotograaf is dit echter een onmogelijk beeld. Als je scherp stelt op de bladeren, is de vis misschien nog wel scherp, maar zijn de weerspiegelde bomen zeer zeker onscherp. Als je op de bomen scherpstelt, kijk je via het wateroppervlak weerspiegeld naar de bomen boven je en die afstand is altijd vele malen groter dan de afstand van je camera naar het water. Vanwege de grote afstandsverschillen tussen deze drie werelden is het onmogelijk om zowel vis, als blad en boom scherp op één foto te krijgen. Zelfs met een absurd klein diafragma (f64 of hoger) blijft de scherptediepte te klein.  In het veld zijn dat soort kleine diafragma’s trouwens ook niet werkbaar. Ze zouden tevens voor andere problemen, zoals bewegingsonscherpte door de lange sluitertijd en onscherpte door refractie zorgen. Eschers beeld leent zich dus bij uitstek voor de wereld van grafiek maar is in de wereld van fotografie vrijwel onmogelijk.

 

blad op water 12-2021 0820Als je echter goed kijkt naar een blad dat op stilstaand water ligt, zie je dat het wateroppervlak zich op sommige plaatsen naar de randen van het blad toebuigt. De oppervlaktespanning zorgt ervoor dat het wateroppervlak zich kromt en aan de randen niet als een vlakke spiegel, maar als een kromme spiegel werkt. Hierdoor worden de bomen daar, zij het in het klein, wel scherp weerspiegeld. Het lijkt alsof er kleine zwarte bliksemschichten om de bladrand spelen.

 

blad op water 12-2021 0823blad op water 12-2021 0822Lees ook: Schaatsenrijders (Gerris lacustris), Pareidolie in het riet, Waterkringen, Vertraagde pas, Full Circle en Het oscillogram van een grauwe dag.

Peervormig Draadwatje (Trichia decipiens) (2)

zaterdag, 18 december 2021

peervormig draadwatje (trichia decipiens) 12-2021 0668Het peervormig draadwatje verkleurt tijdens zijn ontwikkeling: het gaat vrij snel van bijna wit, via roze, oranje naar rood, tot het bruin wordt en verdroogt. Dan pas is het rijp en laat het de sporen vrij die in de kleine haartjes op het droge kopje zitten. Aan dat harige kopje en diens vorm dankt het peervormig draadwatje zijn naam. Er zijn aardig wat slijmzwammen die erop lijken en alleen aan de kleur zijn deze helaas niet te onderscheiden. Ik heb de afgebeelde slijmzwammen, in hun onvolwassen vorm en zonder microscoop, naar eer en geweten op naam gebracht, maar als ik me toch heb vergist, hoor ik dat graag.

 

peervormig draadwatje (trichia decipiens) 12-2021 0665peervormig draadwatje (trichia decipiens) 12-2021 0671peervormig draadwatje (trichia decipiens) 12-2021 0733peervormig draadwatje (trichia decipiens) 12-2021 0729De eerste keer dat ik deze slijmzwam tegenkwam was bij De Moer. Daar waren ze roze en stonden ze onderling apart waardoor hun witte steeltjes goed zichtbaar waren. Deze oranje en rode kolonies kwam ik bij de Loonse en Drunense duinen en in het Tilburgse bos tegen. Ze vielen direct op door hun felle kleuren. Omdat ze zo dicht op elkaar stonden dacht ik eerst dat het om een andere Trichia slijmzwam ging, of misschien zelfs een Tubifere soort. Maar toen ik iets beter keek, zag ik aan de rand van de kolonie dat al die felle rode bolletjes toch op een klein wit steeltje stonden.

 

Lees ook: Peervormig draadwatje (Trichia decipiens), Plasmodiale slijmzwammen (Myxogastria) en Heksenboter (Fulogo septica).

Zelfgemaakt mes no. 18

zaterdag, 18 december 2021

ZGM 18 12-2021 0844Net als bij mijn messen 4, 8 en 10 heeft dit mes een verborgen angel en een handvat dat zich aan de zijkanten uitstrekt over de ricasso. Het effect is dat het lemmet aan de boven- en onderkant enigszins in het handvat doorloopt. De houden hoes (saya) is net als het handvat van zebrano-hout gemaakt en de contouren van het mes en de saya lopen in elkaar door. Het lemmet is gemaakt van 7 mm dik Bohler 690, heeft een snijvlak van 10 cm en een valse snede die met een curve wegloopt vanaf de rug van het lemmet.

 

ZGM 18 12-2021 0828ZGM 18 12-2021 0829ZGM 18 12-2021 0835ZGM 18 12-2021 0851In de saya zijn aan de boven- en onderkant uitsparingen voor de ricasso. Als het mes in de saya zit, loopt de ricasso daardoor op dezelfde manier als bij het handvat, een stukje in de saya door. Hierin lijkt het enigszins op de opbergdoos voor mes no. 8, waar een stuk nijlpaardtand op dezelfde manier de overgang van beide delen markeert. De saya heeft geen mechanische verbinding of bevestiging aan het mes, het houdt zich door klemming aan de ricasso op zijn plaats.

 

ZGM 18 12-2021 0848ZGM 18 12-2021 0846ZGM 18 12-2021 0847ZGM 18 12-2021 0853ZGM 18 12-2021 0855ZGM 18 12-2021 0858Het mes is 20,5 cm lang, bij het handvat 1,5 cm dik, bij de ricasso 3,7 cm hoog en weegt 134 gram. Het mes samen met de saya is 22,5 cm lang en weegt 161 gram.  

 

Klik hier voor meer zelfgemaakte messen.

Over sterrenschot en heksensnot

donderdag, 9 december 2021

sterrenschot 11-2021 0695In het Engels noemt men deze substantie star jelly, in het Frans: gelée stellaire en in het Duits: sternenrotz. Vrijwel overal waar men deze substantie kent, linkt men het aan sterren. Als sinds de 14e eeuw zijn er meldingen van stella terrae (aarde ster). Volgens overlevering vielen deze transparante plukken gelei tijdens een meteorietenregen op aarde en zouden kort daarna weer verdampen. Waar de eerste link met deze gelei en sterren vandaan komt, heb ik niet kunnen achterhalen, maar feit blijft dat deze substantie in verschillende landen en talen altijd met sterren wordt geassocieerd. Om die reden is sterrenschot dan ook een betere naam dan heksensnot. Hoewel er nog steeds mensen zijn die denken dat sterrenschot een buitenaardse oorsprong heeft en uit de hemel valt, is er bijna niemand meer die denkt dat het snot is dat door een overvliegende heks is achtergelaten.

 

sterrenschot 12-2021 0722sterrenschot 12-2021 0723In werkelijkheid gaat het in sommige van de gevallen om een plasmodiale slijmzwam, maar in verreweg de meeste gevallen om het opgezwollen ei-omhulsel van een pad of kikker. Als een roofdier een vrouwelijke kikker of pad opeet, krijgt het ook het hydrofiele ei-omhulsel binnen. In de maag van het roofdier zwelt dat op en maakt het roofdier misselijk met als gevolg dat het wordt uitgebraakt. Dit ei-omhulsel zal in een vochtige omgeving verder opzwellen tot de dikke wittige gelei die men soms tussen het gras vindt en sterrenschot noemt. Omdat deze substantie bij een kikker pas op het laatste moment, vanuit speciale klieren, aan de bevruchte eieren wordt toegevoegd bevat sterrenschot in het vroege voorjaar, of late najaar nog geen eitjes en is daardoor minder goed herkenbaar als kikker- of paddendril.

Een teleomorfe vorm van de Boompuist (Postia ptychogaster)

donderdag, 9 december 2021

boompuist (postia ptychogaster - teleomorf) 11-2021 0568Op dezelfde stronk waar ik vorig jaar de anamorfe (ongeslachtelijke) vorm van deze variabele paddenstoel tegenkwam, stond nu een teleomorfe (geslachtelijke) vorm. Deze vorm is veel zeldzamer en werd vroeger zelfs tot een andere soort gerekend. Aan de teleomorfe vorm kun je zien dat de boompuist eigenlijk een gaatjeszwam is.

 

Lees ook: Boompuist (Postia ptychogaster).

Bloedweizwam (Lycogala epidendrum)

woensdag, 8 december 2021

bloedweizwam (lycogala epidendrum) 8-2006 6635Toen ik deze foto in 2006 determineerde, dacht ik dat het een peervormige stuifzwam (Lycoperdon pyriforme) was. In mijn padenstoelengids was dit de enige zwam die het meest in de buurt kwam. Dit is echter helemaal geen paddenstoel maar een slijmzwam. Om precies te zijn de bloedweizwam (Lycogala epidendrum, maar je komt hem ook vaak tegen onder de namen: blote billetjeszwam of gewone boomwrat.

 

bloedweizwam (lycogala epidendrum) 8-2006 6669De bloedweizwam leeft op dood hout dat al vrij ver is vergaan en is algemeen. Het vruchtlichaam begint lichtroze en kleurt later in de reproductieve fase via geelbruin naar grijszwart. Als hij rijp is barst de huid open en komen de grijze sporen vrij. De vruchtlichamen zijn ongesteeld, tussen een halve en anderhalve centimeter groot en groeien in kleine, onderling soms contact makende, bollen bij elkaar.

 

De familie naam Lycogala betekent wolvenmelk. De Engelse naam van deze slijmzwam is ook wolfs milk. Uit het onrijpe vruchtlichaam kan een dikke roze vloeistof lekken, die de wetenschappers blijkbaar deed denken aan de melk van een wolf. Wolvenmelk is echter niet roze maar transparant wit. Het enige dier dat roze melk geeft is het nijlpaard. De familienaam van de peervormige stuifzwam had toevallig genoeg ook met wolven te maken. Lycoperdon laat zich namelijk vertalen als wolvenscheet.

 

Lees ook: Peervormig draadwatje (Trichia decipiens), Plasmodiale slijmzwammen (Myxogastria) en Heksenboter (Fuligo septica).