Weblog

De Rode of Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii)

donderdag, 23 september 2021

amerikaanse rivierkreeft (procambarus clarkii) 7-2021 8429Dit felle rode diertje kroop langs een sloot in natuurgebied De Brand. Toen ik dichterbij kwam om een foto te maken,  richtte hij zich op en zwaaide met zijn formidabele klauwen.

 

amerikaanse rivierkreeft (procambarus clarkii) 7-2021 8440Die felle oogjes die je zo indringend aan lijken te kijken zijn geen oogjes, maar openingen van de antenne-klieren. Zijn echte ogen zijn die zwarte bolletjes aan de zijkant van zijn kop. De antenneklieren, of groene klieren, bevinden zich in de kop van een kreeft en functioneren als een soort lever-alvleesklier-nieren, ze verwijderen afvalstoffen en overtollig water uit het bloed. Voor veel mensen is dit het smakelijkste deel van de kreeft, het wordt onder de naam tomally of kreeftenlever graag gegeten. Dat is echter niet zonder gevaren, net als alle leverachtige organen kan het hoge concentraties giftige stoffen, zoals PCB’s bevatten. Het is dus verstandig om deze delicatesse niet te vaak te eten.

 

Deze invasieve exoot zorgt in Nederland overigens voor heel wat overlast, hij ondergraaft walkanten en dijken die daardoor kunnen verzakken en vreet sloten en riviertjes kaal waardoor er geen voedsel voor andere dieren overblijft. Gek genoeg zorgt dit kreeftje niet alleen voor overlast, zijn vlees schijnt daarnaast enorm lekker te zijn. Het is dan ook onze meest gegeten rivierkreeft. Nu zou je dus denken dat men blij zou zijn met elke amateur visser die zo’n kreeftje vangt en thuis met boter en knoflook bereidt, maar gek genoeg mag je deze kreeften dus niet vangen, dat is dankzij de visserijwet alleen toebedeeld aan beroepsvissers. Deze (slechts) 175 vissers hebben echter zoveel vragen over  de regelgeving en het toegestane vismateriaal, dat ze hun handen er liever niet aan branden. Het gevolg is dat deze Amerikaanse rivierkreeft al sinds 2016 aan een schijnbaar onstuitbare opmars bezig is.

Kalksteenrot

zondag, 19 september 2021

saint jude rouen 8-2021 9265Veel van de kalksteenbeelden, die de gevels van de kathedraal in Rouen sierden, zijn naar binnen gehaald. Jarenlange blootstelling aan de elementen heeft ze dusdanig aangetast dat het lijkt alsof iemand ze in zuur heeft ondergedompeld. Hele stukken zijn weggevreten, er zitten zoveel putten, gaten en geulen in het kalksteen dat de contouren en gezichten vrijwel onherkenbaar zijn geworden. De kathedraal stamt uit de 13e- tot de 16e-eeuw. Deze beelden hebben daar dus, schijnbaar onaantastbaar, voor honderden jaren buiten in weer en wind tegen de gevel gestaan, maar de laatste twee eeuwen gingen ze ineens hard achteruit.

 

kerkbeeld rouen 8-2021 115520kerkbeeld rouen 8-2021 9266Een combinatie van stadsvuil, strooizout, zure regen en klimaatverandering vraten aan de beelden. Regen, sneeuw en vries-dooi cycli kunnen kleine barsten in het kalksteen openbreken waardoor chemicaliën uit luchtvervuiling, zoals zwaveldioxide en stikstofoxide, makkelijker met het kalksteen kunnen reageren en het oplossen.  Gek genoeg tast dergelijke kalksteenrot niet alle beelden in gelijke mate aan, sommige worden vrijwel helemaal weggevreten, terwijl andere nagenoeg niet worden aangetast. Waardoor dit verschil wordt veroorzaakt is nog niet bekend. Soms vormt deze kalksteenrot aan de buitenkant van de beelden zelfs een harde zwarte gipsen korst. Onder deze laag is de steen dan zacht en brokkelig.

 

saint jude Rouen 8-2021 115552saint jude rouen 8-2021 115619Van de vele beelden die in Rouen in de kathedraal naar binnen waren gehaald, waren er slechts een paar waarop zo’n zwarte korst was ontstaan. Eén beeld had er verreweg het meeste last van, daar vloeide het zwart van zijn gezicht af naar beneden tot over zijn voeten. Zijn gelaat was onherkenbaar veranderd in een donkere pokdalige korst. Dit ene beeld, dat zo sterk was aangetast dat het haast melaats of ziek leek, was van Saint Jude, Judas.

Witkruinmangabey-baby (Cercocebus atys)

vrijdag, 17 september 2021

witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 8904Deze foto’s zijn begin augustus in Blijdorp gemaakt. Beide ouders, Casper en Oda, waren druk in de weer met het 11 dagen oude jong, dat toen nog geen naam had. Witkruinmangabey’s hebben wangzakken en een buitengewoon sterk gebit. Dit gebit onderscheidt hen van andere mangabey’s, omdat hun tweede premolaar groter dan hun eerste molaar. Met hun sterke kaken en tanden zijn ze in staat om noten te kraken die de meeste andere dieren niet aandurven.

 

witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9187witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9168witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9177witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9176witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9186witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9165Deze kleine apen van de oude wereld worden helaas ernstig bedreigt. Door boskap verdwijnt hun leefgebied en er wordt voor bushmeat ook veel op hen gejaagd. Ze komen voor in de natte regenwouden en mangrovebossen van West Afrika en leven in het wild in groepen van 15 tot 100 dieren.

 

Lees ook: Opgezette apen in musea.

Opgezette apen (14)

vrijdag, 17 september 2021

museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9489museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9487museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9460museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9490naturalis 9-2021 9625naturalis 9-2021 9598museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9491

 

Klik hier voor meer foto's van opgezette apen in musdea.

Sumatraanse tijgers (Panthera tigris sumatrae)

donderdag, 16 september 2021

Sumatraanse tijger (Panthera tigris sumatrae) 8-2021 9067Hoeveel Sumatraanse tijgers er nu nog precies  leven, is niet exact bekend. Sommige bronnen vermoeden dat er wereldwijd nog maar  500 Sumatraanse tijgers over zijn , waarvan zo’n 40% in gevangenschap.

 

Sumatraanse tijgers hebben een korte oranjerode vacht met dicht op elkaar staande zwarte strepen en kunnen net als andere tijgers goed zwemmen. Als ze de tenen van hun brede poten spreiden, hebben ze hiervoor zelfs een soort van zwemvlies. De Sumatraanse tijger wordt gezien als de kleinste tijgerondersoort, met hun 140 kilo en 2,55 meter lengte is hij dan ook een stuk kleiner dan de Siberische tijger, die 250 kilo zwaar en 3,25 meter lang kan worden (excl. de meter lange staart).

 

Sumatraanse tijger (Panthera tigris sumatrae) 8-2021 9078Sumatraanse tijger (Panthera tigris sumatrae) 8-2021 9098Deze onwaarschijnlijk mooie en schuwe tijgers, die oorspronkelijk alleen op Sumatra voorkomen, vermijden daar zoveel mogelijk de gebieden waar enige menselijke invloed voelbaar is. Daar zijn er echter steeds minder van over. Als het zo doorgaat leven deze mooie dieren straks alleen nog in dierentuinen, waar ze gelaten moeten ondergaan wat ze in het wild wilden vermeiden: de nabijheid van mensen.

 

Deze foto’s zijn gemaakt in Blijdorp.

Gorilla Nasibu (Gorilla gorilla gorilla)

donderdag, 16 september 2021

Gorilla (Gorilla gorila gorilla) 8-2021 9001Gorilla Nasibu is een Westelijke laaglandgorilla. Dit is de grootste ondersoort van de Westelijke gorilla’s (Gorilla gorilla) en draagt de lange Latijnse naam Gorilla gorilla gorilla. Hij is in 2007 naar Blijdorp gebracht en werd daar de pleegzoon van Bokito. In 2018, toen hij elf was, begonnen zijn hormonen echter op te spelen en zorgde hij voor seksuele onrust binnen de groep. Om die reden werd hij tijdelijk afgezonderd tot hij naar een dierenruin in Nieuw Zeeland zou mogen verhuizen, waar hij zijn eigen harem kon stichtten. Zijn isolatie zou maximaal een jaartje duren.

 

Gorilla (Gorilla gorila gorilla) 8-2021 9004Gorilla (Gorilla gorila gorilla) 8-2021 9012Toen ik in juli dit jaar in Blijdorp was, zat Nasibu echter nog steeds “op kamers” en was hij al ruim drie jaar afgezonderd van de groep. Het is te hopen dat hij nu echt snel mag verhuizen, gorilla’s zijn zeer sociale dieren die isolatie slecht verdragen. 

Eieren afzettend landkaartje (Araschnia levana)

woensdag, 15 september 2021

landkaartje (araschnia levana) 7-2021 8338Het landkaartje is het makkelijkst te herkennen aan de onderkant van haar vleugels. De vele vlakken die door witte lijnen worden verdeeld doen denken aan een plattegrond. Deze vlinders kennen een voorjaarsvorm, waarbij de bovenkant van de vleugels oranjerood zijn met zwarte vlekken, en een zomervariant, die zwart is met een witte band en enkele oranje stipjes.  Het grote verschil in uiterlijk wordt veroorzaakt door de diapauze van de overwinterde poppen , deze vlinders verschillen daardoor van uiterlijk ten opzichte van degene die uit de zomerpoppen komen. Oorspronkelijk werden deze twee vormen door Linnaeus als twee verschillende soorten beschreven.

 

landkaartje (araschnia levana) 7-2021 8631landkaartje (araschnia levana) 7-2021 8333Hoewel de omliggende Europese namen allemaal naar een landkaart verwijzen ( DU: Landkärtchen, FR: La Carte Géographique en EN: Map Butterfly) verwijst de Latijnse naam naar een spinnenweb: Araschnia: arakhnion is een spinnenweb en levana is de naam van een Romeinse god die opsteeg vanaf de aarde.

 

De vrouwtjes zetten hun eieren in meerdere strengen af aan de onderkant van een brandnetelblad. Deze foto’s zijn half juli in De Brand bij Udenhout gemaakt, bij een beschaduwde vochtige bosrand met veel netels.

 

Lees ook: De transformatie van een dagpauwoog (Aglais io), Distelvlinder (Vanessa cardui), Koninginnepage (Papilio machaon) en Vlindereitjes (Noctua pronuba).

Parende segrijnslakken dansen wang aan wang (Cornu aspersum)

dinsdag, 14 september 2021

paring segrijnslak (Cornu aspersum) 7-2021 8021Tuinslakken, zoals de bekende segrijnslak, zijn hermafrodiet, tegelijkertijd mannelijk en vrouwelijk. Als zij paren bevruchten ze elkaar. Dit vergroot de kans op nageslacht, zeker voor zo’n langzame en solitaire soort. Toch wil tijdens deze paring elke partner zoveel mogelijk nageslacht bij de ander verwekken. Aangezien slakken met meerdere partners kunnen paren en het sperma van elke paring bewaren en kunnen gebruiken om hun eitjes mee te bevruchten wordt het een wedstrijd om het nageslacht. De spermadonor wil graag zoveel mogelijk sperma bij de ontvanger achterlaten om zo de kans op zijn nageslacht te vergroten, terwijl de spermaontvanger zijn/haar eitjes het liefst met zoveel mogelijk verschillend sperma wil bevruchten om daarmee de kans op sterk nageslacht te vergroten. De ontvangende partij doet dit door slechts een klein gedeelte van het ontvangen sperma voor de bevruchting te gebruiken en de rest in het lichaam te verteren, zodat er genoeg ruimte overblijft voor sperma van andere partners. Aangezien elke slak hermafrodiet is wordt bij slakken deze strijd tussen de mannelijke én vrouwelijke paringsbelangen tegelijkertijd in één slak gevoerd.

 

paring segrijnslak (Cornu aspersum) 7-2021 8071paring segrijnslak (Cornu aspersum) 7-2021 8023Tijdens hun lange voorspel beschieten beide slakken elkaar met pijlen. Ze hebben hiervoor een speciale pijlzak, waaruit een scherp gepunte naald wordt afgeschoten en waarin ze na elke paring weer een nieuwe liefdespijl aanmaken. Dit ca. één centimeter lange, met slijm bedekte, naaldje van aragoniet proberen ze bij elkaar door de huid te schieten, waarna speciale hormonen in het slijm de kansen op vaderschap vergroten. Een raak schot kan er namelijk voor zorgen dat de ontvanger twee keer zoveel sperma opslaat, wat de bevruchtingskansen van de donor fors bevordert. Omdat beide slakken de ander graag met zo’n liefdespijl willen doorboren, begint de paring altijd met een lange worstelpartij waarbij elke slak zich zo probeert te manoeuvreren dat hij de ander kan raken, maar zelf buiten schot blijft.

 

paring segrijnslak (Cornu aspersum) 7-2021 8085paring segrijnslak (Cornu aspersum) 7-2021 8093Bij sommige slakken, zoals Euhadra quaesita, remt het slakkenslijm op de pijl ook nog eens de paringslust, waardoor een gestoken slak veel langer wacht tot de volgende paring, wat de kans dat hij/zij opgeslagen sperma gebruikt weer vergroot. Of dit ook het geval is bij segrijnslakken is nog niet bekend. Het schijnt overigens dat slakken die voor de allereerste keer paren, elkaar nog niet steken.

 

paring segrijnslak (Cornu aspersum) 7-2021 8094paring segrijnslak (Cornu aspersum) 7-2021 8097Als de daadwerkelijk paring begint, komt de penis van de slak uit het peniszakje via de geslachtsopening in de rechterwang naar buiten. Uit deze opening steekt niet alleen hun eigen penis naar buiten maar komt ook de penis van de andere slak naar binnen. De gespierde penis glijdt via de vagina van de partner het recepticulum seminis (sperma ontvanger) binnen. Hier wordt binnen enkele uren het sperma in een ca 10cm lange spermatofoor afgezet, waarna de penis zich middels de retractorspier weer terugtrekt. Zo’n spermatofoor heeft een kort verdikte lichaam en kop en een buitengewoon lange dunne staart.

 

spermatofoor segrijnslak (Cornu aspersum) 7-2021 8103Op de foto’s werd de paring vroegtijdig onderbroken, je kunt hier goed zien dat de penissen zich terugtrekken, maar dat beide spermatoforen nog niet volledig waren overgebracht. Op de laatste foto’s zie je de lange zweepvormige staart van de spermatofoor nog uit de geslachtsopening steken. 

 

spermatofoor segrijnslak (Cornu aspersum) 7-2021 8104Na verloop van tijd worden de bevruchte  3mm grote eitjes tijdens de lente door de slak in een ondiepe kuil  in de grond afgezet. Na ½ tot een hele maand komen de jongen tevoorschijn, welke de volgende zomer volwassen zijn en zich ook weer kunnen voortplanten. Segrijnslakken kunnen vijf jaar oud worden. Mits ze natuurlijk niet eerder worden gegeten. In Frankrijk en de landen rond de Middellandse Zee worden zowel de segrijnslakken als hun eitjes (slakkenkaviaar) met graagte gegeten.

Two annas six pies postzegel

dinsdag, 14 september 2021

two annas postzegel 5-2021 7446In een Engelse schrijfkist uit het einde van de 19e eeuw kwam ik een oude Indische postzegel tegen. Iemand had ooit de moeite genomen om hem van een brief te scheuren en te bewaren, maar was hem daarna blijkbaar vergeten. Ik geef zelf weinig om postzegels maar vroeg mezelf toch af waarom deze ene postzegel was bewaard. In de kist zat verder nog wat oud schrijfgerei zoals een oude inktpot, papier en kroontjespennen, niets dat enige aanwijzing over de originele brief of herkomst van de postzegel kon geven.

 

Misschien verzamelde de vorige eigenaar postzegels en heeft hij deze bewaard omdat hij helemaal uit India kwam. Uit de stempel kun je opmaken dat de brief in 1894 was verstuurd vanuit een plaatsnaam eindigend op -kot. Aangezien dit in het Sanskriet fort of kasteel betekent en er erg veel plaatsnamen zijn die daarop eindigen is het vrijwel onmogelijk om te bepalen waar hij ooit vandaan kwam.

 

De eerste Indische postzegels werden pas in oktober 1854 te koop aangeboden, deze hadden een waarde van 1/2, 1, 2 of 4 annas. Een anna was een geldeenheid die gelijk stond aan 1/16 roepie of 12 pie.  De anna bleef in India tot 1957 in gebruik. Tot in het midden van de 19e eeuw stond 1 anna ook nog gelijk aan 1 kaurie, de bekende schelp die als munteenheid werd gebruikt. Officieel werd deze schelp tot 1805 als betaalmiddel toegestaan, tot hij door de East India Company werd vervangen door de roepie. De term anna wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt om een 1/16 deel aan te geven.

 

Op de eerste Indische postzegels stond het profiel van een jonge koningin Victoria. Ze werden geïntroduceerd na een uitgebreide studie van de postsystemen van Europa en Amerika. Voordien werd officiële post ongefrankeerd verzonden en kwam vaak niet aan. Dit nieuwe systeem werd aanbevolen door de gouverneur-generaal Lord Dalhousie en verzekerde de gebruikers van “lage en uniforme” tarieven om hun post te versturen binnen de jurisdictie van de East India Company. Deze Britse handelsmaatschappij was al in 1600 opgericht en bezat in India niet alleen het handelsmonopolie, maar hield zich daar ook met bestuur en militaire zaken bezig.

 

In 1855 werd een nieuw postzegelontwerp met het portret binnen een ovale cartouche uitgegeven waarop de tekst East India Postage stond. De zegels werden in Engeland door De La Rue gedrukt. Deze postzegels bleven in gebruik tot de Britse regering in 1858, na de rebellie in 1857 tegen de East India Company, de administratie van India overnam. Deze raj, oftewel “rule”, was de nieuwe Indische regeringsvorm waarin de Britse kroon feitelijk het besturende orgaan van Indië werd. De raj duurde tot 1747. Officieel was India geen kolonie, ook al sprak men van British India, maar een apart rijk dat onder dezelfde monarch als Engeland viel.

 

Tussen 1866 en 1882 veranderden de ontwerpen van deze postzegels nog meerdere malen. Op al deze ontwerpen stond echter  het profiel van koningin Victoria binnen een verscheidenheid aan cartouches met op het laatste ontwerp de opmerking India Postage. Deze postzegels werden veel gebruikt en zijn vandaag de dag nog heel algemeen. Ten tijde van deze 4 annas 6 pies postzegels, was het Britse Rijk bijna op zijn hoogtepunt en de allergrootste wereldmacht. In 1913 beheerste het Britse Rijk meer dan 412 miljoen mensen, 23% van de wereldpopulatie en strekte hun heerschappij zich uit over 24% van het wereldgrondgebied. Op 15 augustus 1947 kwam er een einde aan de Britse Raj en werd India onafhankelijk. Er zijn niet veel mensen die dit weten maar tot ver in de 21e eeuw werd hier door Britten over gesproken als “the awfull day”.

 

Hoewel ik graag zou willen weten op wat voor brief deze postzegel zat en wat die voor de ontvanger of degene die de postzegel heeft bewaard, betekende, zal ik hem terug stoppen in de schrijfkist en hoogstwaarschijnlijk vergeten. Ik ben benieuwd wie hem later ooit nog eens vindt en of deze persoon zich dan dezelfde vragen zal stellen als ik deed.

 

Lees ook: Kamelen, vagina’s, sluitspieren en porselein en Mafkikker (2).

Muséum d’Histoire naturelle in Rouen

woensdag, 1 september 2021

museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9581Het natuurhistorische museum in Rouen stamt al uit 1828 en is na Parijs het grootste en belangrijkste van Frankrijk. Net als de Galerie de paléontologie et d'anatomie comparée in Parijs is het een tijdscapsule en nagenoeg onveranderd sinds de 19e eeuw. Begonnen als Cabinet d’Histoire naturelle in het voormalige 17e -eeuwse klooster Sainte-Marie, was het eerst een onderwijsinstituut, waar men cursussen in zoölogie, botanie en farmacie kon volgen. In 1834 opende het zijn deuren voor het grote publiek en maakte Félix-Archimède Pouchet het tot een studie-museum.

 

museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9583-2De zeer oude collectie van meer dan 500.000 objecten, maakt het tot één van de belangrijkste in Frankrijk. Verdeeld over drie verdiepingen vindt men er talloze etnografische, natuurhistorische en educatieve voorwerpen die niet alleen een fraai beeld schetsen van het 19e -eeuwse natuurhistorische onderzoek, maar die ook als referentiekader voor veel modern onderzoek kunnen dienen.

 

museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9513museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9386De zoogdierenafdeling op de tweede verdieping is de oudste zaal van het museum. Hier staan ruim 200 opgezette dieren en skeletten. Veel van deze dieren waren afkomstig van de menagerie van Saint-Romain, die haar dode dieren regelmatig aan het museum verkocht. Maar er zijn ook dieren afkomstig van de lakenhandelaar Gaston Saint, die veel zaken in Australië deed. De linkerkant van de zaal is benut voor de diverse zoogdierenfamilies, ingedeeld volgens de 19e -eeuwse classificatie. De rechterkant bestaat uit diorama’s. Deze, voor die tijd unieke, opstellingen van dieren in hun oorspronkelijke leefomgeving zijn samengesteld door Pouchet en stammen grotendeels uit 1900. Op de tweede etage zijn ook de zalen met vissen, reptielen en amfibieën, waarvan velen tussen de 100 en 150 jaar oud zijn.

 

museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9503museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9449Op de derde etage vindt met de etnografische afdeling, de vogelgalerij met zijn diorama’s uit 1960 en de prachtige zaal der ongewervelden. Deze kleine zaal herbergt ruim 100.000 diersoorten zonder een inwendig skelet, waarvan er vele in de prachtige oude vitrinekasten worden tentoongesteld. Samen met de originele educatieve modellen van gips, hout en karton uit het einde van de 19e-eeuw zijn deze objecten van enorm belang voor de wetenschap. Zo bevatten alleen al de aan de Normandische kusten verzamelde krabbensoorten een schat aan informatie omtrent tijd en vindplaats en geven ze een goed beeld van de door de jaren heen veranderende soortendiversiteit van een biotoop.

 

museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9419museum de histoire naturelle rouen 8-2021 9422De educatieve anatomische modellen in het museum alleen al zijn noemenswaardig. Zo bezit het museum niet alleen de kostbare demontabele slak én meikever van dr. Azoux, maar ook enkele geweldige anatomische modellen van o.a. een bij, bloedzuiger, gifslang, kikker en kreeft.

 

Dit natuurhistorische museum is helaas vrij onbekend bij het grote publiek en trekt maar een beperkt aantal bezoekers. Toen ik er om 13.30 uur direct bij opening naar binnenging, was ik ruim een uur de enige bezoeker. Dat maakte de beleving echter alleen maar intenser, er was niet veel voor nodig om me in de 19e-eeuw te wanen. Urenlang heb ik door het dikke glas van de oude vitrines naar de opgezette dieren, fossielen, skeletten en educatieve modellen met hun fraaie handgeschreven naamkaartjes staan gluren. De Galerie de paléontologie et d'anatomie comparée in Parijs is terecht beroemd en zal altijd meer bezoekers blijven trekken, toch boden de zalen en gangen met oude vitrinekasten van het Musém d’Histoire in Rouen mij nog net iets meer die unieke smaak van 19e-eeuwse ontdekkingsreizen en wetenschap.

 

Klik hier voor meer foto's van het Muséum d’Histoire naturelle in Rouen.

 

Lees ook: Salone degli Scheletri in La Specola Florance, Hansken de olifant, Het opgezette nijlpaard in La Specola, Gaetano Zumbo's wassen hoofd, Anatomische modellen, Grande galerie de Evolution, Galerie de paléontologie et des anatomie comparée, Museo di Storia naturale di Giacomo Doria, Natuurhistorische musea en oude collecties, Opgezette apen in musea, Clemente Michelangelo Sussini en Ferdinand Bauer.