Weblog

Het hol van de moeraal, een schede voor zelfgemaakt mes no. 32 (Moeraal)

Thursday, 25 June 2026

zgm 32 moeraal 6-2026 3426Net als de schede van Aculeus (ZGM no. 26) ligt de oorsprong van deze schede bij een stripverhaal. In dit geval bij Le repaire de la Murene (Het schuilhol van het zeemonster) van André Franquin uit 1954, één van mijn favoriete Robbedoes verhalen.

 

Nog voor ik aan de schede begon, had ik al een naam voor het mes gekozen. Vanwege de vele tegenslagen bij het ontwerp- en maakproces dacht ik eerst aan “tegenslag”, ook heb ik even getwijfeld aan “grasspriet”, vanwege de organische krommingen en lijnen van het lemmet. Uiteindelijk heb ik gekozen voor “moeraal”. Deze slangachtige vis verstopt zich graag in nauwe gangen en tussen stenen en kan daar bliksemsnel uit naar buiten schieten om zijn prooi te pakken. De beet van een moeraal is venijnig en erg gevaarlijk. Als dit mes de moeraal is, dan functioneert deze schede als het hol van de moeraal.

 

zgm 32 moeraal 6-2026 3402zgm 32 moeraal 6-2026 3406Dit unieke mes verdiende een unieke schede, ik wilde die echter niet uit leer maken en ook niet zoals bij kukri-messen uit met leer bekleed hout. Ik zocht naar een vorm en materiaal waardoor de schede niet alleen een bijbehorend onderdeel van het mes zou worden maar ook een op zichzelf staand voorwerp. Hij moest erbij passen, maar mocht qua vorm en materiaal geen copy van het mes worden. Ik wilde er daarnaast ook voor zorgen dat de vorm, net zoals bij het lemmet, iets organisch had en eruit zag alsof deze zo was gegroeid. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een relatief sobere houten schede uit Ovangkol hout (Guibourtia ehie).

 

zgm 32 moeraal 6-2026 3408zgm 32 moeraal 6-2026 3419zgm 32 moeraal 6-2026 3420zgm 32 moeraal 6-2026 3422Als eerste zaagde ik een lang stuk Ovangkol in de lengte door, waarna ik beide stukken zo uitholde dat het lemmet daar samen met een fluwelen voering in zou passen. Beide stukken zijn niet even diep uitgehold, één zijde is dieper, waardoor de snede van het lemmet, als beide helften tegen elkaar waren gelijmd, niet op het lijmvlak kwam te liggen en deze dus ook niet uit elkaar zou kunnen duwen. De mond of kraag van de schede is met vijlen en mesjes zo gevormd dat de onderste kant van het handvat daarin ligt als het mes in de schede zit. Omdat het lemmet een flinke kromming heeft, moest de vorm van de binnenkant van de schede daar zo op worden aangepast dat hij onbelemmerd in en uit de schede kon worden gehaald, zonder dat het lemmet te ruim zat. Om die reden is de opening van de schede ook net iets breder dan het handvat zelf.

 

zgm 32 moeraal 6-2026 3425zgm 32 moeraal 6-2026 3428Ik wilde graag dat de overgang van schede naar mond zo natuurlijk mogelijk aanvoelde, bijna alsof iemand een stuk zacht hout met de hand om het mes heen had gevormd en daarna had laten drogen. Aan de voor- en achterzijde van de schede zijn twee langere stroken reststaal ingelegd in het hout. Deze komen ook uit het oorspronkelijke kukri- lemmet en hebben beide opstaande gleuven waarmee de schede aan een riem kan worden gehangen. De schede is met Deense olie afgewerkt en daarna met Renaissance was opgepoetst.

 

De schede is 36cm x 3,5cm x 6,3cm en weegt 158gram.

 

Klik hier voor meer foto’s van ZGM no. 32 Moeraal en zijn schede, hier voor meer berichten over mijn zelfgemaakte messen en hier voor meer foto’s van deze messen.

 

Lees ook: Een schede voor Aculeus, Messchede voor ZGM 22 Corax, Schede voor mes no. 6 en Een schede en een kistje voor Aninga (ZGM no. 30).

Zelfgemaakt mes no. 32 (Moeraal)

Thursday, 25 June 2026

zgm 32 moeraal 6-2026 3360Sommige messen, zoals Hagalaz (ZGM no. 31), maken zichzelf en zijn in één keer goed. Andere messen, zoals deze, verschijnen pas na een lange strijd en komen daar altijd anders uit dan je had bedacht. Het stuk staal, waaruit dit werkstuk is gemaakt, was oorspronkelijk  bedoeld voor een breed kukri-mes, echter ging er iets goed fout bij het slijpen van de groeven die ik in het lemmet had ontworpen, waardoor ik er geen vertrouwen meer in had. Ik heb toen na lang dubben een nieuw ontwerp gemaakt, waarbij ik een stuk van het lemmet, dat al was geslepen en dat ik nog kon redden, samen met een stuk van de restvorm in het staal kon combineren tot een heel nieuw ontwerp. Iets van de vorm van het oorspronkelijke ontwerp is bewaard gebleven, ik wilde sowieso weer een aantal bloedgleuven in het lemmet verwerken en de kenmerkende kromming van een kukri bepaalde ook nu weer de vorm van het nieuwe ontwerp. Alleen zou het dus niet meer een “echte” kukri kunnen worden. Ik moest dus op zoek naar een andere cultuur van waaruit dit mes zou zijn ontstaan. Net als bij Hagalaz greep ik terug op de beeldentaal van de Lord of the Rings films. Dit nieuwe mes moest een alternatief vechtmes voor Legolas worden en tegelijkertijd iets van zijn kukri-oorsprong bewaren. Een uniek hybride mes, met zijn eigen verhaal en vormgeving, dat niet in Tolkiens wereld zou misstaan.

 

zgm 32 moeraal 6-2026 3384zgm 32 moeraal 6-2026 3373zgm 32 moeraal 6-2026 3371zgm 32 moeraal 6-2026 3374Voor diegenen die niet bekend zijn met Legolas, hij is een boself uit Tolkiens meesterwerk, In de ban van de ring, die niet alleen goed kan boogschieten, maar ook twee beruchte lange dunne messen heeft, waarmee hij regelmatig orks en aardmannen afslacht. Dit mes moest een amalgaam worden van de cultuur van de elven en de Nepalese kukri én eruitzien alsof het in de strijd zou overleven.

 

Het was mijn bedoeling dat het lemmet iets organisch en vloeiends kreeg, alsof het van nature zo was gegroeid. Het heeft een duidelijke kromming met een brede bloedgeul die vanaf de onderkant van de ricasso over de volle lengte van het mes naar de punt loopt. De rug van het mes heeft, vanaf het raakpunt met de snede, over de volle lengte een valse snede en gaat vlak voor de ricasso over in de aanzet van een bloedgeul. Van bovenaf bezien lijkt de punt van het mes op die van een lange pijl waarvan de smalle rug de schacht vormt. De snede is over de volle lengte hol geslepen en ligt zo tegen de bloedgeul aan, dat de lijnen van de bloedgeul en de snede parallel lopen. In plaats van aan de bovenkant van het lemmet, zoals gewoonlijk is bij veel messen, is bij dit mes juist de ricasso aan de onderkant van het mes op de volle dikte van het lemmet.

 

zgm 32 moeraal 6-2026 3413zgm 32 moeraal 6-2026 3398Nadat dit mes was gehard, had de harder in plaats van op de angel zijn hardheidstesten helaas op de ricasso gedaan, waardoor daar enkele diepe punten in het staal waren geslagen. Als ik deze eruit had willen slijpen had ik de ricasso aan beide kanten moeten bijslijpen, waardoor de aanzet van de bloedgeulen en dus ook de lijnen van het lemmet zouden veranderen. Ik besloot liever om een passende habaki, een metalen kraag om de ricasso, te maken. Deze habaki heb ik net als de seppa en de spacers in het handvat, uit stukjes koper uit een oude waterleiding gemaakt. Dit koper is na het in vorm hameren en solderen, opnieuw verhit, waardoor het oxideerde en een verweerd uiterlijk kreeg. Daarna zijn aan de kopse kanten opgeschuurd, zodat daar de kenmerkende koperkleur weer zichtbaar werd.

 

zgm 32 moeraal 6-2026 3391zgm 32 moeraal 6-2026 3392Het lange slanke handvat vormt ten opzichte van het lemmet een duidelijke recurve waardoor de contouren van het hele mes enigszins doen denken aan die van een grasspriet of van een slang. De vorm, het zwarte ebbenhout en de stalen spacers en pommel zijn verwijzingen naar de Nepalese oorsprong van het ontwerp, ware het niet dat het handvat hier veel slanker is en je het gevoel moeten geven alsof je er een levend stuk staal mee vasthoudt. De angel van het mes loopt ver in het handvat door en is met een mozaïekpin en meerdere verborgen pinnen vastgezet. De balans van het mes ligt precies op de overgang van de ricasso naar de habaki. De stalen guard, achterspacer, dikke middenspacers en de pommel zijn allemaal uit reststukjes staal van het oorspronkelijke kukri-lemmet geslepen. Deze zijn met relatief grove vijlen bewerkt en daarna licht opgeschuurd, zodat de vijllijnen nog zichtbaar zijn.

 

Het lemmet, de pommel en de stalen spacers zijn uit D2-staal gemaakt. Het handvat is van ebbenhout met roodkopere spacers en met onzichtbare stalen pinnen, een mozaïekpin en epoxy aan het lemmet vastgezet. Het handvat is met Renaissancewas afgewerkt. Het lemmet is 27cm lang en bij de ricasso  7mm dik. Het hele mes is 41cm lang en weegt 431gram.

 

Klik hier voor meer foto’s van ZGM no. 32 Moeraal, hier voor meer berichten over mijn zelfgemaakte messen en hier voor meer foto’s van deze messen.

 

Lees ook: Zelfgemaakt mes no. 31 (Hagalaz) inclusief schede en kistje, Zelfgemaakt mes no. 30 (Aninga), Zelfgemaakt mes no. 29 (Keris hujan – de regenkris) en Zelfgemaakt mes no. 28 (Tulipan).

De glandula uropygialis en het hydrofobe lotus-effect van veren

Thursday, 25 June 2026

grote zaagbek (Mergus merganser) 2-2021 6135-Watervogels zoals eenden, futen en zaagbekken hebben een perfect duikpak, ze kunnen kopje onder gaan en toch droog boven komen. Hun verenkleed is zelfs zo waterdicht dat hun onderliggende huid en donslaag, zelfs nadat ze langere tijd onder water zijn geweest, toch niet nat wordt.

 

Veren hebben een unieke poreuze en fijnmazige microstructuur waar water vanaf loopt. Onderzoek heeft aangetoond dat een dergelijke poreuze structuur water beter afstoot dan een ruwe of gladde ondergrond. Zo’n poreus oppervlak zorgt voor microscopische kleine luchtzakjes onder een waterdruppel die voorkomen dat het water het gehele oppervlak kan raken. Dit zogenaamde lotus-effect vergroot de contacthoek tussen het water en het oppervlak, waardoor water sneller druppels vormt en van een oppervlak afrolt voordat het dit kan doorweken. Een bijkomend voordeel van deze structuur is dat ook vuil er slecht op blijft plakken en samen met de gevormde waterdruppels wordt afgevoerd. Veren bestaan daarnaast ook nog eens uit een stevige flexibele schacht met baarden, waaraan ontelbare fijne haakjes zitten. Deze haken als kleine ritssluitingen in elkaar en zorgen ervoor dat de veren samen een goed aaneen gesloten laag vormen. Dit maakt het lastiger voor water om tussen de veren door te kruipen en in de isolerende onderlaag van donsveren terecht te komen.

 

veer 11-2009 7456Dit verenkleed is echter niet alleen door de vorm en structuur van de veren zo sterk hydrofoob maar ook omdat ze regelmatig worden ingesmeerd met een laag olieachtige was die ze met een stuitklier (glandula uropygialis) bij hun staart aanmaken. Deze laag werkt behalve waterafstotend daarnaast ook nog eens antibacterieel en verzorgend en houdt hun veren soepel. Ze moeten hun veren daarvoor echter wel schoon en moddervrij houden en deze olie op regelmatige basis met hun kop en snavel over hun hele verenkleed verspreiden. Dat is een van de redenen dat veel vogels zo vaak met hun toilet bezig zijn, voor hen is dat een kwestie van overleven.

 

De olieachtige substantie die de glandula uropygialis produceert, kan bij sommige vogels zelfs de kleur van hun veren bepalen en insecten of roofdieren afweren. Hoewel vrijwel alle watervogels, althans diegene die graag droog willen blijven, zo’n stuitklier hebben, moeten veel andere vogels, zoals papagaaien, uilen, duiven, spechten en veel vogels die niet kunnen vliegen, zoals kiwi’s en struisvogels, het zonder doen. Deze vogel hebben in plaats van een stuitklier soms speciale donsveren die een poeder afscheiden dat hun veren schoon en waterafstotend houden, of maken gebruik van de zon om zich te drogen en stofbaden om hun veren van vuil en parasieten te ontdoen.

 

Lees ook: Hydrofobe spinnenwebben en dauwcollectie, Winterbad, Zo licht als een vogeltje en Dauwdruppels op een spinnenweb.

Ietjes hoger, of nee toch lager, iets meer naar links, nog iets, nog iets, nee ietsje terug, nee dat is te veel…

Thursday, 25 June 2026

klok chateau chambord 8-2025 18741859Iedereen die wel eens een schilderij of foto voor een muur heeft  mogen vasthouden terwijl iemand anders bepaalt of hij hoog genoeg hangt, weet dat je niet zomaar even ergens iets aan een muur kunt bevestigen. Blijkbaar bestaat er zoiets als spatiele esthetiek en is het niet verantwoord om willekeurig een spijker in een wand te slaan om iets aan op te hangen. Tenminste niet als je het goed wilt doen.

 

Diegene die in Chateu Chambord deze klok heeft opgehangen, had er blijkbaar echt geen zin in.

 

Lees ook: De kamer van Catharina de’ Medici in Chateau Chenonceau

Net iets meer en de kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus)

Thursday, 25 June 2026

kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus) 8-2020 2764Dit is nou dus een kleine karekiet, maar zoiets weet je eigenlijk pas zeker als hij zijn bek opendoet. Uiterlijk lijkt hij volgens veel vogelgidsen verdacht veel op een bosrietzanger, alleen neigen zijn poten in plaats van naar grijs net iets meer naar geelroze en heeft hij een net iets rondere kop en een net iets kortere snavel en ook een net iets grijsgroenere tint.

 

kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus) 8-2020 2814kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus) 8-2020 2747Al dat net iets zegt echter niets in het veld. Daar zijn de verschillen vaak veel te klein om op te kunnen merken. Wat volgens die gidsen wel verschilt is hun zang. De kleine karekiet zingt vrij staccato, een simpel krriet, kiet, kiet met af en toe wat fluittonen, terwijl de bosrietzanger een veel gevarieerdere immitatiezang voortbrengt, met typische ratels, fluittonen en tempowisselingen. Makkelijk dus, zou je denken, ook al kun je deze twee vogels niet goed zien, aan de hand van hun zang hou je ze wel uit elkaar. Maar helaas lijken de bosrietzanger en de kleine karakiet blijkbaar ook nog eens heel sterk op de struikrietzanger. Alleen heeft deze in plaats van licht grijze, of licht geelroze pootjes dus net iets lichtbruinere tot roze pootjes, wederom een verschil dus dat je in het veld niet snel zult opmerken. Daarnaast lijkt zijn zang ook nog eens veel op die van de bosrietzanger, alleen met net iets meer klikgeluidjes en toonladdertjes, wederom net iets meer, succes ermee.

 

Deze kleine karekiet deed helaas zijn bek niet open, hij is geïdentificeerd aan de hand van net iets andere karakteristieken.

 

Lees ook: Tjiftjaf en fitis, birds of a feather, Blauwborstje (Luscinia svecica cyanecula), Baardmannetjes (Panurus biarmicus) in de Vlaardingse Rietputten en Waarom een Roodborstje geen Oranjeborstje heet.

Waarom een tegel in het midden harder slijt en glazuur vaak blauw is

Thursday, 2 April 2026

tegels chateau chenonceau 8-2025 1770Een gebakken steen of tegel is aan de buitenkant veel harder dan aan de binnenkant, net zoals bij een gebakken brood zorgt de directe blootstelling aan de grotere hitte aan de buitenkant van de steen voor een hardere en dichtere structuur, bij een brood noemt men dat korst, bij een steen baklaag. Omdat in deze baklaag de kleideeltjes versmelten (verglazen) heeft het niet alleen een dichtere structuur, maar neemt het ook minder water op. De binnenkant van een steen, het biscuit, is vaak zachter en minder goed beschermd tegen slijtage en weersinvloeden.

 

Door het aanbrengen van een glazuurlaag, kun je de hardheid en krasbestendigheid van een steen of tegel nog verder vergroten. Door een vloeibare glaslaag, de glazuur, aan te brengen op een gebakken tegel en deze nogmaals op hoge temperatuur te bakken, creëer je een waterbestendige en krasvrije beschermlaag. Een bijkomend voordeel is dat je in deze glazuur kleuren en patronen kunt aanbrengen. De eerste geglazuurde stenen stammen uit de tijd van de oude Egyptenaren en Mesopotamiërs (ca 3000-4000 v.Chr.). De glazuur op deze eerste tegels en ook op veel latere is meestal blauw. Dit heeft meer met technische beperkingen dan met esthetische redenen te maken. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat Kobalt (blauw) één van de weinige pigmenten is waarvan de kleur bij extreem hoge temperaturen stabiel blijft (boven de 1000°C) en dat er maar weinig van nodig is om een verzadigde kleur te geven. Rood en gele glazuur vereisen veel nauwkeurigere en stabielere temperaturen tijdens het stoken, bij kleine afwijkingen wordt de rode glazuur bruin of oranje, terwijl geel al snel flets oogt.

 

tegels chateau chenonceau 8-2025 1771Toch slijten uiteindelijk zelfs de hardste glazuurlagen, zoals bij deze eeuwenoude tegels die in Chateu Chenonceau op de houten vloeren liggen. Ze waren ooit bedekt met een luxe blauwe glazuur met rode en gele accenten, maar een ontelbaar aantal zolen heeft de tekening tot op het biscuit afgeslepen. Vlak bij de muren, waar minder werd gelopen, kun je nog iets van de oorspronkelijke praal terugzien, maar in het midden van de ruimte is de glazuur volledig verdwenen. Daar kun je nu wel goed zien dat de randen van de tegels harder zijn dan de binnenkant. De baklagen aan de zijkant van de tegels steken daar als nu kleine richels boven het zachtere biscuit uit en zorgen voor een fraai reliëf.

 

De beheerders van het kasteel hebben blijkbaar al lang geleden vrede gemaakt met deze slijtage. De vloeren zijn niet beschermd en de miljoen bezoekers die daar per jaar overheen schuren, mogen dat op eigen schoeisel doen. Aangezien onze huidige zolen heel wat harder en slijtbestendiger zijn dan de stoffen en leren zolen uit de 16e eeuw, zal het waarschijnlijk niet lang meer duren tot deze tegels tot op het hout zijn versleten.

 

Lees ook: De kamer van Catharina de’ Medici in Chateau Chenonceau, Links of rechts, op of neer, Een kwestie van tijd, Anoniem en tijd.

Wil de echte apostel opstaan?

Thursday, 2 April 2026

apostels kathedraal troyes 8-2025 2742Bartholomeus, Philippus of Mattheus, wie van de drie?

Niet alleen in Blois lijken alle heiligen verdacht veel op elkaar, ook in de kathedraal van Troyes kom je onze bekende Griekse Filosoof tegen. Weliswaar in de rol van drie andere heiligen, maar wederom met verschillende rekwisieten. Ik heb mezelf met mijn vorige bericht in de voet geschoten, sinds ik de uiterlijke gelijkenis tussen de Griekse filosofen en de Christelijke heiligen eenmaal heb gezien, kan ik er niet meer omheen. Elke keer als ik Aristoteles nu in een kerk tegenkom, voel ik me genomen. Het voelt alsof je voor het eerst een reclame doorziet, alsof je plotseling begrijpt op welke manier je wordt belazerd om een product te kopen.

 

Lees ook: Typecasting in de kerk, Aristoteles cosplay.

Polonaise- en Camouflage-bed

Thursday, 2 April 2026

bed chateau chambord 8-2025 18741874Ik spreek redelijk basaal Frans, ik kan een hotel en een maaltijd bestellen. Maar als een geboren en getogen Fransman los gaat, kan het best zijn dat ik af en toe de nuance kwijtraak. Zo dacht ik ooit, tot hilariteit van mijn perfect Frans sprekende partner, tijdens een rondleiding door een Frans kasteel te hebben begrepen dat hun “lit-Polonaise” een polonaise-bed was, in plaats van een Pools bed. Ik maakte me er gelijk allerlei voorstellingen bij.

Toch ben ik ervan overtuigd dat dit bed uit Chateu Chambord een camouflage-bed is, ongeacht hoe die Fransen dit zelf noemen. Ik durf daarnaast te zweren dat de dame (of heer) die hierin slaapt waarschijnlijk een pyjama van dezelfde stof draagt.

 

Lees ook: De kamer van Catharina de’ Medici in Chateau Chenonceau.

Parende ooievaars en het nut van hun knipvlies (Ciconia ciconia)

Tuesday, 31 March 2026

ooievaar (ciconia ciconioa) 3-2026 3117-Het gaat in Nederland goed met de ooievaars, er komen steeds meer broedplaatsen bij en rond deze tijd kun je ze al regelmatig op hun nesten zien. Ze hebben per jaar slechts één legsel met 3 tot 5 eieren en broeden in april.

 

Als ooievaars paren, dansen ze op het nest eerst een poosje om elkaar heen, waarbij ze elkaar regelmatig met de snavels aanraken. Daarna klimt het mannetje op de rug van het wijfje en pikt daarbij in de veren van haar kop en hals. Ooievaars hebben lange en scherpe snavels waarmee ze met gemak een kikker of een vis kunnen spiesen. Om hun ogen tijdens deze liefkozingen te beschermen, sluiten ze vaak hun knipvlies. Dit derde ooglid (membrana nictitans) is een doorschijnend vlies dat hun ogen beschermt en vochtig houdt zonder dat ze daarbij hun hele zicht verliezen. Op een foto lijkt het dan alsof er een lichtblauwe waas over hun ogen ligt.

ooievaar (ciconia ciconioa) 3-2026 3115ooievaar (ciconia ciconioa) 3-2026 3124ooievaar (ciconia ciconioa) 3-2026 3128ooievaar (ciconia ciconioa) 3-2026 3127Terwijl het mannetje met zijn lange poten op haar rug danst en haar met zijn tenen achter haar vleugels vasthoudt, manoeuvreert hij zich met klapperende vleugels zo in positie dat beide hun cloaca kortstondig tegen elkaar kunnen duwen waarbij het vrouwtje zijn sperma opneemt.

 

Deze ooievaars zijn bij De Beekse Bergen gefotografeerd.

 

Lees ook: Ooievaars in een weiland (Ciconia ciconia), Klepperende ooievaar (Ciconia ciconia), Irisatie bij een zwarte ooievaar (Ciconia nigra) en Waarom vogels met lange poten vaak op één poot staan.

Antropomorfisme bij gorilla’s (Gorilla gorilla)

Tuesday, 31 March 2026

gorilla (gorilla gorilla) 3-2026 3234Iedereen heeft vast wel eens gehoord van Bokito, de beroemde mannetjes gorilla waar een bezoekster in Diergaarde Blijdorp verliefd op werd. Blijkbaar is het niet ongewoon dat zoiets gebeurt, want er zijn meer voorbeelden waarbij menselijke vrouwen een emotionele band met een mannetjes gorilla ontwikkelen. In Japan in Higashiyama Zoo werd de gorilla Shabani vanwege zijn knappe uiterlijk zelfs ikemen (knappe kerel) genoemd. Hij trok veel vrouwelijke bezoekers en had online een grote schare vrouwelijke fans.

 

Veel van deze “verliefdheid” is terug te voeren op onze misconcepties over het uiterlijk en gedrag van een dier. Als mens hebben we namelijk een sterke neiging om alles naar menselijke maatstaven terug te willen brengen. We interpreteren dierlijk gedrag als menselijk en schrijven het dier daarbij emoties en gedrag toe, die het feitelijk niet heeft.

 

gorilla (gorilla gorilla) 3-2026 3235gorilla (gorilla gorilla) 3-2026 3230Zo vinden we alles met een vachtje, grote kop, grote ogen en kleine pootjes al snel lief en alles met schubben, lange nagels of stekels als snel eng. Ook als het gaat om mimiek, vergelijken we dat met menselijke gezichtsuitdrukkingen. Zo lijken hyena’s vals en gorilla’s goedhartig. Ondanks dat ik weet dat antropomorfisme een valkuil is, ontkom ik er zelf ook niet aan. Zo ook bij deze gorilla in De Beekse Bergen, ik kan maar niet besluiten of ik hem nou schuchter, timide of beschroomd vind. Het is me echter vrijwel onmogelijk om in hem een gevaar te zien. Toch denk ik niet dat het een goed idee zou zijn om naar hem toe te lopen en hem een knuffel te geven.

 

Lees ook:  De aaibaarheidsfactor, Wilde dierenknuffels, Caesar en Lucy, oogwit en antropomorfismen en Mensaap portretten.

 

Klik hier voor meer foto’s van mensapen.