Weblog

Grote parasolzwam (Macrolepiota procera)

donderdag, 2 december 2021

grote parasolzwam (Macrolepiota procera) 10-2020 3643Jonge, nog gesloten, exemplaren van deze forse zwam lijken wel wat op trommelstokken, maar een volgroeide zwam doet zijn naam echt eer aan. Als een grote schaduw werpende parasol groeit hij tot ver boven de grond uit. De zwam groeit eerst de hoogte in en kan daarbij wel 40 centimeter hoog worden, waarbij de hoed als een bol boven aan de slanke holle steel zit. Als de hoed zich daarna opent, laat hij een dikke losse ring (collarium) om de steel achter.

 

grote parasolzwam (Macrolepiota procera) 10-2020 3642grote parasolzwam (Macrolepiota procera) 10-2020 3638Dankzij deze steel kun je hem ook makkelijk van een gelijkende maar iets kleinere soort, de knolparasolzwam, onderscheiden.  Als je daar van de steel een klein stukje aftrekt, kleurt het vlees saffraan-rood, iets dat bij de grote parasolzwam niet gebeurt.

 

grote parasolzwam (Macrolepiota procera) 10-2020 3629Grote parasolzwam (Macrolepiota procera) 10-2017 7358De hoed zelf kan makkelijk 30 centimeter breed worden. Hij heeft een bleekbruine geschubde huid en schijnt erg lekker te zijn.  Grote parasolzwammen  worden dan ook vaak als een schnitzel gepaneerd en gebakken. Rauw is deze paddenstoel licht giftig, maar bij verhitten verdwijnt het gif, je kunt hem dus beter niet zo eten.

 

Je komt deze zwammen vaak in groepjes tegen op goed gedraineerde gronden. Het is een van de grootste paddenstoelen van Europa.

 

Klik hier voor meer berichten over padenstoelen.

Foto’s uit het Dépôt de Muséum d'histoire naturelle in Rouen

zondag, 28 november 2021

museum de histoire naturelle rouen 10-2021 0245De tweede keer dat ik in het Muséum d'histoire naturelle in Rouen mocht fotograferen, kreeg ik ook toegang tot het depot. Dankzij de buitengewone vriendelijkheid en hulp van de directie van het museum mocht ik foto’s maken van de collectiestukken die niet waren tentoongesteld. In het museum zelf, in de vitrines en bij de opstellingen zijn bewuste keuzes gemaakt bij de plaatsing en presentatie van hun natuurhistorische objecten. Men houdt daar rekening met diverse wetenschappelijke, historische en educatieve factoren en proberen deze in de presentatie tot uiting te brengen.

 

In het depot zijn de enige overwegingen vindbaarheid, ruimtebesparing en objectbescherming. Hierdoor staan de objecten heel ongekunsteld bij en door elkaar. Het is vaak maar net wat er in een stelling past en hoe men het opslaat. Toch probeert men ook in zo’n depot een bepaalde orde te handhaven. Voor de vindbaarheid plaatst men soorten en preparatiewijzen toch zoveel mogelijk bij elkaar.

 

museum de histoire naturelle rouen 10-2021 0187museum de histoire naturelle rouen 10-2021 0229In de vele kasten en stellingen van dit depot bevinden zich de meest uiteenlopende natuurhistorische en etnografische voorwerpen. Er staan zelfs enkele oude wetenschappelijke modellen, zoals anatomische modellen van was en modellen van papier-maché van Dr. Auzoux. Maar er staan natuurlijk vooral veel skeletten en opgezette dieren. Grote opgezette dieren, zoals een giraffe en een ezel staan apart in de looppaden of in rolcontainers, terwijl kleinere en middelgrote dieren en skeletten in de stellages zijn opgeslagen.  

 

museum de histoire naturelle rouen 10-2021 0188museum de histoire naturelle rouen 10-2021 0207-Opgezette dieren worden zo geprepareerd dat men een goed beeld krijgt van hoe zo’n dier er in leven uitzag. Sommige opgezette dieren lijken dan ook “levensecht”. Deze unheimlichkeit, deze spanning tussen echt en net niet, hangt om elk opgezet dier. Dit wordt in een depot echter versterkt. Hier staan de dieren naast hun eigen skelet, met hun neus tegen een metalen stelling of onder een dik vel plastic. In zo’n depot is voor mij de spanning tussen levensecht en doods het grootst, alsof de dieren zich daar voor de voortschrijdende tijd hadden verstopt en vervolgens zichzelf zijn vergeten.

 

Klik hier voor meer foto's uit het dépôt de Muséum d'histoire naturelle in Rouen.

 

Lees ook: Gaetano Zumbo’s wassen hoofd, Museum d’histoire naturelle in Rouen, Natuurhistorische musea en oude collecties en Opgezette apen in musea.

Musée de l'écorché d'anatomie in Le Neubourg

donderdag, 11 november 2021

musee des ecorches de anatomie neubourg 10-2021 0511In 1995, werd in le Neubourg het Musée de l'écorché d'anatomie geopend. Dit unieke museum is volledig gewijd aan de anatomische modellen van Dr. Louis Auzoux. Deze arts en anatoom werd in 1797 op slechts enkele kilometers van Le Neubourg in Saint-Aubin-d’Ecrosville geboren.

 

musee des ecorches de anatomie neubourg 10-2021 0429musee des ecorches de anatomie neubourg 10-2021 0451In het begin van de negentiende eeuw waren er voor artsen onvoldoende middelen om menselijke anatomie te bestuderen. Lijken waren zeer beperkt houd- en bruikbaar en wassen modellen, zoals die van Sussini, waren zeer kostbaar. Dr. Auzoux sprong in dit gat in de markt en begon anatomische modellen uit papier-maché te maken. Hij was weliswaar niet de eerste die dit deed, maar hij wist deze techniek wel te perfectioneren. De kwaliteit van zijn modellen was zo goed dat de vraag al snel om een fabrieksmatige productie vroeg. In 1828 richtte hij zijn L’Enterprise Auzoux op. In deze fabriek in Saint-d’Ecrosville werkten op hoogtijdagen meer dan 50 medewerkers en verscheepten men hun modellen over de hele wereld. Vrijwel elk groot anatomisch instituut van die tijd had één of meerdere van de Auzoux modellen in hun collectie. Ze kostten slechts een fractie (ca. een tiende) van de prijs van de destijds gebruikelijke wassen modellen en waren minder gevoelig voor warmte en temperatuurverschillen. Daarnaast waren ze kleurechter en realistischer dan de modellen van gips of hout. Toen Auzoux in 1880 stierf, bleef de maatschappij bestaan. De fabriek heeft tot aan 2002, toen dhr. Barral met pensioen ging, productie gedraaid. In meer dan 150 jaar heeft men duizenden modellen geproduceerd.

 

musee des ecorches de anatomie neubourg 10-2021 0410musee des ecorches de anatomie neubourg 10-2021 0448Het Auzoux procedé maakte gebruik van zware eikenhouten mallen met een lood gelegeerde bekleding. Hierin werden enkele lagen papier gelijmd en daarna opgevuld met een mengsel van papier- en linnenvezels, witkalk en kurk. Dit werd aangeklopt en afgedekt met een laatste laag papier-maché. Het model werd daarna geperst, gedroogd, geschuurd, voorzien van aders, haakjes en ogen, pen en gat verbindingen voor de uitneembare onderdelen en natuurgetrouw geschilderd. De modellen werden altijd voorzien van een handtekening en een begeleidend legenda met daarin alle anatomische nummers van het model en de bijbehorende wetenschappelijke namen. Sommige van deze modellen bestaan uit meer dan honderd uitneembare onderdelen en zijn zelfs nu nog buitengewoon accuraat.

 

musee des ecorches de anatomie neubourg 10-2021 0384musee des ecorches de anatomie neubourg 10-2021 0393Nadat Auzoux regelmatig vraag kreeg naar dierlijke modellen, richtte hij zich ook op deze markt en bracht zijn atelier diverse dierlijke én plantaardige modellen voort. Zowel op werkelijke grootte, als op uitvergrote schaal.

 

musee des ecorches de anatomie neubourg 10-2021 0420musee des ecorches de anatomie neubourg 10-2021 0498In het museum in Le Neubourg staan niet alleen veel prachtige modellen, maar ook de mallen en pers waarin deze werden vervaardigd. Verder vindt men er originele tekeningen van Auzoux en krijgt men uitleg over de geschiedenis van het bedrijf. Het is zeer zeker de moeite van een bezoek waard en ik was blij om te zien dat er nog een redelijke toestroom van bezoekers was. Jaarlijks trekt het museum nog tussen de 2000 en 3000 bezoekers.

 

Klik hier voor meer foto's van Musée de l'écorché d'anatomie in Le Neubourg.

 

Lees ook: Anatomische modellen, Begraafplaatswapens, Mortsafe, Clemente Michelangelo Sussini, Gaetano Zumbo’s wassen hoofd en La specola Florence: wassen modellen.

Lapse behangersbij (Megachile lapponica)

donderdag, 14 oktober 2021

lapse behangersbij (megachile lapponica) 6-2021 7819-De lapse behangersbij is pas sinds 1958 in Nederland. Hij heeft zich vanaf het Oosten over ons land verspreid en nestelt solitair in bestaande bovengrondse holtes, zoals dennenstammen of bijenhotels. Hij heeft een foerageergebied van ongeveer 600m en is nog steeds vrij zeldzaam.

 

lapse behangersbij (megachile lapponica) 6-2021 7833lapse behangersbij (megachile lapponica) 6-2021 7842lapse behangersbij (megachile lapponica) 6-2021 7826lapse behangersbij (Megachile lapponica) 6-2021 7823 7559Het is een relatief grote brede bij met een buikschuier, een dicht behaard stuk achterlijf dat wordt gebruikt voor stuifmeel transport. Ze bekleden hun nesten met losse stukjes blad waarin ze stuifmeel, nectar en een ei plaatsen. Ze gebruiken hiervoor dunne bladeren, zoals van de wilgenroos, die ze makkelijk met hun kaken kunnen snijden. Bij ons in de tuin gebruiken ze echter de fazantenbes. In enkele seconden knippen ze daar een cirkelvormig stuk uit en vliegen dan, met dat blad onder zich gevouwen, naar hun nest. Als dat helemaal klaar is, wordt het met een keurig propje schors afgesloten. Lapse behangersbijen zijn univoltien en kennen dus maar één generatie per jaar. Als eerste komen de mannetjes uit, daarna de wijfjes. Ze zijn tussen mei en september het actiefst. Bij ons zijn ze zelfs zo actief dat de fazantenbes bijna geen onbeschadigd blad meer over heeft en er nu uitziet alsof een treinconducteur er met een reuzekniptang op los is gegaan.

 

Lees ook: Grote wolbij (Anthidium manicatum), Bij en lavendel, Bijensteek en Tronkenbij (Heriades truncorum).

 

Geelwangschildpadden, van de wal in de sloot (Trachemys scripta troosti).

zondag, 10 oktober 2021

geelwangschildpad (trachemys scripta troosti) 5-2021 7222Deze schildpad is langzaam aan het doodgaan. Hij verhongert, jaar na jaar verliest hij meer reserves tot hij uiteindelijk van pure uitputting en honger zal omkomen. Deze lijdensweg kan wel zes jaar duren. Zijn vorige eigenaren hebben hem in de sloot gedumpt. Waarschijnlijk waren ze hem beu of werd hij te groot. Deze schildpadden kunnen wel 35 jaar oud worden en overleven dus vaak het verantwoordelijkheidsgevoel van hun eigenaren. Misschien dachten zij zelfs wel dat ze hem zijn vrijheid teruggaven toen ze hem in de sloot zetten, maar niets is minder waar. Schildpadden kunnen pas eten als de temperatuur boven de 18 ºC komt, aangezien dat in Nederland maar een beperkt aantal maanden per jaar is, bouwen ze niet genoeg reserves op en verhongeren ze dus langzaam. Soms hoor je mensen zeggen dat ze zich in Nederland kunnen voortplanten, waarschijnlijk omdat ze ieder jaar meer schildpadden in de sloot of stadsvijver zien. Maar dat is helaas bedrog, ook daar is het in Nederland te koud voor. Ieder jaar worden er gewoon meer schildpadden bij gedumpt.

 

Wie van zijn schildpad af wil, moet die eigenlijk naar een opvangcentrum brengen. Maar omdat die daar vaak geld voor vragen, het onderhouden van dieren is nu eenmaal niet gratis, kiezen veel eigenaren liever voor de sloot. Sommige mensen geven ze mee aan een dierenambulance, maar die zetten ze, ondanks dat dit verboden is, de volgende dag zelf vaak ook uit in een sloot.

 

Als je zo’n eenzame schildpad langs de slootkant ziet liggen kun je hem beter niet zo maar oppakken, tenzij je hem naar huis wilt nemen. Als je hem oppakt, ben je voor de wet de eigenaar en dus verantwoordelijk. Schildpadden zijn uiteindelijk exotische dieren en deze mag je van de wet niet zomaar verplaatsen.

 

Lees ook: De Rode of Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii) en Halsbandparkieten in de Broekpolder (Psittacula krameri).

Malachietvlinder (Siproeta stelenes)

dinsdag, 5 oktober 2021

malachietvlinder (siproeta stelenes) 8-2021 9231In Costa Rica bevinden zich enkele van de succesvolste duurzame vlinderboerderijen ter wereld. Kleine en grote fair-trade boeren kweken hier vlindersoorten die over de hele wereld worden geëxporteerd. Deze vlinders worden als pop geleverd en volledig gecontroleerd en gedocumenteerd verzonden.

 

Eén van de meest verzonden vlinders is de malachietvlinder. Deze opvallende groene vlinder, vernoemt naar het groene mineraal malachiet, gaat vaak naar dieren- en vlindertuinen. Oorspronkelijk komen deze vlinders voor van de zuidelijke Verenigde Staten tot aan het Amazone-basin. Ze floreren daar van zeeniveau tot 1400 m hoogte en leven op verschillende planten, zoals Ruellia, Justicia en Blechum. Ze hebben een voorkeur voor open lage begroeiing en worden lokaal veel in tuinen gezien. De eitjes worden los bij de stengel op bladeren gezet en komen al na een paar dagen uit. De actieve rupsen zijn makkelijk groot te brengen en verpoppen binnen een maand. Twee weken later verschijnt de vlinder.

 

malachietvlinder (siproeta stelenes) 8-2021 9228malachietvlinder (siproeta stelenes) 8-2021 8870Omdat deze vlinders zich zo makkelijk voortplanten, de vlinders hebben een hoog ei tot pop succesgehalte, en ze op meerder waardplanten kunnen leven, zijn ze voor kwekers erg aantrekkelijk. De kans dat je deze vlinder in een dierentuin of vlindertuin tegenkomt, is dan ook erg groot.

 

Deze foto’s zijn gemaakt in Amazonica van Diergaarde Blijdorp.

Maraboes en urohydrosis (Leptoptilos crumenifer)

maandag, 4 oktober 2021

afrikaanse maraboe (leptoptilos crumenifer) 8-2021 9158Maraboes zijn niet ‘s werelds mooiste vogels. In 1917 schreef AJC Snijders in zijn Koninkrijk der dieren het volgende: “Hij is nog grooter dan onze ooievaar en vertoont een komischen ernst, gepaard met een groote mate van deftigheid, doch ook van geslepenheid. Evenals de gier heeft hij een groote krop en zijn de kop en de hals bijna naakt en slechts met wat licht dons bedekt opdat het dier zich gemakkelijk van vuil en bloed zou kunnen reinigen. De voeten zijn zwart, doch meestal zoo dik met vuil en modder begroeid dat men van de kleur niets ziet”.

 

afrikaanse maraboe (leptoptilos crumenifer) 8-2021 9133afrikaanse maraboe (leptoptilos crumenifer) 8-2021 9156Wat betreft de vergelijking met gieren heeft Snijders volkomen gelijk, maraboes eten vrijwel alles. Ze zijn zelfs in staat om aas te eten dat voor veel andere dieren te bedorven is, maar ze eten ook afval uitwerpselen of levende dieren. Het zijn wandelende vuilnisbakken, die hun lange dikke snavels diep in karkassen moeten kunnen steken, zonder dat hun veren daarbij in de weg zitten.

 

Die vieze poten van de maraboe komen door urohydrosis. Vogeluitwerpselen zijn een combinatie van faeces en urine en daardoor veel dunner dan de poep van bijvoorbeeld zoogdieren. Maraboes schijten over hun poten heen om af te koelen. De verdamping van het vocht uit hun uitwerpselen zorgt voor afkoeling. De droge witte korst vuil die overblijft beschermt de poten daarna tegen de felle zon. Snijders “modder” is dus eigenlijk stront.

 

Afrikaanse Maraboes behoren tot de ooievaar familie, ze kunnen tot 1,5 m hoog worden, 9 kg wegen en een spanwijdte van 2,6 m halen. Deze opportunistische vogels komen ook veel in de buurt van mensen voor, zoals bij vissersplaatsen en op vuilnisbelten. Deze Afrikaanse maraboe is in Diergaarde Blijdorp gefotografeerd.

 

Lees ook: Koude vogelpoten en Waarom vogels met lange poten vaak op één poot staan.

De Rode of Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii)

donderdag, 23 september 2021

amerikaanse rivierkreeft (procambarus clarkii) 7-2021 8429Dit felle rode diertje kroop langs een sloot in natuurgebied De Brand. Toen ik dichterbij kwam om een foto te maken,  richtte hij zich op en zwaaide met zijn formidabele klauwen.

 

amerikaanse rivierkreeft (procambarus clarkii) 7-2021 8440Die felle oogjes die je zo indringend aan lijken te kijken zijn geen oogjes, maar openingen van de antenne-klieren. Zijn echte ogen zijn die zwarte bolletjes aan de zijkant van zijn kop. De antenneklieren, of groene klieren, bevinden zich in de kop van een kreeft en functioneren als een soort lever-alvleesklier-nieren, ze verwijderen afvalstoffen en overtollig water uit het bloed. Voor veel mensen is dit het smakelijkste deel van de kreeft, het wordt onder de naam tomally of kreeftenlever graag gegeten. Dat is echter niet zonder gevaren, net als alle leverachtige organen kan het hoge concentraties giftige stoffen, zoals PCB’s bevatten. Het is dus verstandig om deze delicatesse niet te vaak te eten.

 

Deze invasieve exoot zorgt in Nederland overigens voor heel wat overlast, hij ondergraaft walkanten en dijken die daardoor kunnen verzakken en vreet sloten en riviertjes kaal waardoor er geen voedsel voor andere dieren overblijft. Gek genoeg zorgt dit kreeftje niet alleen voor overlast, zijn vlees schijnt daarnaast enorm lekker te zijn. Het is dan ook onze meest gegeten rivierkreeft. Nu zou je dus denken dat men blij zou zijn met elke amateur visser die zo’n kreeftje vangt en thuis met boter en knoflook bereidt, maar gek genoeg mag je deze kreeften dus niet vangen, dat is dankzij de visserijwet alleen toebedeeld aan beroepsvissers. Deze (slechts) 175 vissers hebben echter zoveel vragen over  de regelgeving en het toegestane vismateriaal, dat ze hun handen er liever niet aan branden. Het gevolg is dat deze Amerikaanse rivierkreeft al sinds 2016 aan een schijnbaar onstuitbare opmars bezig is.

Kalksteenrot

zondag, 19 september 2021

saint jude rouen 8-2021 9265Veel van de kalksteenbeelden, die de gevels van de kathedraal in Rouen sierden, zijn naar binnen gehaald. Jarenlange blootstelling aan de elementen heeft ze dusdanig aangetast dat het lijkt alsof iemand ze in zuur heeft ondergedompeld. Hele stukken zijn weggevreten, er zitten zoveel putten, gaten en geulen in het kalksteen dat de contouren en gezichten vrijwel onherkenbaar zijn geworden. De kathedraal stamt uit de 13e- tot de 16e-eeuw. Deze beelden hebben daar dus, schijnbaar onaantastbaar, voor honderden jaren buiten in weer en wind tegen de gevel gestaan, maar de laatste twee eeuwen gingen ze ineens hard achteruit.

 

kerkbeeld rouen 8-2021 115520kerkbeeld rouen 8-2021 9266Een combinatie van stadsvuil, strooizout, zure regen en klimaatverandering vraten aan de beelden. Regen, sneeuw en vries-dooi cycli kunnen kleine barsten in het kalksteen openbreken waardoor chemicaliën uit luchtvervuiling, zoals zwaveldioxide en stikstofoxide, makkelijker met het kalksteen kunnen reageren en het oplossen.  Gek genoeg tast dergelijke kalksteenrot niet alle beelden in gelijke mate aan, sommige worden vrijwel helemaal weggevreten, terwijl andere nagenoeg niet worden aangetast. Waardoor dit verschil wordt veroorzaakt is nog niet bekend. Soms vormt deze kalksteenrot aan de buitenkant van de beelden zelfs een harde zwarte gipsen korst. Onder deze laag is de steen dan zacht en brokkelig.

 

saint jude Rouen 8-2021 115552saint jude rouen 8-2021 115619Van de vele beelden die in Rouen in de kathedraal naar binnen waren gehaald, waren er slechts een paar waarop zo’n zwarte korst was ontstaan. Eén beeld had er verreweg het meeste last van, daar vloeide het zwart van zijn gezicht af naar beneden tot over zijn voeten. Zijn gelaat was onherkenbaar veranderd in een donkere pokdalige korst. Dit ene beeld, dat zo sterk was aangetast dat het haast melaats of ziek leek, was van Saint Jude, Judas.

Witkruinmangabey-baby (Cercocebus atys)

vrijdag, 17 september 2021

witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 8904Deze foto’s zijn begin augustus in Blijdorp gemaakt. Beide ouders, Casper en Oda, waren druk in de weer met het 11 dagen oude jong, dat toen nog geen naam had. Witkruinmangabey’s hebben wangzakken en een buitengewoon sterk gebit. Dit gebit onderscheidt hen van andere mangabey’s, omdat hun tweede premolaar groter dan hun eerste molaar. Met hun sterke kaken en tanden zijn ze in staat om noten te kraken die de meeste andere dieren niet aandurven.

 

witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9187witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9168witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9177witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9176witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9186witkruinmangabey (cercocebus atys lunulatus) 8-2021 9165Deze kleine apen van de oude wereld worden helaas ernstig bedreigt. Door boskap verdwijnt hun leefgebied en er wordt voor bushmeat ook veel op hen gejaagd. Ze komen voor in de natte regenwouden en mangrovebossen van West Afrika en leven in het wild in groepen van 15 tot 100 dieren.

 

Lees ook: Opgezette apen in musea.