Weblog

Verloskundige oefenpoppen, de Coudrey en Salomon

vrijdag, 22 april 2022

oefenpop de coudrey musee flaubert et de histoire de la medicine rouen 10-2021 0288_1500Halverwege de 18e eeuw ontstond er een conflict tussen vroedvrouwen en mannelijke artsen, die men destijds chirurgen noemde. Traditioneel was een verloskundige een vrouw, maar de chirurgen vonden dat hun moderne wetenschappelijke kennis veel geschikter was dan de volksgeneeskunde van vroedvrouwen en wilden vrouwen uit het beroep weren.

 

Angélique de Coudrey werd in 1715 in een belangrijke en rijke Franse familie van artsen geboren. Nadat ze aan het Medische College in Parijs afstudeerde, begonnen de verloskundige opleidingen vrouwen te weren. Omdat de Coudrey geloofde dat veel vrouwen, ook zonder goede opleiding, toch als verloskundige werkzaam zouden blijven en dat er zonder hen al snel een tekort aan verloskundigen zou komen, vocht zij ervoor dat vrouwen op deze opleidingen werden toegelaten. Haar mening werd uiteindelijk gehoord en vrouwen werden niet alleen weer toegelaten op de cursussen, maar de Coudrey zelf werd ook als hoofd verloskundige bij het beroemde Parijse Hôtel Dieu benoemd.  

 

In 1759 vroeg Louis XV haar, vanwege de hoge kindersterfte in het land, om ook verloskunde aan boerenvrouwen te leren. Tussen 1760 en 1783 trok ze door heel Frankrijk en heeft ze in meer dan 40 steden en dorpen ruim 4000 studenten en meer dan 500 mannelijke artsen opgeleid.

 

oefenpop de coudrey musee flaubert et de histoire de la medicine rouen 10-2021 0277_1500oefenpop de coudrey musee flaubert et de histoire de la medicine rouen 10-2021 0290_1500Omdat destijds veel verloskundige instructies werden gegeven aan de hand van tekstboeken en in sommige gevallen met lijken en doodgeboren kinderen, was er een grote behoefte aan anatomisch correct oefenmateriaal. De Coudrey ontwierp daarvoor de allereerste levensgrote  verloskundige pop. Deze pop noemde men de “machine”, ze was gemaakt van hout, leer, vulmiddel en in sommige gevallen zelfs echte botten. Verscheiden banden en riemen simuleerden het oprekken van het geboortekanaal  en het hoofdje van de oefenbaby had een mond waar twee vingers in paste, een neus en met inkt getekend haar. De eerste vermelding van de Coudrey’s machine stamt uit 19 oktober 1759, haar oefenpoppen waren zeer effectief en werden op verschillende opleidingen gebruikt en zelfs geëxporteerd. Destijds kostten ze 300 pond.

 

Het Flaubert et d'histoire de la médecine museum in Rouen bezit zo’n originele oefenpop van de Coudrey terwijl het Rijksmuseum Boerhaave in Leiden een zeer vergelijkbaar model in bezit heeft, welke zij toeschrijven aan de Leidse arts Gottlieb Salomon (1774-1865). Dit baseren zij op een artikel uit 1803 waarin wordt beschreven hoe hij in 1798 een verloskundige oefenpop heeft gemaakt. De vraag is of Salomon op de hoogte was van de pop van de Coudre, of hij deze als inspiratie of bron heeft vermeld, of hem heeft gekopieerd en de uitvinding heeft opgeëist.  Als laatste is er natuurlijk ook de mogelijkheid dat hij onafhankelijk van de Coudrey dezelfde uitvinding heeft gedaan, maar gezien de enorme overeenkomsten, niet alleen in uiterlijk maar ook qua constructie, lijkt me die kans zeer klein.

 

oefenpop salomon museum boerhaave 3-2022 1170oefenpop salomon museum boerhaave 3-2022 1174In 2016 liet het Rijksmuseum Boerhaave hun oefenpop onderzoeken en bleek dat er menselijke botten in zaten. Dit model van Boerhaave is echter in zoverre uniek dat er niet alleen botten in de vrouwentorso maar ook in de babypop zitten. In de torso bevinden zich bekkenbotten en een onderste ruggenwervel. In de zeemleren babypop bevindt zich niet alleen een echte kinderschedel, wat op zich niet ongebruikelijk was, dit werd destijds ook door artsen aangeraden, maar ook het volledige skelet met ribbenkast, wervelkolom, bekken, armen en beentjes. Voor zover bekend heeft deze oefenbaby, van alle bekende verloskundige oefenpoppen, de meeste menselijke botten, iets dat de levensechtheid en beweeglijkheid van de pop natuurlijk ten goede kwam.

 

Deze verloskundige oefenpop is niet het enige anatomische model in Museum Boerhaave waar echte botten in zitten, lees ook: De gorilla van Auzoux in Leiden.

 

Lees ook: Het Musée Flaubert et d'Histoire de la Médecine in Rouen, Rijksmuseum Boerhaave in Leiden en L'inconnue de la Seine.

Zelfgemaakt mes no. 21 (Nasibu)

woensdag, 20 april 2022

zgm 21 nasibu 4-2022 1545Al lange tijd wilde ik een mes maken dat tegen bijna alles bestand zou zijn. Een werkpaard, sterk, taai en betrouwbaar, waar je in een nood- of overlevingssituatie echt wat aan hebt. De meeste survival- messen zijn een compromis, mooi om naar te kijken maar niet echt geschikt om zwaar te gebruiken. Ze zien er wel stoer uit, maar als het erop aankomt voldoen ze zelden. Het staal is vaak een goedkoper productiestaal, het handvat is meestal niet geschikt om in meerdere grepen of met handschoenen aan te gebruiken, de constructie is regelmatig onder de maat en de snede vaak te kwetsbaar, enkele zeer dure uitzonderingen daar gelaten.

 

zgm 21 nasibu 4-2022 1551zgm 21 nasibu 4-2022 1501Chroom/Molybdeen stalen staan in de industrie bekend om hun hardheid, stijfheid en enorme taaiheid. Ze worden onder andere gebruikt in racewagen-frames en geweerlopen. Dit mes is uit ATS-34 staal gemaakt. Dit Japanse Chroom/Molybdeen staal bevat 1,04% koolstof, 13,75% Chroom, en 3,55% molybdeen. Dit maakt het een staal dat uitermate geschikt is voor messen die misbruik moeten kunnen weerstaan. Het is roestvast, maar net niet zo corrosie-bestendig als bijvoorbeeld 440C. Dit compenseert het met zijn veel hogere taaiheid. Het is erg lastig om te breken en het kan enorme laterale krachten aan. Het is echter wel een duur staal, dat moeilijk is te verkrijgen en lastig is om te bewerken. Om die redenen zie je het niet zo vaak terug in  productiemessen en al helemaal niet in dikkere messen. Hoewel de enorme kwaliteiten van dit messenstaal al langer bekend zijn, wordt het slechts door een handjevol makers in legermessen en meestal in opdracht gebruikt.  

 

Dit mes is uit 7 mm dik ATS-34 gemaakt, het staal loopt in volle dikte helemaal door in het handvat en is niet uitgeboord of taps afgeslepen om gewicht te besparen. Het snijvlak is een combinatie van vlak en convex slijpwerk en loopt tot op 2/3 van de breedte van het lemmet. Dit snijvlak begint vlak, tot aan zo’n 1,5 cm van de daadwerkelijke snijrand af, waar hij in een convex snede overgaat. Dit maakt de uiteindelijke snede niet alleen erg scherp maar ook zeer robuust en zorgt er samen met de taaiheid van het staal voor dat deze niet snel zal beschadigen, ook niet als er ruw mee wordt omgegaan. Een convexe snede heeft als bijkomend voordeel dat deze het te snijden materiaal steeds maar op één punt per snijvlak raakt, waardoor de snij-frictie enorm afneemt en het lemmet niet blijft “kleven”. Het lemmet is het breedst vlak bij de ricasso, waar het een zeer lichte recurve heeft en loopt enigszins taps af naar de punt. Om de snede en de punt te testen heb ik deze meerdere malen met volle kracht in een stuk hardhout geslagen om hem er daarna zijdelings wrikkend weer uit te breken. De snede is zeer scherp en haalt makkelijk de papiersnij- en haarscheer-test.

 

zgm 21 nasibu 4-2022 1523zgm 21 nasibu 4-2022 1513zgm 21 nasibu 4-2022 1515zgm 21 nasibu 4-2022 1519De ricasso is bewust kort gehouden, zodat het snijvlak zo dicht mogelijk bij het handvat begint. Messen met een brede ricasso en grote choil hebben als nadeel dat je er veel minder druk op kunt zetten, aangezien je de meeste kracht vlak bij je hand kunt uitoefenen. Het handvat zelf is relatief lang, zodat je hem ook in de winter met een dikke handschoen aan nog goed kunt vasthouden. De zwarte canvas-micarta schalen verbreden zich nog voor de kromming van de kont van het mes, zodat je hand altijd tussen de vingergroef en deze verbreding past en je het heft stevig kunt vastgrijpen. De knopvormige verdikking van de achterkant van het heft werkt niet alleen als een stop tegen het wegschuiven van je hand, maar past ook in de muis van je hand, als je je grip naar achteren wilt verplaatsen om meer zwaaikracht aan het mes te geven bij het hakken of klieven. Het staal van het mes steekt aan de achterkant van het handvat een stuk uit en heeft twee sleutelkoord gaten, waar je een stuk touw doorheen kunt halen wat je om je pols kunt doen ter versteviging van je grip. Het achterste uiteinde is haaks geslepen, zodat je dit kunt gebruiken om mee te hameren, terwijl de schuine onderkant van dit stuk staal onder zo’n hoek is geslepen dat er op de stompe hoek een punt ontstaat, die als glasbreker of bottenbreker dienst kan doen. De balans van het mes licht precies op het begin van de vingergroef. Micarta is vele malen sterker en krasbestendiger dan hout, bot of gewei en één van de beste materialen die je voor een mes heft kunt gebruiken. Het heeft een hogere treksterkte dan staal, zal bij temperatuurschommelingen niet buigen, krimpen of barsten, het is een uitstekende isolator tegen hitte en koude en zal in beide gevallen prettig en koel in de hand aanvoelen en het bied daarnaast ook nog een uitstekende grip. Dit canvas-micarta is niet behandeld, en zal na verloop van tijd dus vetten en vuil opnemen waardoor de mooie grijze tekening van het canvas zal vervagen. Dat is echter een klein offer voor de superieure grip die dit oersterke materiaal, ook als het nat is, geeft.

 

Ik heb dit mes Nasibu genoemd, naar een gorilla uit diergaarde Blijdorp. Gorilla’s hebben een ingetogen maar imposante kracht, en zijn zeer vreedzaam. Maar indien nodig zijn ze in staat tot geweldige krachttoeren.

 

Het mes weegt 630 gram en is 33,5 cm lang. Het lemmet is 0,7 cm dik, 18 cm lang en op het breedste punt 4,7 cm hoog. Het handvat is achter de vingergroef 4 cm hoog, bij de vingergroef 1,7 cm dik en bij de knop aan de achterkant 2,7 cm dik.

 

Lees ook: Nasibu (Gorilla gorilla gorilla).

 

Klik hier voor meer foto’s van ZGM-21 (Nasibu) en hier voor meer zelfgemaakte messen.

Zelfgemaakt mes no. 20 (Suminagashi)

vrijdag, 15 april 2022

zgm 21 4-2022 1448

In dit mes komen voor mij veel dingen samen. De vormgeving, het materiaalgebruik en de afwerking maken dit een mes waar ik trots op ben. Het ontwerpen en het bij elkaar zoeken van de juiste materialen heeft lang geduurd.

 

zgm 20 4-2022 1450zgm 20 4-2022 1456zgm 20 4-2021 1475zgm 20 4-2022 1465Het lemmet loopt helemaal door tot aan het handvat, er is geen choil of ricasso. Hierdoor gaat alle aandacht uit naar de contouren en de gebruikte materialen. Het 4 mm dikke lemmet is gebaseerd op de Finse puukko en heeft een speerpuntvorm. Het staal is Takefu suminagashi, een Japans damaststaal met een kern van VG-10, twee lagen nikkel en 64 afwisselende lagen staal. Suminagashi betekent drijvende inkt, dit wijst op een 2000 jaar oude techniek om met inkt papier te marmeren. Dit staal kun je zowel smeden als “koud” bewerken. Als je het smeedt, smeer je de verschillende lagen staal als het ware uit, zodat je na etsen een golvend patroon in het staal krijgt. Als je het, zoals ik heb gedaan, koud bewerkt, blijven de lijnen recht. Het is dan wel belangrijk dat beide zijden van het mes identiek en recht worden geslepen, omdat elke minimale afwijking in het slijpvlak een kromming of ongelijk lopen van de staallagen tot gevolg heeft. Het geslepen staal is bijna een uur lang in fases in zoutzuur geëtst. Door met staalwol de oxide laag steeds weer gedeeltelijk weg te poetsen, kreeg het staal een karakteristieke bijna zilveren structuur, die mooi contrasteert met het donkere VG-10 en het nikkelstaal.

 

zgm 20 4-2022 1471zgm 20 4-2022 1474

De voorkant van het handvat is gemaakt van twee stukken Bohler N690 met daartussen een dunne laag messing. Deze staan op zo’n manier ten op zichtte van elkaar gekanteld, dat de doorgetrokken perspectieflijnen samen met die van het stuk ebbenhout bij elkaar in één punt samenkomen. Het achterste stuk hout is gestabiliseerd kwartier gezaagd plataan (Platanus hybrida), wat men in het Engels ook wel lacewood noemt. Door de manier waarop het hout is gevormd, lijkt het patroon van de nerven op het handvat enigszins op vissenschubben en op kringen van druppels inkt in water, wat goed bij het motief van het mes past. Aan de boven-, onder- en achterkant van het handvat kun je de rechte lijnen van de dicht bij elkaar liggende nerven van het hout zien. Ook deze doen denken aan de afwisselende lagen van het suminagashi staal en voegen toe aan het gehele ontwerp. Oorspronkelijk had ik in tussen het ebbenhout en het plataan ook nog een aantal afwisselende grijze en stalen spacers getekend, maar deze heb ik uiteindelijk weggelaten. Het zou het heft nodeloos complexer, en ik denk daardoor ook minder krachtig, hebben gemaakt. Het handvat is met cyanoacrylaat afgewerkt en daarna gepolijst, wat het een slijtvaste en waterdichte bescherming geeft.

 

zgm 20 4-2022 1460zgm 20 4-2022 1462

De messchede is uit dik plantaardig gelooid tuigleer en duurzaam gelooid IJslands zalmleer gemaakt. Vissenhuid geeft een dun, maar sterk leer. Omdat de vezels van vissenleer niet, zoals bij runderleer, naast elkaar liggen, maar in elkaar zijn gevlochten, is vissenleer erg sterk. De vorm van de schede is simpel en klassiek, zodat alle aandacht naar de structuur van de zalmhuid gaat. De zijkant van de schede is aan de bovenkant een stuk dikker en loopt taps naar beneden toe. De rug van de schede is aan de bovenkant 6 lagen leer dik, de buik aan de bovenkant 5 lagen en de “staart” bij de punt slechts 3 lagen dik.  Omdat de schede hiermee de basisvorm van het mes volgt, hoeft het zich slechts minimaal om het mes heen te vormen en zit het mes niet alleen stevig in de schede maar behoudt deze ook zijn strakke vorm.

 

zgm 20 4-2022 1446zgm 20 4-2022 1441-

Het mes en de schede worden gepresenteerd en bewaard in een zwarthouten kistje. Dit hout is volgens de Japanse shou sugi ban techniek eerst verbrand en daarna geolied, waardoor de structuur van de nerf als reliëf goed zichtbaar op het hout staat en het kistje een duurzame afwerking heeft. De bovenkant heeft een ronde inleg van hetzelfde plataanhout als het handvat van het mes en de binnenkant van het kistje heeft aan de boven- en onderkant een aantal vuren draaglatten die ervoor zorgen dat het mes en het heft, als het kistje dicht zit, niet schuiven en op hun plek blijven zitten. Het kistje kan vanaf beiden kanten worden geopend, het mes zal in beide gevallen tussen de draaglatten blijven liggen. In de binnenkant van het deksel is een kaartje met de specificaties van het mes geplakt.

 

Het mes is 22,0 cm en het lemmet 10,5 cm lang. Het weegt slechts 114 gram.

 

Klik hier voor meer foto’s van het ZGM 20 Suminagashi mes en hier voor meer foto’s van zelfgemaakte messen.

Opgezette apen (15)

woensdag, 6 april 2022

het natuurhistorisch 3-2022 1327

naturalis 9-2021 9810naturalis 9-2021 9811naturalis 9-2021 9829naturalis 9-2021 9600

 

Klik hier voor meer foto's van opgezette apen.

Huiler op het strand van ‘s-Gravezande (Halichoerus prypus)

donderdag, 31 maart 2022

grijze zeehond (halichoerus prypus) 3-2022 8891De pups van de grijze zeehond worden in de winter geboren, ze hebben dan de eerste maand, als ze gezoogd worden, die beroemde dikke witte vacht die vroeger zo door pelsjagers werd begeerd. Deze is echter niet waterdicht en gedurende hun zoogtijd tijd blijven de jonge zeehonden dan ook uit het water. Als ze verharen komt er een mooie korte waterdichte grijze vacht tevoorschijn en gaan de jongen pas het water in om actief te jagen. Een pasgeboren grijze zeehond weegt tussen de 13 en 16 kilo, een volwassen mannetje kan 3,3 meter lang worden en 350 kilo wegen. Grijze zeehonden zijn dan ook verreweg het grootste roofdier dat in Nederland voorkomt.

 

grijze zeehond (halichoerus prypus) 3-2022 8887grijze zeehond (halichoerus prypus) 3-2022 8900Jonge zeehonden worden soms door hun moeder urenlang achtergelaten op een zandplaat of het strand, nadat ze heeft gejaagd komt ze meestal wel weer terug voor het jong. Daarom kun je jonge zeehonden op het strand maar beter met rust laten. Af en toe is het jong echter verdwaald en is het zijn of haar moeder kwijt. Dan wordt het jong  meestal naar een zeehondencrèche zoals Pieterburen gebracht, waar het kan aansterken en daarna weer wordt uitgezet. Omdat jonge zeehonden een klaaglijk geluid kunnen voortbrengen, noemt men ze vaak huilers.

 

grijze zeehond (halichoerus prypus) 3-2022 8897grijze zeehond (halichoerus prypus) 3-2022 8892Deze jonge grijze zeehond had hier en daar nog wat losse plukjes haar van zijn babyvacht. Hij lag afgelopen zaterdag redelijk ontspannen, tussen wat met lint afgezette paaltjes op het strand. Wandelaars hadden hem al om 8 uur op het strand zien liggen. Om 13.00 uur is hij toch maar naar Pieterburen gebracht.

 

Lees ook: Grijze zeehonden bij IJmuiden (Halichoerus prypus), ’s-Gravezande, Storm Ciara, Bruin schuim aan het strand en Afkoelen in het water.

Het Natuurhistorisch in Rotterdam

donderdag, 24 maart 2022

het natuurhistorisch rotterdam 3-2022 1402Zoals zoveel musea heeft ook het Natuurhistorisch, zijn naam meerdere malen gewijzigd. Als musea ergens bang voor zijn is het wel een stoffig imago en dus veranderen ze om de haverklap hun naam om op die manier meer “up to date” te lijken en daarmee een breder publiek te trekken. Dit kleine museum begon in 1927 als Natuurhistorisch museum Rotterdam, veranderde in 1987 naar Natuurmuseum Rotterdam, in 2006 terug naar Natuurhistorisch museum Rotterdam en gaat sinds 2011 als Het Natuurhistorisch door het leven. Maar als je aan een Rotterdammer de weg vraag, zegt hij gewoon Natuurmuseum tegen Het Natuurhistorisch.

 

het natuurhistorisch rotterdam 3-2022 1319het natuurhistorisch rotterdam 3-2022 1410het natuurhistorisch rotterdam 3-2022 1316het natuurhistorisch rotterdam 3-2022 1368Sinds 1987 is het museum in villa Dijkzigt aan de Westzeedijk gevestigd. Het museum is niet groot en pretendeert ook geen internationale topstukken te bezitten, maar het heeft wel degelijk een eigen identiteit. Nog afgezien van het feit dat er zich ooit een woerd tegen het raam heeft doodgevlogen en deze daarna door een andere woerd langdurig is verkracht (één van de eerste beschreven gevallen van homoseksuele necrofilie onder eenden) en dat er zich een 1,5 meter hoge penis van een potvis in het portaal bevindt, is het museum vooral bekend door de verzameling  dode dieren met een verhaal, zoals de domino-mus, de Tweede Kamer-muis en de McFlurry-egel. 

 

het natuurhistorisch rotterdam 3-2022 1419het natuurhistorisch rotterdam 3-2022 1395het natuurhistorisch rotterdam 3-2022 1415het natuurhistorisch rotterdam 3-2022 1416Klik hier voor meer foto’s van Het natuurhistorisch in Rotterdam.

 

Lees ook: Natuurhistorische musea en oude collecties en kijk hier voor meer foto’s van natuurhistorische musea.

Grote dennensnuitkevers en klimaatverandering (Hylobius abietis)

dinsdag, 15 maart 2022

0850-Grote dennesnuitkever (hylobius abietis)De gevolgen van klimaatverandering zijn veel complexer dan we vaak denken. Het raakt tenslotte de hele wereld én het volledige ecosysteem. Elke graad opwarming heeft invloed op de flora en fauna. Veel van onze flora en fauna is hier inheems, juist vanwege ons huidige klimaat. Als dit klimaat verandert, krijgen we niet alleen veel nieuwe dier- en plantensoorten, maar zullen veel levenscycli van het inheemse leven ook veranderen.

 

Een goed voorbeeld is de grote dennensnuitkever (Hylobius abietis), de waarnemingen van deze, voor onze contreien grote snuittor, nemen de laatste jaren steeds meer toe. In Nederland heeft deze kever normaal gesproken een 2-jarige levenscyclus. In het Noorden, waar het kouder is, kan dit oplopen tot 4 jaar, maar in de zuidelijke regionen is dit slechts één jaar. Verdere opwarming van ons land kan deze levenscyclus heel makkelijk naar één jaar duwen, wat enorme gevolgen kan hebben voor de populaties.

 

0847-Grote dennesnuitkever (hylobius abietis)0840-Grote dennesnuitkever (hylobius abietis)Dennensnuitkevers die zich onder warmere omstandigheden van ei tot kever ontwikkelen, doen dat niet alleen sneller, maar worden ook groter. De meeste insecten (80%) die zich onder warmere omstandigheden ontwikkelen, doen dat weliswaar sneller, maar hebben daardoor ook een kleinere lichaamsmassa, dit staat bekend als de temperatuur-grootte regel (TSR, Temperature-Size Rule). Grotere soort-exemplaren hebben echter grotere vetreserves en dus meer kans om de winter te overleven. Daarnaast zijn grotere vrouwtjes over het algemeen vruchtbaarder en leggen grotere eieren, wat resulteert in een groter begin-volume van de larven en daarmee dus diens overlevingskansen vergroot.

 

Een kortere ontwikkeltijd, meer en grotere kevers, en een kortere winterpauze, vergroten samen dus ook de kans op meer schade door deze kevers. Grote dennensnuitkevers zijn heel vraatzuchtig, ze voeden zich met de bast en het floëem van bomen en planten (vooral naaldbomen) en hebben daarnaast een voorkeur voor jonge aanplant. Ze kunnen bomen dusdanig ontschorsen dat deze geen voedsel meer kunnen transporten en sterven. Op het moment dat zich een grote dennensnuitkever-plaag voordoet, kan deze de helft tot de gehele jonge aanplant opeisen. Nu we ons steeds bewuster worden van milieu en CO2-uitstoot en opslag daarvan in bomen, proberen we in West-Europa zoveel mogelijk te herbebossen. Al deze jonge aanplant is echter zeer aantrekkelijk voor grote dennensnuitkevers. Niet alleen omdat ze graag jonge beplanting eten, maar ook omdat ze door de noodzakelijke bemesting die bij de jonge aanplant wordt gedaan, worden aangetrokken. Snuitkevers kunnen goed ruiken en onderzoek leert dat ze vooral gevoelig zijn voor de calciumfosfaten in kunstmest. Jonge aanplant die was bemest had tot 3 maal meer last van deze kevers.   

 

Een volwassen kever legt haar eieren bij stronken en wortels van dode naaldbomen. De larve ontwikkelt zich in het dode hout tot ze verpopt en als volwassen kever van 1 tot 1,5 cm grootte, uit het hout kruipt. De volgroeide dennensnuitkever gaat daarna direct op zoek naar voedsel en legt daarbij lopend, of vliegend al binnen een paar dagen enkele kilometers af.  

 

Lees ook: Kastanje Snuitkever (Curculio elephas), Langsprietpopulierensnuitkever (Dorytomus longimanus), Koolmot (Plutella xylostella), Middellandse Zeevlieg (Ceratitis capitata), Grote meelmot (Pyralis farinalis), Buxusmot (Cydalima perspectalis), Appelglasvlinder (Synanthedon myopaeformis) en Agrilus cyanescens.

De gemeentes en hun bladblazers

zaterdag, 12 maart 2022

Maart 2022, de zon schijnt volop en overal bij ons in de straat hoor je vogels fluiten. De bomen zitten vol knoppen, nog even en alles loopt uit en dan is het gure weer van de afgelopen maanden vergeten.

 

Om acht uur in de ochtend schrik ik op van het lawaai van een doorstartende motor, die maar blijft starten. Dan realiseer ik me dat het helemaal geen motor is maar een benzine gevoede bladblazer. Binnen een paar minuten wordt hij vergezeld van een tweede, die indien mogelijk nog meer lawaai maakt. Verbaasd kijk ik naar buiten, na de stormen van afgelopen tijd ligt er geen enkel blad meer op straat, dat is allang allemaal weggehaald.

 

Toch lopen er twee gemeentemannen met hun gehoorbescherming en bladblazers over het pleintje voor ons huis. Binnen drie kwartier van oorverdovend lawaai en onnodige luchtverontreiniging, waarin de hele buurt zijn adem lijkt in te houden, lukt het ze om met hun tweeën op het midden van het pleintje een klein hoopje van dode bladeren te blazen. Het hele bergje past makkelijk op een A4-tje. Ze staan er heel even misnoegt naar te kijken, maar besluiten het uiteindelijk toch maar te laten liggen. De buit is blijkbaar niet de moeite waard.

 

Samen lopen ze weg van het pleintje, terug naar hun gemeentewagen, ze stappen in en gaan op zoek naar nieuwe jachtgronden. Terwijl ze in hun elektrische wagentje wegrijden, ademt de buurt opgelucht uit en blaast de wind de losse bladeren weer terug.

 

 

Nota bene:  deze bladblazers van de gemeente stoten elk meer verontreiniging uit dan een pick-up truck van 3000 kilo. Deze twee mannen hadden dus net zo goed een uurtje met twee Ford raptors rondjes om ons pleintje kunnen rijden, dat had op de buurt en het milieu precies hetzelfde effect gehad. 

 

Lees voor andere irritaties ook: Arm hondje, Ruiken en geroken worden, Kleine dingen, Vluchtgedrag, Het gras aan de overkant en Kleine irritaties.

De gorilla van Auzoux in Leiden

dinsdag, 8 maart 2022

museum boerhaave 3-2022 1260In een donkere ruimte, achter een dik stuk glas, staat een gevilde gorilla met zijn voet op een stam en reikt met zijn hand naar een hoge zijtak. Hij kijkt onaangedaan weg van de bezoekers. Zijn houding doet denken aan die van een gorilla op een illustratie van Marie Firmin Bocourt uit 1858. Dit gedetailleerde anatomische model van een gorilla is één van Rijksmuseum Boerhaaves absolute topstukken.

 

museum boerhaave 3-2022 1247museum boerhaave 3-2022 1249Deze enorme gorilla is een complex bouwpakket van papier-maché. Oorspronkelijk bestond hij uit 104 losse delen maar daar zijn er nu nog maar 90 van over. In het Tableau Synoptique, wat normaal gesproken bij het model werd geleverd, staan alle 1193 anatomische details, die met labels en nummers over het imposante lijf worden aangegeven, met de hand beschreven. Dit model is door Dr. Louis Auzoux gemaakt en is het enige bekende gorilla-model van Auzoux waarvan de originele botten en schedel zijn gebruikt. Voor zijn modellen maakte Auzoux normaal gesproken gebruik van een bouwsel van ijzeren staven en stangen. Het feit dat dit model zijn oude botten nog heeft is een sterke indicatie dat dit wellicht de allereerste gorilla is die in Europa was te zien.

 

museum boerhaave 3-2022 1248museum boerhaave 3-2022 1259Auzoux maakte niet alleen anatomische papier-maché modellen van mensen maar ook van planten en dieren. Toen de antropoloog Paul Belloni de Chaillu (1831-1903) zijn eerste kennismaking met gorilla’s in Gabon in zijn reisverslagen van 1861 beschreef, raakte men in Europa hevig geïnteresseerd in deze toen nog onbekende dieren. Het bracht Chaillu roem en rijkdom, hij verkocht enkele dode exemplaren in Amerika en eentje vond zelfs zijn weg naar het National History Museum in Londen. In 1863 verzocht Auzoux de Franse overheid of hij misschien een Gabonese gorilla ter ontleding kon krijgen. De secretaris van keizer Napoleon III, M. de Raynaval, gaf daarop zeecommandant Octave Didelot de opdracht om een gorilla, compleet met zijn ingewanden, voor Frankrijk te verkrijgen. Het lichaam van een geschoten vrouwelijke gorilla werd vlak daarop in een groot vat brandewijn naar Parijs verzonden. Deze werd daar, onder veel belangstelling publiekelijk in het amfitheater van de Ecole de Médicine, door Auzoux ontleed. Naar aanleiding van deze eerste gorilla maakte Auzoux meerdere anatomische modellen welke hij vanaf 1869 voor 3.000,- francs verkocht. Van die modellen zijn er nu nog maar een handjevol bekend, waarvan Leiden dus het enige model met een echt skelet bezit.

 

Het Rijksmuseum Boerhave heeft met 70 van de 110 bekende modellen één van de uitgebreidste collecties Van Auzoux-modellen ter wereld en was jarenlang op zoek naar een model van een gorilla. Toen het museum bericht kreeg dat er een exemplaar te koop werd aangeboden op een Parijse vlooienmarkt, waren ze begrijpelijk enthousiast. In een loods van een Ierse handelaar in decoraties en interieurdecors vonden ze het door waterschade en misbruik beschadigde model, de handelaar gebruikte het als kapstok. Toen ze inzagen dat dit model een echte schedel met tanden had, wisten ze dat het iets bijzonders was. Het model is uiteindelijk volledig door Celine Poirier gerestaureerd en DNA-onderzoek aan het skelet bewees dat het een vrouwelijke Westelijke-Laaglang Gorilla was, wat natuurlijk een sterke indicatie is dat het hier daadwerkelijk de oorspronkelijke gorilla betrof die in 1863 door Auzoux was ontleed.

 

Klik hier voor meer foto's van het Rijksmuseum Bowerthaave in leiden en hier voor het bericht over dit museum.

 

Lees ook: Hansken de olifant, Het opgezette nijlpaard in La Specola (Ippopotamo di Boboli), Frémiet en King Kong, Frémiet: Orang-oetan wurgt een wilde uit Borneo, Anatomische modellen en Musée de l'écorché d'anatomie in Le Neubourg.

Rijksmuseum Boerhaave in Leiden

dinsdag, 8 maart 2022

museum boerhaave 3-2022 1288Dit interessante museum zou waarschijnlijk nooit zijn ontstaan als August Crommelin, de adjudant-directeur van Kamerlingh Onnes van de Universtiteit Leiden, niet de tegenwoordigheid van geest had gehad om alle verouderde wetenschapsapparatuur van de Universiteit te bewaren. Onnes voerde destijds allerlei vernieuwingen in de laboratoria door, wat er voor zorgde dat veel apparatuur overbodig werd. Deze verouderde apparatuur vormde de basis voor het museum dat in 1931 als Het Nederlandsch Historisch Natuurwetenschappelijk Museum open ging.

 

museum boerhaave 3-2022 1155museum boerhaave 3-2022 1188

 

Door de jaren heen is de collectie enorm uitgebreid en het museum verhuisd en verbouwd, het heeft zijn unieke karakter echter weten te bewaren. Het staat nu vooral bekend om zijn gereconstrureerde Anatomische Theater, zijn zeer uitgebreide collectie van Auzoux anatomische modellen en de vele geneeskundige, natuurkundige en astronomische voorwerpen.

 

museum boerhaave 3-2022 1095museum boerhaave 3-2022 1131Ook voor niet wetenschappelijk ingewijden is er in het museum genoeg te beleven en te zien. Het museum heeft een aantal topstukken die op zich alleen al het bezoek meer dan waard zijn. Zelf was ik erg onder de indruk van Antoni van Leeuwenhoeks microscoop, Christiaan Huygens’ lenzen, de Leidse Sphaera, de preparaten van Albinus en Auzoux’ anatomische model van de gorilla.

 

museum boerhaave 3-2022 1157museum boerhaave 3-2022 1218Voor meer informatie over Dr. Auzouxs anatomische modellen klik hier.

 

Klik hier voor meer foto’s van natuurhistorische en wetenschappelijke musea.

Klik hier voor meer foto's van het Rijksmuseum Boerhaave in leiden.

Klik hier voor het bericht over Auzouxs gorilla.

 

Lees ook: Natuurhistorische musea en oude collecties, Het Musée Flaubert et d'Histoire de la Médecine in Rouen, Olaus Worms Wunderkammer en Rosamond Purcell en Anatomische modellen.