Deze kleine wespen beginnen behoorlijk zeldzaam te worden, ze leven op open zanderige grond, zoals kaal heidegebied en zandverstuivingen, waar ze in de losse grond hun broedgangen graven. Lokaal kunnen ze, zeker bij warm, weer echter nog in grote getallen voorkomen.
 6-2008 0512_290.jpg?cached=1755704366)
De vrouwtjes van deze wesp vangen uitsluitend spinnen, bij voorkeur wolfspinnen. Vooraf graven ze een gangetje in het zand met daar onderin een nestkamer. Een gevangen spin wordt met een steek verlamd en naar het hol gedragen waar ze deze achterwaarts naar binnen trekt. In het holletje legt ze één eitje in het lichaam van de verlamde spin. Als het eitje is uitgekomen zal de made de spin van binnenuit opeten voor ze zich verpopt. In het komende voorjaar kruipt de dan volwassen wesp uit het holletje omhoog en begint de cyclus opnieuw.
 6-2008 0488_290.jpg?cached=1755704381)
Veel van dit soort sluipwespen, zoals de Grote rupsendoder en de Ruige aardrupsendoder, hebben last van kleptoparasitisme, waarbij een andere soortgenoot de prooi van hen steelt. De grijze spinnendoder heeft echter vooral last van een andere soort sluipwesp, namelijk de Gele sluipspinnendoder (Ceropales maculata). Deze wespen vangen zelf geen spinnen maar leiden spinnendoders af als deze hun prooi hebben gevangen en leggen dan ongemerkt een eigen eitje in de boeklong van de gevangen spin. Dit eitje komt eerder uit dan dat van de Grijze spinnendoder en eet nog voor het zich aan de spin gaat voeden eerst zijn concurrent op.
Deze Grijze spinnendoder is op het Leersumse Veld op de Utrechtse Heuvelrug gefotografeerd.
Lees ook: Grote rupsendoder en kleptoparasitisme (Ammophila sabulosa) en Ruige aardrupsendoder steekt zijn kop in het zand (Podalonia hirsuta).
Geen reacties
Reageer: