Deze relatief grote graafwesp jaagt actief op rupsen, specifiek op de grote haarloze rupsen van de nachtelijke uilvlinders. Deze haarloze rupsen verbergen zich overdag vaak onder de grond en moeten dus eerst door de wesp worden opgegraven. Ze verlammen hun prooi met meerdere steken, waarna ze zichzelf vaak eerst nog even goed schoonmaken voor ze hun prooi naar een geschikte nestplaats vervoeren. Daar graven ze in de zandige bodem een schuine gang van 6 tot 7 centimeter diep, waarbij ze ervoor zorgen dat het uitgegraven zand geen opvallend hoopje vormt en goed in de omgeving van het gat wordt verspreid. Tijdens het graven wordt de rups vaak even in de schaduw van wat begroeiing apart gelegd. Hierdoor kan hij niet uitdrogen en is er ook minder kans dat hij tijdens het graven wordt gestolen, want diefstal is een serieus probleem voor deze graafwespen. In de gang wordt één verlamde rups verstopt, waarop de wesp haar eitje legt. Deze gang wordt daarna met zand en afval opgevuld en afgesloten, de wesp vibreert daarbij stevig met haar vleugels om ervoor te zorgen dat dit zand goed wordt aangestampt. Na 4 tot 5 dagen komt het ei uit en voedt zich met de verlamde rups. De larve is binnen 1,5 week volgroeid en verpopt zich in het hol.
 8-2008 2292_290.jpg?cached=1752913228)
De volwassen wespen brengen de nacht door in een holletje in de grond en worden pas actief als de zon de bodem opwarmt. Ze nestelen in zandige duinhellingen of langs paden. Er zijn veel gevallen bekend waarbij een vrouwelijke Ruige aardrupsendoder het nest van een ander wijfje opent en leegrooft.
Deze Ruige aardrupsendoder is gefotografeerd in de duinen bij Castricum, daar lag ze regelmatig met uitgespreide poten plat op het warme zand, waarbij ze haar kop zelfs half in het zand stak. Ik heb nergens kunnen achterhalen waar dit gedrag toe dient. Het kan zijn dat ze zich zo het snelst opwarmt aan het door de zon verwarmde zand, maar het zou ook kunnen dat ze op deze manier het beste trillingen in het zand kan waarnemen en op die manier begraven rupsen probeert te lokaliseren. Terwijl ik haar fotografeerde, bewoog ze even haar kop omhoog, maar toen ik langere tijd niet bewoog, stak ze haar kop daarna weer terug in het zand.
De wetenschappelijke naam van de Ruige aardrupsendoder, Podalonia hirsuta, komt van het Griekse pous, voor voet en alon voor open ruimte en het Latijnse hirsuta voor behaard.
Lees ook: Ephialtes manifestator, Bladluismummie van Discritulus planiceps, Appelglasvlinder (Synanthedon myopaeformis) en Kleine knotswesp (Sapygina decemguttata).
Geen reacties
Reageer: