Schaalmodellen
zijn
altijd
al
onontbeerlijk
geweest
voor
de
ontwikkeling
van
de
wetenschap.
Sommige
dingen
zijn
te
klein,
complex
of
kwetsbaar
om
in
het
echt
te
bestuderen,
een
vergroot
schaalmodel
maakt
het
dan
mogelijk
om
opgedane
waarnemingen
en
kennis
te
visualiseren
en
over
te
dragen.
Of
het
nu
gaat
om
modellen
van
diatomeeën,
wiskundige
vormen,
anatomie
of
insecten,
al
eeuwenlang
worden
hier
schaalmodellen
van
gemaakt
en
sommige
daarvan
overstijgen
ver
het
niveau
van
natuureducatie.



Eeuwenlang
waren
was,
hout
en
gips
de
meest
gebruikte
materialen
om
deze
modellen
te
fabriceren.
Gips
en
hout
waren
echter
minder
geschikt
voor
levensechte
anatomische
modellen
en
was,
was
duur.
Aangezien
er
in
het
begin
van
de
negentiende
eeuw
voor
artsen
onvoldoende
middelen
waren
om
de
menselijke
anatomie
te
bestuderen
en
lijken
zeer
beperkt
houd-
en
bruikbaar
waren,
koos
men
toch
vaak
voor
wassen
modellen,
zoals
die
van
Sussini.
Deze
waren
echter
zeer
kostbaar.
Dr.
Auzoux
sprong
toen
in
het
gat
in
de
markt
en
begon
anatomische
modellen
uit
papier-maché
te
maken.
Hij
was
weliswaar
niet
de
eerste
die
dit
deed,
maar
hij
wist
deze
techniek
wel
te
perfectioneren.
De
kwaliteit
van
zijn
modellen
was
zo
goed
dat
de
vraag
al
snel
om
een
fabrieksmatige
productie
vroeg
en
lange
tijd
zetten
zijn
modellen
de
standaard.

Louis
Auzoux
koos
destijds
voor
papier-maché
omdat
hij
dit
materiaal
kosteneffectief
op
grote
schaal
kon
gebruiken
om
in
relatief
korte
tijd
meerdere
exemplaren
van
hetzelfde
ontwerp
te
fabriceren.
Auzoux
(1799-1880)
begon
in
de
jaren
20
van
de
19e
eeuw
met
menselijke
anatomie,
maar
richtte
zich
later
ook
op
dieren,
planten
en
insecten.
Hij
stierf
in
1880
maar
liet
een
enorme
erfenis
aan
modellen
en
technieken
na.
In
de
decennia
daarna
ontwikkelde
de
wetenschap
en
de
technieken
zich
verder
en
kwamen
er
steeds
meer
nieuwe
materialen
tot
beschikking,
zoals
kunststoffen
en
plastics,
toch
koos
ruim
een
halve
eeuw
later
een
medewerker
in
het
Museum
für
Naturkunde
in
Berlijn
ervoor
om
opnieuw
papier-maché
te
gebruiken
voor
zijn
eigen
schaalmodellen
van
insecten.
Alfred Keller (1902-1955) was in tegenstelling tot Auzoux niet geïnteresseerd in het commercieel uitbaten van zijn ontwerpen, hij wilde slechts de best mogelijke schaalmodellen maken. Unieke stukken die uitblonken in hun natuurgetrouwheid en aandacht voor detail. Hij begon met boetseerklei, waarvan hij een gipsen mal maakte die hij met papier-maché vulde. Daar stopte hij echter niet, de kleinere details werden met was ingegoten en structuren zoals vleugels en borstels maakte hij uit cellulose en galaliet. Alles werd daarna op kleur gebracht door de modellen met verf te bespuiten en bij te schilderen. Voor de metaalachtige reflecties gebruikte hij bladgoud. Deze werkwijze kostte hem vaak een heel jaar voor slechts één model, allesbehalve een kosteneffectieve manier van werken. Elk model is echter een meesterwerk, een uniek exemplaar waarbij geen enkele moeite werd bespaard in de zoektocht naar perfectie. Zo heeft zijn model van de huisvlieg alleen al 2.653 los aangebrachte borstelharen. Tussen 1930 en 1944 maakte hij op deze manier meerdere modellen voor het museum, die nu symbool staan voor het summum van wat men met het maken van schaalmodellen kan bereiken.
Klik hier voor meer foto’s van Kellers fantastische modellen in het Museum für Naturkunde in Berlijn.
Lees ook: Clemente Michelangelo Sussini, Gaetano Zumbo’s wassen hoofd, Anatomische modellen, Musée de l'écorché d'anatomie in Le Neubourg en De gorilla van Auzoux in Leiden.
Geen reacties
Reageer: