Als sinds ons allereerste begin als soort proberen we grip te krijgen op onze leefomgeving, eerst vanuit pure overlevingsdrang, later ook vanuit nieuwsgierigheid. Ons onderzoek van de natuur is onlosmakelijk verweven met praktisch nut, cultuur en religie. De natuurhistorie beschrijft de lange weg van dit onderzoek. Ze toont hoe onze kennis en ons gebruik van de natuur door de eeuwen heen mee veranderde met onze cultuur en smaak.
Verzamelen en beschrijven ligt aan de basis van dit lange pad. Wat begint als het bewaren van een gladde steen of mooie schelp, groeit al snel uit tot een kleine verzameling. Langzamerhand ontstonden er zo collecties die steeds groter en belangrijker werden. Er werd zoveel mogelijk bij elkaar vergaard, deels om andere verzamelaars af te troeven, deels vanuit een onstilbare honger om de natuurlijke wereld te begrijpen en te domineren. Vanuit alle hoeken van de wereld werden er objecten verzameld en samengevoegd en met elke toename van zo’n collectie werd de noodzaak van systematiek en beschrijving groter. Collecties werden samengevoegd of wisselden van eigenaar, stukken werken geruild of verkocht. De beschrijvingen én de herkomst van de objecten werd zo een cruciaal onderdeel van elke collectie.
Elke verzameld object vertelt een eigen verhaal, niet alleen dat van de voortschrijdende kennis der wetenschap, maar ook van zijn plaats in die geschiedenis. Het verhaal van waar het is verzameld, door wie, waarom en wanneer en onder welke omstandigheden, welk belang men aan het object hechtte en welk nut het binnen de samenleving en wetenschap had. Elk natuurhistorisch object is een reliek binnen het lange verhaal van ons veranderende inzicht. Veel van deze oude objecten dienen nu echter nog steeds hun doel, collecties worden regelmatig herzien en herschreven. De geesteswetenschap gebruikt ze voor cultuuronderzoek en de natuurwetenschap als referentiemateriaal en om nieuwe theorieën en technieken op uit te testen of nieuw onderzoek op te plegen.
De vraag is welk verhaal de natuurhistorie ons moet vertellen, dat van de wetenschap of dat van de historie? In mijn optiek beperken veel natuurhistorische musea zich tot het uitdelen van (recente) kennis en leggen ze te weinig nadruk op hoe deze kennis tot stand is gekomen. Door slechts feiten uit te delen en alles terug te brengen tot hapklare en reproduceerbare kennis, ga je voorbij aan het veranderende karakter van deze kennis. Ik vind dat de nadruk niet alleen op de wetenschappelijke kant moet liggen, maar ook op de historische kant. Hoe is onze natuurhistorische kennis tot stand gekomen, binnen welke cultuur is ze ontstaan, welk belang hechtte men er toen aan en hoe is onze opvatting daarover door de jaren heen veranderd? Door de nadruk te leggen op het veranderende karakter hiervan toont men het ware nut van geschiedschrijving. We documenteren het verleden niet alleen om ons te laten leren van dat verleden, maar vooral ook om ons te tonen dat het heden niet statisch is maar kan en zal veranderen.
Lees ook: Natuurhistorische musea en oude collecties.
Klik hier voor berichten en foto’s van diverse natuurhistorische musea en collecties.
Geen reacties
Reageer: