fossiele schelpen 1-2025 1919Het is niet zo dat je aan de schelpen langs de vloedlijn kunt aflezen welke slakken er momenteel in de Noordzee leven. Vaak liggen er schelpen van slakken die al honderden, zo niet miljoenen jaren geleden zijn overleden. Losgewoeld door een storm of sterke stroming worden deze oude schelpen uit de bodem omhoog gezogen en uiteindelijk tussen de veel jongere exemplaren op het strand gedeponeerd. Deze oeroude schelpen zijn lang niet allemaal fossielen. Relatief jonge schelpen bestaan nog steeds uit dezelfde materialen als waaruit de slak ze had opgebouwd, namelijk calciet en aragoniet. Als deze schelpen enkele honderden jaren onder het zand hebben gelegen, kunnen ze verkleuren. Bij een zuurstofrijke zandbodem kleuren ze onder invloed van ijzeroxiden vaak bruin, bij een zuurstofarme bodem verkleuren ze door zwavelverbindingen vaak donkerblauw tot zwart. Het zijn dan echter nog steeds geen fossielen, hun originele samenstelling is ongewijzigd. Je kunt dit controleren door ze tegen het licht te houden, dergelijke oudere maar nog niet fossiele schelpen laten nog steeds een heel klein beetje licht door. Bij de echte fossiele schelpen is de samenstelling  veranderd, deze schelpen hebben tienduizenden tot miljoenen jaren onder het zand gelegen en al hun aragoniet is vervangen door calciet. Dit maakt ze niet alleen een stuk zwaarder maar zorgt er ook voor dat er helemaal geen licht meer door de schelp kan schijnen. Veel van deze fossiele schelpen zijn wit, ze zijn vaak herkenbaar aan hun dikkere schalen en komen van slakken zoals kokkels die tijdens het Pleistoceen leefden en onze kusten er heel anders uitzagen.

 

Lees ook: Een mozaïek-woning van zandkorrels (lagis koreni), Storm Ciara, Schelpje op een sokkeltje van zand, Zeeschuim (Ossa sepia), Raups Shell Coiling Model, Kleine slangster (Ophiura albida), Bruin schuim aan het strand en Terugtrekkend water.