Emoties als schaamte, schuld en schande staan vaak dicht bij elkaar. De omgang met en de diepte van dergelijke emoties zijn vaak cultuurbepaald. Ik denk dat we het verschil in de omgang met schuld en schande kunnen zien als één van de wezenlijke cultuurverschillen tussen het Oosten en het Westen.
In
het
Westen
hebben
we
een
schuldcultuur,
schuld
door
zonde,
overerfelijk
en
door
religie
aangewakkerd.
Als
iemand
heeft
gezondigd
of
iets
strafbaars
heeft
gedaan
wordt
hij
gestraft
en
daardoor
weer
gereinigd.
Wij
zijn
hierdoor
snel
in
het
toekennen
van
schuld.
We
kijken
zelfs
eerder
naar
de
schuldvraag
dan
naar
de
oplossing
en
leren
al
van
jongst
af
aan
om
schuld
door
te
schuiven.
Als
iemand
in
het
Westen
een
fout
maakt
is
zijn
eerste
reactie
vaak
om
te
doen
alsof
er
niets
aan
de
hand
is.
Fouten
maken
is
nu
eenmaal
niet
leuk,
behalve
als
een
ander
het
doet.
Onlangs hoorde ik een aantal mensen praten over een brandvlek op een kleedje. Dit ene kleedje was al door hun hele vriendenkring opgegeven aan de verzekering en ze waren trots op de manier waarop zij hiermee de boel wisten te belazeren. Zelfs iemand die regelmatig te hard rijdt, fout parkeert of eens iets mee neemt zonder te betalen durft daar vaak over te pochen. Deze mensen schamen zich duidelijk niet voor een fout. Liever discussiëren ze over de vraag of ze wel fout zaten. Zo vinden ze steeds weer nieuwe redenen waarom zij toch niet schuldig zouden zijn. Ze konden er niets aan doen, iedereen doet het, het is de schuld van een ander, hun omgeving of van hun opvoeding. Schuld zorgt hier duidelijk niet voor schaamte of schande. En als er dan toch gestraft wordt treft deze straf alleen de dader en niet zijn directe omgeving of familie.
In
het
Oosten
hebben
ze
een
schandecultuur.
Men
is
zich
zeer
bewust
van
zijn
plaats
binnen
de
samenleving
of
groep
en
de
waardigheid
of
eer
die
daar
mee
samenhangt.
Elke
aantasting
van
iemands
waardigheid
wordt
gezien
als
gezichtsverlies
en
leidt
tot
schande.
Zelfs
iets
simpels,
zoals
zeggen
dat
iemand
het
fout
heeft,
wordt
gezien
als
een
mogelijke
aantasting
van
diens
eer.
In
plaats
van
nee
zeggen
ze
dus
liever:
ja
maar.
Men
maakt
zich
zo
druk
om
eer
en
aanzien
dat
een
eenvoudige
begroeting
een
tandenknarsend
ritueel
wordt.
Als
vroeger
een
Japanner
iemand
niet
op
de
juiste
manier
aansprak,
kon
hij
hiervoor
zelfs
de
doodstraf
krijgen.
Hier
is
men
niet
bang
om
fouten
te
maken
of
zelfs
om
gestraft
te
worden,
men
is
bang
voor
het
gezichtsverlies
dat
men
lijdt
als
de
fout
uitkomt.
Gezichtsverlies
is
hier
een
grotere
straf
dan
een
boete
of
vrijheidsberoving.
Leven
in
deze
constante
evaluatie
door
anderen
laat
zijn
sporen
achter.
mDe
glimlach
bevriest
op
het
gezicht,
men
spreekt
niet
over
problemen
of
falen
en
zal
niet
snel
om
hulp
vragen.
Een ander verschil tussen schuld en schande is dat in het Westen de schuld alleen bij de daders ligt maar in het Oosten schande een hele groep raakt. Eén persoon kan schande over een grote groep mensen, zoals een familie of bedrijf, afroepen. De veroorzaker van de schande is dan niet alleen verantwoordelijk voor zijn eigen gezichtsverlies maar voor dat van de hele groep. Juist omdat schande door de groep wordt gedragen is deze voor de dader ondraaglijker dan straf. Nergens wordt het verschil tussen schuld en schande duidelijker dan bij zelfdoding door een "schuldige" of "schandige" dader. Als in het Westen een schuldige zich van zijn leven berooft zien wij dat als laf. Hij ontneemt de samenleving de kans om hem te straffen, zelfs als dat de doodstraf zou zijn. In het Oosten kan in sommige gevallen echter alleen een rituele zelfmoord de schande van iemand wegwassen, hier wordt dit niet als laf maar juist als eervol gezien.
Naarmate de wereld verder globaliseert zullen de verschillen tussen het Oosten en het Westen en daarmee de verschillen tussen de omgang met schuld en schande waarschijnlijk steeds kleiner worden.
Lees ook schaamte, schuld en schande
Geen reacties
Reageer: