Van alle bomen wordt de eik door de meeste insecten bezocht. Zelfs 90% van alle bekende galwespen worden op eiken aangetroffen. Deze galwespen zijn de veroorzakers van de vele vreemde uitgroeisels aan bladeren, stam en eikels (en dus niet van de bastknobbels).
De oorzaak van deze belangstelling voor de eik is niet zeker maar vermoed wordt dat het komt omdat eiken een buitengewoon harde samenstelling hebben en bladeren, takken en eikels daardoor minder snel vergaan dan van andere bomen. Het Andricus Quercuscalicis wespje is verantwoordelijk voor de bekende knoppergal, het harde en onregelmatige uitgroeisel dat soms op eikeltjes zit. De larve zelf leeft in het harde binnenste. Het vrouwtje legt een eitje in de eikel en als het eitje uitkomt, zwellen de weefsels rondom de larve op om ten slotte de knoppergal te vormen. Deze gal is keihard en vind je soms lang nadat het wespje is uitgevlogen nog op de grond. Het is dan een fraai onregelmatig gevormd stukje eik.
Weblog
Knoppergal
Friday, 30 July 2010
2 reacties
Anna Barel: op Thursday, 25 August 2011
deze Groene Vrouw wil graag weten of er van de Knoppergal ook inkt gemaakt kan worden en zo ja, hoe?
Vriendelijke Groet, Anna Barel
Peter Groenewegen: op Sunday, 28 August 2011
dat kan, maar meestal gebruikte men wel andere gallen zoals de knikkergal van het Andricus kollari-wespje. In principe zou je elke bron van looizuur kunnen gebruiken, dus ook de bladeren of de bast van een eik. De eikengallen bevatten echter het meeste looizuur dus werden die gebruikt en dan vaak nog niet eens alle gallen. Er werden er om die reden zelfs uit andere landen geïmporteerd. Ik vond je vraag zo leuk dat ik er een berichtje aan heb gewijd,
je vindt je antwoord hier: http://www.degroeneman.nl/news/gallusinkt
Reageer: