Van
het
midden
van
de
19e
eeuw
tot
aan
de
eerste
helft
van
de
20e
eeuw
zorgden
de
staalindustrie
en
de
kolenmijnen
ervoor
dat
Wallonië
één
van
de
welvarendste
streken
van
België
werd.
Vlamingen
immigreerden
massaal
naar
Luik
en
kwamen
er
te
werk
bij
oa.
de
steenkolenmijn
bij
Cheratte.
Deze
S.A.
Harbonnage
du
Hasard
is
nu
al
lang
gesloten,
de
leegstaande
gebouwen
herinneren
echter
nog
steeds
aan
de
tijd
waarin
er
hier
1500
man
uit
23
verschillende
landen
ruim
1000
ton
steenkool
per
dag
boven
de
grond
haalden.
De
mijnbouw
bij
Cheratte
is
op
26
december
1848
begonnen.
Men
groef
toen
de
eerste
van
twee
schachten
die
170
en
250
meter
diep
waren.
Er
bevond
zich
veel
steenkool
onder
de
grond
en
de
mijn
groeide
al
snel
uit
tot
één
van
de
meest
succesvolle
van
het
Luikbassin.
In
1877
sloeg
het
noodlot
echter
toe,
wegens
hevige
regenval
en
overstromingen
ontstond
er
een
waterdoorbraak
en
liepen
de
schachten
vol.
Een
groot
aantal
mijnwerkers
verdronk
en
als
gevolg
werd
alle
activiteit
in
de
mijn
stilgelegd.
Als
in
1905
de
concessie
toch
nog
van
eigenaar
verandert
en
in
handen
komt
van
de
Société
anonyme
des
Charbonnage
du
Hasard,
wordt
de
productie
in
1907
opnieuw
opgestart
en
graaft
men
een
derde
schacht.
Later
werd
daar
nog
een
vierde
schacht,
die
boven
op
de
heuvel
ligt,
bij
gegraven.
De
mijntoren
van
deze
beluchtingsschacht
genaamd
belle-Fleur
de
Hoignée,
werd
in
1927
geplaatst
en
heeft
nu
de
monumenten-status.
Dit
was
de
eerste
mijn
in
België
waar
men
elektriciteit
onder
de
grond
gebruikte
en
tevens
de
laatste
waar
men
(tot
1962)
met
paarden
onder
de
grond
werkte.
Uiteindelijk
nam
de
vraag
naar
kolen
sterk
af
en
ging
men
over
op
goedkopere
brandstoffen
zoals
aardolie
en
gas.
Op
31
oktober
1977,
100
jaar
na
het
voltrekken
van
de
ramp
van
Cheratte,
werd
de
mijn
gesloten.
Het
grote
hoofdgebouw
dat
tegen
de
heuvel
is
aangebouwd,
heeft
twee
vleugels
en
torent
uit
boven
schacht
1.
Bovenin
dit
dertig
meter
hoge
gebouw
bevonden
zich
twee
gelijkstroom
motoren
van
135
KW
die
voor
de
aandrijving
van
de
eerste
elektrisch
bediende
mijnschachtlift
in
België
zorgden.
Het
hoofdgebouw
is
in
de
Malakoff
bouwstijl
opgetrokken,
een
stijl
die
zijn
naam
dankt
aan
een
fort
in
het
Russische
Sebastipol.
Deze
fortachtige
torens
hebben
kantelen
en
zijn
buitengewoon
stevig
gebouwd.
Drie
meter
dikke
muren
zorgen
voor
de
stabiliteit
die
nodig
is
om
de
zware
motoren
en
katrollen
te
kunnen
dragen.
Naast
dit
hoofdgebouw
bevindt
zich
nog
een
lager
bijgebouw
dat
diende
als
lampenopslag
en
oplaadstation.
Het terrein wordt langzaam door de natuur overgenomen, overal dringen de wortels van struiken en bomen tussen het metselwerk en het beton door. Op de kantelen groeien berken en in de oude wasruimtes staan struiken en varens. Het is er stil, er komt nog maar weinig verkeer door Cheratte. De meeste van de oude mijnwerkershuisjes aan de overkant van de weg staan leeg en het enige geluid dat het stadje nu nog hoort komt van de nabijgelegen snelweg. Ondanks dat dit historische gebouw op de Belgische monumentenlijst staat, is er niet veel meer dan een bordje en een hek dat het tegen verder verval moet beschermen.
Klik hier voor meer foto's van Hasard cheratte.
Geen reacties
Reageer: