Grote zaagbekken vind je in Nederland vooral tijdens de winter op onze zoetwaterplassen, rivieren en bij binnenhavens. Het zijn langgerekte slanke eenden die qua lichaamsbouw wel wat van een fuut weghebben. Hun naam danken ze aan hun lange dunne snavel met getande randen. Hiermee hebben ze goed grip op hun prooi. Ze eten buiten vis, mossels, wormen, larven of kleine amfibieën ook wel kleine zoogdieren of vogels. Hun witte buik heeft vaak een zalmroze tint die door carotenoïde pigmenten uit hun voedsel wordt veroorzaakt.
De mannetjes zijn bleekroze met een zwarte rug en groene kop, de vrouwtjes hebben een grijze met bruine rug en een opvallende bruine kop met kuif.
 2-2021 6286_200.jpg)
![]()
![]()
![]()
![]()
Deze grote zaagbek zat in de dichtgevroren haven van Enkhuizen, daar deelde zij een klein wak met wilde eenden, kuifeenden, dodaars, futen en meerkoeten. Regelmatig nam ze een korte duik in het water en liet daarna de druppels over haar kop en rug lopen, ze leek geen enkele last van de koude te hebben. Wel had ze enige moeite om haar evenwicht te bewaren als ze het ijs weer opklom.
Lees ook: Meerkoeten op het ijs, Futen in de haven van Enkhuizen en Fuutfight.
Geen reacties
Reageer: