Afgelopen week was ik bij een begrafenis, niet van iemand uit mijn eigen kring, maar van iemand uit die van een collega. Zoals zo vaak werden er tijdens de dienst en tussen de sprekers door foto's uit het leven van de overledene op en scherm getoond. Foto's die van iedereen zouden kunnen zijn, foto's van een trouwerij, een verjaardag, een vakantie, foto's waarop mensen staan die van elkaar houden en hun leven delen. Voor iedereen in de zaal riepen die foto's emoties op, ook voor mij, want het is bijna onmogelijk om naar zulke foto's te kijken en je niet te realiseren dat we eigenlijk helemaal niet zoveel van elkaar verschillen als dat we vaak denken en dat ooit de tijd komt dat wij in zo'n setting waarschijnlijk ook een keer op zulke foto's zullen staan.
Wat me echter het meeste bijbleef was dat de begrafenisondernemer, die alles aan elkaar praatte en sprekers naar voren nodigde, expliciet niet naar die foto's keek. Hij zoog op zijn tandvlees en staarde onafgebroken naar buiten, zijn blik dwaalde niet een keer af naar het scherm. Iedereen heeft een aangeboren nieuwsgierigheid naar de levenswandel van anderen, ik had dan ook gedacht dat het vrijwel onmogelijk zou zijn om niet naar dergelijke foto's te kijken. Of deze desinteresse bij hem voortkwam uit een verzadiging van dat soort beelden of dat het juist een beschermingsmechanisme tegen ongewilde betrokkenheid was, weet ik niet, maar zijn uitdrukkingsloze blik naar buiten raakte me dieper dan de dienst zelf.
Lees ook: Cimitero monumentale di Staglieno in Genua, Dood en de afwas, Pit van verderf, Slopende ziekte en Mortsafe.
Geen reacties
Reageer: