koker goudkammetje (lagis koreni) 10-2024 1293Aan onze Noordzeestranden vind je bij de vloedlijn vaak massaal de kokertjes van het goudkammetje. Deze borstelworm maakt uit zandkorreltjes en kleine stukjes schelp een prachtig taps toelopend kokertje van zo'n 5cm lang, dat aan beide kanten open is. Ze graven zichzelf in de zandbodem in en voeden zich daar, met de kop naar beneden, met kleine diertjes zoals kreeftachtigen en nematoden. Ze zijn heel algemeen en komen soms met wel duizend exemplaren per vierkante meter in kilometerslange rif-vormige heuvels voor. Samen met koraal zijn het daarmee de belangrijkste bouworganismen van kustlijnen.

 

Hun kokertjes zijn precies 1 zandkorrel dik. Als je er met een vergrootglas naar kijkt, zie je dat deze korrels niet willekeurig zijn geplaatst, maar op vorm zijn uitgezocht zodat ze zo strak mogelijk tegen elkaar aanpassen. Deze minutieuze mozaïekjes worden door speciale klieren met een bio mineraal cement aan elkaar gelijmd. Dit cement bevat o.a.  mangaan, fosfor en calcium. Bijzonder genoeg droogt dit cement onder water en is het sterk genoeg om van een enkele laag zandkorrels een stabiele koker te vormen die ook nog eens tegen een behoorlijke druk bestand is. Toen ik het kokertje van het strand vond was het nog nat, maar wel sterk genoeg om opgepakt te worden en in een doosje mee naar huis te nemen. Toen ik het een aantal dagen nog eens oppakte, bleek de inmiddels droge koker een stuk kwetsbaarder dan de natte en brak hij.

 

Lees ook: Kleine slangster (Ophiura albida), Wulk (Buccinum undatum), Zeeschuim (Ossa sepia) en Boorspons (Cliona celata)