Weblog

Tijdsperceptie

Wednesday, 18 May 2011

Mensen kunnen tijd niet direct waarnemen, het is niet iets wat je kunt zien, horen, voelen of ruiken. We meten tijd af aan verandering. We plaatsen gebeurtenissen in een temporale context. Het één komt na het ander. Iets duurt kort of lang. Menselijke tijdsperceptie is altijd subjectief, wij hebben geen gekalibreerd orgaan waar we het verlopen van tijd mee kunnen meten. We weten zelfs nog steeds niet goed waar en hoe onze perceptie van tijd ontstaat.

 

Nu is algemeen bekend dat de subjectieve tijdsperceptie van oudere mensen duidelijk verschilt van die van jongeren. Voor ouderen lijkt de tijd steeds sneller te gaan. Dit wordt vaak toegeschreven aan hun biologische klok. Naarmate deze bij ouderen steeds langzamer gaat draaien lijkt de tijd sneller te gaan. Het is volgens mij echter vooral een zaak van geheugen en gebeurtenissen. Naarmate er meer gebeurtenissen tussen een bepaalde tijdsspanne liggen lijkt de tijdsspanne langer te duren. Dit fenomeen kom je vaak tijdens vakanties tegen. Een nieuwe stad, een nieuwe bakker, een vreemd terrasje en een halve dag in je vakantie voelt het alsof je al dagen weg bent. Het is onmiskenbaar dat jongeren een drukker leven hebben dan de meeste ouderen. Zij ervaren meer (nieuwe) gebeurtenissen dan ouderen, de tijd lijkt voor hen dus ook langzamer te verlopen. Daarbij komt nog dat een jaar voor iemand die er tien heeft geleefd een langere periode in verhouding tot zijn bestaanstijd is dan een jaar voor een tachtig jarige. Ook dit zal er voor zorgen dat een tijdsspanne in relatie tot het leven van een oudere korter lijkt. Als laatste heeft tijdsperceptie natuurlijk te maken met ons geheugen. Het geheugen van oudere mensen wordt steeds slechter en de consequentie is dat zij nieuwe gebeurtenissen steeds moeilijker opslaan. Oudere gebeurtenissen die zijn opgeslagen toen hun geheugen nog goed was worden hierdoor vaak makkelijker opgeroepen. Dit zorgt ervoor dat een oudere een gebeurtenis uit diens jeugd soms levendiger kan herbeleven dan een gebeurtenis die slechts een dag eerder is voorgevallen. Oudere gebeurtenissen lijken hierdoor dichterbij te staan en de tijdsspanne ertussen lijkt dus navenant korter.

 

Mijn Oma kon tegen het einde van haar leven zeer geanimeerd praten over haar jeugd. Toen op een avond mijn beide overgrootmoeders bij elkaar kwamen wisten ze zich gebeurtenissen en liedjes te herinneren van ver terug uit hun jeugd. Geen van hen wist echter nog wie er de dag daarvoor bij hun op visite was geweest.

 

lees ook travels with my aunt

Cavia

Monday, 16 May 2011

cavia (cavia porcellus) 3520Sommige van mijn kennissen hebben cavia’s. Ik heb onlangs een weekje voor zo’n beestje mogen zorgen. Ze doen echter niet veel. Ze knagen soms wat aan een stronk andijvie en verwerken deze dan tot veel meer keutels dan de andijvie alleen zou kunnen verklaren. Ze bewegen niet, maken amper geluid en reageren nagenoeg niet op mensen. Ik heb ze regelmatig op ademhaling gecontroleerd, het zal je tenslotte gebeuren dat zo’n huisdiertje net dood gaat als jij er voor zorgt. Maar ze zitten zo onder het haar dat ik geen hartslag, ademhaling of enig uiterlijk teken van leven kon ontdekken. Wat dat betreft is het goed dat ze non-stop keutelen dan weet je tenminste dat ze nog leven. Als je hun haarmatje (aan de voorkant, dus de kant die niet keutelt) enigszins opzij veegt kom je twee glanzend zwarte oogjes tegen. Deze bewegen en knipperen niet. Het zijn kleine zwarte kraaltjes zonder oogwit, ze kijken ermee naar een niet nader te bepalen hoek in de kamer. Al met al spreekt er meer intelligentie en leven uit de plastic oogjes van mijn zoons knuffelbeer dan uit die van een cavia. Samenvattend kun je stellen dat cavia’s alleen maar kunnen keutelen. Alsof ze zichzelf bewust zijn van hun eigen nutteloosheid draaien ze zich af en toe eens om en eten ze hun eigen keuteltjes weer op. Dit is dan ook de enige verklaring die ik heb kunnen vinden voor het fenomeen dat cavia’s blijkbaar uit het niets meer keutels kunnen produceren dan alleen met de inname van hun voedsel valt te verklaren.

 

Je zou je dus kunnen afvragen waarom cavia’s überhaupt ooit gedomesticeerd zijn. Dit is lang geleden door de Inca’s gedaan. Ook nu nog worden cavia’s in landen als Peru gehouden. Hier leven ze in een gat in de vloer waar ze de restjes van hun baasjes te eten krijgen. Als de cavia dan enigszins is gemest wordt hij gekeeld en bereikt hij zijn uiteindelijke nut. Als maaltijd. Ze schijnen naar varken te smaken. Vandaar waarschijnlijk ook hun naam, Guinees biggetje.

Droomvliegen

Monday, 16 May 2011

Wetenschappers hebben ontdekt dat het vliegvermogen van insecten is ontstaan vanuit zwembewegingen. Insecten kunnen vliegen omdat zij “zwembewegingen” in de lucht maken. Toen ik dat las trok er een golf van herkenning door mijn borst en benen, ik had het altijd al geweten. Geweten en niet gedacht!

Als kind had ik nog het vermogen om te dromen dat ik kon vliegen, iets wat ik op latere leeftijd helaas ben verleerd. Naarmate ik ouder werd kwamen deze dromen steeds minder tot ze op een gegeven moment zo schaars werden dat ik dit droomvermogen volkomen ben vergeten.

 

Ik begon altijd met een klein sprongetje in de lucht, deze eerste afzet was belangrijk. Als de afzet niet krachtig genoeg was kwam ik niet hoog genoeg om van de grond los te komen. Als ik het te snel deed had ik geen tijd meer om mijn benen te spreiden voor de eerste beenslag. Die eerste paar beenslagen (rondje, kontje, boem) zorgen voor de belangrijkste stijging. Het was watertrappelen van Olympische proporties. Dit koste enorm veel kracht en concentratie maar als ik eenmaal op een bepaalde hoogte kwam kon ik een beetje naar voren leunen en overgaan op schoolslag. Hierbij verloor ik soms weer hoogte en dan moest ik weer even watertrappelen om niet neer te storten. Meestal vertrok ik vanaf de galerij op de vierde verdieping, voor mijn slaapkamer. Omdat ik alleen kon vliegen als ik sliep was het altijd donker als ik vloog. Maar dat vond ik niet erg. Het zag er nog niet helemaal soepel uit en ik wilde niet dan men mij zou uitlachen. Als de wind goed stond vloog ik over de sloot heen naar het parkje achter onze flat. Daar kon ik dan over de donkere bomen heen naar de andere flats toe vliegen. Soms ging het zo goed dat ik zelfs langs de verlichte woonkamerramen van deze 14 verdiepingen hoge flats kon vliegen. Als ik geluk had kon ik dan ongezien naar binnen kijken. Maar het was hard werken en ik hield het nooit lang vol, na enkele minuten moest ik alweer terug anders had ik niet meer genoeg energie over om op mijn galerij te kunnen landen. Als dat niet lukte moest ik namelijk met de trap omhoog en beneden bij de ingang stonden altijd vervelende jongens met brommers die me pestten. Als het even kon ging ik dus liever niet alleen met de trap. De volgende ochtend was ik bekaf en meestal ook behoorlijk bezweet, van de inspanning natuurlijk.

Vliegen kost veel energie.

Dode duinhagedissen

Sunday, 15 May 2011

dode duinhagedis castricum 05-2011 3146In het Noord-Hollandse Duinreservaat kwam ik een flink aantal dode duinhagedissen tegen. Allemaal waren ze zichtbaar verwond, vermoedelijk door een vogel. Normaal zijn ze groen gekleurd met een bruine rugstreep. Sommige van deze hagedissen hadden een duidelijke blauwe kleur. Vaak werd er gedacht dat dit een aparte kleurenvariëteit is. Hagedissen kunnen als ze dood zijn echter blauw verkleuren. Dit gebeurt meestal onder invloed van zonlicht.

Schelpjes

Saturday, 14 May 2011

schelpen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

klik hier voor meer schelpjes

Horizon

Sunday, 8 May 2011

Aan zee ligt de horizon altijd hoger dan je hem verwacht. Alsof de zee vanaf de scheidslijn tussen water en zand niet vlak ligt, maar schuin omhoog kantelt naar de hemel.

Stippelmotten

Sunday, 8 May 2011

In de duinen van het Noord Hollands Duinreservaat kom je nu erg veel spinsels van Stippelmotten tegen. Soms zie je hele struiken of duinzijden die zijn bedekt onder hun grijszilver web. De rupsen van deze Spinsel- of Stippelmotten (Yponometidae) eten onder een sterke zijden tent alle bladeren van de struik voor ze zich verpoppen. Dit web is buitengewoon taai en beschermd ze tegen roofdieren zoals vogels.

 

Stippel- of Spinselmot is een verzamelnaam voor een grote familie van sterk op elkaar lijkende kleine vlinders. In de duinen leven er veel op de kardinaalsmuts of vogelkers maar er zijn er ook die meidoorn, sleedoorn, appel of peer als voedselbron gebruiken. Deze rupsen vreten in het voorjaar een dergelijke struik helemaal kaal. Sommige van deze vlindersoorten verpoppen zich onder de grond. Anderen kruipen bij elkaar op de voedselplant en spinnen zich daar in. De rupsen die niet genoeg voedselreserve hebben om zich te kunnen verpoppen gebruiken hun laatste energie om dit spinsel met hun zijde extra te verstevigen en vergaan daarna op de grond.

 

Omdat deze vlinders slechts één generatie per jaar kennen komen de waardplanten er later in het seizoen meestal weer bovenop. Dit nieuwe blad dat in de zomer ontstaat noemt men Sint Jansschot of Sint Janslot.

spinselmotten castricum 05-2011 3002stippelmotten castricum 05-2011 3233spinselmotten castricum 05-2011 3237spinselmot castricum 05-2011 3014

Quasimodo

Sunday, 1 May 2011

quasimodoHet is vandaag quasimodo, de eerste zondag na Pasen. De tragische klokkenluider uit het prachtige boek van Victor Hugo kreeg deze naam van zijn pleegvader. De geestelijke Claude Frollo die hem op deze dag als vondeling op de trappen van de Notre Dame vond. Quasimodo was misvormd en de mensen in Parijs zagen hem daarom als een monster. Hij wordt verliefd op Esmeralde en ondanks dat hij haar redt als zij van moord wordt beschuldigd kan ze zijn uiterlijk maar moeilijk accepteren. In de vele filmversies geeft zij hem vaak een zoen, het boek is echter wat minder vergevend. Esmeralda blijft bang voor Quasimodo en is niet in staat om door zijn uiterlijk heen te kijken.

 

De benaming quasimodo gaat terug op de Bijbelspreuk waarin men wordt aangespoord om als pasgeboren kinderen te hunkeren naar het woord Gods: “quasimodo geniti infantes” (1 Petrus2:2). Het Latijnse quasimodo betekent “ongeveer”. Frollo vond de vondeling “un à peu près”, een ongeveertje.

Koninklijke Lederfabrieken Oisterwijk

Saturday, 30 April 2011

koninklijke lederfabrieken oisterwijk 04-2011 6194Een wat oudere en overbekende Urbex-locatie waar wij de eerste keer zijn weggestuurd en de tweede keer niet inkwamen. Het geheel heeft meer weg van een strafinrichting dan van een fabriek. Zeker nu er overal dubbele rijen hekken omheen staan. We hebben slechts de helft van één gebouw kunnen verkennen dus de foto’s geven geen compleet beeld van de locatie.

 

klik hier voor foto’s van de Koninklijke Lederfabrieken Oisterwijk

Kiezels

Saturday, 30 April 2011

Mijn hele leven raap ik al steentjes op. Ik stop ze meestal in mijn jaszak. Hier pak ik ze regelmatig vast, met mijn hand nog in mijn zak laat ik ze dan tussen mijn vingers rollen. Sommige draag ik maanden bij me voor ik ze vervang door een nieuwe. Al die tijd kan ik ze niet zien, alleen voelen. Maar als ik een nieuw steentje vind en de oude vervang haal ik hem uit mijn zak en zie hem dan weer als voor het eerst. Dat is altijd een bijzonder moment. Als je kunt zien wat je al zolang hebt gevoeld. Je ogen bevestigen wat je hand al wist, kiezels zijn prachtig.

kiezel 9713kiezel 9702-kiezel 9692kiezel 9697

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

lees ook heksenstenen