Weblog

Een vol leven

Monday, 2 November 2015

Naarmate mensen ouder worden kijken ze vaker terug op hun leven. Ze vragen zich dan af of ze wel voldoende hebben bereikt, of ze wel genoeg hebben geleefd. Alsof een leven pas compleet is, als het vol is. Vol met ervaringen en gebeurtenissen. Het is echter mijn ervaring dat ik mezelf het meeste op mijn plek voel als ik even stilsta, door een raam naar buiten kijk, of dagdroom. Op dat soort momenten heb ik het meeste het gevoel dat ik in dit leven sta. En hoewel ik het heerlijk vind om bergen te beklimmen, prestaties te leveren en mezelf continu uit te dagen, zou ik hier alleen weinig voldoening uit halen. Zonder de rust om dergelijke ervaringen te verteren worden ze slechts gebeurtenissen. En het laatste dat ik wil is dat het leven een gebeurtenis wordt, iets dat me overkomt. Daarom zet ik er af en toe expres de rem op. Dwing ik mezelf om stil te staan. Probeer ik om van alles een belevenis te maken. Het zit hem tenslotte niet alleen in wat je doet, maar vooral ook in hoe je dat ervaart.

 

Lees ook: De volle wereld.

Kleine stinkzwam (Mutinus caninus)

Sunday, 1 November 2015

Kleine stinkzwam (Mutinus caninus) 9-2015 4040Kleine stinkzwam (Mutinus caninus) 9-2015 4042Deze zwam ontwikkelt zich net als zijn grotere broer, de Grote stinkzwam (Phallus impudicus) uit een heksenei. De kleine stinkzwam is niet alleen veel kleiner (8 tot 12 cm) maar heeft ook een voorkeur voor vermolmde stronken. Hij dankt zijn Latijnse en tweede Nederlandse naam, Hondsphallus niet alleen aan de gelijkenis met een hondenpenis, maar ook aan het feit dat honden blijkbaar dol zijn op deze zwam en hem graag eten. De duivelseieren worden 2 tot 4 cm groot. Je vindt deze paddenstoelen vaak in groepjes bij elkaar. De Kleine stinkzwam behoort niet tot het Phallus-geslacht, deze kenmerkt zich door een geribde top, maar tot het Mutinus-geslacht waarvan het sporenkapje vast is aangegroeid en net als de steel een sponsachtige structuur heeft. De top van deze stinkzwammen is bedekt met een olijfgroene sporenmassa (gleba). Deze verspreidt een aasgeur waar veel vliegen op afkomen, die zorgen voor de verspreiding van de sporen. Het sporenkapje is oranje tot roze en vaak zichtbaar onder de gleba, hierdoor wordt hij soms wel eens verward met de veel zeldzamere Roze stinkzwam (Mutinus ravenellii). Deze heeft echter een duidelijk roze stam, terwijl die van de Kleine stinkzwam wit tot gelig is. Als je dichtbij komt ruikt hij naar kattenpoep. Zijn geur is echter minder penetrant dan die van de Grote stinkzwam, die je vaak alleen al op zijn geur kunt vinden.

 

Lees ook: Grote Stinkzwam (Phallus impudicus) en Onbeleefde lul.

Niet helemaal bij

Wednesday, 28 October 2015

Laatst was ik in een winkel waar een oude vrouw onwel werd. Ze was samen met haar man een magnetron aan het uitzoeken toen ze ineens steken in haar borst kreeg. Ze trok wit weg, begon te zweten en werd duizelig. Gelukkig was de verkoper waar ze mee in gesprek was alert. Hij wist haar tijdig op te vangen. De oude vrouw voelde zich zo beroerd dat men een ambulance belde. Deze was snel ter plaatse en controleerde als eerste het bewustzijnsniveau van de oude vrouw. Ze was niet helemaal bij en reageerde paniekerig. De broeders gingen snel aan het werk, al die tijd stonden er op respectvolle afstand mensen te kijken. Iedereen leefde mee, behalve haar man. Die was meer geïnteresseerd in een magnetron dan zijn vrouw. Terwijl zijn lijkbleke partner met haar vingers in de lucht klauwde, stelde hij aan een verbouwereerde verkoper vragen over wattages. Uiteindelijk besloten de broeders om de vrouw voor verder onderzoek mee naar het ziekenhuis te nemen. Samen met haar man, maar niet voordat hij eerst nog even om een foldertje van een magnetron had gevraagd.

Zelfgemaakt mes no. 3

Tuesday, 27 October 2015

zelfgemaakt mes no3 10-2015 4222-4226zelfgemaakt mes no3 10-2015 4228-4230Dit mesje is eigenlijk een proefwerkstuk voor een luxer mes dat ik uit damaststaal wil gaan maken.  Ik wilde van te voren weten of het ontwerp zou werken en of het goed in de hand ligt. Het mes is precies 20cm lang en 100 gram zwaar. Het draaipunt ligt in het midden, centraal tussen de vingergroeven. Om de balans en het gewicht goed te krijgen, is de tang uitgeboord en loopt hij naar achteren taps toe. Het lemmet en de bolsters zijn uit O2 staal gemaakt en de schalen zijn van zwart gestabiliseerd hout. Achter de bolsters en aan de zijkanten tussen de schalen, zijn stukjes giraffebot ingelegd. Daar had ik nog wat van over, van mijn vorige project. Op de foto kun je het verschil in kleur tussen het staal van de tang en de stukjes bot helaas niet zo goed zien. In het echt vallen de drie lichte vlakken van het bot ten opzichte van de donkere spacers en schalen echter goed op. Als ik het mes straks in damaststaal ga uitvoeren denk ik dat ik aan de zijkanten bij de overgangen  van bot naar staal ook nog spacers plaats, waarschijnlijk wordt het lijnenspel daar wat speelser door. Ook ben ik van plan om met messing bolsters en blauw gestabiliseerd giraffebot te werken. Hopelijk geeft dat een mooie kleuren- en structurencombinatie met het donkere damaststaal. Aan het ontwerp verander ik verder niets. Het mesje ligt bij mij perfect in de hand en heeft een heel prettig gewicht.

 

Lees ook: Tweede zelfgemaakte mes, Schede voor zelfgemaakte mes en Zelfgemaakt mes.

Stan de Tyrannosaurus

Saturday, 10 October 2015

stan oslo 8-2015 8394stan oslo 8-2015 8391Een aantal maanden geleden stond ik voor het eerst oog in oog met een Tyrannosaurus rex, althans met het skelet ervan en dan zelfs nog een replica. Maar dat maakte het niet minder indrukwekkend. In het Oslo Natuur Historische Museum staat een afgietsel van Stan, een van de beroemdste Tyrannosaurussen ooit. Je loopt het relatief kleine museum in en direct in de eerste zaal aan de linkerkant staat hij, in het halfduister onder een paar spotjes. Hij staat op de juiste manier met zijn massieve kop naar voren en zijn lange staart als balans recht naar achteren. En dus niet zoals je hem nog steeds vaak ziet afgebeeld, rechtop als een hondje dat een kunstje doen.

 

In 1987 vond Stan Sacrison in Hell Creek, South Dakota, een van de meest complete Tyrannosaurus skeletten ter wereld. Men vond 199 losse botten, zo’n 70% van alle botten uit het skelet. Het heeft jaren geduurd voor het gehele skelet was opgegraven en ca 30.000 uur om het te prepareren.  Dit skelet, vernoemd naar zijn vinder, is sindsdien ruim dertig maal als afgietsel gereproduceerd. Je komt het overal op de wereld in musea tegen en zou er voor 100.000 dollar zelf één kunnen kopen. Alle schedelbotten waren nog intact en zaten los. Hierdoor kon men zijn schedel tot in details bestuderen. In 2005 gebruikte de BBC een model van Stan zijn schedel om de bijtkracht van een Tyrannosaurus te bepalen. Men kwam uit op een ongelooflijke bijtkracht van 3000 kilo per vierkante centimeter. Ruim voldoende om een forse dinosaurus in één beet door midden te bijten.

 

stan oslo 8-2015 8397Veel van Stan zijn tanden lagen los in het gesteente. Omdat elke tand een specifieke vorm heeft kon men ze goed in de 58 holtes van zijn kaken terugplaatsen. Tyrannosaurussen vervingen hun tanden regelmatig, de lange wortel van een oude tand loste op en de kroon viel uit, waarna er weer een nieuwe tand op dezelfde plaats groeide. Stan zijn skelet droeg forse littekens. Meerdere van zijn ribben waren ooit gebroken en twee van zijn nekwervels waren na een gebroken nek aan elkaar vergroeid. In zijn kaak zaten enkele grote ronde gaten met gladde randen, die overeen komen met de beet van een Tyrannosaurus en achterop zijn kop, waar de machtige nekspieren zijn aangehecht, mist Stan zelfs een stuk van zijn schedel. Daar zit een gat dat overeenkomt met de vorm van een tand uit de onderkaak van een Tyrannosaurus. Stan heeft dus niet alleen een gevecht met een andere Tyrannosaurussen gevoerd, maar deze ondanks zijn gruwelijke verwondingen nog overleeft ook.

 

Dankzij Stan zijn schedelbotten weten we nu ook dat een Tyrannosaurus, net als een slang, de botten van zijn schedel kan bewegen om een nog grotere beet uit zijn prooi te nemen. Deze flexibele schedelbotten werkten ook als schokbrekers en zorgden ervoor dat er minder stress op zijn tanden stond als hij door de botten van een prooi beet. Aan slijtplekken op zijn tanden kon men zien dat de tanden van zijn onderkaak binnen die van zijn bovenkaak pasten en zijn kaken zich als een enorme schaar sloten.

 

Uiteindelijk is Stan natuurlijk toch gestorven, zijn lichaam viel op het zand van een oever, waar zijn rottende karkas door aaseters uit elkaar werd  getrokken en zijn vele botten werden verspreid. Zijn skelet werd door de wassende rivier overspoeld en zijn botten voor 65 miljoen jaar verborgen.

 

Lees ook: Tyrannosaurus rex: gevaarlijke jager of aaseter.

Rozemarijngoudhaantje (Chrysolina americana)

Friday, 9 October 2015

Rozemarijngoudhaantje (Chrysolina cerealis) 9-2015 3857Rozemarijngoudhaantje (Chrysolina cerealis) 9-2015 3870Deze kleine kevertjes (5 tot 8 mm) zitten bij mij in de tuin op de rozemarijn. Oorspronkelijk komen ze uit Zuid-Europa maar ze hebben zich als exoot in Nederland gevestigd. Over het algemeen is dit nog steeds een zeldzame soort. Blijkbaar hebben ze het bij mij echter goed naar hun zin, want ik vind ze tussen juni en oktober regelmatig tussen de blaadjes. Deze Rozemarijngoudhaantjes (Chrysolina americana) lijken sterk op de Gestreepte goudhaantjes (Chrysolina cerealis), deze houden echter meer van tijm dan rozemarijn. Je kunt het Rozemarijngoudhaantje van het Gestreepte goudhaantje onderscheiden dankzij de rijen diepe puntjes die over zijn blauwgroene strepen lopen. Beide soorten zijn heel glanzend en weerspiegelen vaak de kleuren van de omgeving. Ze vallen pas op als je ze op een egale ondergrond ziet. De mannetjes zijn iets kleiner dan de vrouwtjes en minder rond. Deze kevertjes kunnen niet vliegen en ze eten, als je ze niet regelmatig verwijdert, een struik in een mum van tijd kaal. Hun poten en antennes kunnen ze in elkaar vouwen en onder zich trekken, als ze gestoord worden houden ze zich dood en laten ze zich vallen. 

Opinel 8

Thursday, 8 October 2015

opinel 8 8-20153379opinel 8 8-2015 3381Dit is wellicht het best verkochte zakmes ooit. Opinel zakmessen zijn terecht wereldberoemd. Er worden jaarlijks 15 miljoen zakmessen verscheept en ze vinden hun weg naar de meest uiteenlopende gebruikers. Geen slechte prestatie voor een oud Frans familiebedrijfje. Opinel werd in Savoie in 1890 opgericht en veroverde daarna de markt met zijn betaalbare zakmessen. Een Opinel zakmes is onwaarschijnlijk goedkoop, de Opinel 8 kost amper twaalf euro. Daarnaast zijn ze nog degelijk en betrouwbaar ook. De constructie is simpel, een Opinelmes bestaat uit slechts 5 onderdelen. Het handvat is van berkenhout , heeft een prettig in de hand liggende vorm en wordt gekenmerkt door de vissenstaart aan het einde. Het lemmet was oorspronkelijk uit koolstofstaal maar tegenwoordig zijn deze messen ook met het roestvrijstalen Sandvik 12C27M te krijgen. Sinds 1955 hebben de grotere Opinel messen een Virobloc sluiting. Deze eenvoudige maar zeer effectieve sluiting zorgt ervoor dat je het lemmet in geopende stand kunt vergrendelen.

 

Dit soort messen zijn zo’n gemeengoed geworden dat men in Frankrijk elk klein zakmes met houten handvat een Opinel noemt. Opinel is emblematisch voor de Franse cultuur en in menig prestigieuze designcollectie opgenomen. In 1985 werd hij in Londen in het Victoria and Albert tentoongesteld als één van de 100 mooiste producten ter wereld, hij behoord tot de 999 Phaidon Design Classics en wordt in New York in het MOMA als een ontwerpers meesterwerk getoond.

 

Hoewel dit een simpel zakmesje is, werk ik er graag mee. Het eenvoudige koolstofstaal is heel scherp te slijpen, maar behoeft wel wat onderhoud. De sluiting is betrouwbaar en het mesje ligt niet alleen goed in de hand, het weegt ook vrijwel niets. Daarbij hoef je met dit mesje niet voorzichtig om te gaan. Omdat het vrijwel niets kost is het makkelijk te vervangen.

 

Lees ook: Fontenille Pataud Nature Classic.

Heksenboter (Fuligo septica)

Tuesday, 6 October 2015

Heksenboter (Fuligo septica) 9-2015 3946Deze “zwam” kom je niet in je paddenstoelengidsje tegen. Het is geen zwam maar een myxomyceet, een slijmzwam, een bewegende kolonie eencellige organismen. Deze slijmzwam beweegt zich op zoek naar voedsel langzaam over de grond, tussen dode bladeren en over boomstammen. Ze leven van bacteriën, organisch afval, protozoa en sporen die ze omvatten en middels een uitgescheiden enzym verteren.

 

Heksenboter (Fuligo septica) 10-2015 4134Slijmzwammen bestaan uit eencellige organismen, die zich tot één grote bewegende kolonie samenvoegen. Deze kolonie noemt men een plasmodium en verandert als er voldoende voedsel is opgenomen in een onbeweeglijke substantie, het aethalium. Ze zoeken hiervoor een open plek zoals een boomstronk. Het lichaam trekt zich samen, kleurt helder geel  en vormt de sporen waarmee de slijmzwam zich verspreidt. De slijmzwam kleurt uiteindelijk donker, verdort en laat zijn sporen vrij. Deze worden door de wind verspreid. Slijmzwam sporen kunnen jarenlang inert blijven, wachtend tot de condities goed zijn en ze kunnen ontkiemen. Heksenboter vormt het grootste aethalium van alle slijmzwammen en kan tot 30cm lang worden.

 

Je komt deze slijmzwam na periodes van hevige regenval, het meest tegen op berkenbast en molm. Deze levensvorm, plant, nog dier, de wetenschap is er nog steeds niet uit hoe ze moet worden geclassificeerd, heeft een ongekende tolerantie voor zware metalen. Fuligo septica kan concentraties zink opnemen die voor andere organismen dodelijk zijn.  Het gele pigment in Heksenboter, fuligorubine, is in staat om zink naar een inactieve vorm over te zetten. Ditzelfde fuligorubine stelt het organisme ook in staat om zonlicht te benutten voor zijn interne processen. Bij sommige mensen kan deze slijmzwam geïrriteerd neusslijmvlies en astma veroorzaken.

 

slime mold experimentDeze schijnbaar eenvoudige organismen zijn tot enkele verbluffende prestaties in staat. Testen met een vergelijkbare slijmzwam, Physarum polycephalum, een slijmzwam die zich makkelijk in laboratoria laat kweken, heeft bewezen dat ze in staat zijn om het zogenaamde kortste route probleem op te lossen. Als ze geconfronteerd worden met een doolhof waarbinnen zich meerdere voedselbronnen bevinden, vormen ze een netwerk met de kortst mogelijke verbindingen tussen deze punten. Een test uit 2010 door Atsushi Tero toonde aan dat deze slijmzwam, wanneer hij wordt geconfronteerd met verspreide voedselbronnen die zich tov elkaar verhouden als Tokyo en diens 36 omringende steden, zich op eenzelfde manier over deze voedselbronnen verspreidt als het huidige Tokyo treinnetwerk. Slijmzwammen zijn echter niet alleen goed in logistiek, ze kunnen ook het verstrijken van de tijd meten en voorspellen. Tijdens een test waarbij een slijmzwam regelmatig werd verwarmd en gekoeld, trok de slijmzwam zich op deze momenten terug en deed dit ook toen een interval werd overgeslagen. Al dit soort schijnbaar intelligent gedrag voeren ze uit zonder enige vorm van centraal zenuwstelsel.

 

the blobDat deze levensvorm ons enigszins buitenaards voorkomt, werd in 1973 in Dallas bewezen. Een inwoner vond daar in het gras een pulserende sponsachtige massa.  Lokale nieuwszenders berichtten direct over de ontdekking van een nieuwe levensvorm en velen moesten onwillekeurig denken aan de sci/fi klassieker, the Blob. Uiteindelijk bleek het echter om een buitengewoon grote (46 cm) plasmodiale slijmzwam te gaan.

 

Lees ook: Cordyceps en Schimmeldood.

Licht op de muur

Saturday, 3 October 2015

licht op de muur 9-2015 3731Eén van de grotere voordelen van mijn huidige woning is dat de woonkamer op het zuiden ligt. Er komt veel licht binnen en vaak zorgt dat voor prachtige muurtekeningen. Vooral in het najaar, als de zon laag staat.

Grote Stinkzwam (Phallus impudicus)

Thursday, 1 October 2015

grote stinkzwam (Phallus impudicus) 9-2015 4025heksenei grote stinkzwam (Phallus impudicus) 9-2015 4021Deze grote zwam ontwikkelt zich uit een zogenaamd duivels- of heksenei. Een grote lederachtig knol die naar anijs ruikt. Mits men de geleilaag verwijdert is een nog niet geopend duivelsei goed eetbaar. Ze smaakt naar radijs en kan rauw worden gegeten. De paddenstoel breekt met een eiertand op de sporenkap door de schaal en groeit in slechts enkel uren volledig uit. Grote stinkzwammen kunnen tot 30cm groot worden. Pas na het opengaan ontwikkelt zich de karakteristiek aasgeur.

 

grote stinkzwam (Phallus impudicus) 9-2015 4029De grote stinkzwam is de sterkst ruikende paddenstoel in Nederland. Zijn geur wordt veroorzaakt door het gleba, de olijfgroene sporenmassa op de sporenkap. Deze geur trekt al snel vliegen aan die zich te goed doen aan de slijmerige substantie. De sporen verlaten later onaangetast het lichaam van de vlieg en worden zo door hen verspreid. Als de sporenlaag helemaal is verwijderd, lijkt het sporenkapje enigszins op een morel. Grote stinkzwammen vind je tussen mei en november in loof- en naaldbossen vaak in groepjes bij elkaar.

 

Phallus Impudicus Ulisse AldrovandiDe Latijnse naam Phallus impudicus verwijst naar zijn gelijkenis met een erecte penis. Een vergelijking die hem eerder al de namen Saters paddenstoel, Priapus paddenstoel en Duivelspaddenstoel opleverde. Ulisse Aldrovandi (1522-1605) beschreef hem als Fungus priapus en beeldde hem suggestief af, groeiend uit twee rode duivelseieren met een fel rode sporenkap. Vroeger geloofde men zelfs een tijdje dat deze zwam zich ontwikkelde uit zaad dat tochtige herten op de grond lieten vallen. Hij is altijd al in verband gebracht met de duivel. Men dacht dat hij deze eieren zaaide om heksen te lokken. Opgewonden door de lijkgeur zouden zij zich door deze paddenstoelen laten bevruchten en duivelskinderen voortbrengen. De neiging van stinkzwammen om op de meest onverwachte plaatsen hun kop op te steken, versterkte dit idee dat de duivel er achter zat.

 

henrietta darwinEr gaan ook verhalen over dames die deze paddenstoelen in de buurt van meisjesinternaten uittrokken, zodat zijn suggestieve vorm de nog onschuldige meisjes niet op verkeerde gedachten kon brengen. Het bekendst is wellicht het verhaal van Henrietta Darwin, de dochter van de bekende wetenschapper. In haar autobiografie, getiteld Period Piece, schreef Gwen Raverat in 1952 over Henrietta als Aunt Etty. Zij zou een typisch Victoriaanse aversie tegen (of obsessie met, het is maar hoe je het ziet) erotiek hebben. Zo controleerde zij de teksten van haar vader en grootvader op onzedelijkheid en zou zij in jachtkledij en handschoenen, gewapend met een scherpe stok regelmatig het bos intrekken. Hier voerde zij een bizarre oorlog tegen stinkzwammen. Ze zocht ze op geur, wrikte ze los en nam ze in haar mandje mee naar huis. Daar zou zij ze achter gesloten deuren in de haard hebben verbrand. 

 

Lees ook: Onbeleefde lul.