Weblog

Heavy metal urbex

Tuesday, 2 October 2012

heavy metal urbex 9-2012 0503In 1823 vroeg Koning Willem aan de jonge industrieel John Cockerill om een staal industrie bij Luik op te bouwen. Daarmee is het staalconcern Cockerill ouder dan het koninkrijk België zelf. John Cockerill richtte bij Hermall sous Argenteau op een eiland in de Maas een hoogoven en staalwalserij op die bijdroeg aan de economische groei van België. De fabriek in Seraing was in 1850 de allergrootste ter wereld en zorgde er mede voor dat België na het verenigde Koninkrijk de tweede economische mogendheid van Europa werd. In de hoogtijdagen werkten er meer dan 18.000 man. Het grote bedrijf was echter niet bestand tegen de economische crisis van de 21e eeuw. In 1998 werd het bedrijf overgenomen door Usinor dat in 2001 Arcelor en in 2006 Arcelor Mittal werd. Toen in 2011 de staalproductie werd stilgelegd resulteerde dat in stakingen en felle protesten. Een aantal directieleden van Arcelot Mittel werd zelfs, als protest tegen de sluiting, door het personeel gegijzeld. Er kwamen ook veel klachten binnen over de onmenselijke werkomstandigheden binnen het bedrijf. Ongevallen werden verzwegen en de directie werd beschuldigd van het vervalsen van de ongevallenstatistieken. Tijdens de laatste dagen van het bedrijf hadden de werknemers geen stromend water meer voor de douches en de toiletten, zodat ze in plastic flessen moesten plassen. Onlangs gaf Arcelor Mittel aan geen hoogovenactiviteit in Luik meer te willen. Tevens werd de geplande investering van 138 miljoen Euro in de koude lijn teruggetrokken. Door het sluiten van de staalfabriek werden 10.000 gezinnen geraakt.

 

heavy metal urbex 9-2012 0392Als je het immense terrein oploopt kruis je eerst de spoorlijnen waarop de torpedowagens of rijdende mengers langzaam staan weg te roesten. Deze wagons vervoerden het vloeibare ruwijzer over de 22 kilometer lange ‘warme lijn’ tussen de hoogovens en de staalwalserij. Als je het gebouw inloopt gaat er meteen een luid alarm af dat tot ver in de ruimte doorklinkt. Alles staat nog onder stroom, zelfs de liften werken nog. Toch branden er slechts spaarzaam wat bouwlampen. Hoewel de monitors in de controleruimtes zijn uitgeschakeld gloeien de tellers van de meetschermen rood op vanonder hun plastic afdekzeilen. Via ontelbare trappen en loopbruggen dwaal je door het gebouw zonder ook maar één moment precies te weten waar je bent. De fabriek is te groot en te chaotisch om in één keer te kunnen overzien. Het enige dat naar menselijke maat is gebouwd zijn de trappen en de kantoortjes, al het andere is gigantisch. De smeltbekkens, gietbekers, doofdeksels en kranen torenen boven je uit. De vloeren zijn met een scherp zwart gruis bedekt dat en af en toe door helblauwe lichtstralen wordt uitgebleekt. Overal liggen hittebestendige pakken en staan flessen met urine. Je vindt bekers met koude koffie op de bureaus en er hangen notities op de bulletinborden. De fabriek is leeg en vervallen maar voelt nog niet verlaten. Als je er vroeg binnenkomt, is het op veel plaatsen te donker om te zien waar je loopt. Later als het lichter en warmer wordt begint de fabriek te kreunen, platen zetten uit en schieten knappend en knarsend opzij. Het is bijna onmogelijk om je een beeld te vormen van de enorme schaal waarop hier ijzer werd verwerkt.

 

Klik hier voor meer foto's van Heavy metal urbex.

Inbrekersrisico

Monday, 1 October 2012

Er wordt momenteel heel wat geschreven over de (al of niet onzinnige) uitspraak van Teeven over het ‘inbrekersrisico’. Vrijwel iedereen is het eens met het feit dat een inbreker wel een paar flinke klappen, of misschien zelfs erger verdient. Moeten ze tenslotte maar uit onze huizen blijven. Een staatssecretaris zou echter in staat moeten zijn om opmerkingen over incidentele situaties wat beter binnen de wettelijke context te plaatsen. Maar iedereen weet dat politici niet om hun intelligentie of bekwaamheid worden verkozen, dus we kunnen het Teeven moeilijk kwalijk nemen.

 

Waar iedereen echter vrij gemakkelijk overheen stapt, is de vanzelfsprekendheid dat een willekeurige burger tot geweld over zou kunnen gaan. De angst voor geweld is namelijk één van de belangrijkste redenen waarom criminaliteit zo succesvol is. Boeven dreigen met geweld omdat ze weten dat vrijwel niemand in staat is om die bedreiging het hoofd te bieden. Hoewel iedereen zegt een insluiper met een honkbalknuppel de hersens in te slaan zal slechts een klein percentage daarvan daadwerkelijk in staat zijn om een insluiper te confronteren. Mensen hebben sterke inhibities als het op geweld aan komt. Er is vaak een forse groepsdruk, alcohol en voorwerk nodig om iemand überhaupt tot een gewelddadige actie te kunnen verleiden. De meeste van ons bukken als we worden geslagen, slechts een klein percentage slaat daadwerkelijk terug. Dit neemt niet weg dat bijna iedereen denkt en zegt niet bang te zijn om van zich af te bijten. De werkelijkheid is echter anders. Hoe graag men ook een roofdier speelt, de meeste van ons zijn kuddedieren. Slechts tot een handeling te bewegen als de kudde ons aanvoert. Staan we alleen dan blijkt het ineens heel wat lastiger om tot actie te komen. Wat we nu met deze discussies over het ‘inbrekersrisico’ proberen te bereiken is het beeld dat wij kuddedieren ook individueel in staat zijn om een roofdier te verjagen, dat de inbrekers zich moeten gaan realiseren dat we terug kunnen en vooral mogen meppen. Het is echter nooit dit gebrek aan toestemming geweest dat ons weerhield om van ons af te bijten. Wat wij nu feitelijk doen, is terugblaffen.

Les Yeux Sans Visage (1960)

Sunday, 30 September 2012

les yeux sans visage 1960Deze griezelfilm uit 1960 heb ik enkele dagen geleden bekeken. Het is een intrigerende zwart-wit film zonder schrik-effecten, bijna als een documentaire. Het gaat over een geniale chirurg wiens dochter haar gezicht heeft verloren in een ongeluk. Hij probeert haar een gezicht terug te geven door dat van mooie jonge vrouwen, die zijn vrouwelijke assistente voor hem vangt, te transplanteren. De regisseur blijft gelukkig niet te lang stilstaan bij het politie onderzoek naar de verdwenen dames maar richt zich volledig op de arts, zijn dochter en zijn assistente. De transplantatie-scene, waarin ze het gezicht van één van de slachtoffers verwijderen, is anno 2012 nog steeds naar om naar te kijken. Maar wat me het meeste bijbleef, zijn de ijle beelden van de dochter met haar masker. Als een schim dwaalt ze met gekooide ogen door de kliniek met op de achtergrond het geluid van jankende honden. Het is een surrealistisch meesterwerkje dat je lang nadat je het hebt gezien nog bij blijft.

Kleine dingen

Friday, 28 September 2012

Er zijn zoveel kleine dingen die grote emoties oproepen. De reflectie in een raam, de geur van warme pannenkoeken. Sommige emoties blijven je langer bij en het gebeurt wel eens dat zoiets kleins er voor zorgt dat je de hele dag met een glimlach op je gezicht loopt. Elke ochtend als ik mijn zoontje naar zijn school brengt gebeurt er iets kleins, iets onbenulligs dat bij mij toch hevige emoties losmaakt. Elke ochtend stapt er wel een klein kind in de hondendrollen die een über-asociale hondenbezitter zijn huisdiertje steeds voor de poort van de school laat deponeren. Hier is geen sprake van onachtzaamheid maar van koude beredeneerde moedwil. Niemand weet wie de bezitter van dit vierpotige monster is, slechts dat hij onder bescherming van het donker elke dag zijn lievelingetje op dezelfde plaats uitlaat. Elke dag weer verlaat ik met een kille weerzin en woede het schoolplein van mijn zoontjes school. Met een grimas op mijn gezicht stel ik me voor wat ik dit onaangepaste sujet zou aandoen als ik hem op de plaats delict zou betrappen. Vooralsnog kan ik er alleen maar op hopen dat dit minderwaardig hoopje uitschot zo vol met frustraties en woede zit dat hij vanzelf een keertje door een aneurysma omkeilt.

 

Lees ook: Het gras aan de overkant en Vluchtgedrag.

Opus 206

Tuesday, 25 September 2012

opus 206 9-2012 0076Het naamplaatje van het orgel uit deze kerk ‘Opus 206’ waar de locatie zijn Urbex naam aan dankt is al lang door iemand als souvenir meegenomen, net als alles dat maar enigszins los of vast zat. Aan de buitenkant behoudt het kerkje zijn charme maar de binnenkant is volledig vernield, het pleisterwerk is van de pilaren, de glas in lood ramen zijn ingegooid en de vloer is opengebroken. Vanwege deze geopende en leeggehaalde graven staat deze locatie ook wel bekend als de ‘gravestone-church’.

 

opus 206 9-2012 0133Er staat al sinds 1211 een kerkje in dit kleine dorpje onder de rook van Charleroi. Het is door de eeuwen heen geplunderd, afgebrand en met subsidie van de Regio Wallonië opnieuw opgebouwd. In 1785 kreeg het zijn huidige vorm maar het heeft sindsdien de moderne tijd niet overleefd. Restauratie zou in de vele miljoenen euro’s lopen en men discussieert al jaren of het wel of niet een openbare bestemming moet krijgen. Aangezien het geld er niet is en het gebouwtje sinds 1992 op de Culturele erfgoedlijst staat, zal er voorlopig wel niets aan veranderen. Net als zoveel andere gebouwen in Wallonië is het tot een langzaam verval verdoemd. Van buiten ziet het er aardig uit maar van binnen is het leeg en verrot.

 

Klik hier voor meer foto's van Opus 206.

Ah weh eyu

Friday, 21 September 2012

ah-weh-eyu 1908Af en toe kom je een foto tegen die blijft ‘kleven’. Ik heb dat vaak met oude portretfoto’s.  Als een raam naar een andere wereld en tijd bieden ze me een blik op een leven dat ik nooit heb gekend. Deze foto van een jonge vrouw kwam ik op het web tegen. Ze heette Ah weh eyu en was een Seneca indiaanse uit de Noord Amerikaanse Westkust.

 

Normaal gesproken moet je bij dergelijke oude foto’s vrijwel alle informatie uit de foto zelf halen en je fantasie de gaten laten invullen. Maar tegenwoordig kun je bijna alles op internet vinden. Zo blijkt de jonge indiaanse in deze foto uit 1908 als Goldie Jamison Conklin in het geboorteregister te staan, haar indianennaam Ah weh eyu betekend mooie bloem. Goldie is op 30 november 1892 in Salamanca geboren en in 1974 gestorven. Ze behoorde tot de Seneca-indianen van de Huron-stam en woonde in het Allegany reservaat in Westelijk New-York. Ze heeft een tijdje als model voor de Cattaraugus Cutlery Company van Little Valley gewerkt en de meeste van haar foto’s, waaronder ook deze, zijn door Jesse Lynn Blessing gemaakt.

Gehackt

Thursday, 20 September 2012

Mijn site was een kleine week uit de lucht omdat iemand hem had gehackt. Hiervoor heb ik letterlijk duizenden provocerende foto’s en honderden negatieve berichtjes online moeten zetten, maar het heeft nut gehad, ik heb iemand op stang gejaagd. Mijn site is eindelijk opgenomen in het pantheon van sites die belangrijk genoeg zijn om gehackt te worden!

 

Ik kan me haast niet voorstellen dat dit de actie van slechts één verveeld ettertje is. Waarschijnlijk heb ik een hele groep van maatschappijkritische vigilantes tegen de haren in gestreken. Deze sociaal geëngageerde rebellen hebben ongetwijfeld lange diepgaande gesprekken gevoerd over de beste manier om mij aan te pakken. Plan na plan werd gemaakt en afgewezen. Bekend als zij zijn met de harde toon van mijn blog hebben ze er uiteindelijk toch maar vanaf gezien om geweld te gebruiken. De enige mogelijkheid die hen overbleef was het onklaar maken van mijn site. Ik stel me zo voor dat er een heel team van computerspecialisten tot in de diepe uurtjes bezig is geweest om mijn site offline te krijgen.

Zanddollar

Friday, 14 September 2012

encope grandis 9-2012 9976Zanddollars (Clypeasteroida) zijn sterk afgeplatte stekelhuidigen die nauw zijn verwant aan de zee-egel. Ze leven op de zeebodemen en hun gebleekte skeletjes spoelen vaak aan op het strand. Tijdens hun leven is dit skelet door een fluweelachtige huid met ontelbare haartjes en stekeltjes omgeven. Zanddollars zijn buitengewoon goed aan hun leefomgeving aangepast. Ze leven meestal dicht onder de kust waar de stroming en golfslag vaak het sterkst is. Omdat ze van de voedingsstoffen in de bovenste dunne laag zand van de zeebodem leven, is het voor hun van belang dat ze niet door de stroming worden weggevoerd. De sterk afgeplatte vorm van de zanddollar zorgt ervoor dat hij minder snel door de waterkrachten opgetild of versleept kan worden. Jonge exemplaren nemen daarnaast zoveel mogelijk korrels magnetiet uit het zand op om hun gewicht te vergroten. Je zou verwachten dat de afgeplatte vorm van de zanddollar er voor zorgt dat hij, net als bij een vliegtuigvleugel, door het stromende water boven hem wordt opgetild. Groeven aan zijn onderzijde zorgen er echter voor dat de opwaartse druk van het water en zand verspreid en afgevoerd kan worden. Bij sommige soorten hebben deze groeven zich tot grote inkepingen ontwikkeld.

 

De vele duizenden kleine stekels op zijn huid zijn beweeglijk en stellen hem in staat om zich over de zeebodem te bewegen, tevens zorgen ze ervoor dat hij niet nodeloos onder het zand wordt bedolven. Ze houden de drukverspreidingskanalen open en vervoeren het zand naar zijn mond. Dankzij deze stekels kan de zanddollar de zeebodem ook als een vloeistof laten stromen. Sommige dikke viscose stoffen zoals modder kunnen, door het te laten bewegen reageren als een vloeistof. De zanddollar gebruikt deze thixotrophische eigenschap van de zeebodem om zichzelf te begraven of te bewegen.

 

De schijnbaar bewegingsloze zanddollar maakt zo effectief gebruik van de hydrodynamische en thixotropische eigenschappen van zijn omgeving dat hij in woelig water moeiteloos op de bodem kan blijven liggen.

Herfsthangmatspin (Linyphia triangularis)

Wednesday, 12 September 2012

herfsthangmatspin (linyphia triangularis) 9-2012 9943De herfsthangmatspin (Linyphia triangularis) is één van onze meest algemene hangmatspinnen uit één van de soortenrijkste spinnensoorten (meer dan 230 verschillende soorten) in ons land. Hij behoort tot de Linyphiidae waaronder niet alleen de hangmat- of baldakijnspinnen maar ook de talrijke dwergspinnen behoren. De herfsthangmatspin is makkelijk van vergelijkbare soorten te herkennen aan de stemvork tekening op zijn prosoma.

 

herfsthangmatspin (linyphia triangularis) 9-2012 9941Hangmatspinnen weven een karakteristiek web, dat meestal laag in het struikgewas wordt opgehangen. Vliegende insecten raken de vele losse draden boven dit web en vallen dan naar beneden op de mat. De spin, die onder het hangmatje hangt, grijpt zijn prooi dan door het web heen.

Herfstspin (Meta segmentata)

Wednesday, 12 September 2012

herfstspin (meta segmentata) 9-2012 9799De herfstspin (Meta segmentata) is een forse (6-9mm) spin die wielwebben met een open naaf maakt. Deze webben worden meestal zo’n twee meter boven de grond opgehangen en zijn enigszins gekanteld. Dat heeft als voordeel dat de draden van dit web bij de vangst van een grote prooi minder snel kapot gaan. De spin laat zich met een gevangen prooi aan een veiligheidsdraad die hij aan de naaf heeft bevestigd, naar beneden zakken en klimt er daarna mee terug naar de naaf. Als het web loodrecht zou zijn geplaatst zou hij daarbij teveel draden kapot trekken.

 

herfstspin (meta segmentata) 9-2012 9803In de herfst zie je vaak meerdere mannetjes aan de rand van een vrouwelijk web wachten. Als er een prooi in het web komt haast zo’n mannetje zich om het in te spinnen en het aan het vrouwtje als een cadeau aan te bieden. Terwijl zij het cadeautje opeet paart hij met haar. Deze paring duurt enkele minuten en wordt buik aan buik uitgevoerd, beide partners kijken daarbij in dezelfde richting. De herfstspin is qua uiterlijk nagenoeg niet te onderscheiden van Meta mengei. Beide zijn erg variabel van kleur en enkel aan de hand van genitale verschillen van elkaar te onderscheiden.