Deze schuwe vogel is zo goed gecamoufleerd dat ik in eerste instantie niet eens doorhad dat hij er zat. Ik had een reiger in mijn zoeker, maar ondanks dat ik voorzichtig dichterbij sloop, schrok deze op en vloog weg. Terwijl ik met een zucht rechtop ging staan, zag ik aan een korte rukkende beweging tussen het riet dat er al die tijd, op nog geen dertig centimeter van die reiger, een roerdomp zat. Hij stond in paalhouding tussen het riet, of zoals men het vroeger noemde ror, of roer. Daar komt het eerste lid van zijn Nederlandse naam ook van, het tweede lid, domp komt van dompen, het laten horen van een dof geluid. De paarroep van een roerdomp wordt wel vergeleken met het geluid van een misthoorn en is soms op kilometers afstand nog te horen. Zijn wetenschappelijke naam, Botaurus stelleris, betekent: gesterde vogel die bulkt als een stier. De stervormige vlekken in zijn pluimage zorgen samen met zijn schutkleur dat hij tussen het riet nagenoeg onzichtbaar is. Nadat ik snel één foto had geschoten, vond hij dat ik toch te dichtbij was gekomen en vloog hij op stijve vleugels weg.
Weblog
Roerdomp (Botaurus stellaris)
Eenzame schoffelaar (Dama dama)
Dit mannetjes damhert (Dama dama) stond rustig in zijn eentje aan de kant van een vijvertje te grazen. Het was één van de grootste damherten die ik ooit heb gezien. Vanwege hun aparte gewei worden mannetjes damherten ook wel schoffelaars genoemd. Dit gewei onderscheidt zich van dat van echte herten doordat de uiteinden van de takken door platen als een soort schep met elkaar zijn verbonden.
Waterral (Rallus aquaticus)
Midden in de Amsterdamse waterleidingduinen ligt een kleine plas, die is omgeven met riet en wordt gevoed door een smal riviertje. Hierin leeft een paartje waterrallen. Hoewel je ze hier zelden zult zien, ze zijn erg schuw, kun je ze wel goed horen. Waterrallen (Rallus aquaticus) zijn heel vocaal en hun zang lijkt nog het meest op het grommen en kermen van een varken. Het zijn echte opportunisten en ze eten van alles; visjes, kikkers, zaden, wortels en als ze de kans krijgen ook kuikentjes of aas. Soms als je geluk hebt, komen ze even uit het riet tevoorschijn. Ze lopen dan schichtig en op hoge poten langs de waterkant te snaaien. Met hun lange spitse snavel zoeken ze tussen de modder en het kroos naar voedsel. Deze slanke vogels zijn vlug ter been zijn en schieten bij het minst geringste weg. Met hun platte lichaam passen ze goed tussen de lange rietstengels en hun bruin en grijs gestreepte verenkleed maakt ze daar nagenoeg onzichtbaar.
Lees ook: Een snip op straat (Scolopax rusticola).
Rode Vos (Vulpes vulpes crucigera)
Deze vos lag achter de duinen aan de overkant van een riviertje tussen het hoge gras te dutten. Het was koud en waaide flink, maar tussen de wolken brak toch regelmatig de zon door. Hij lag comfortabel in de luwte en liet zich opwarmen door de lage stralen van de zon. Hij had mij eerder in de gaten dan ik hem. Af en toe trok hij even een wenkbrauw op en keek hij me met toegeknepen ogen aan. Hij wist dat hij aan de overkant redelijk veilig lag, maar nam toch geen risico. Ik weet zeker dat hij als ik één voet in het water had gezet, hij razendsnel zou zijn weggeschoten.
Lees ook: levensgevaarlijke drol.
Levensgevaarlijke drol
Je zou het misschien niet verwachten, maar deze verse drol is levensgevaarlijk. Hij is van een vos en sommige vossen hebben last van lintwormen. Deze vossenlintwormen (Echinococcus multicularis) zijn slechts een paar millimeter lang en ontwikkelen zich in de dunne darm van een vos. Deze zijn al na 28 dagen volwassen en kunnen wel 200 eitjes per dag leggen. Deze minuscule, met het blote oog onzichtbare, eitjes worden door de vos via zijn stront en urine uitgescheiden. Als iets of iemand deze met stront of urine besmeurde planten of bessen zou eten, infecteert hij zichzelf met deze parasiet en fungeert dan als tussengastheer voor de lintworm. Meestal betreft het hier kleine knaagdieren of grazers. Maar ook mensen kunnen makkelijk besmet raken. De eitjes kunnen maandenlang en in grote koude overleven en als je als mens laaghangend fruit, paddenstoelen of groentes ongewassen zou nuttigen, bestaat de kans dat je deze eitjes binnenkrijgt. Wees dus voorzichtig bij wat je in het bos aanraakt, en steek ook nooit je ongewassen vingers in je mond. Want hoewel deze vossenlintworm bij de vos weinig schade aanricht, kun je er als mens aan overlijden. Een binnengekregen eitje gaat via de maag naar de darm en komt daar uit. De lintworm vreet zich daarna door de darmwand en reist via via bloed- en lymfevaten naar organen, zoals de lever, longen en hersenen. Hier vormt het met vocht gevulde blaasjes, waarbinnen de larven zich ongeslachtelijk vermenigvuldigen. Ze vormen tumorachtige gezwellen die het weefsel doorboren en de tussengastheer verzwakken of doden. Hierdoor valt deze gemakkelijk ten prooi aan een vos, waardoor deze de nieuwe generatie lintwormen weer binnenkrijgt en de cyclus opnieuw begint.
De incubatietijd van een besmetting met de vossenlintworm ligt tussen de 5 en 15 jaar en de initiële symptomen zijn erg lastig om te diagnoseren. De klachten, zoals buikpijn, kortademigheid en geelzucht, uiten zich vaak pas in het laatste stadium, als de organen, zoals de lever door alveolaire echinoccose al te erg zijn aangetast. Behandeling heeft dan vaak geen zin meer. Omdat ook honden en katten met deze lintworm besmet kunnen zijn en zij de eitjes hiervan tijdens het likken van hun anus over hun hele vacht kunnen verspreiden, brengt zelfs het vriendelijk aaien van een hond, of een lik over je wang krijgen al risico tot besmetting met zich mee. Gelukkig valt het aantal besmettingen in Nederland erg mee, hoewel niemand vanwege de uitzonderlijk lange incubatietijd natuurlijk weet hoeveel dat er precies zijn. Het enige goede nieuws is dat geïnfecteerde mensen anderen niet kunnen besmetten, tenzij die natuurlijk kannibaal zijn.
De inhoud van dit bericht is 22-06-2021 aangepast. Eerst werd vermeld dat ook de urine besmettelijk zou zijn, dit is echter niet juist.
Lees ook: Borrelia burgdorferi.
Schijndode takken
Eens in de zoveel tijd moet ik mijn bak met Indische wandelende takken schoonmaken. Ze hebben niet veel verzorging nodig, af een toe wat takjes klimop is genoeg. Hoewel ze heel tam zijn en rustig over je handen lopen, schrikken ze toch altijd weer als ik ze uit hun bak haal en tijdens het schoonmaken in een kom leg. Ze houden zich dan meteen schijndood en liggen als een hoopje dode takjes over elkaar. Pas als ik ze weer in hun eigen bak stop, beginnen ze weer te bewegen.
Elke tak in deze kom is dezelfde. Indische wandelende takken (Carausius morosus) planten zich parthenogenetisch (ongeslachtelijk) voort en elk nieuw dier is dus een identieke genetische copy van de ouder. Oorspronkelijk komen al deze takken uit één originele collectie uit Tamil Nadu in India. Niemand weet hoeveel verschillende individuen hier oorspronkelijk toe behoorden, maar sindsdien hebben ze zich over de hele wereld verspreid en zijn het nu de meest gehouden wandelende takken. Ze worden om die reden ook wel normale wandelende tak of laboratorium wandelende tak genoemd en worden vaak aangeduid als PSG: 1.
Alle wandelende takken in mijn bak komen van één wandelende tak, die ik jaren geleden heb gekregen en waarvan de eitjes aan meerdere mensen zijn uitgedeeld. Ze worden slechts een paar maanden oud en leggen in die tijd honderden eitjes, waaruit elk weer een nieuw identiek dier kruipt. Zo gaat dat nu al ongekend lang. Feitelijk is deze wandelende tak dus onsterfelijk en bevindt hetzelfde dier zich tegelijkertijd op ontelbaar veel plaatsen.
Kettingschalebijter (Carabus granulatus)
Dit is nou typisch zo’n kever die je zelden ziet maar, als je weet waar je moet zoeken, makkelijk vindt. Overdag schuilen deze snelle nacht-actieve jagers onder stenen of loszittend schors, en als je in natte graslanden of bosgebieden vlak bij waterkanten onder schors van dode boomstammen kijkt, kom je ze vaak tegen. Deze kevers zijn het hele jaar door actief, behalve in de winter, dan schuilen ze gezamenlijk voor de vorst. Verstopt achter het schors van dode bomen en omgeven door een dikke laag houtpulp, houden ze het daar vol tot de temperatuur weer omhoog gaat. Ze jagen in de strooisellaag op de bodem naar wormen en slakken, die ze met hun sterke kaken in stukjes scheuren. Het wijfje zet haar eitjes, zo’n 40 stuks, af in de bodem. De roofzuchtige en stekelige larven jagen op wormen en kleine insecten, maar bestrijken daarbij niet zoveel grondgebied als de volwassen kevers.
 11-2016 3215_200.jpg)
De kettingschalebijter is een van de weinige Carabus-kevers die kan vliegen. Dit geldt echter niet voor elk exemplaar. Binnen de soort komen exemplaren met volledig ontwikkelde vleugels, maar ook met gereduceerde vleugels voor. Deze relatief kleine schalebijters worden tussen de 17 en 25mm groot en zijn te herkennen aan hun zwarte poten, lange volledig zwarte sprieten en rugschilden met drie rijen geribbelde lengtegroeven, die wel wat op gedraaide koorden lijken. Ze variëren in kleur van koperrood of groen tot bijna zwart.
 11-2016 3224_200.jpg)
Ze zijn makkelijk te verwarren met Carabus cancellatus, deze is echter wat kleiner en lichter van kleur en heeft een rood basaalsegment aan zijn voelsprieten. Ook lijken ze enigszins op Carabus arvensis, maar die is makkelijk te herkennen aan zijn rode dijen. Zoals bij de meeste loopkevers kun je de mannetjes van de vrouwtjes onderscheiden aan de verbrede tarsen van hun voorpoten. Die gebruiken ze om zich tijdens de paring aan het wijfje vast te houden.
De afgebeelde kevers zijn allemaal in het natuurgebied De Brand gefotografeerd.
Lees ook: Paarse loopkever, Violette schallebijter en Korrelschallebijter, Grote Spinnende Watertor (Hydrophilus piceus) en Het vliegend hert.
Rupsendoder (Cordyceps militaris)
Hoewel veel bronnen zeggen dat deze zwam algemeen voorkomt, stond hij niet in mijn uitgebreide paddenstoelengids en had ik hem nog niet eerder gezien. Op zich is dat laatste niet zo gek, want ik vond hem bij toeval, verstopt onder losse bladeren tussen het mos naast een boomstronk. Deze parasitaire zwam leeft overwegend op nachtvlinderpoppen en heel zelden ook op die van kevers of langpootmuggen. De rups wordt geïnfecteerd als hij met sporen besmette planten eet. Deze sporen ontwikkelen zich in zijn lichaam maar houden hem zo lang mogelijk in leven. Pas als de rups zich onder de grond verpopt, dood de zwam zijn gastheer en groeit eruit en om de pop heen het vruchtlichaam. Deze groeit omhoog en vormt boven de grond een paar centimeter hoog geel tot knaloranje knotsje waar de sporen zich uit ontwikkelen. De sporen bevinden zich in de buitenste weefsellaag van de zwam in knobbelvormige bultjes (peritheciën). De vruchtlichamen zijn slechts enkele weken boven de grond zichtbaar, waar ze vrijwel altijd tussen haakmos staan. Je vindt ze het meest op matig bemeste graslanden en in loofbossen. De afgebeelde exemplaren zijn afgelopen week in natuurgebied De Brand gefotografeerd, waar ze aan de voet van een aantal verrotte stronken van populieren, tussen het haakmos omhoog staken.
 11-2016 3231_200.jpg)
De Latijnse naam, Cordyceps militaris, laat zich vertalen als gewapend knotshoofdje. Deze paddenstoel bevat cordycepine, dat bacterie dodende eigenschappen en een ontstekings- en tumorgroei remmende werking heeft. Sinds de negentiende eeuw probeert men al om deze paddenstoel commercieel te kweken, maar pas sinds het begin van de eenentwintigste eeuw is men hierin geslaagd.
Lees ook: Zwarte Truffelknotszwam (Cordyceps ophioglossoides) en Cordyceps.
Zwarte Truffelknotszwam (Cordyceps ophioglossoides)
De zwarte truffelknotszwam is een redelijk zeldzame parasitaire zwam die een nagenoeg verborgen leven leidt. Het overgrote deel bevindt zich ondergronds en het kleine zwarte gedeelte dat uit de bodem omhoog steekt, bevindt zich meestal tussen mos en gevallen bladeren. Veel mensen zullen deze onopvallende zwam dan ook nooit opmerken. De afgebeelde exemplaren zijn afgelopen maand gefotografeerd op het Leersumse veld in Utrecht. Hier stonden ze in de schaduw van een paar dennen tussen het mos.
Deze zwam leeft endoparasitair op ondergrondse paddenstoelen, zoals de hertentruffel. Je vindt ze vrijwel overwegend in mosachtige omgevingen met dennen. Daar zie je soms de enkele centimeters grote tongetjes tussen het mos doorsteken. Als een cordyceps-zwam een truffel bezet, dringt zijn mycelium in het lichaam van de truffel en vervangt daar uiteindelijk diens cellen. Op het vruchtlichaam, zitten kleine bolvormige capsules (peritecia) waarin de draadvormige sporen zitten. Deze vruchtlichamen beginnen glad roodbruin en worden al snel zwart en bepukkeld. Als je de zwam voorzichtig uitgraaft, kun je aan het einde van de lange draad de geparasiteerde truffel vinden. Deze lange draad is echter dun en breekt makkelijk af.
Hoewel de zwarte truffelknotszwam meestal wordt vermeld als Cordyceps, wordt hij ook vaak als Topylocladium- of Elaphocordyceps ophiolossoides gedetermineerd. De vermelding ophioglossoides komt uit het Grieks en betekent slangentongachtig. De familienaam Cordyceps stamt af van het Griekse kordyle (knots) en het Latijnse ceps (hoofd).
Cordyceps paddenstoelen zijn voor de farmaceutische wereld erg interessant. Zo worden ze gebruikt als opwekkende thee en voedingssupplement, maar hebben ze ook antibacteriële eigenschappen en zijn ze veelbelovend in het terugdringen van tumoren. Modern onderzoek vindt steeds meer toepassingen voor deze paddenstoelen zoals bij kankerbestrijding, orgaantransplantatie en ingewandsstoornissen.
Lees ook: Cordyceps.
 1-2017 3642_200.jpg)
 1-2017 3615_200.jpg)
 1-2017 3674_200.jpg)
 1-2017 3682_200.jpg)
 1-2017 3728_200.jpg)
 1-2017 3725_200.jpg)
