Onze eilanden wandelen, door weer en wind worden ze langzaam naar het oosten gedreven. De dorpjes die oorspronkelijk op het midden van een eiland werden gebouwd, bevinden zich nu in het westen, terwijl de bebouwingen die oorspronkelijk op de westelijke delen van de eilanden stonden, allang in zee zijn verdwenen. Zoals het dorpje Westerburen op Schiermonnikoog, dat vanaf 1650 onherroepelijk door de zee werd verzwolgen en zich nu ver onder het zand van het grote Westerstrand bevindt. Deze grote zandplaat bestrijkt het westelijke deel van het eiland en strekt zich naar beneden uit in het Rif. De grootte van dit strand is afhankelijk van het getij, maar bij eb is het één onafzienbare platte zandvlakte waar de wind vrij spel heeft.
Weblog
Het Westerstrand van Schiermonnikoog
Dood kuikentje
Ineens lag dit dode kuikentje midden in de tuin op het pad, nergens in de buurt een boom of dakgoot waar hij uitgevallen kan zijn, alsof hij letterlijk uit de lucht is komen vallen. Hij lag er precies zo bij als de hond van mijn oude buren, met zijn bek plat op de warme stenen en zijn ogen gesloten. Alleen zijn de oogjes van dit kuikentje nog nooit open geweest.
Broedende futen (Podiceps cristatus)
Het gaat goed met de futenkolonie in de haven van Enkhuizen. Futen leggen gemiddeld drie a vier eieren, maar in de meeste nesten in de Compagnieshaven liggen er vijf. Een net gelegd futenei is bleekwit met een lichtblauwe glans. Omdat deze eieren in een nat nest worden gelegd, nemen ze langzaam de kleur van het rottende plantenmateriaal aan. Naarmate de eieren langer liggen, zijn ze steeds beter gecamoufleerd en binnen de maand dat de futen ze uitbroeden, verkleuren ze naar een gespikkeld geelbruin.
 4-2017 7736_200.jpg)
 4-2017 7706_200.jpg)
 4-2017 7448_200.jpg)
Deze eieren worden meerdere malen per dag voorzichtig gekeerd en beide ouders wisselen elkaar af op het nest. Een fuut is op het land heel wat minder behendig dan in het water en omdat zijn poten helemaal naar achteren op zijn lichaam staan, moet hij zich bij het eieren keren bijna dubbelvouwen om overal goed bij te kunnen.
 4-2017 7475_200.jpg)
Omdat futen in kolonies broeden is er vaak onenigheid over nestmateriaal. Niet alleen proberen futen dit onderling bij elkaar weg te halen, ook meerkoeten pikken regelmatig wat takken onder een broedende fuut vandaan. Zelfs in een goed begroeid rietgebied blijft nestmateriaal heel gewild.
Lees ook: Futen in de haven van Enkhuizen.
Blauwborstje (Luscinia svecica cyanecula)
Na in westelijk Afrika te hebben overwinted, keren in maart en april de blauwborstjes weer naar ons land terug. De meeste broeden in de Oostvaardersplassen, maar je komt er ook veel in de Groene Jonker tegen. De blauwborstjes doen het goed in ons land, de populaties zijn vanaf de jaren 70 alleen maar toegenomen.
 4-2017 8158_200.jpg)
Er zijn tien verschillende ondersoorten met meerdere kleurenvariaties. In Nederland leeft de witgesterde blauwborst met een witte vlek midden op het blauwe veld van zijn keel, vlak boven een witte streep en een brede rood-oranje band. Dit is makkelijk te onthouden aan de hand van onze nationale driekleur. Het is een mooi klein zangvogeltje dat nauw verwant is aan ons bekende roodborstje. Blauwborstjes houden van natte insectenrijke gebieden met veel riet. Tijdens de balts kun je de mannetjes soms uit dit riet zien opstijgen om verderop met gespreide staart en vleugels weer neer te strijken. Vroeg in de ochtend en tijdens de schemering kun je ze vaak horen zingen.
Dit mooie vogeltje is een gewild onderwerp voor fotografen, en in sommige gebieden is het dan ook heel wat makkelijker om een goede foto van zo’n fotograaf dan van zo’n vogeltje te maken. In de Groene Jonker liepen er onlangs hele kolonnes fotografen rond die allemaal op zoek leken naar deze kleine vogeltjes. Deze hadden echter de neiging om zich laag tussen het riet te verstoppen (zowel de fotografen als de vogeltjes), waardoor je ze vaker hoorde dan zag. Heel af en toe kwam er een blauwborstje van tussen dit riet tevoorschijn om te zingen, waarna zijn zang direct werd overstemd door het felle geratel van afgaande sluiters. In korte tijd werd menig geheugenkaart volgeschoten. De eerste keer dat ik een blauwborstje zag, was ik veel te afgeleid om aan mijn camera te denken. Het was zo’n mooi gezicht om dat heldere kobaltblauwe borstje tussen het riet te zien fonkelen, dat ik helemaal vergat om er een foto van te maken.
Nadat ik dit berichtje had gepend, en nog voor ik het had geplaatst, zag ik een telefoonreclame op televisie over hordes fotografen die een blauwborstje proberen te fotograferen. In hun versie werden ze opgeschrikt door een beltoon en schoten er overal gecamoufleerde fotografen omhoog. Blijkbaar zijn ze zo populair geworden dat het zelfs telecombedrijven is opgevallen.
Lees ook: Tureluurs in de Groene Jonker (Tringa totanus), Baardmannetjes (Panurus biarmicus) in de Vlaardingse Rietputten en Waarom een Roodborstje geen Oranjeborstje heet.
Zwartkop (Silvia atricapilla)
Een zwartkop is een heel vocaal vogeltje dat niet alleen mooi maar ook heel luid kan zingen. Toen ik in het Wilhelminaplantsoen in Enkhuizen onder een paar bomen doorliep leek dit heldere gezang echt overal vandaan te komen. Zijn lied kaatste boven het smalle looppad tussen de jonge bladeren heen en weer. Het duurde even voor ik dit kleine grijze zangertje in de schaduw tussen de takken had gevonden. Hij trok zich weinig van me aan en bracht zijn boodschap met passie.
De mannetjes hebben een kenmerkend zwart petje, de vrouwtjes een bruine. Zwartkopjes (vroeger heetten deze nog zwartkopmezen) bouwen nu hun kleine nestjes laag in dichte struiken en broeden amper twee weken. Na het uitvliegen worden de jongen nog een paar weekjes gevoerd en in goede jaren beginnen de ouders daarna aan een tweede legsel.
Lepelaars in de bomen (Platalea leucorodia)
Vlak bij Halfweg, net naast de A200 richting Haarlem, bevindt zich een kolonie lepelaars. Ze broeden hier hoog in de bomen in oude nesten van reigers. Al een aantal jaren komen ze hier terug en deze lepelaars worden langzamerhand een nationale bezienswaardigheid. Er zijn dan ook aardig wat paparazzi die ze komen fotograferen. Toen ik er ’s middags was, liepen er nog zes andere fotografen rond. Van een afstandje moet dat er komisch hebben uitgezien, al die mannetjes met telelenzen die omhoogturend over het fietspad drentelden. Omdat de kolonie vrijwel alleen vanaf dit fietspad is te fotograferen en je dan feitelijk recht op het zuiden kijkt, fotografeer je dus tegen de zon in. Dat is samen met de boomtakken die voor de nesten zitten, bijna net zo’n grote uitdaging als het is om uit de voorwielen van alle wielrenners weg te blijven. Regelmatig werd er dan ook waarschuwend gebeld of geroepen en zag je op het laatste moment een fotograaf de berm in duiken.
 3-2017 7000_200.jpg)
Voor de lepelaars zelf zal het ook niet altijd makkelijk zijn om met die lange vleugels en poten tussen alle takken door te manoeuvreren. Soms zag je ze uit de verte aan komen vliegen om daarna luid klapwiekend af te remmen en op het nest te landen. Veel lepelaars vliegen tussen deze kolonie en de Groene Jonker heen en weer om zich daar te voeden. Als je op de A200 omhoog kijkt, zie je dus niet alleen maar vliegtuigen overkomen. Hoewel hun snavel er van voren vrij massief en topzwaar uitziet, kun je van de zijkant goed zien hoe plat deze eigenlijk is. Ze gebruiken deze lange dunne lepel om hun voedsel, zoals kleine visjes, larven en garnalen, uit ondiepe plassen, wadden en slikken te scheppen.
 3-2017 6981_200.jpg)
Omdat het felle tegenlicht het fotograferen lastig maakte en veel subtiele kleuren uitbleekte, wil ik nog eens later op de dag, of vroeg op de avond terug gaan. Ik had het geluk ze te zien paren en dan is het misschien wel leuk om straks ook de jongen te gaan bekijken.
Grauwe Gans (Anser anser anser)
In de titel staat drie keer anser omdat het hier om de westelijke ondersoort met de oranje snavel gaat, er bestaat ook nog een Anser anser rubirostris, deze heeft een roze snavel en komt meer in het oosten voor. Het gaat goed met de grauwe ganzen in Nederland, elk jaar nemen hun aantallen toe, sinds 2000 zelfs met 19% per jaar. Ze zijn één van de weinige vogelsoorten die profiteren van de verdroging en bemesting van onze weilanden. Je ziet ze dan ook steeds vaker tussen de koeien grazen. Deze grauwe ganzen zijn in de Groene Jonker gefotografeerd, waar ze in alle vroegte overvlogen. Tijdens de zonsopgang galmde hun melancholische getoeter over dit kleine gebied.
Lees ook: Huisgans (Anser anser domesticus).
Schede voor mes no. 8
Deze schede houdt het midden tussen een kiribako, een Japanse houten beschermkistje en een saya, een houten schede. De schede bestaat uit twee delen: het onderste waar het mes tot en met het eerste derde deel van het heft in past en het bovenste gedeelte, het deksel. De sluit-lijn loopt schuin over de schede, net zoals de lijn van de bolster dat doet bij het mes. De schede is van voren smaller dan aan de achterkant, waardoor de beide zijdes iets gekanteld ten opzichte van elkaar staan en de doorsnede een gelijkbenige trapezium vormt. Hij is gemaakt van ebbenhout met een onderlaag en inleg van nijlpaardtand. De uitstekende binnenrand en de volledige binnenkant van het kistje is met papier beplakt. Hierdoor klemt het deksel zich goed vast en kan het mes niet beschadigen. Omdat de binnenkant van het onderste deel passend om het mes heen is gemaakt, kan dit niet rammelen en houdt het de schede scherp.
Lees ook: Zelfgemaakt mes no. 8, Schede voor zelfgemaakt mes en Schede voor mes no. 6.
Tureluurs in de Groene Jonker (Tringa totanus)
Omdat het mooi weer beloofde te worden was ik afgelopen weekend vroeg opgestaan en in het donker naar de Groene Jonker gereden, zodat ik daar nog voor de zonsopgang zou aankomen. Niet geheel onverwacht was de parkeerplaats nog helemaal leeg en was ik de enige bezoeker. Vlak voor zonsopgang zwol het gezang aan en lieten alle vogels van zich horen, overal om mee heen was het een kabaal van jewelste. Elke vogel zong om het hardst en daarbovenuit hoorde je regelmatig het harde gegak van overvliegende ganzen. Tussen het riet zongen blauwborstjes en rietgorzen en regelmatig vlogen er vluchten wulpen en grutto’s over. Iets later op de ochtend kwamen er meer bezoekers en tegen koffietijd liep het er vol met fotografen. Soms stonden ze in bosjes bij elkaar naar een verstopt blauwborstje tussen het riet te staren. Ik heb er de hele ochtend heerlijk gewandeld en foto’s gemaakt van oa. blauwborstjes, grutto’s, rietgorzen en tureluurs.
 3-2017 6735_200.jpg)
In het natuurgebied de Groene Jonker vind je in de ondiepe plassen regelmatig tureluurs naar voedsel zoeken. Hun broedseizoen loopt vanaf half april tot juni. Tureluurs leggen 4 à 5 eieren in een ondiepe kuil tussen het gras, die ze als ze niet broeden, camoufleren door het omliggende gras over het nest heen te buigen. De Tureluur is geen beschermde vogel hoewel hun aantal in Europa de laatste jaren wel gestaag afneemt. De oorzaak hiervoor is net zoals bij veel andere flora en fauna, het verdrogen van de landbouwgebieden en het afnemen van ruige kwelders.
De naam van deze bekende vogel is gedeeltelijk een onomatopee en gedeeltelijk afgeleid van het oude Frans gezegde: cést toujours la meme turelure, het is altijd hetzelfde liedje. Zijn bekende roep: het herhaalde tju-lu-lu, maakt hem in het veld makkelijk herkenbaar. Daarnaast heeft hij twee lange felrood-oranje poten en een kenmerkende rode snavelbasis. Deze onderscheiden hem van de kleinere bosruiter waar hij qua verenkleed mee verward zou kunnen worden.
Lees ook: Baardmannetjes (Panurus biarmicus) in de Vlaardingse Rietputten, Steenloper (Arenaria interpres) en Drieteenstrandloper (Calidris alba).
Halsbandparkieten in de Broekpolder (Psittacula krameri)
Het is een raar gezicht, die felgroene tropische vogels in ons platte polderland. Toch komen ze steeds vaker voor. Een aantal ontsnapte exemplaren uit de jaren 60 hebben zich flink vermenigvuldigd en over het midden-westelijke deel van ons kikkerlandje verspreid. Tegenwoordig vind je daar in stadsparken en tuinen steeds vaker groepen halsbandparkieten. Ze broeden er graag in holen in oude bomen, zoals in lege spechtenholen, of lege nestkasten.
 3-2017 6241_200.jpg)
In de Broekpolder bij Vlaardingen heeft men een speciaal mountainbike-terrein aangelegd, hier kronkelen fietspaden zich tussen de struiken en bomen door. Tussen dit groen staan ook een groot aantal kale dode bomen, waar zich nu in de oude gaten van spechten een kolonie halsbandparkieten heeft gevestigd. Daar maken ze een kabaal van jewelste en trekken ze zich helemaal niets aan van al die fervente fietsers. Het lijkt alsof ze weinig van de tamheid van hun voorouders zijn verloren, je kunt ze een stuk makkelijker benaderen dan veel inheemse vogels. Het gevaar is hier hoogstens dat je, terwijl je met je camera in de hand omhoog staat te kijken, door een kolonne mountainbikers van je sokken wordt gereden.
 3-2017 6236_200.jpg)
Halsbandparkieten vestigen zich niet ver van grote steden omdat ze in strenge winters vaak nog afhankelijk zijn van bijvoer. De mannetjes zijn vanaf hun derde levensjaar aan hun karakteristieke zwarte halsband van de vrouwtjes te onderscheiden. Hoewel ze overdag in kleine groepjes van 10 tot 15 stuks leven, hebben ze de neiging om massaal in een boom te overnachten. Je kunt ze ’s avonds soms in groepen van enkele honderden stuks een boom zien zoeken. Men vermoedt dat deze vogels zich op termijn steeds verder over ons land zullen verspreiden en daarmee de populatiegroottes van andere holenbroeders, zoals spechten en boomklevers, kunnen verkleinen.




 3-2017 6958_200.jpg)
 3-2017 6955_200.jpg)
 3-2017 6941_200.jpg)
 3-2017 6950_200.jpg)
 3-2017 6453_200.jpg)
 3-2017 6406_200.jpg)




 3-2017 6274_200.jpg)