Weblog

Synesthesie

Tuesday, 15 February 2011

Gister had ik voor het eerst sinds jaren weer een snoepje dat paars smaakte. Vroeger had ik dat veel vaker, een smaak met een bepaalde kleur of een kleur met een bepaalde geur. Ik vraag me af of dat iets is dat ik mezelf afleer. Ik weet dat ik dit soort ervaringen in mijn jeugd veel vaker had.

 

Synesthesie of vermenging van zintuigen is op zich niets raars, veel mensen hebben het en sommigen kunnen er zelfs verbazingwekkende dingen mee. Zoals Daniel Paul Tammet. Geboren als een hoogbegaafde autist met epilepsie is hij zeer bekwaam in taal en rekenen. Hij is in staat om in één week een taal te leren en spreekt deze daarna alsof het zijn moedertaal was. Tammet is ook erg goed in hoofdrekenen. Hij “ziet” cijfers. Voor hem heeft elk cijfer zijn eigen kleur en vorm en daardoor is hij in staat om het resultaat van zijn berekeningen als een soort van landschap te “zien”. Het getal 289 ervaart hij als buitengewoon lelijk en 333 als heel mooi. Het getal pi, dat hij binnen vijf uur tot op 22.514 decimalen kan opzeggen, beschrijft hij als prachtig.

Vers vlees

Wednesday, 9 February 2011

vers vleesBij lijken treedt na een uur of zes de lijkstijfheid in. Het begint in het gezicht en breidt zich langzaam uit over het gehele lichaam. Het duurt daarna nog één tot drieënhalve dag voor het lichaam weer slap wordt. Je mag er dus vanuit gaan dat een slap lijk of net, of zo’n twee tot vier dagen dood is.

 

Ik heb er eerder nooit bij stilgestaan maar het blijkt dat dit voor alle soorten spieren geld. Mensen-, koeien-, varkens- en kippen-spieren. Het zogenaamde verse vlees van de slager is dus helemaal niet zo vers. Als het echt vers was dan zou het vlees stijf worden nadat we het gekocht hadden of stijf in de vitrine bij de slager liggen. Wat wij eten is helemaal geen “vers” vlees, wat wij eten is vlees dat lang genoeg dood is om weer slap te worden, wij eten aas.

Een vlo op een vlo

Tuesday, 8 February 2011

gullivers-travelsIn 1726 schreef Jonathan Swift in Gullivers travels over een vlo met op zijn rug een kleinere vlo, die op zijn beurt een nog kleinere vlo heeft. Sinds Leeuwenhoek in 1676 met zijn primitieve microscoop de allereerste eencellige heeft gezien zijn onze instrumenten alleen maar beter geworden en vinden we steeds kleiner leven. Toch gaan we ervan uit dat er niet alleen grenzen zijn aan wat we kunnen waarnemen maar ook aan hoe klein leven kan zijn. Zo makkelijk als we oneindigheid in grootte, zoals in het universum, accepteren lukt ons dat blijkbaar niet in “kleinte”. Nog niet al te lang geleden ging men ervan uit dat 800 nanometer (0,000 000 800 meter) het absolute minimum formaat van het leven was. Toen vond men echter een microbe van slechts 400Nm. De wetenschappers stelde hun inschatting toen bij naar zo’n 200Nm. Zou je een bacterie-cel strippen tot zijn minimale essentie dan zouden alleen al het DNA, RNA en de ribosomen deze 200Nm nodig hebben. Enige jaren geleden claimden wetenschappers echter nanobacteriën ontdekt te hebben. Minibacteriën van slechts 100Nm. De wetenschap buigt zich nu over de vraag of deze nanobacteriën of nano’s wel echt leven.

 

Is er wel een grens aan hoe klein leven kan zijn? Of moeten we met elke nieuwe en betere microscoop onze definities van leven blijven bijstellen? Een vlo op een vlo op een vlo, tot in het oneindige?

Minder is meer

Tuesday, 8 February 2011

Daphnia pulexHet blijkt dat een gewone watervlo, je weet wel die kleine wriemelende beestjes die je vroeger aan je visjes voerde toen je nog een aquarium had (of was je zo iemand die z’n guppies alleen droogvoer gaf?, misschien heb je zelfs wel nooit visjes gehad, in dat geval heb je waarschijnlijk ook geen flauw idee wat een watervlo is.), dat kleine beestje heeft meer genen dan wij! Om precies te zijn 31.000 stuks. En dat terwijl wij het met slechts 23.000 genen moeten doen. Voor wetenschappers geldt het eenvoudige axioma: meer is beter. Hoe meer subsidie hoe beter het onderzoek en hoe meer genen des te meer unieke eigenschappen. Deze bewuste wetenschappers hebben het vermoeden dat dit komt omdat; ”ze zich dertig procent sneller voortplanten dan mensen”. Nu kan het natuurlijk zijn dat het berichtje dat ik hierover heb gelezen verkeerd is vertaald, overgenomen of gekopieerd, of moet ik zeggen vermenigvuldigd? Want net als bij genen gaat er bij het kopiëren van teksten ook wel eens iets mis. Maar goed, stel dat deze vlooien meer genen hebben dan wij omdat ze zich sneller vermenigvuldigen (elke 20 jaar een nieuwe generatie watervlooien lijkt mij ook wel wat weinig, hoe oud worden die beestjes dan wel niet?) Zou dat dan betekenen dat bacteriën die zich nog sneller voortplanten nog meer genen hebben? Welnee, de enige soort die zich voortplant en echt veel genen heeft is de plant. Vaak meer dan 50.000. Wij mensen komen wat betreft unieke overerfelijke eigenschappen nog onder de planten en watervlooien. Gelukkig geldt er in de kunst een ander axioma: minder is meer, zullen we maar denken.

Niets zo veranderlijk als een vrouw

Sunday, 6 February 2011

short-purple-hairtanned-ladytattoo-ladybeach-ladyblack-dress-ladyyoung-lady

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En gelukkig maar, niets zo saai als altijd mooi weer. Het zijn juist verandering en afwisseling die alles interessant maken. Wat dat betreft kunnen veel mannen nog iets van vrouwen leren. Nienke Klunder is een fotografe die met identiteit en transformaties speelt. Ze heeft zichzelf gefotografeerd als de meest uiteenlopende vrouwen. Elk persoon dat ze uitbeeldt heeft haar eigen achtergrond en is volledig anders dan de andere. Haar, make-up en kleding tonen een volledig andere persoonlijkheid. Nienke speelt met de manier waarop vrouwen zich gedragen en kleden binnen verschillende sociale normen en culturen.

 

Bekijk hier al haar personages.

Keuzes en talenten

Friday, 4 February 2011

wonderwomanWe gaan er vaak van uit dat het onze talenten en onze keuzes in het leven zijn die onze toekomst bepalen. Toch is het vaker ons gebrek aan talent, ons gebrek aan doorzettingsvermogen en de keuzes die ons worden ontnomen die onze richting in het leven bepalen.

Iedereen wordt met een zekere aanleg geboren en iedereen heeft bepaalde levensverwachtingen. Helaas blijken onze talenten vaak niet goed genoeg en onze wensen niet haalbaar. Misschien is dat maar beter ook want anders zou iedere musicus in het symfonie orkest spelen en bleef er niemand over om een bruiloft op te leuken. Ook lijkt een wereld vol met brandweermannen, piloten, verpleegsters en prinsesjes me niet echt leefbaar. De meeste mensen vinden na één of twee teleurstellingen in het leven wel een eigen niche waarin ze hun bestaan kunnen uitleven. Maar wat als sommige mensen nou wel in één keer in hun levensdroom waren geslaagd?

 

Wat als Louis Reard een beter automonteur was en geen tijd of energie over had gehad om de bikini te ontwerpen? Wat als de Amerikaanse psycholoog William Moulton Marston, de ontwerper van de polygraaf (leugendetector) een betere psycholoog was en in zijn vrije tijd Wonderwoman niet had gecreëerd? Wat als Fred Emmer, de enige nieuwslezer die zich nooit versprak, bij de NOS was blijven werken en geen erotische boeken was gaan schrijven? Wat als Ad Visser tevreden was met zijn presentatorschap van Toppop en Sobriëtas nooit had geschreven? Wat als Ronald Reagan een beter acteur was geweest en niet de 40e president van de Verenigde Staten was geworden? Wat als Idi Amin, “de slachter van Afrika” een beter bokser was geweest? Zouden er dan niet 300.000 mensen tijdens zijn dictatoriale bewind in Oeganda zijn vermoord? En wat als Adolf Hitler wel was aangenomen op de Weense kunstacademie en zijn droom om kunstschilder te worden waar had kunnen maken?

 

Zonder Ad Visser’s Sobriëtas en Fred Emmer zijn erotiek kan ik nog wel leven maar een wereld zonder Wonderwoman en bikini kan ik me niet voorstellen.

Tijdslijnen

Friday, 4 February 2011

queteletIn het begin van de 19e eeuw hadden veel Europese steden hun eigen tijd. Het was op hetzelfde moment vroeger in Luik dan in Antwerpen en in Brugge was het later dan in Mechelen. Op zich was dat geen probleem want iedereen binnen dezelfde tijdscapsule leefde volgend hetzelfde ritme, namelijk de tijd die de klok op hun kerk aangaf. Maar toen de spoorwegen veel steden met elkaar gingen verbinden, zorgde dit wel voor problemen met de dienstregeling. Men had sterk behoefte aan een geharmoniseerde tijd.

 

De Belg Adolphe Quetelet bepaalde met een meridiaankijker de lengtegraad van elke grote stad en bracht zogenaamde middaglijnen in deze steden aan. Zo legde hij dunne koperen lijnen in veel kerkvloeren die precies de noord-zuid richting aangaven. Via een klein gaatje in een raam wierp de zon hier een lichtvlek op die de hoogste zonnestand aangaf. Deze werd gebruikt als ijkpunt voor het middaguur. Deze meridianen van Quetelet hebben een bepaalde lengte want de zonnestand varieert in hoogte tussen 21 juni en 21 december. Met deze variërende zonnestand verschuift natuurlijk ook de lichtvlek op de lijn. Met de komst van elektriciteit kon men klokken echter gemakkelijker gelijk zetten en gebruikte men deze meridianen niet meer. Zo verschoof ook de tijdsaanduiding van de kerkklokken naar de stationsklokken. Dankzij de komst van de spoorwegen keek men niet meer naar de kerk(toren) op om de tijd te bepalen en ging de zon op hetzelfde moment op in Brugge en Mechelen. In de kathedraal van Antwerpen kun je deze meridianen van Quetelet nog zien. Hier lopen ze dwars over de kerkvloer en verscheidene graven, tijd is altijd al belangrijker geweest dan rust.

 

Lees ook entropie en tijd.

Vernoemen

Saturday, 22 January 2011

agathidium vaderiIn het Paradijs kreeg Adam de opdracht van God om de dieren in het veld en de vogels in de lucht te benoemen. Sindsdien heeft iedereen het recht om elk nieuw dier, plant of mineraal dat hij ontdekt een naam te geven. De meeste wetenschappers kiezen ervoor om een nieuwe ontdekking op een sobere bijna omschrijvende manier te benoemen. Maar niet allemaal. Zo noemde Linnaeus een onooglijk stukje onkruid naar zijn grootste criticus en is er een blinde grotkever met bruine dekschildjes naar Hitler vernoemd. De paleontoloog Richard Fortey heeft een worm (Kruschevia ridicula) naar Nikita Khrushchev, de voormalige sofjet leider vernoemd en een aantal trilobietjes (Sid viciously en Johnny rotteni) naar Sid Vicious en Johnny Rotten van The Sexpistols.

 

Professor Quentin Wheeler vernoemde een aantal kleine slijm- en uitwerpsel etende kevertjes echter naar George W. Bush en zijn kabinet (Agathidium bushi, A. rumsfeldi en A. cheneyi). Een eer waar de voormalige president hem later nog persoonlijk voor heeft bedankt. Blijkbaar was hij zeer vereerd in dezelfde soortenrij te zijn opgenomen als het kleine zwarte kevertje met de helmachtige kop (A. vaderi) vernoemd naar Darth Vader, Dark Lord of the Sith.

Johann Siegesbeck

Saturday, 22 January 2011

Siegesbeckia orientalisLinnaeus is de grootste naamgever van de geschiedenis. Hij deelde de levende natuur in. Van hem komt het onderscheid in klassen, ordes, geslachten en soorten. Voor het plantenrijk maakte hij een indeling op basis van geslachtsorganen. In de 18e eeuw was men echter niet gewend om over seksualiteit te praten. Velen weigerden zelfs om het idee van geslachtelijke voortplanting bij planten te overwegen. De grootste tegenstander van Linnaeus was Johann Siegesbeck. Hij geloofde niet dat de goede Heere dergelijke “hoererij” en “schunnigheid” zou toestaan. Uiteindelijk hebben we de indeling van Linnaeus natuurlijk overgenomen, net als zijn namensysteem. Elke soort wordt benoemd met een geslacht- en soortennaam. En zo is Johann Siegesbeck toch nog onsterfelijk geworden. In de naam van het minuscule en onooglijke plantje Siegesbeckia orientalis dat Linnaeus het heeft gegeven.

Het mongooltje

Saturday, 22 January 2011

john langdon downMijn jongste nichtje is een mongooltje of zoals men het tegenwoordig liever zegt lijdt ze aan het syndroom van Down. Ze heeft prachtige blauwe ogen die een beetje schuin staan. Vrijwel alle mongooltjes zijn direct herkenbaar, bijna alsof ze tot een apart ras horen. Dat dergelijke gehandicapten zo op elkaar lijken is al opmerkelijk genoeg maar waarom we ze mongooltjes noemen is te danken aan de zwakzinnige ideeën van Dr. John Down.

 

Als directeur van een gekkenhuis dacht hij uiterlijke kenmerken van andere rassen in zijn patiënten te herkennen. Hij geloofde dat de eigenschappen van onze voorouders voortleefden in zwakzinnigen en in niet-blanke rassen. Zoals je soms nog wel eens mensen met een staart of paarden met meer dan één hoef aan hun been tegen komt, geloofde hij dat zwakzinnigheid een terugval op een vroeger mensstadia was, een atavisme. Chinezen, Negers en Mongolen waren tenslotte net zo zwakzinnig als die arme blanken die tot hun niveau waren teruggevallen. Hij zag niet-blanken slechts als voorstadia van de moderne intelligente mens.

 

In zijn artikel “ethnic classifications of idiots” deelt hij de gehandicapten in allerlei etnische categorieën in. Down herkende in zijn patiënten oa. Ethiopiërs, Maleiers, Chinezen en Mongolen. Van al zijn classificaties is alleen die van mongooltje blijven kleven. Dankzij Dr. John Down’s racistische ideeën noemt men mijn mooie nichtje een mongooltje. Toch hoor ik dat liever dan dat ze haar associëren met de krankzinnige Down.