Zowel slangen als pelikanen zijn instaat om hun kaken fors te spreiden. De prooien die zij hierdoor kunnen vangen hebben vaak vele malen de diameter van hun hals en toch stikken ze niet als ze deze doorslikken.
Pelikanen hebben de langste snavels van alle vogels, hun bovenste snavel is lang en dun met een verharde nagel aan de punt, hun onderste snavel is flexibel en bestaat uit twee lange dunne onderkaakbotten en een grote rekbare zak. Die onderkaakbotten kunnen naar buiten buigen, waardoor het oppervlak van de onderkaak drastisch wordt vergroot. Normaal gesproken bewegen deze botten zich onder de druk van het water passief naar buiten als een pelikaan zijn bek opent, maar hij kan ze met behulp van zijn kaakspieren ook bewust openen. Als beide botten uit elkaar buigen, vormen ze samen met de flexibele keelzak de opening van een groot schepnet. Hierbij worden geen botten gedislokeerd en blijven beide onderkaakbotten via gewrichtsbanden aan elkaar verbonden.
Als een slang zijn bek opent, raken er ook geen botten gedislokeerd. Hun onderkaakbotten zijn echter niet, zoals bij de pelikaan, flexibel maar kunnen zich in twee onafhankelijke delen splitsen. Hierdoor kan een slang, als hij een grote prooi wil doorslikken, zijn onderkaak erg ver uit elkaar strekken. Slangen worden hierbij geholpen door het os quadratum, het vierkantsbeen, dat een onderdeel vormt van het kaakgewricht. Dit bot verbindt de onderkaak via flexibele banden met de schedel, waardoor zij hun onderkaken bijna 180 graden open kunnen draaien.
 3-2023 6397_290.jpg?cached=1737040973)
 3-2023_290.jpg?cached=1737040974)
 3-2023 7086_290.jpg?cached=1737040974)
De buidel van een pelikaan heeft geen veren, is erg goed doorbloed en is dankzij een complexe matrix van collageen zeer flexibel. Hij kan zijn bek dan ook als een prullenbak openklappen om in één hap een enorme hoeveelheid water of een grote prooi op te nemen. Als hij in het donker of in troebel water vist, geven zenuwuiteinden in zijn buidel aan hem door dat hij “beet” heeft, zodat hij zijn val kan sluiten. De pelikaan laat dan het water uit zijn buidel lopen en slikt zijn prooi door. Deze prooi heeft vaak een diameter die vele malen groter is dan die van zijn lange dunne nek, tocht stikt hij zelden. Dit komt omdat vogels op een andere manier ademen dan zoogdieren. Op de foto waarbij de roze pelikaan zijn bek heeft geopend is een opening in zijn bovensnavel zichtbaar. Dit is de choana, een gat dat zijn neusholte verbind met de achterkant van zijn verhemelte. Deze choana valt samen met de glottis, een opening aan de achterkant van de tong die voor de luchtpijp ligt. Bij gesloten bek komt de lucht via de neus door de choana en door de glottis in de luchtpijp. Bij een geopende bek plaatst de glottis zich zo voor de luchtpijp dat deze niet wordt afgesloten en de pelikaan toch zijn prooi kan doorslikken, hierdoor kan hij zelfs blijven ademen als hij een grote prooi in zijn keel heeft.
Een slang heeft een dergelijke choana niet, toch kan ook hij gewoon blijven ademen als hij een grote prooi probeert door te slikken. Dit komt omdat een slang een trachea heeft waardoor hij ademt. Dit is een flexibele buis die overeenkomt met de glottis van de pelikaan. Als een slang een grote prooi in zijn bek neemt, beweegt hij deze buisopening eenvoudigweg naar voren zodat de prooi hem niet blokkeert en hij toch kan blijven ademen.
Net als bij de pelikaan moet de huid van de slang bij het doorslikken van een grote prooi natuurlijk flink kunnen uitrekken. Een slang heeft echter geen naakte huid, hij is overal bedekt met harde inflexibele schubben. Deze schubben zitten echter niet met hun hele oppervlak als nagels vast aan de huid, maar liggen als beweegbare dakpannen, die alleen aan de onderkant zijn bevestigd, over elkaar heen. Hierdoor kan de huid zonder dat de schubben dit belemmeren toch uitrekken. Een slang wordt hierbij geholpen door het feit dat hij naarmate hij groeit, vervelt en daarmee steeds weer een nieuwe bij zijn maat passende huid krijgt.
Deze roze pelikanen zijn bij De Beekse Bergen gefotografeerd.
Lees ook: Koude vogelpoten, Waarom vogels met lange poten vaak op één poot staan en De hartslag van een goudhaantje (Regulus regulus).