In de Wieden bij de Weerribben ligt de oudste aalscholverkolonie van Nederland. Ik was erheen gereden in de hoop wat foto’s van jonge aalscholvers te kunnen maken, maar de nesten lagen te ver van de observatiehut om echt goede foto’s te kunnen maken. Helaas hielp het weer ook niet mee en zat er niet veel leven in de kolonie, waardoor er weinig interessants te fotograferen was. Wat dat betreft was mijn bezoekje aan de aalscholverkolonie bij het Naardermeer vruchtbaarder. Maar het gebied zelf was prachtig en ik heb nog wel wat leuke foto’s van de omgeving kunnen maken. De Wieden zijn mooi, zeker op een bewolkte en windstille dag, als het water het hoge riet en de kale bomen spiegelt.
Weblog
De wieden
Fuutfight (Podiceps cristatus)
Ondanks dat de futen in de haven van Enkhuizen graag bij elkaar in de buurt broeden, zijn ze wel erg territoriaal. Regelmatig jagen de mannetjes een iets te geïnteresseerde rivaal bij hun nesten weg. Bij die gevechten kan het er hard aan toe gaan, hoewel het begint met wat poseren en dreigen, gaan ze als dat niet werkt helemaal los.
 4-2017 7563_200.jpg)
 4-2017 7524_200.jpg)
 4-2017 7549_200.jpg)
Als een mannetje een rivaal opmerkt, stuift hij met grote snelheid door het water op hem af. Hierbij houdt hij zijn snavel vlak boven de waterlijn en gooit hij dreigend waterdruppels over zijn kop. Na elkaar zo even wat intimiderend aan te hebben gekeken, verheft hij zich daarna uit het water en wappert hij, nog steeds met zijn snavel naar beneden, met zijn smalle vleugels. Dit wisselen beide futen soms af.
 4-2017 7552_200.jpg)
 4-2017 7540_200.jpg)
 4-2017 7541_200.jpg)
Als dat echter geen effect heeft, schieten ze als een speer op elkaar af, verheffen ze zich uit het water en proberen met hun scherpe snavels op elkaar in te steken. Hierbij rammen ze met de borsten tegen elkaar, slaan ze elkaar met de vleugels om de oren en proberen ze de ander bij zijn bek te grijpen. Al worstelend proberen ze hun tegenstander onder water te duwen en hem met de bek in zijn kop en borst te steken. Als ze elkaar bij de bek hebben, duwen en trekken ze net zo lang tot ze de overhand hebben en hun tegenstander het opgeeft. De verliezer kiest uiteindelijk het hazenpad en duikt onder water weg, terwijl de winnaar hem nog even voor de vorm achtervolgt. Daarna gaat het winnende mannetje naar zijn wijfje terug en halen ze hun banden opnieuw aan door in het kort enkele stappen van hun paringsdans te doorlopen.
 4-2017 7546_200.jpg)
Lees ook: Broedende Futen (Podiceps cristatus) en Futen in de haven van Enkhuizen.
Vissers en overgrootvaders
Op de Middelbare School in Vlaardingen kreeg ieder van ons een beroepskeuzetest. Aan de hand van een veelvoud van vragen probeerde men er achter te komen waar onze interesses en kwaliteiten lagen en vergeleek men deze met de toen bekende en beschikbare banen. Uit mijn beroepskeuzetest kwam een beroep naar boven waar vrijwel niemand meer op uitkwam, want mijn uitslag verraste zelfs degene die de test had afgenomen. Men vond mij het meest geschikt voor de haringvisserij. Op zich was het niet gek dat dit beroep nog steeds op de beroepenlijst stond, want Vlaardingen was dankzij de haringvisserij groot geworden en ook mijn familiegeschiedenis is sterk met deze visserij verbonden. Zowel de vader van mijn vaders vader als die van mijn vaders moeder werkten hun hele leven in de haringvisserij. Maar de tijden veranderen en zowel mijn opa, mijn vader als ikzelf kozen een ander beroep.
Toch voel ik veel verwantschap met mijn twee overgrootvaders, ze waren sterk en recht door zee. Het leven op een haringkotter was niet makkelijk en veel vissers kwamen nooit meer thuis, toch waren er toen niet veel opties en veel kinderen van haringvissers kwamen als vanzelfsprekend ook in de visserij terecht. Zo ook een zoontje van mijn overgrootvader van mijn opa’s kant, dus het broertje van mijn opa. Op jonge leeftijd voer hij al mee op zee. Helaas is hij op veertienjarige leeftijd overboord geslagen en verdronken. De overgrootvader van mijn moeders kant was behalve visser ook autodidact, hij las hij wat hij kon en ontwikkelde hij zich al snel tot intellectueel. Hij was een echte rooie rakker en politiek zeer betrokken, tot op hoge leeftijd kwamen hooggeplaatste partijgenoten nog bij hem samen om te overleggen.
Samen met de schaarse verhalen die er zijn overgebleven, deel ik een groot stuk van mijn DNA met deze twee vissers. De man op de foto is mijn overgrootvader van mijn opa’s kant. Dit is buiten de pasfoto op zijn legitimatiebewijs de enige foto die ik van hem ken. Hij heette Jacobus Philippus Groenewegen en is in 1942 op 68 jarige leeftijd overleden. In zijn persoonsbewijs wordt hij als volgt omschreven: Haar: d. blond, wenkbrauwen: d. blond, ogen: blauw, neus: gewoon, knevel: d. blond, baard: geen, lengte: 1,78 m, godsd. gez.: r. kath, bijzondere kenteekenen: getatoueerd op rechter hand. Samen met hem hebben al vier generaties mannen in mijn familie de voorletters J.P. iets wat bij tandartsen, huisartsen en verzekeringsmaatschappijen al tot menige verwarring heeft geleid.
Lees ook: Pit van verderf, Vroege herinnering en Tere schuld.
Foute foto
Door de jaren heen ben ik anders naar foto’s gaan kijken en is mijn smaak veranderd. Ik ben daarin blijkbaar net zo modebewust als anderen, want foto’s die ik als tiener fantastisch vond, vind ik nu vaak oubollig. In mijn oude fotoboeken staan nog veel foto’s van modellen, bomen en dieren in scherp silhouet tegenover een vlammende zonsondergang over zee, ik had ooit zelfs zo’n poster op mijn kamertje hangen. Zo’n prachtige uitgeknipte vorm tegen een knalrode achtergrond met glinsterende lijnen goud op het water, prachtig, vond ik toen. Tegenwoordig kom je die foto’s alleen nog in de ansichtkaartenbakken op toeristenlocaties tegen, de meeste fotografen wagen zich er niet meer aan. Dit soort foto’s zijn van stijlvol naar stijlloos gegaan. Toch maak ik ze nog wel eens, voor mezelf, maar altijd met een gemengd gevoel, alsof ik eigenlijk iets verkeerds doe. En dat soort foto’s komen meestal ook niet meer door mijn eerste selectie heen. Te makkelijk, teveel op effect, te gedateerd. Toch jammer.
Kuifeend (Athya fuligula)
Altijd als ik kuifeenden zie, drijven ze onbeweeglijk op het water. Ik heb er geloof ik nog nooit één meer zien doen, dan met zijn ogen knipperen. Zowel de zwart-witte mannetjes, als de bruine vrouwtjes, hebben knalgele ogen, waarmee ze je enigszins laatdunkend aankijken. Dit paartje dobberde in de haven van Enkhuizen toen ik daar de bevroren bank fotografeerde. Het waaide flink en af en toe sloeg het koude water over hun kop. Ze vertrokken echter geen spier en bleven rustig dobberen. Na elke grote golf lichtten hun ogen even fel op.
 3-2018 2710_200.jpg)
 3-2018 2716_200.jpg)
 3-2018 2746_200.jpg)
Ik heb er een paar minuten naar staan kijken tot ik me realiseerde dat deze kuifeendjes helemaal niet zo rustig dobberden, integendeel ze waren keihard aan het werk. Want ondanks de harde wind bewogen ze tegen de stroom in. Boven water leken ze zo stil, zo onbeweeglijk, maar onder de waterspiegel, onzichtbaar voor de wereld, trappelden ze als een gek met hun pootjes.
Lees ook: Badeend (Flexilis anatis).
Wilde eend (Anas platyrhynchos)
IJssculpturen langs de Markerwaarddijk

_200.jpg)


Toen ik na mijn vroege bezoek aan de haven van Enkhuizen over de Markerwaarddijk terugreed, ben ik toch nog even gestopt. Op een paar plaatsjes aan de dijk kun je je auto parkeren en daar ben ik tegen de wind in naar beneden geklauterd. De harde oosterwind had het water van het IJsselmeer tegen de kade opgejaagd, samen met de extreme kou had dit het riet aan de waterkant veranderd in ijssculpturen.
Lees ook: Een bevroren bank.
Rietgorzen in de Groene Jonker
 3-2018 2261_430.jpg)
 3-2018 2112_200.jpg)
In de winter lijken mannelijke rietgorzen veel op de vrouwtjes. In het vroege voorjaar veranderen ze ieder jaar weer naar hun mooie zomerkleed en krijgen ze hun kenmerkende pikzwarte kop en keel. Dat ze nu nog niet helemaal mooi in hun zomerveren zitten weerhoudt hen er echter niet van om alvast luidkeels hun territorium af te bakenen.
Een bevroren bank


Afgelopen weekend was ik ver voor zonsopgang naar Enkhuizen gereden om daar in de haven parende en baltsende futen te gaan fotograferen. Ik was gewaarschuwd dat het koud zou worden en hard zou waaien, maar ik was er niet op voorbereid wat het effect van die twee factoren op het landschap zou hebben. Terwijl ik over de Markerwaarddijk reed, sloeg de harde oosterwind het water van het IJsselmeer als ijzel over de dijk. Toen ik in Enkhuizen aankwam en uit mijn auto stapte had ik moeite om overeind te blijven en ben ik met stijve passen naar de Compagniehaven gelopen. Daar bevindt zich een grote broedkolonie van futen en wordt in deze tijd van het jaar, normaal gesproken, druk gebaltst. Het was echter zo koud dat de futen daar helemaal geen zin in hadden, ineengedoken en op een mutje dobberden ze allemaal aan de lijzijde van de binnenhaven. Voor de zekerheid liep ik pal tegen de wind in toch nog even de hele stijger af om over het IJsselmeer heen naar de laagstaande zon te kunnen kijken. De laatste meters van de stijger waren veranderd in een ijsbaan. Het water was door de wind tegen de stijger opgejaagd en daar als een dikke ijsdeken overheen gevroren.
Lees ook: Broedende futen (Podiceps cristatus).
Dood en de afwas
Mijn ouders zijn oud, en door de vele jaren samen meer met elkaar verbonden dan alleen gewoonte en tijd kan verklaren. De laatste keer dat ik bij hen op bezoek was, liet mijn vader me zien waar hij in huis alle belangrijke documenten had opgeborgen. Met de grootste vanzelfsprekendheid legde hij me uit waar hun bankgegevens, legitimatiebewijzen en verzekeringspassen lagen. Niets in ons beider gedrag toonde iets van de onrust en het verstikkende gevoel van onvermijdelijkheid dat ik daarbij voelde. De nacht erna droomde ik dat mijn ouders stierven.
Ze zaten samen voor de buis en keken naar een Engelse detective. Mijn moeder had, zoals altijd, iets lekkers klaargemaakt en het enige geluid dat je hoorde was dat van de televisie. Daarna deden ze voor het naar bed gaan samen de afwas. Mijn ouders hebben geen afwasmachine en zelfs toen ze ernstig ziek waren, was dit een onderdeel van hun dagelijkse routine. Na de afwas ruimden ze de vaat netjes op en maakten ze zich klaar om naar bed te gaan. In mijn droom voelde ik met absolute zekerheid dat ze allebei wisten dat ze die nacht dood zouden gaan. Ze controleerden nog een laatste keer of hun flatje netjes aan kant was en deden het licht uit. Zonder een woord, zonder protest, kropen ze tegen elkaar aan en deden hun ogen dicht.
Lees ook: Dood en de bergeend, Pit van verderf, Twijfels in het donker, Slopende ziekte, Entropie en Tijd, Tijdsperceptie en De geur van mijn vader.
 3-2018 2774_430.jpg)