Weblog

Jonge chimpansee met tomaat (Pan troglodytes)

Wednesday, 21 February 2024

chimpansee (pan troglodytes) 10-2023 9030Bij De Beekse Bergen liep deze jonge chimpansee tijdens het voeren zo snel hij kon weg met een enorme tomaat. Als de dood dat iemand hem zou afpakken klom hij in een stelling en keek hij steels om zich heen.

 

chimpansee (pan troglodytes) 10-2023 8998chimpansee (pan troglodytes) 10-2023 9028Lees ook: Mensaap portretten, Aapjes kijken (Pan troglodytes) 1, 2 en 3 en Chimpansee Gert-Jan van de Beekse Bergen.

Zelfgemaakt mes no. 25 (Ockham)

Tuesday, 13 February 2024

zgm 25 ockham 2-2024 0154Gedurende het hele ontwerp- en maakproces heeft dit mes me tegengewerkt. Het duurde een eeuwigheid voor ik de lijnen en verhoudingen van dit mes goed had. Het was tevens de eerste keer dat ik een bloedgleuf in het ontwerp opnam en om het mezelf moeilijk te maken koos ik in plaats van een rechte ook nog voor een licht gekromde, die de rug van het mes volgde. Daarnaast wilde ik het handvat een museum-pasvorm geven, wat er weer voor zorgde dat ik het niet in één keer samen met de krop (guard) kon vormen.

 

zgm 25 ockham 2-2024 0147zgm 25 ockham 2-2024 0150zgm 25 ockham 2-2024 0158zgm 25 ockham 2-2024 0159Het lemmet is uit D-2 staal, een taaie staalsoort waar ik voldoende ervaring mee heb. Ik had echter nog nooit eerder meegemaakt dat er enkele insluitingen in het staal zaten, het heeft me veel kopzorgen gegeven om deze er zo uit te slijpen dat het ontwerp en de constructie van het mes er niet onder leden. Nadat ik het profiel uit het staal had geslepen, begon ik als eerste aan de bloedgroef. Omdat ik deze gekromd had ontworpen, kon ik het mes daarvoor niet gewoon recht langs de slijpmachine halen, maar moest ik hem met de hand slijpen. Dat maakte het extra moeilijk om beide krommingen gelijk en de aanzetten van de groeven mooi rond te krijgen. Het vormen van de snijvlakken was ook complexer dan normaal. Omdat ik het lemmet een forse buik had gegeven en ik wilde dat de snijvlakken ook daar tot aan de bloedgeul liepen, moest ik de hoek van het snijvlak over de lengte van het mes aanpassen. Vlak bij de krop, waar het snijvlak minder hoog loopt, is de snijhoek schuiner, naar de buik van het lemmet wordt deze steeds vlakker en wordt de snijhoek dus kleiner, terwijl hij naar de punt van het mes weer schuiner komt te staan. Het gevolg is dat het snijvlak een mooie zachte golving over het mes heeft en gelijk loopt met de groef, terwijl de mespunt zelf niet te dun wordt. Het lemmet heeft, net als de krop, een lichte knik in zijn rug en de valse snede begint daar net iets voor. De aanzethoeken van de valse snede, de snijvlakken bij de ricasso en de holtes in de krop zijn allemaal herhalingen van halve of kwart cirkels die in verschillende groottes achter elkaar liggen.

 

De krop met de vingergroef heeft aan de voorkant een kleine knik en aan beide zijkanten een uitgeslepen holte die de overgang van de krop naar het lemmet minder abrupt maakt. Als je de lijnen langs de buitenkant van de krop en de hiel van het lemmet naar boven volgt, vormen deze samen een scherpe driehoek en komt de punt precies uit waar de voorkant van de krop in het lemmet overgaat. Omdat ik een zogenaamde museum-pasvorm voor het handvat wilde, moest ik de krop los van het handvat vormen, en dus heel goed in de gaten houden dat de vorm en vlakken daarvan zouden aansluiten bij die van het handvat. De krop loopt zijwaarts van voor naar achteren lichtjes uit.

 

zgm 25 ockham 2-2024 0133zgm 25 ockham 2-2024 0136Voor het handvat had ik oorspronkelijk een prachtig stuk gekleurd en gestabiliseerd eiken met een complexe nervenstructuur gekocht, maar dat bleek zo hard dat de boor waarmee ik het gat voor de angel boorde, verboog en aan de rug van het handvat naar buiten schoot. Dit gat zorgde ervoor dat ik mijn ontwerp moest herzien en opnieuw moest beginnen. Hoewel ik nog wel wat andere stukken gestabiliseerd hout had liggen, waren die allemaal net iets te klein. Als ik die zou gebruiken zou ik de snavel of haan achteraan het handvat moeten weglaten, wat de hele vorm van het mes zou aantasten. Ik besloot uiteindelijk om het nieuwe handvat uit een stuk zebrahout te maken. Dit hout is hard en dradig en laat zich soms wat moeilijk vormen, maar het heeft wel een fraaie tekening en is heel stevig. Je kunt het vaak het beste met handgereedschap vormen, want het heeft de neiging om op een slijpmachine snel te verbranden of te verkleuren. Het handvat moest los van de krop worden gevormd, er perfect op passen maar bij de aansluiting rondom wel net een millimeter groter zijn. Dit kon alleen als het gat voor de angel precies paste, zodat ik het handvat telkens als ik er aan werkte, er steeds op dezelfde plaats op kon schuiven en het niet verschoof. Dit zorgde er ook voor dat ik steeds maar hele kleine stukjes kon wegvijlen en continu moest blijven passen.

 

zgm 25 ockham 2-2024 0138zgm 25 ockham 2-2024 0141Zelfs als je een houten handvat goed afwerkt, blijft het gevoelig voor vochtopname of uitdroging. Om die reden werden houten handvaten op luxe messen vroeger net iets groter gemaakt en werd de overgang naar de krop lichtjes afgerond. Als het hout dan na verloop van tijd toch zou krimpen of uitzetten, konden er geen scherpe randen tussen het ijzer en het hout ontstaan. Zoiets noemt men een erfenis- of museum-pasvorm. Het handvat loopt vanaf de krop eerst een klein stukje bol en kromt zich dan naar achteren toe, zodat het handvat van boven af bezien mooi taps afloopt. Het is met Tungolie en Renaissance-was afgewerkt.

 

Oorspronkelijk had ik bij dit mes nog siervijlwerk en gefacetteerde messing spacers ontworpen. Ook speelde ik nog even met het idee om voor het handvat een prachtig en opvallend blauw met geel geverfd stuk gestabiliseerd hout te gebruiken. Maar uiteindelijk heb ik al die opsmuk en versiersels laten vallen en gekozen voor een relatief kaal mes, in de hoop dat er niets overbodigs is dat van de lijnen en verhoudingen kan afleiden die voor mij dit mes zijn waarde geven.

 

Het hele proces was een worsteling, maar ik ben wel heel tevreden met het resultaat. Het is een geweldig mes geworden dat niet alleen erg prettig vasthoudt maar ook uitzonderlijk scherp is. Vanwege het lastige ontwerp- en maakproces, waarin ik steeds allerlei overbodige versiersels uit het ontwerp moest wegsnijden om tot de kern van het ontwerp te komen, heb ik het vernoemd naar Willem van Ockham, de beroemde 14e-eeuwse nominalist die beroemd is om zijn “lex parsimoniae”, zijn wet van spaarzaamheid.

 

Het lemmet is 6,3 mm dik, op zijn breedste punt 5,7 cm hoog en 21 cm lang. Het handvat is op zijn breedste punt 2 cm dik en het hele mes is 34 cm lang en weegt 427 gram.

 

Klik hier voor meer foto’s van zelfgemaakt mes no. 25 (Ockham) en hier voor meer foto’s van andere zelfgemaakte messen.

Lees ook: Ockhams scheermes, Zelfgemaakt mes no. 24 (Baleen), Zelfgemaakt mes no. 2 versie 2.

Verblind door snelheid: Basterdzandloopkever (Cicindela hybrida)

Sunday, 17 December 2023

basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 8-2009 5937Eén van de snelste dieren op aarde, rent zo snel dat hij niets kan zien. Een zandloopklever trekt sprintjes van ruim 2,5 meter per seconde. Dat lijkt niet veel maar in verhouding tot zijn lichaamslengte van amper 1 a 2 cm, zou een mens daarvoor bijna de snelheid van het geluid moeten halen. Zandloopkevers hebben overigens uitstekend zicht, ze jagen overdag en zijn in staat om met hun grote facetogen de kleinste details waar te nemen. Het probleem is echter dat hun ogen tijdens extreem grote snelheden niet genoeg licht kunnen vangen om een goed beeld te vormen, de wereld wordt dan één waas. Mensen ervaren in beperkte mate hetzelfde als zij snel bewegen. Als je erg hard rijdt, kun je snelheidsblind worden, je ziet dan steeds minder van de omgeving en je krijgt tunnelvisie. Als je snelheid te hoog wordt, kunnen je ogen het niet meer bijbenen en zijn je hersenen niet in staat om alle beeldinformatie te verwerken, je bent dan dus praktisch blind.   

 

basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 8-2008 2444basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 6-2008 1213De zandloopkever lost dit probleem op twee eenvoudige manieren op. Ten eerste beweegt hij zo snel dat hij na een felle sprint gerust even een milliseconde kan stoppen om zich opnieuw te oriënteren en ten tweede gebruikt hij tijdens zijn sprintjes zijn antennes als blindenstokken.

 

Zandloopkevers jagen, zoals hun naam al aangeeft, graag op het open zand. Je ziet ze daar in de zon korte razendsnelle sprintjes trekken. Ze rennen een klein stukje, stoppen heel kort en schieten meteen weer weg. Soms zie je ze tijdens zo’n stop ook nog even een rondje op de plaats draaien om zich opnieuw te oriënteren. Tijdens hun jacht over het zand houden ze hun antennes recht naar voren, met de uiteinden iets naar beneden gebogen en slechts een paar millimeter boven de grond. Als ze tijdens hun sprint iets raken, buigen de flexibele uiteindes mee en duwt de kever zich meteen een beetje omhoog zodat hij over het obstakel heen schiet.

 

basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 5-2023 7922Deze mooi gekleurde loopkevers zijn niet alleen schuw en snel, ze kunnen ook nog eens goed vliegen. Als je ze als fotograaf probeert te benaderen, vliegen ze vrijwel meteen weg. De enige manier die ik heb kunnen bedenken waarop ze nog enigszins goed zijn te fotograferen is min of meer van achteren. Als je ze vanaf een afstandje met de zon in je rug benadert, komt er een moment dat ze in je schaduw staan. Als je dan langzaam door je knieën zakt, ervoor zorgt dat ze de hele tijd in je schaduw blijven staan en je voorkomt dat je silhouet teveel van vorm verandert, kun je heel langzaam dichterbij komen. Voor een redelijk foto betekent dit dat je ze minimaal tot op een paar decimeter voor je lens moet zien te naderen. In veel gevallen vliegen ze op het laatste moment toch nog weg, om daarna net buiten bereik van je lens weer te landen. Het vraagt dus nogal wat geduld voor je er eentje goed in beeld hebt.

 

basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 5-2023 7931In Nederland komen de basterdzandloopkever en de groene zandloopkever het meeste voor. De eerste is roodbruin tot paars met witgele vlekken, de tweede felgroen met witte vlekken. Beide hebben lange slanke poten, grote bolvormige ogen, een grote lichte bovenlip en twee forse sikkelvormige kaken. Hun lichaam heeft een metallieke iriserende glans, die wordt veroorzaakt door een dun laagje was op hun dekschilden. Afhankelijk van de breking van het licht kan deze voor een groene, blauwe tot rood paarse zweem zorgen.

 

De afgebeelde basterdzandloopkevers (Cicindela hybrida) zijn gefotografeerd op het Leersumse veld en bij de Loonse en Drunense Duinen, waar je ze op zonnige zomerdagen soms over het zand ziet schieten.

 

Lees ook: Paarse loopkever, Violette schallebijter en Korrelschallebijter, Kettingschallebijter (Carabus granulatus), Gewone oeverloopkever (Elaphrus riparius), Kleine poppenrover (Calosoma inquisitor), Het mosgroene oog (Crocodylus niloticus) en Spinnenogen.

Mensaap portretten

Thursday, 14 December 2023

gorilla (gorilla gorilla) 4-2022 2129-3Het maken van een fotoserie is bij mij nooit een vooropgezet plan. Het begint altijd met een eerste foto, eentje die me fascineert en stimuleert om er nog zo één te maken. Voor ik het weet maak ik dan onbewust nog een derde en vierde. Ergens slaat er dan iets om en ga ik bewust op zoek naar een volgende foto die dezelfde lading dekt als de voorgaande en voor ik het weet is het begin van een hele reeks geboren. Zo is het ook bij deze foto’s gegaan. In 2021 maakte ik mijn eerste mensaap portret van Nassibu in Diergaarde Blijdorp, iets later in 2022 van gorilla Komale in De Beekse Bergen, waarna er nog een aantal portretten van chimpansees van dezelfde locatie volgden. Afgelopen week ben ik er bewust op uitgetrokken om bij Ouwehands Dierenpark wat foto’s van orang-oetans te maken en moet ik nu dus toegeven dat ik wederom aan een nieuwe reeks foto’s ben begonnen, mijn mensaap portretten. Ik heb dus weer een nieuwe fotogalerij aan mijn site toegevoegd, ik ben benieuwd hoeveel foto’s daar nog in gaan komen.

 

Klik hier voor de fotomap met mensaap portretten.

 

Lees ook: Flossende orang-oetan (Pongo pygmaeus), Piku de orang-oetan en Opgezette apen in musea.

Flossende orang-outan (Pongo pygmaeus)

Thursday, 14 December 2023

orang-oetan (pongo pygmaeus) 12-2023 9771orang-oetan (pongo pygmaeus) 12-2023 9526orang-oetan (pongo pygmaeus) 12-2023 9553orang-oetan (pongo pygmaeus) 12-2023 9486orang-oetan (pongo pygmaeus) 12-2023 9791Van alle mensapen vind ik orang-oetans het fascinerendst. Deze “bos-mensen” zijn minstens zo intelligent als de andere mensapen maar hebben toch een zichtbaar ander karakter dan bonobo’s, gorilla’s of chimpansees. Misschien lees ik teveel in hun blik en antropomorfiseer ik hun gedrag, maar op mij komen ze heel beschouwend, onderzoekend en beredenerend over. Van alle primaten zijn de orang-oetans ook het meest op zichzelf, ze lijken me minder overheerst door hun emoties dan de chimpansees en minder afhankelijk van conventies dan de gorilla’s.

 

Deze foto’s zijn allemaal in Ouwehands dierenpark gemaakt, daar leeft in gevangenschap een kleine familie Borneose orang-oetans. Toen ik er was, werden ze net gevoerd, in alle rust verzamelden ze hun voedsel om het daarna ergens in een hoekje bijna mechanisch op te eten. Het grote mannetje trok, toen hij zag dat ik foto’s van hem wilde maken, een grote cementzak over zich heen. Af en toe tilde hij hem een beetje op om me in de gaten te houden, maar zodra ik me naar hem toekeerde, liet hij de zak gelijk weer zakken. Het jonkie was minder schuchter, hij installeerde zich bij de ruit en bouwde daar uit stro een kleine hut. Terwijl hij de bezoekers ontspannen in de gaten hield, begon hij daar in alle rust te eten. Toen hij klaar was, speelde hij nog even met een grote lap stof, waar een lange draad aan hing. Hij bewoog deze op en neer langs zijn gezicht en tanden, bijna alsof hij floste.

 

Lees ook: Piku de orang-oetan, Aapjes kijken 1, 2 en 3, Gorilla Nasibu (Gorilla gorilla gorilla), Gorilla Komale en spierkracht, mensaap versus mens, Chimpansee Gert-Jan van de Beekse Bergen, Caesar en Lucy, oogwit en antropomorfismen, Frémiet: Orang-oetan wurgt een wilde uit Borneo en Wilde dierenknuffels.

Zelfgemaakte knuppel no. 3 (Femur)

Monday, 13 November 2023

ZGK 3 (femur) 11-2023 9349Sinds mijn eerste twee zelfgemaakte knuppels ben ik in het bos een stuk alerter op de vormen van takken. Als ik een tak voor een knuppel uitkies, probeer ik er op te letten dat  ik zo min mogelijk aan de vorm hoef aan te passen om er een bruikbare knuppel van te maken. Ik vind het mooi als je de oorspronkelijke vorm nog goed in het uiteindelijke werkstuk terug kan zien. Deze derde knuppel is van een kromme beukentak gemaakt, waarbij ik zo min mogelijk van het hout heb weggehaald. Hierdoor kun je nog goed het kleurverschil tussen het lichtere spint- en het donkerdere kernhout zien.

 

ZGK 3 (femur) 11-2023 9322ZGK 3 (femur) 11-2023 9323ZGK 3 (femur) 11-2023 9346ZGK 3 (femur) 11-2023 9343Deze knuppel heb ik ook weer met de hand met een schaaf, mes en schuurpapier in vorm gebracht. Naarmate ik meer hout verwijderde, kreeg ik de vorm die ik zocht steeds beter voor ogen. De tak deed mij denken aan een dijbeenbot (femur) en bij het snijwerk heb ik me ook laten inspireren door de wrangka, de bewerkte bovenkant van de schede van een Indonesische kris. De zijkanten van de knuppel zijn nagenoeg vlak en hebben slechts een kleine kromming, de smallere voor en achterkant hebben een aantal groeven waardoor het lijkt alsof er een dikker stuk tussen de zijkanten is ingeklemd, dat er bij de kop en achterkant gedeeltelijk uit tevoorschijn komt. Ongeveer zoals bladeren, vruchtpeulen of bloemen vanuit hun bladschede groeien. De kop van de knuppel is het dikst en de kromming aan het uiteinde zorgt ervoor dat het contactvlak, als ermee wordt geslagen, minimaal is. Dit zorgt ervoor dat er bij een klap de maximale kracht op een zo’n klein mogelijk oppervlak wordt overgebracht. De knuppel is licht en snel en voelt vanwege zijn organische vorm heel prettig aan. Dankzij de fijne nerf kun je beukenhout heel glad afwerken en als je het hout daarna met een gladde steen opwrijft, krijgt het een mooie zachte glans.

 

ZGK 3 (femur) 11-2023 9338ZGK 3 (femur) 11-2023 9340Deze knuppel is alleen met wat tungolie afgewerkt, waardoor de warme kleuren van het beukenhout en het contrast tussen het spint- en kernhout goed tot zijn recht komen. De knuppel weegt slechts 570 gram, en is van kop tot eind 57 cm lang. De voet is 17,5 cm lang en 3 cm dik, terwijl de steel vanaf de hiel bemeten 45 cm lang is.

 

Een dijbeenbot is het grootste en sterkste bot in het lichaam van een mens, het kan tot dertig maal het lichaamsgewicht dragen. Vanwege hun stevigheid en de vorm met bolle kop aan het uiteinde kunnen dijbeenbotten heel goed als slagwapens dienen. In de beroemde openingsscene van 2001 a Space Odyssey, één van mijn favoriete films aller tijden, gebruikt een proto-homonid een dijbeenbot als knuppel. Deze ontdekking van het bot als wapen luidde in de film het begin van de menselijke evolutie in.

 

Ik heb nu een knuppel van wilgen-, eiken- en beukenhout gemaakt. Als er ooit nog een knuppel komt, probeer ik daar weer een andere houtsoort voor te kiezen.

 

Klik hier voor meer foto’s van deze knuppel.

 

Lees ook Zelfgemaakte knuppel no. 1 (Ongwe Hongwe) en Zelfgemaakte knuppel no. 2 (Baculum).

Het Teylers Museum in Haarlem

Monday, 6 November 2023

tylers museum 10-2023 9282Als er iets is waar het Tylers Museum trots op is, is het wel haar leeftijd, het is het oudste museum van Nederland. Dat is echter heel wat minder interessant dan het feit dat hun prachtige museumzaal er nog vrijwel net zo bijstaat als toen hij in 1784 werd ingericht. Ik ben altijd al een grote fan geweest van musea die ook als tijdscapsule fungeren en bij het Teylers waan je jezelf even in de 18e eeuw.

 

tylers museum 10-2023 9291tylers museum 10-2023 9273tylers museum 10-2023 9180tylers museum 10-2023 9287De collectie zelf is aardig. Het museum heeft een aantal zeer waardevolle en interessante stukken in beheer, maar die zijn volledig ondergeschikt aan de entourage waarbinnen ze worden gepresenteerd. De vitrines zijn volgepropt, schamel verlicht en van karige uitleg voorzien. Ik denk dan ook niet dat veel bezoekers lang zullen stilstaan bij hun Homo Diluvii Testis, het fossiel van een reuzensalamander dat eerder werd aangezien voor de restanten van een mens van voor de zondvloed, of bij hun fossiel van een Ostromia, dat voorheen verkeerd was gecatalogiseerd als dat van een Pterodactylus. De bezoekers komen voor het gevoel van tijd, voor de eeuwen die er liggen tussen hun eigen bestaan en het oprichten van het museum en daar voegt deze presentatiewijze juist aan toe.

 

tylers museum 10-2023 9202tylers museum 10-2023 9237tylers museum 10-2023 9187tylers museum 10-2023 9179Door de jaren heen zijn er aan het Teylers natuurlijk toch enkele aanpassingen gedaan, waardoor nu niet alles meer in oorspronkelijke staat is, maar dat is het lot van elke collectie en van elk museum. Het belangrijkste is dat het zijn oorsprong in ere heeft gehouden en zijn identiteit niet is verloren.

 

Klik hier voor meer foto’s van het Teylers Museum in Haarlem en hier voor meer foto’s van Europese natuurwetenschappelijke musea.

 

Lees ook: Museo di Storia Naturale in Palazzo Poggi in Bologna, Salone degli Scheletri in La Specola, Galerie de paléontologie et d'anatomie comparée in Parijs en Missiemuseum Steyl.

Onze wereld wordt steeds grauwer en hoekiger, oftewel onze toenemende voorkeur voor rechte lijnen en grijstonen

Monday, 2 October 2023

interieur 1970 en 2023Ik ben geboren in de zestiger jaren en groeide op met felgekleurde overhemden, bonte ribfluwelen broeken en drukke patronen op het behang. Door de jaren heen zijn deze opvallende felle kleuren langzaam vervaagd en vervangen door vale spijkerbroeken, grijze sweatshirts en witte of kleikleurige muren. Het lijkt wel of men momenteel collectief kiest voor stadscamouflage, alles wordt grauw en grijs. Het kleine beetje kleur dat er nog overblijft, is sterk afgezwakt. Niemand draagt nog felgroen, dat is allang vervangen door “Nordic Green”, een grijsgroene kleur die eruit ziet alsof hij te vaak is gewassen en waar je vroeger nog wel eens fel rood of hard roze tegenkwam, is dat nu “Terracotta Red” of “Aged Pink” geworden.

 

autokleuren 1970 en 2023Men wordt blijkbaar steeds banger voor kleur, een tendens die je ook goed in onze kleurkeuzes voor auto’s terugziet. Op de weg kom je vrijwel geen brandweerrode, kanariegele of gifgroene auto’s meer tegen. De meest verkochte auto’s by far zijn nu grijs, daarna met enige afstand gevolgd door zwart en wit (met dank aan Apple). Zelfs blauwe auto’s, vroeger een veel gemaakte keuze, worden hoewel sterk afgezwakt in kleur, steeds minder verkocht.

 

Een uitgebreide studie door The Science Museum Group naar ons gebruik van kleur bij alledaagse voorwerpen bewijst dat grijs steeds meer in opkomst is, terwijl het gebruik van warme kleuren langzaam verdwijnt. Opvallend genoeg gaat deze kleurtendens tevens gepaard met een steeds scherpere en hoekigere vormgeving. Het is alsof met alle kleur ook langzaam alle zachtheid uit ons dagelijkse leven verdwijnt. Veel vormgeving verschuift zich steeds meer van rond en organisch naar hoekig en doosvormig.

 

Lees ook:Rood of blauw en Tijd is kou.

Convergente evolutie: de overeenkomsten tussen het gebit van een carnivoor en de scharen van een zwemkrab.

Sunday, 1 October 2023

schaar zwemkrab 9-2023 8947Aan het strand vind je langs de vloedlijn regelmatig krabbenschilden en scharen. Veel daarvan zijn afkomstig van zwemkrabben die zijn aangespoeld en opgegeten door meeuwen. Toen ik zo’n krabbenschaar goed bekeek, viel me op hoeveel die lijkt op de kaken van een wolf. Zo’n krabbenschaar heeft uitsteeksels en punten die precies hetzelfde doen als de tanden en kiezen van een vleeseter die aan land leeft.

 

In tegenstelling tot het gebit van een roofdier, zit de bewegende vinger van de schaar (dactylus), wat bij een schedel de onderkaak zou zijn, bij een krab juist aan de bovenkant. Het is alsof het gebit is omgedraaid. Ik heb geen onderzoek kunnen vinden naar dit evolutionaire voordeel, maar heb het vermoeden dat dit hen helpt bij hun verdediging. Omdat veel roofdieren van boven komen, kunnen ze deze beweeglijke vinger zo makkelijker oprichten. Waarschijnlijk helpt het ook bij het voedsel vergaren, omdat ze de vaste, onbeweeglijke vinger (pollex) dan als schuiver of schep en het beweegbare deel als duim kunnen gebruiken.

 

Aan het uiteinde van beide vingers van hun klauw zit een iets langere scherpe punt. Deze punten scharen als slagtanden langs elkaar en worden gebruikt om een prooi mee te grijpen of te doden. Net als bij het gebit van een carnivoor beweegt de slagtand van het bewegende deel van de klauw binnen langs die van het vaste deel. Verder naar achteren richting het scharnier zitten boven en onder aan de binnenkant van de schaar een aantal uitsteeksels (dentikels) die, als de schaar dichtklapt, in elkaar grijpen. Net als bij de carnassiale tanden van een wolf vergroten deze het grijp-oppervlak en zorgen ze er voor dat een prooi in stukken kan worden gesneden. Bij roofdieren zijn carnassiale tanden, die vaak een driehoekige vorm en snijrand hebben, specifiek ontstaan om vlees mee te snijden. Zwemkrabben gebruiken de dentikels in hun scharen op precies dezelfde manier. 

 

Zwemkrabben zijn gespecialiseerde carnivoren, ze jagen actief op kleine kreeftachtige, borstelwormen, stekelhuidigen en schelpdieren en hebben daar een vergelijkbaar stuk gereedschap voor nodig als wolven. Het is dus niet gek dat beide, totaal niet gerelateerde soorten een vergelijkbare adaptieve evolutie hebben doorlopen en nagenoeg dezelfde oplossing voor hetzelfde probleem hebben ontwikkeld. Als je kijkt naar de vorm van de klauwen en de dentikels bij andere krabbensoorten, variëren deze afhankelijk van hun dieet en levenswijze net zo veel als de gebitten bij zoogdieren.

 

Lees ook: Convergerende evolutie, Soldaatkrab (Mictyris sp.), Kiezelkrab (Randalia eburnea), Leven op dood, Dode krabben en De heremietkreeft.