Weblog

Seks in het donker

Friday, 4 November 2011

Mensen zijn echte dag-dieren. ’s Morgens vroeg opstaan, ’s avonds laat naar bed en je extra laten betalen voor werken in het donker. We beginnen langzaam, samen met de zon en een kop koffie komen we op gang, en als het donker wordt gaan we moe weer naar bed. Maar waarom vrijen de meeste mensen dan ’s morgens vroeg of ’s avonds laat? Als ze of nog niet helemaal wakker zijn of al behoorlijk moe? Recentelijk onderzoek geeft aan dat de meeste mensen seks hebben op dezelfde momenten als de meeste mensen gapen.

 

Een topsporter levert toch ook zijn beste prestaties niet als hij net uit zijn bed komt of er eigenlijk weer naar terug verlangt. Bij andere dieren is dit anders. Die vrijen dat het een lieve lust is en als ze er genoeg energie voor hebben, laat in de ochtend, midden op de dag of vroeg in de middag, maar niet als ze net wakker zijn of als het te donker wordt om elkaar te zien.

 

Voor een diersoort die zo door seks wordt geobsedeerd en die, in tegenstelling tot veel dieren, het hele jaar door met seks bezig kan zijn kiezen we wel rare momenten uit om aan onze obsessie toe te geven.

Steatoda grossa

Thursday, 3 November 2011

grote steatoda (steatoda grossa) 10-2011 2300Deze Grote Steatoda (een mannetje) was in mijn badkuip gegleden. Als een ervaren bergbeklimmer probeerde hij er met ankerpunten van lijm en zijden klimdraden weer uit te klauteren. Maar de badkuip was te glad en te nat, zodat ik hem er na een paar mislukte pogingen maar heb uitgeholpen. Deze spinnen komen bij ons vooral binnenshuis voor. De mannetjes hebben een goed ontwikkeld stridulatie-apparaat, bestaande uit een aantal richels aan de achterkant van het carapax met daar tegenover tanden onder aan de voorkant van het abdomen. Een vibrerende beweging van het abdomen maakt een geluid dat nog net hoorbaar is.

 

Deze spinnensoort is eigenlijk van Noord Amerikaanse oorsprong. Daar is de bekende zwarte weduwe één van haar prooidieren. De Steatoda- spinnen lijken niet alleen op de zwarte weduwen maar zijn er ook nauw aan verwant. De beet van een Grote Steatoda is voor mensen zelfs “medisch significant”. Hoewel de effecten van deze beet erg mild zijn gebruikt de Steatoda eenzelfde neurotoxisch gif als de zwarte weduwe. Helaas heb ik alleen maar een mannetje in mijn badkuip gehad, maar met een beetje geluk vind ik misschien nog wel een keer een vrouwtje op mijn wc-bril.

 

Een vrouwelijk exemplaar van deze Grote Steatoda (die in blauw en rood was geschilderd) werd in de eerste Spiderman film gebruikt. De beet van deze spin was verantwoordelijk voor de verandering van Peter Parker in Spiderman

Freyafugle

Tuesday, 1 November 2011

oogvleklieveheersbeestje (anatis ocellata) 10-2011 2503De volksnaam ‘lieveheersbeestje’ stamt nog uit de tijd dat de Germanen in Europa werden gekerstend. De Germaanse naam was freyafugle, ‘vogel van Freya’. Freya was niet alleen de belangrijkste godin van de Germanen maar tevens de mooiste. Tijdens de kerstening werden zo veel mogelijk heidense namen en gebruiken verchristelijkt. Zo werd freyafugle veranderd in onzenlievevrouwebeestje of lieveheersbeestje. De naam lievevrouwebeestje leeft voort in het Duits als Marienkäfer en in het Engels als Ladybird. In Amerika noemt men ze Ladybugs. De naam lieveheersbeestje vindt men in het Frans weer terug als bête à bon Dieu en in het Iers als boin Dé (gods koetje).

Een eigen stijl

Sunday, 30 October 2011

Vroeger onderzocht men in de kunst de natuur. Door herhaaldelijk kopiëren en empirisch onderzoek ontstond er uiteindelijk een eigen stijl. Men nam de wereld als uitgangspunt en probeerde deze te fileren, te analyseren. Dankzij de kunst kreeg men steeds meer grip op deze wereld. Naarmate men hier beter in werd, bleken verschillende kunstenaars verschillende aspecten van de wereld bloot te leggen en ging men de individuele kunstenaars daar om waarderen. Hun handschrift werd hun stijlkenmerk en hun publiek prees hen daar om.

 

Momenteel onderzoeken veel kunstenaars niet meer de natuurlijke wereld maar die van de cultuur, die van de kunst zelf. Deze wereld is echter kunstmatig en buitengewoon veranderlijk. Aangezien men kunstenaars nog steeds het meeste waardeert om hun stijl hebben veel hedendaagse kunstenaars hun probleemstelling veranderd. Ze zoeken niet meer naar nieuwe inzichten maar gaan direct op zoek naar een eigen stijl. Men zoekt een truc, een werkwijze die werkt. Als zij deze hebben (uit)gevonden kunnen ze deze toepassen op de wereld. Het juist toepassen van deze werkwijze kan dan allerlei nieuwe aspecten van de wereld blootleggen. Zij kan tot nieuwe inzichten, nieuwe emoties en een nieuwe esthetica leiden. Hun nieuwe werkwijze fungeert dan als een extra zintuig waarmee ze de werkelijkheid kunnen benaderen.

 

De grote fout die veel kunstenaars (en critici) echter maken is, dat als zij over kunst praten zij deze werkwijze steevast omkeren. Zij praten over het werk alsof de nieuwe analyses en inzichten die deze techniek heeft opgeleverd de reden van het ontstaan van deze techniek was. Maar niets is minder waar. Zij zijn het resultaat van de zoektocht naar een eigen stijl. Deze omgekeerde werkwijze is daardoor echter niet minder waardevol. Als een eigen stijl of werkwijze tot nieuwe beelden en inzichten leidt is de totstandkoming van deze stijl niet het belangrijkst.

De oorworm

Wednesday, 26 October 2011

gewone oorwurm (forticula auricularia) 4268-2_680Onze oorworm (of oorwurm) staat in een kwaad daglicht. Men vindt hem vies, eng en is bang dat hij ongemerkt in onze krapste lichaamsopeningen kruipt. Geheel onterecht overigens. Het klopt weliswaar dat een oorworm zich graag in nauwe spleten en gaatjes wurmt. Maar daar kan hij niets aan doen, hij is tenslotte thigmotropisch (aanrakingsminnend). Hij voelt zich graag aan alle kanten omgeven en zal zichzelf dus zo strak mogelijk ergens tussen wringen. Maar geen zorgen, de kans dat een oorworm in je oor kruipt, is echt minimaal. Er zijn veel meer gevallen bekend van kakkerlakken en spinnen die in iemands oor zijn gekropen.

 

Toch is de angst voor oorwormen al heel oud. In het Engels noemt men ze ‘Earwigs’ en in het Duits ‘Ohrwörmer’. Het geloof dat hij in onze oren zou kruipen, stamt uit de Middeleeuwen en helaas bleef het volgens dit volksgeloof niet bij kruipen. Men dacht dat hij zich een gat door het trommelvlies zou knagen om vervolgens zijn eitjes in onze hersenen te leggen. In het Woordenboek der Nederlandsche Taal uit 1896 stond nog “Het diertje dankt zijn naam aan het ook thans nog heerschende volksgeloof, als zou dit insect bij voorkeur in ’s menschen ooren kruipen om er het bloed uit te zuigen.” Met dat soort verhaaltjes krijg je iemand natuurlijk wel bang.

 

Uit deze tijd stamt ook de ‘oorwormolie’. Omdat men dacht dat de oorzaak van een kwaal ook het medicijn zou kunnen leveren gebruikte men gemalen oorworm vermengd met hazenurine om doofheid mee te genezen. Hoewel iedereen al voor het innemen spontaan beter begon te horen, veroorzaakte het eerder kotsneigingen dan dat het doofheid genas.

 

Als een oorworm zich bedreigd voelt zal hij een dreighouding aannemen en de tangen achterop zijn lichaam (cerci) als een schorpioen over zich heen buigen. Deze tangen zijn echter niet sterk genoeg om de menselijke huid te doorboren. Verder is een oorworm buitengewoon nuttig: hij voedt zich met kleine schadelijke insecten zoals bladluizen. Oorwormen onderscheiden zich van veel andere insecten juist door hun properheid en hun broedzorg. Het wijfje zal de gelegde eitjes en uitgekomen jongen geruime tijd verzorgen. De eitjes slikt ze regelmatig schoon om te voorkomen dat ze uitdrogen of gaan schimmelen en de net uitgekomen jongen beschermt ze als een leeuwin. Als deze kleintjes zich iets te ver buiten haar nest wagen, worden ze door de bezorgde moeder meteen weer naar de andere jongen terug gebracht.

 

De oorworm kan overigens vliegen, al doet hij dat niet vaak. Onder zijn korte dekschilden liggen zijn vleugels op een kunstige manier opgevouwen. Als hij deze uitklapt lijken ze wel wat op een paar oren. De kans is dan ook erg groot dat daar de oorspronkelijke naam van het beestje vandaan komt. Angst en bijgeloof hebben er daarna voor gezorgd dat er bij deze naam een angstaanjagende levenswijze werd verzonnen.

Zo moeder, zo dochter

Monday, 24 October 2011

Ik had als puber een poosje een leuke en lieve vriendin. Toen ik echter voor het eerst bij haar thuis kwam, sloeg de schrik me om het hart. Het meisje was elegant, zacht, welbespraakt en intelligent. Haar moeder was in alles het tegenovergestelde. Zij had een bek met tanden waar zelfs de meest positieve tandarts geen heil meer in zou zien en het geluid dat daar uitkwam bezat een poëzie die alleen een proctoloog zou kunnen waarderen. Dit geheel werd omgeven met een aura van vermoeidheid en onbehagen waardoor elke beweging er uit zag of het haar laatste was. In vergelijking met haar moeder stonden de verdroogde geraniums met de uitgedrukte sigarettenpeuken in hun plastic bakjes er fris en verzorgd bij.

 

Ik kon mijn ogen niet van haar af houden en ik heb geloof ik een volle drie minuten met open mond naar haar staan kijken. Blijkbaar had ze gedurende die tijd wel iets tegen me gezegd want ik zag aan haar gefronste wenkbrauwen dat ze op een reactie van mij wachtte. Enigszins beduusd keek ik vanuit mijn ooghoek naar mijn meisje voor steun. En dat had ik nou juist beter niet kunnen doen. Alsof de betovering was opgeheven zag ik in dat korte moment het evenbeeld van haar moeder, weliswaar jonger maar onmiskenbaar dezelfde kenau. Een oude volkswijsheid galmde door mijn hoofd en verdrong alle andere gedachten en emoties: ‘zo moeder, zo dochter’, waar was ik aan begonnen?

 

Hoe die prille relatie aan zijn einde is gekomen weet ik niet meer, ik kan me zelfs de naam van het meisje niet meer herinneren. Het enige dat me nu nog duidelijk bijstaat is het beeld van haar moeder.

 

De uitdrukking ‘zo moeder zo dochter’ is al behoorlijk oud. In de zesde eeuw voor Christus schreef de profeet Ezechiël (16:44): “Zie, iedere spreukendichter zal over u deze spreuk gebruiken: zo moeder, zo dochter.” In de Delftse Bijbel uit 1477 staat: “Also die moeder is: also is oeck haer dochter.” En in de Leuvense Bijbel uit 1548: “Ghelijc die moeder, alsoo is haer dochter ooc.”

 

Waarom onze relatie werd verbroken vind ik niet meer belangrijk, gesteund door zoveel Bijbelse wijsheid kan ik er nu alleen maar blij om zijn. Het idee om ooit eens wakker te worden en die verdroogde geraniums met die uitgedrukte sigarettenpeuken naast me te zien liggen,.. Ik krijg er nu nog rillingen van.

Wilde dierenknuffels

Sunday, 23 October 2011

haaienknuffelVroeger waren wilde dieren nog wild, nu zijn ze schattig. Om ervoor te zorgen dat we om de dieren zijn gaan geven hebben we ze ongevaarlijk gemaakt. We hebben ze vermenselijkt en hun dier-zijn ontnomen. We moeten dieren echter niet waarderen en willen “redden” omdat ze lief zijn of op ons lijken, maar juist omdat ze dat niet doen. Dieren zijn geen mensen en als we onze emoties op dieren blijven projecteren (antropomorfiseren) doen we ze te kort. Kinderen groeien hierdoor op met een vertekend beeld van dieren. Ze zien ze niet meer als wild, alleen nog als knuffel. Elk dier is aaibaar gemaakt, of het nu een beer, tijger, orka of panda betreft, we zien ze allemaal als goedaardige lieve dieren die ons, als wij ze maar geen kwaad doen, geen haar zullen krenken. Blijkbaar kunnen we alleen om dieren geven als we ze datgene ontnemen dat hen definieert, hun wildheid, hun juist niet mens-zijn.

Gesloopte kranen aan het Kanaaldok B1

Saturday, 22 October 2011

sloop kranen kanaaldok b1 10-2011 1909De grote kranen op het terrein van Antwerp Bulk Terminal (ABT) aan het Kanaaldok B1 zijn allemaal neergehaald. Ze waren een markant beeld in de Antwerpse haven en werden gebruikt om jaarlijks 30 miljoen ton erts op schepen, treinen en vrachtwagens te laden. Toen we er in augustus 2010 waren, staken de hoge kranen al werkloos boven het havengebied uit. Nu zijn ze allemaal weggehaald op eentje na, deze ligt in stukken geknipt op de grond. Ook alle oude silo’s zijn verdwenen, er zijn nieuwere, grotere silo’s voor op in de plaats gekomen.

 

sloop kranen kanaaldok b1 10-2011 2098Het is een vreemd gezicht. Met op de achtergrond de hoge bouwkranen en de nieuwe silo’s, ligt er op het terrein nu een enorme berg verwrongen staal. De grote brokstukken staan er als verroeste ruïnes bij en overal ligt olie en ijzer. Het is er erg stil en ziet er uit alsof het er zo al jaren bij ligt. Duiven hebben massaal hun intrek genomen en het verwrongen ijzer steekt overal boven uit. Van een afstandje lijkt het alsof gekleurde kartonnen dozen door de regen zijn ingezakt en vervormd. De enorme platen van soms wel 10 cm dikte zijn door de sloopkranen als speelgoed verbogen en in stukken getrokken. De tanden van deze kranen staan als vingerafdrukken in zachte klei in het vlijmscherpe staal.

 

Hier en daar is er al een begin gemaakt met sorteren. Er liggen stapels in brokken gescheurd staal, machine onderdelen, aluminium en betondraad. Veel verf is er afgesprongen en daaronder begint het ijzer te roesten. Waar de verf er nog opzit, springen de gele en blauwe kleuren er in het harde licht uit.

 

Klik hier voor meer foto’s van de gesloopte kranen.

Klik hier voor meer foto’s van het Kanaaldok B1.

Klik hier voor foto's van ABT aan het Delwaidedok.

Macrodontia cervicornis

Friday, 14 October 2011

macrodontia cervicornisDeze prachtige kever is één van de grootste ter wereld. Hij kan 17 cm lang worden en heeft forse kaken. De enorme bruine larven van deze boktor worden zelfs 21 cm. Macrodontia betekent grote tand en cervicornis betekent hertengewei. Ondanks zijn grootte kan deze kever vliegen. Ze komen voor in Zuid-Amerika. Dit specifieke exemplaar komt uit Brazilië en is ‘slechts’ 14 cm lang.

 

 

Klik hier voor meer kevers.

In een rechte lijn lopen

Friday, 14 October 2011

snuitkever 10-2011 1715Toen ik laatst bij een vriend vandaan kwam merkte ik thuis dat ik toch meer was aangeschoten dan ik dacht. Net toen ik me afvroeg of ik misschien toch niet een heel klein beetje slingerde zag ik dit kleine snuitkevertje. Arrogant rotbeest.