Weblog

Zonne-kruiersslak (Stellaria solaris)

Sunday, 19 June 2016

Zonne-kruiersslak (Stellaria solaris) 5-2016 9447Deze schelp behoort tot de Xenophotidae, de kruierslakken. Deze unieke slakken gebruiken hun voet om stukjes steen, koraal of schelp aan hun huisje te hechten. Over het algemeen wordt aangenomen dat ze dit doen om zichzelf te camoufleren of te voorkomen dat de schelp wegzinkt in het zand. Stellaria is, omdat hij meestal geen aanhangsels heeft, eigenlijk een uitzondering binnen dit geslacht, maar volledig gave exemplaren zijn toch zeldzaam. Deze schelp komt bij Puger uit Oost-Java vandaan. De stekels aan de rand van de windingen liggen steevast in de onderliggende winding gedrukt.

 

Zonne-kruiersslak (Stellaria solaris) 5-2016 9449Zonne-kruiersslak (Stellaria solaris) 5-2016 9450Deze slakken leven op zandbodems voor de kust en hebben een dun hoornachtig operculum. Het huisje is dunschalig en de stekels zijn hol. Ze worden ongeveer 8,5 cm groot. In 1705 kwam de eerste schelp van deze soort in Europa terecht en sindsdien gold hij als een grote zeldzaamheid. Na de tweede wereldoorlog werden er door Filipijnse diepzeevissers middels trawlers meerdere schelpen gevonden en momenteel zijn ze vrij makkelijk te krijgen. Ondanks dat deze schelp wel wat lijkt op Guildfordia triumphans, een tulbandslak, zijn ze toch niet verwant.

Lambis scorpius

Friday, 17 June 2016

Lambis scorpius 5-2016 9439Deze schelp zocht ik al een tijdje, ik heb hem uiteindelijk gevonden op een schelpenbeurs in Antwerpen. Hij  heeft wel wat weg van een knokige hand met zes vingers. Het is zeker niet de grootste schelp uit de Lambis-familie maar ik vind hem wel de mooiste. Je ziet ze niet zo vaak en gave exemplaren zijn dan ook zeldzaam.

 

Lambis scorpius 5-2016 9440Lambis scorpius 5-2016 9446Deze “schorpioenenschelp” behoort tot de vleugelhoorns, deze schelpen zijn herkenbaar aan hun karakteristieke inkeping in de rand van de mondopening waar het gesteelde oog van de slak doorheen steekt. Ze hebben vaak een grote verbrede mondrand en lange vingervormige uitsteeksels. Bij Lambis scorpius is zijn siphonale kanaal sterk gebogen en net als zijn “vingers” zitten er kleine verdikkingen op die aan kootjes doen denken. Ze kunnen 17 cm lang worden en komen vooral in het zuidelijke deel van de westelijke Grote Oceaan voor.

Deze schelp is in 2015 bij Bohol bij de Filipijnen door vissers op 45m diepte gevonden. Hij is nog compleet met het kleine sikkelvormige operculum. Ze leven kruipend over de bodem op koraalzand.

 

Lees ook: Lambis chiragra chiragra, Tibia fusus en Mirabilistrombus listeri.

Homer, de Amerikaanse zeearend

Wednesday, 15 June 2016

Amerikaanse zeearend (Haliaeetus leucocephalus) 6-2016 1141Een paar weken geleden ben ik met Natuurmonumenten op een excursie naar het vogeleiland in het Zwarte Meer geweest om daar naar de broedende zeearenden te kijken. Hoewel ik het nest heb gezien en daar twee zeearenden op zaten, waren we er zo ver vanaf dat ik geen goede foto’s heb kunnen maken. Omdat ik deze magnifieke soort toch eens van dichtbij wilde zien, had ik contact opgenomen met Carel van Oirschot van Topvogel. Hij vliegt niet alleen met uilen en valken, maar ook met een prachtige Amerikaanse zeearend (Haliaeetus leucocephalus) genaamd Homer.

 

Amerikaanse zeearend (Haliaeetus leucocephalus) 6-2016 1102Vanwege hun formaat, Homer heeft een spanwijdte van 2,20 m, en hun massieve vierkante vleugels, worden zeearenden ook wel vliegende deuren genoemd. Als je ze van dichtbij ziet, valt echter pas goed op hoe imposant deze vogels zijn. Homer komt oorspronkelijk uit Alaska en weegt 4,5 kilo. Het feit dat hij een witte staart heeft, geeft aan dat hij volwassen is. Ik heb niet alleen foto’s kunnen maken van Homer maar ook nog van een oehoe, een holenuil, een laplanduil , een arendbuizerd , een lannervalk en een werkelijk prachtige kerkuil. Binnenkort volgen er meer foto’s van deze geweldige middag.

Angaria vicdani

Wednesday, 8 June 2016

Angaria vicdani 5-2016 9416-Dit waanzinnig mooie schelpje is super kwetsbaar. De vele uitsteeksels zijn heel breekbaar en blijven makkelijk ergens achter haken. Je komt ze in verschillende kleurvariaties tegen, van hardroze tot zachtgroen. Deze soort is nog relatief kort bekend, hij werd pas in 1980, door Kosuge, voor het eerst beschreven. Hij dankt zijn soortnaam vicdani aan Victor Dan, een bekende Filipijnse schelpenverzamelaar.

 

Angaria vicdani 5-2016 9419-Angaria vicdani 5-2016 9398Net als Guildfordia triumphans behoort deze schelp tot de tulbandslakken (Turbinidae). Ze hebben allemaal een kenmerkende diepe navel en een ronde mondopening die bij leven volledig wordt afgesloten door een hoornachtig operculum. Angaria vicdani-slakken zijn vegetarische koraalrifbewoners die in diep water bij de Filipijnen voorkomen. Ze kunnen 7cm groot worden en zijn gewild bij verzamelaars. Omdat de navel is omgeven door een dubbele rij korte uitsteeksels lijkt deze wel wat op een spiraalvormige bek met tanden. De grootste vertegenwoordiger van de Tulbandslakken is de Turbo marmoratus, deze 20cm grote slak wordt massaal vanaf Oost-Afrika naar met Verre Oosten verscheept om daar in de parelmoerindustrie verwerkt te worden.

De afgebeelde schelp is in 1999 bij Mindanao bij de Filipijnen op een diepte van 150m gevonden.

 

Lees ook: Guildfordia triumphans.

Hoge nood

Wednesday, 8 June 2016

Stel je voor, je bent in een winkel en je hoort een man en vrouw tegen een jonge verkoopster schreeuwen. Je krijgt mee dat zij een zoontje hebben dat nodig moet plassen én dat de winkel geen winkeltoilet heeft. Ondanks de verbale barrage blijft de verkoopster rustig en legt ze het emotionele stel uit dat er zich op minder dan 100 meter afstand een openbaar toilet bevindt. De pater familias besluit zich echter te laten gelden en binnen de tijd dat ze tien keer op en neer naar de vernoemde openbare gelegenheid hadden kunnen lopen, legt hij de beduusde verkoopster haarfijn uit wat hij van haar service vindt. Ondertussen besluit de moeder om de zaak maar in eigen hand te nemen, letterlijk. Uit het zicht van de verkoopster pakt zij een sapkan uit het schap van klein huishoudelijke middelen en laat deze door haar zoontje vol pissen.  Vervolgens plaatst zij, als een verrassing voor de volgende bezoeker, de kan weer netjes terug in het schap en maant zij haar gemaal, dat ze wat haar betreft het pand wel weer kunnen verlaten. Gelukkig had de verkoopster haar ogen niet in haar zak met de nodige consternatie tot gevolg. Onder lichte dwang heeft het stel de bewuste kan uiteindelijk moeten aanschaffen, maar niet nadat de vader zich verbaal had laten leeglopen. Wat hij hierbij miste aan creativiteit en variatie maakte hij ruimschoots goed met volume. Bij het naar buiten gaan, gaf hij de verkoopster nog even terug dat hij voornemens was om een pittig editorial aan de lokale pers te overhandigen.

Conus gloriamaris

Monday, 6 June 2016

Conus gloriamaris 5-2016 9422Dit is wellicht de beroemdste en gewildste verzamelschelp. Ooit stond hij bekend als de zeldzaamste schelp ter wereld. Het eerste bekende exemplaar was van Pierre Lyonnet, een Hollandse verzamelaar, die er destijds 120 gulden voor betaalde, drie maal zoveel als voor Johannes Vermeers, brieflezende vrouw in het blauw. Zeldzame schelpen werden destijds als een goede investering gezien en brachten vaak enorme bedragen op. Lyonnets schelp stond in 1757 in een catalogus omschreven als gloria maris, de glorie van de zee. Hij was slechts 82mm lang en had een groeibeschadiging over de hele lengte van de schelp. Deze schelp was het holotype dat Chemnitz in 1777 voor het eerst wetenschappelijk beschreef. 

 

Het (broodje aap) verhaal gaat dat Chris Hwass, een rijke verzamelaar uit Denemarken die zelf ook zo’n schelp in bezit had, in 1792 op een veiling een tweede schelp wist te kopen en deze gelijk kapot trapte, zodat zijn eigen exemplaar de volle waarde behield. Rondom 1800 dacht men dat een aardbeving de enige vindplaats van deze schelpen had bedolven en dat de soort was uitgestorven, iets dat de bestaande exemplaren natuurlijk nog waardevoller maakte. In 1836 vond High Cummings op de Filipijnen echter twee nieuwe exemplaren.  Tot 1957 waren er slechts een paar dozijn bekend. Tien jaar later vond men echter ook een aantal exemplaren bij Nieuw Guinea en in 1969 vonden twee duikers 120 exemplaren bij de Solomon eilanden.  Tegenwoordig weet men goed in welke habitat deze slakken leven en worden ze dankzij verbeterde duiktechnieken steeds vaker gevonden. Een groot en onbeschadigd exemplaar kan echter nog steeds honderden euro’s kosten.

 

Conus gloriamaris is een zware schelp met een hoge scherpe top en een mondopening die naar onderen toe iets breder wordt. Net als veel andere conus-soorten is hij zeer giftig en kan een steek met de harpoenachtige naalden van de slak, voor onzorgvuldige duikers de dood tot gevolg hebben.

 

Ik heb deze schelp onlangs op een beurs gekocht en ondanks dat hij niet zo heel groot was, ze zijn meestal zo’n 8 a 12cm maar kunnen tot 16cm lang worden, was hij toch nog stevig aan de prijs. Hij is wel onbeschadigd en mooi van kleur, veel exemplaren hebben groeifouten of beschadigingen die afbreuk doen aan de waarde. Deze schelp is in december 2012 op de Filipijnen bij Balicasag-eiland op 150 m diepte gevonden.

 

Enkele andere, oorspronkelijk dure verzamelschelpen zijn: Mirabilistrombus listeri, De Grote Wenteltrap (Epitonia scalare), De Japanse Wonderschelp (Thatcheria mirabilis) en De Gouden kauri (Cypraea aurantium).

Keizerlijke stekeloester (Spondylus imperialis)

Sunday, 5 June 2016

Spondylus imperialis 5-2016 9408-De stekeloester zijn een heel oud geslacht en je kunt er over de hele wereld fossielen van vinden. In de prehistorie werden ze verhandeld om er hangers, kralen en versieringen van te maken. De slakken zelf zijn eetbaar en de schelpen zeer variabel. Hoewel ze niet aan oesters zijn verwant, zetten ze zich wel op eenzelfde manier vast aan rotsen en koraal. In een vroeg stadium lijmen ze zichzelf met hun rechterklep (de onderste) vast en blijven daar dan de rest van hun leven zitten.

 

Spondylus imperialis 5-2016 9405Hun gewricht sluit zich, zoals gewoonlijk is bij tweekleppige, niet met een getand scharnier, maar met een soort van dubbel kogelgewricht, dat nog het meeste lijkt op onze ellenboog. Ze hebben rondom hun schelpopening veel oogjes op hun mantel en een goed ontwikkeld zenuwsysteem. Meestal zijn ze rijkelijk bedekt met aangroeisel zoals sponzen en algen en zijn ze moeilijk schoon te maken. Deze Spondylus imperialis heeft een dunne crème wit-roze schelp die perfect sluit. De vele stekels zijn kwetsbaar en complete exemplaren zijn dan ook zeldzaam.

Deze schelp is in 2010 gevonden bij Paiton, Oost Java.

Van rode naar zwarte roest

Saturday, 28 May 2016

tsuba na behandeling 5-2016 9388Voor het mes waar ik aan nu werk heb ik een stootplaat gemaakt, maar omdat ik deze niet in glimmend staal wilde, heb ik het ijzer gepatineerd. Hiervoor moest ik rode roest omzetten in zwarte roest.

 

tsuba voor behandeling  5-2016 0150Om de stootplaat te kunnen laten roesten kon ik hem natuurlijk niet uit roestvrijstaal maken. Ik heb daarom gekozen voor O2, een staal met een hoog koolstof gehalte. Nadat het ijzer op maat was gezaagd en het gat voor het lemmet was uitgevijld, heb ik er gaten in geboord, waar ik twee staafjes messing door heen heb geslagen. Daarna heb ik het geheel met een bolkophamer behandeld om het een wat grovere structuur te geven. Nadat het messing met nagellak was afgedekt heb ik alles kort in zuur geëtst. Dit zorgt ervoor dat de roest in het volgende stadium voldoende oppervlak en grip heeft. Door het messing af te dekken blijft dat on-gepatineerd en behoudt het zijn kleur. Normaal heb je voor roest alleen lucht en water nodig, maar omdat het natuurlijke roestproces veel te lang zou duren heb ik het versneld. Door 200 ml waterstofperoxide en 20 ml azijn met een kwart theelepel zout te mengen, krijg je een hele goede roestversneller. Het enige wat je hoeft te doen is het ijzer hier regelmatig mee te besproeien, al binnen enkele seconden begint het te roesten. Door je werkstuk regelmatig met een hitte pistool te verhitten, versnel je dit proces en is het al na een paar minuten met een mooie dunne laag roest bedekt. Als je deze roest zijn gang zou laten gaat, vreet hij na verloop van tijd al het ijzer op en valt het in grove schilfers uiteen. Om van deze “slechte” rode roest, zwarte roest te maken hoef je het alleen nog maarte koken. Als eerste borstel je de overtollige, loszittende roest er met een tandenborstel af en daarna leg je het werkstuk een minuut of tien in kokend water. De bruine roest, Fe2O3 wordt dan via een endothermische reactie omgezet in zwarte roest, Fe3O4, ook wel bekend als magnetiet. Dit is heel hard en heeft de bekende blauwzwarte kleur die je met oud gebruikt ijzer associeert. Daarna kun je het ijzer opnieuw met je roestversneller bespuiten en het gehele procedé herhalen. Als je dit een keer of drie hebt gedaan is je werkstuk mooi gepatineerd en goed beschermd. Hierna hoef je het alleen nog maar even in te oliën of in de was te zetten, om te voorkomen dat er toch nog ergens rode roest onder je patina zou kunnen kruipen, en ziet je nieuwe werkstuk er uit alsof het een eeuw geleden is gemaakt.

 

Lees ook: Patina.

Peervormig Draadwatje (Trichia decipiens)

Monday, 23 May 2016

Peervormig Draadwatje (Trichia decipiens) 10-2013 7110Slijmzwammen houden van vocht. De meeste vind je dan ook uit het zicht van direct zonlicht en op natte voedingsbodems, zoals aan de onderkant van dode stammen. Hoewel ze zich in een natte omgeving ontwikkelen, mogen ze niet natregenen. Ze moeten beschut genoeg staan om de droge rijpe sporen door de wind te kunnen laten verspreiden. Het Peervormig Draadwatje wordt maximaal 3 mm groot en begint als een klein peervormig vruchtlichaam dat op een dun steeltje, de hypothallus, balanceert. Ze verkleuren al vrij snel rood, oranje of roze en uiteindelijk naar bruin. Als ze na een aantal maanden rijp zijn, zien ze er uit als een bruin wat-tipje en hebben ze een rommelig pruikje op. In diens 1 mm lange haren (capilitiumdraden) zit het sporenpoeder.

 

Lees ook: Heksenboter (Fuligo septica) en Plasmodiale slijmzwammen (Myxogastria) en kijk hier voor andere berichten over zwammen.