Weblog

De Wielewaal

Sunday, 2 December 2012

De WielewaalKom mee naar buiten al-le-maal, dan zoeken wij de Wie-le-waal. En horen wij die muzikant, dan is het zomer in het land. Dudel-joh klinkt zijn lied, dudel-joh klinkt zijn lied, dudel-joh en anders niet’.

 

Als jongetje was ik al erg geïnteresseerd in de natuur. Ik tekende paddenstoelen na, ging naar de polder om de vossen te bekijken, telde de ransuilen in het park en lette altijd goed op welke vogels ik hoorde.

 

Mijn lagere school heette De Wielewaal, naar een mooie gouden vogel met rode snavel en blauwe poten. Van mijn moeder had ik ooit het boekje “Zien is Kennen” gekregen. Dit oude vogelboekje uit 1937 was van haar vader geweest en ze had het aan mij door gegeven zodat ik kon achterhalen welke vogels ik allemaal al had gezien. Met een potlood zette ik dan een kruisje achter de naam van de vogel. Zo was dit kleine boekje voor mij niet alleen een determinatiegids maar ook een schatkist, gevuld met alle vogels die ik ‘kende’. Omdat volgens deze gids de Wielewaal in Nederland voorkwam keek ik altijd goed om me heen of ik er misschien niet eentje zag. Ze zouden mijn school tenslotte toch niet voor niets naar deze vogel hebben vernoemd? Als ik dus van huis af naar het lage schoolgebouwtje liep, nam ik altijd een route die me tussen de bosjes naast de huizen en onder de flatgebouwen door voerde. Daar had ik namelijk de meeste kans om deze illustere vogel te zien. Later kwam ik er achter dat er een reden was waarom ik van de Sperwerlaan via de Aalscholverlaan naar De Wielewaal liep. Alle straten en gebouwen in onze wijk hadden vogelnamen. Iets waar ik nooit bij had stilgestaan. Mijn lagere school had bij wijze van spreken net zo goed De Olifant kunnen heten. Door de jaren heen heb ik toch heel wat vogels in mijn boekje kunnen aankruisen maar de Wielewaal ben ik nog nooit tegen gekomen.

 

Veel vogelnamen zoals de Koekkoek, de Tjiftjaf, de Oehoe, de Grutto en de Kwak zijn onomatopeeën, deze dieren ontlenen hun naam aan het geluid dat ze maken. De naam Wielewaal is echter geen onomatopee, het woord komt al voor in een tekst uit 1287. De oudste vorm is ‘wedewale’. Wede betekende ‘bos’, en wale wordt in verband gebracht met het Oudnederlandse galan ‘zingen’. De verwisseling van ‘g’ en ‘w’ komt wel vaker voor. Een Wielewaal is dus eigenlijk een boszanger.

Samen ziek thuis

Thursday, 22 November 2012

Mijn zoontje zit in zijn pyjama op het kleed. Overal om hem heen ligt Lego. Met langzame bewegingen zoekt hij geconcentreerd tussen de losse blokjes, zijn mond staat half open en af en toe haalt hij zijn neus op. Ik zit op de stoel, met een hete mok koffie in mijn handen. Telkens als ik een slok neem beslaan mijn ogen en moet ik knipperen. Zo lang ik me niet teveel beweeg blijft alles staan. Voorzichtig neem ik de omgeving in me op. De boom aan de straat voor het huis werpt een schaduw op de halfgesloten luxaflex, telkens als er iemand voorbij loopt wordt de kamer even wat donkerder. De lucht in mijn neus draait en kriebelt en lijkt er door mijn oren weer uit te willen. Ik haal mijn neus op en probeer te slikken. Achter mijn zoontje vanuit de tuin hoor ik een paar duiven en achter mijn rug rijdt een vrachtwagen door de straat. Heel even lijkt het alsof het licht uitgaat. Mijn zoontje kijkt op en speelt meteen daarna weer door. Naast hem ligt een stapel verfrommelde papieren zakdoekjes en regelmatig knippert hij met zijn ogen. Voorzichtig stap ik uit de stoel en maak een plekje naast hem vrij. Samen zoeken we verder naar een ontbrekend stukje Lego. Terwijl de blokjes zachtjes op het tapijt rammelen halen we allebei op precies hetzelfde moment onze neus op. Mijn zoontje kijkt me aan en ik wordt getrakteerd op een glimlach.

The Thief of Always

Wednesday, 21 November 2012

the thief of always‘The great grey beast February had eaten Harvey Swick alive. Here he was, buried in the belly of that smothering month, wondering if he would ever find his way out through the cold coils that lay between here and Easter’.

 

Deze openingszinnen van ‘The Thief of Always”, behoren tot enkele van de allerbeste van alle kinderboeken. Harvey is een gewone jongen van tien, die zich buitengewoon verveelt. Tot Rictus voor zijn raam verschijnt en hem meeneemt naar Mr. Hoods Holiday House. Hier krijgt hij alles wat zijn hartje begeert. Elke dag wordt gevuld met het beste van een jaar, maar er is een prijs. Harvey daarentegen, is niet van plan deze te betalen.

 

barkerDit is een echt kinderboek, geschreven voor een tienjarige maar met een diepte die menig volwassene zou verbazen. De teksten zijn kort en simpel maar tussen de regels ligt een rijkdom aan beelden en emoties. Barker zorgt voor genoeg scherpe randjes om te voorkomen dat deze moderne Peter Pan pedant of zoetsappig wordt. Het is een boekje van amper meer dan 200 pagina’s dat je in één ruk kunt lezen. Gevuld met inventiviteit en avontuur en door hemzelf geïllustreerd met lekker venijnige tekeningen.

Blood Meridian

Wednesday, 21 November 2012

blood meridianDe volledige titel van dit boek van Cormack McCarthy uit 1985 is 'Blood Meridian or the Evening Redness in the West'. Het volgt een jongen, ‘the kid’ tijdens zijn reizen tussen de Amerikaans-Mexicaanse grenslanden. Het vertelt hoe hij bij een groep scalpenjagers terecht komt en over zijn relatie met oorlog, geweld en ‘the judge’. Het boek is erg rijk en bijna niet samen te vatten. McCarthy zijn manier van beschrijven is tegelijkertijd buitengewoon mooi en angstaanjagend gruwelijk. Geweld is het enige dat alle gebeurtenissen met elkaar verbindt en het is zo grafisch dat menigeen het boek zal wegleggen. Ook de bijna eindeloze beschrijvingen van leegte en verlatenheid vragen vroeger of later zijn tol van de lezer. Als je daarbij optelt dat McCarthy geen leestekens gebruikt en het gesproken Spaans in het boek niet wordt vertaald, zou je je kunnen afvragen waarom Blood Meridian tot de honderd beste Engelstalige boeken van de moderne tijd wordt gerekend.

 

McCarthy heeft nooit enige toelichting op dit boek gegeven, hij laat de interpretatie volledig bij zijn lezers. De tekst is zo rijk en indringend dat sommige passages bijna Bijbelse proporties aannemen. Zijn taalgebruik is precies en helder, zin na zin ramt hij de emoties en gebeurtenissen in je hoofd tot je bijna letterlijk murw wordt van al het geweld. Er is schoonheid in het boek te vinden maar dan wel van een hele ruwe en gevaarlijke soort. McCarthy gunt de lezer geen rust, en geen genade, het verhaal biedt geen soelaas, het trekt alleen maar wonden.

 

Het boek is, verschrikkelijk genoeg, op de werkelijkheid gebaseerd en McCarthy heeft zich zo goed in de tijd en plaats ingeleefd dat je het gevoel krijgt dat hij er bij geweest moet zijn. De karakters zijn halfgoden en apostelen, losgeslagen van de wereld en met hun eigen regels en ethiek. De boeiendste is ongetwijfeld ‘the jugde’. God of duivel, hij is begiftigd met een enorme kracht en intelligentie en veel van zijn litanieën zullen de lezers nog lang aan het denken zetten.

 

Je kunt het boek haten of liefhebben, McCarthy zijn welbespraaktheid waarderen of verafschuwen, maar hoe je het boek ook leest, het is een geweldige krachttoer. Blood Meridian is typisch zo’n boek dat je nadat je het hebt gelezen nooit meer los zal laten. De beelden die het oproept zijn minstens zo levendig als die van een Goya, Bosch of Melville.

 

Lees ook: The Sunset Limited.

Black Narcissus (1947)

Wednesday, 21 November 2012

black narcissus 1947In deze mooie Technicolor film uit 1947 speelt Deborah Kerr de rol van hoofdnon, zuster Clodagh, tien jaar voor haar rol als non in ‘Heaven Knows Mr. Allison’. Het lukt haar om een heel scala aan complexe emoties over te brengen met niet meer dan een oogopslag en de stand van haar kin.

 

Een handvol nonnen opent een klooster in een verlaten paleis op het dak van de wereld. Ondanks alle goede bedoelingen raken ze in conflict met zichzelf en de bevolking. De hoogte, constante wind en vreemde omgeving zorgen ervoor dat elk van hen op zichzelf wordt teruggeworpen. Hun enige liaison met de bevolking, de blanke Mr. Dean, loopt de halve tijd in korte broek en zonder shirt door het oude paleis. De transformatie van de onstabiele zuster Ruth van maagdelijke witte non tot vurige vrouw leidt uiteindelijk tot een tragedie en enkele buitengewoon intense scenes. De hele film werd in de studio opgenomen, toch doen de geschilderde achtergronden en de gipsen muren niets af aan de film. De cinematografie en de kleuren zijn zo effectief dat het verhaal volledig binnen een eigen wereld plaatsvindt. Het script is strak en elke acteur heeft zijn eigen en unieke plaats in de opbouw van het verhaal.

 

De muziek is buitengewoon effectief maar niet opdringerig. De mooie eind scene werd zelfs opgenomen na het schrijven van de muziek en niet zoals meestal andersom. Hier was het de muziek die de camera en de acteurs dirigeerde. Black Narcissus is een fantastische film in alle betekenissen van dat woord. De film won terecht een Oscar voor de art-directie én de cinematografie.

Architectonica perspectiva

Tuesday, 20 November 2012

architectonica perspectiva 11-2012

Nassarius conoidalis

Tuesday, 20 November 2012

Nassarius conoidalis 11-2012De schoonheid van schelpen werd al vroeg door mensen gewaardeerd, schelpen behoorden dan ook tot de allereerste voorwerpen waarmee mensen zich versierden. Ze boorden er gaatjes door en maakten er kettingen van. De eerste schelpkralen die men heeft gevonden waren van de Nassarius-schelpen, deze werden 100.000 jaar geleden al als juwelen gedragen.

 

Nassarius-schelpen zijn kleine schelpen (16mm-32mm) met regelmatig gerangschikte knobbeltjes op de lichaamswindingen en een aan de binnenkant geribbelde mondopening. Hun familienaam is afgeleid van ‘nassa’, het Latijnse woord voor een tenen mandje met een smalle hals waarmee men vissen ving. Je komt deze slakken over de hele wereld tegen en ze leven meestal in grote groepen op zand of modderbodems binnen het getijdengebied. Het zijn actieve aas- en detritus-eters die leven van krabben, dode vissen en algen. Ze graven zich vaak zo in dat alleen hun sifon nog boven de bodem uitsteekt. Daar wachten ze dan tot ze voedsel ruiken.

Thrombolieten

Monday, 19 November 2012

thrombolieten 11-2012Thrombolieten zijn, net als stromatolieten, microbiologische afzettingsgesteentes in de vorm van zuilen en heuveltjes. Ze ontstaan meestal in laag water door micro-organismen zoals cyanobacteriën (blauw-groene algen), die sediment vasthouden en in een dunne biofilmlaag vastcementeren. Deze gesteentes groeien daarna op een zelfde manier aan als koraalriffen. Op elke laag wordt een nieuwe laag afgezet waardoor de structuur groeit. Ze behoren tot de aller-oudste fossielen en kwamen al 3,5 miljard jaar geleden in het Precambrium voor. Stromatolieten hebben meetal een gelaagde structuur en Thrombolieten een meer samengeklonterde samenstelling. Tegenwoordig vindt men ze nog maar op enkele plaatsen. Het woord Stromatoliet komt van het Griekse strōma (matras, deken) en lithos (steen).

 

Stromatolieten en Thrombolieten zijn niet de enige bijproducten van cyanobacteriën, ze zijn ook verantwoordelijk voor de grote gebande ijzerformaties op aarde. Water, waar grote lagen cyanobacteriën in voorkwamen, werd door de vrijkomende zuurstof van ijzer gezuiverd. Het vrijkomende koolzuur resulteerde in de neerslag van kalk. Op deze manier zijn in het Precambrium enorme hoeveelheden kalksteen ontstaan. De cyanobacteriën hebben zo onze oceanen van ijzer gezuiverd. Tot ongeveer 1500 miljoen jaar geleden het ijzer op was en het afzetten van ijzererts-formaties stopte. De strombolieten gingen echter door met het produceren van zuurstof, maar omdat er geen ijzeroxide meer was om dit aan te binden werd deze zuurstof aan de atmosfeer afgegeven. Hierdoor vormde er zich een atmosfeer en een ozonlaag om onze planeet. Indirect zijn deze kleine kalkzuiltjes dus verantwoordelijk voor al het leven op onze planeet.

Sinterklaas bestaat (niet).

Sunday, 18 November 2012

Het is alweer een aantal jaren geleden, mijn zoontje was vijf jaar en zat bij mij achter op de fiets. Ik geloof dat het om en nabij Pasen was en dat we op weg waren naar de supermarkt. Zomaar opeens vroeg hij me: ‘Papa kopen jullie mijn cadeautjes voor Sinterklaas?’ Ik moest even schakelen, het was een vraag die ik niet had verwacht. ‘Want Sinterklaas bestaat niet hè?’ Terwijl ik mijn fiets aan de kant zette, keek hij me indringend aan, ‘wil je dat echt weten?’ Hij dacht er even over na en zei toen: ‘ja papa’. Ik bereidde me voor op een lang en moeilijk gesprek en zei: ‘ja dat klopt, Sinterklaas bestaat niet, wij kopen de cadeautjes’. Het was even stil, hij keek nog intenser en begon toen ineens enorm te huilen. Net toen ik mezelf voor m’n kop wou schieten zei hij; ‘ik wist het wel hoor, ik vind het alleen zo jammer’. Omdat ik even niet wist wat ik moest zeggen, gaf ik hem een dikke knuffel en liet ik hem maar even rustig bij komen. ‘Weet je papa, ik vond het zo gezellig om in Sinterklaas te geloven, zingen we nu ook geen liedjes meer?

 

Het lange moeilijke gesprek is er nooit geweest, mijn zoontje had voor zich zelf uitgepuzzeld dat Sinterklaas niet bestond. Toen we afspraken dat we Sinterklaas zouden blijven vieren, dat hij nog steeds zijn schoentje mocht zetten en dat we het nog gezelliger gingen maken, vond hij het prima. Hij beloofde plechtig het niet tegen zijn vriendjes te vertellen en we vieren nog steeds met veel plezier Sinterklaas, het enige verschil is dat hij zich sindsdien wat meer bemoeit met de cadeautjes.

Gunnars Lintworm

Friday, 16 November 2012

Gunnar Olof Hyltén-Cavallius (1818-1889) was een Zweedse folklorist, bibliothecaris en diplomaat die al vroeg in sprookjes en legenden was geïnteresseerd en hierover meerdere publicaties op zijn naam heeft staan. Zijn beroemdste werk, ‘Wärend och Wirdame’ is nu nog steeds te koop. Tot ver in de negentiende eeuw geloofde men in Europa in het bestaan van draken. Deze draken noemde men Lintworm of Lindorm en Gunnar verzamelde zo’n 50 verslagen van mensen die claimden een Lintworm te hebben gezien. Men ging er van uit dat deze slangachtige draken voornamelijk in de Alpen en Scandinavië leefden. Ze hadden soms twee en soms vier poten en een lange slangachtige staart. Hun beet was uiterst giftig en ze aten vooral vee en lijken, die ze van begraafplaatsen opgroeven. In 1884 op de top van zijn roem en slechts vier jaar na het publiceren van zijn Opus Magnum, loofde Gunnar een grote beloning uit voor iedereen die hem een levende of dode Lintworm kon brengen. De beloning werd echter nooit opgeëist en Gunnar werd belachelijk gemaakt. Gebroken leefde hij zijn laatste jaren in een kleine pastorie van Skatelöv. Slechts enkele jaren na het uitloven van zijn beroemde beloning stierf Gunnar, met hem stierf het geloof in draken in Noord Europa.

lintworm 11-2012 1248lintworm 11-2012 1234

 

 

 

 

 

 

 

Klik hier voor meer foto's van Lintworm.