Deze eend dobberde hoog op het water in de haven van Enkhuizen. Even dacht ik dat hij van plastic was. Hij schommelde zo onbeweeglijk mee met de golfjes. Het is echter een kuifeend (Aythya fuligula). Je kunt het op deze foto niet goed zien maar achter dat zwarte koppie met die kille starende oogjes, hangt een zwarte kuif.
Weblog
Badeend (Flexilis anatis)
Vliegoefeningen van een jonge merel
Bij ons in de tuin zit een jonge merel. Hij is ergens anders waarschijnlijk uit zijn nest gevallen en daarbij verkeerd terecht gekomen, want hij hinkt met zijn pootje. Zijn ouders komen hem af en toe voeren en in de tussentijd oefent hij met vliegen. Maar omdat zijn vleugels nog niet helemaal zijn volgroeid, komt hij nog niet over de schutting. Het hoogste dat hij tot nu toe heeft gehaald is de kliko.
Belemniet in pyriet
Dit unieke stuk heb ik onlangs op een beurs gekocht. Ik had het nog nooit eerder gezien en op het internet kom ik maar een handvol vergelijkbare stukken tegen. Het is een belemniet fossiel dat vastzit in een stuk pyriet. Het komt uit Rusland bij de Dzheganasrivier. Belemnieten waren prehistorische inktvissen, die een inktzak, harde bek, staartvinnen, mantel en grote ogen hadden, net als veel inktvissen vandaag de dag. Hun skelet bestond uit een lange pijlvormige kegel, die men vaak ook belemniet noemt, naar het hele dier. Deze skeletten worden veel als fossiel gevonden. In dit stuk is de belemnietpijl gefossiliseerd tot vuursteen en heeft het rottende lichaam van het dier gezorgd voor de zwavel dat samen met een ijzerhoudende omgeving nodig was om pyriet te vormen. Pyriet is een ijzerachtig mineraal dat vroeger werd gebruikt om vuur mee te maken. Als je pyriet tegen een steen slaat, vliegen er vonken af. Pyriet komt van het Griekse pyritēs, dat vuur betekent. Pyriet (FeS2) vervangt wel vaker de mineralen in een fossiel, vooral in schalie en sedimentair gesteente. Een alternatieve naam is fool’s gold, omdat het een goudachtige glans heeft en menige prospector zich ooit bij een pyriet-vondst, rijk waande.
Paralejurus elayounensis
Deze trilobiet heb ik een paar weken geleden in Antwerpen tijdens de mineralenbeurs Minerant gekocht. Waarschijnlijk had de Marokkaanse standhouder geen goede zaken gedaan en moest hij koste wat kost zijn spullen kwijtraken om tenminste zijn reis- en beurskosten er uit te halen. Hij was hartstikke chagrijnig en dumpte op de laatste uren van de beurs zijn goederen voor belachelijk lage prijzen. Ik heb me dus toch weer laten verleiden om wat spullen te kopen, zoals deze mooie geprepareerde trilobiet. Naar mijn beste weten is dit een Paralejulus alayounensis. Deze soort behoort tot de Styginidae, een uitgestorven familie van trilobieten die tijdens het Devoon leefden. Paralejurus leefde 410 miljoen jaar geleden, op en in het substraat van de warme oerzeeën van het continentale plat. Hier voedde hij zich met afval en micro-organismen. Zijn sterk gewelfde exoskelet zonder duidelijke oppervlakte structuur was uitermate geschikt om zich in de losse bodem in te graven.

Zijn Cephalon (kop) is glad en bol en heeft twee halvemaan vormige ogen, waarvan de facetten zo klein zijn, dat je ze zonder loep niet kunt zien. Zijn Thorax (middenstuk) heeft tien smalle segmenten waar zijn kieuwen en poten onder zaten en zijn Pygidium (achterlijf) is duimnagel-vormig en heeft 14 smalle radiaallijnen. Dit fossiel is tien cm lang en vanwege Paralejurus zijn gravende levenswijze worden deze fossielen uitsluitend in kalksteen gevonden, zoals in de kalksteen gebergtes van Marokko. De onderzijde van de kop van paralejurus heeft een groot aantal smalle richeltjes, die sterk aan een vingerafdruk doen denken. Deze lijnen noemt men ook wel een Bertillon patroon, naar de beroemde Franse criminoloog die vingerafdrukken opnam in zijn misdadigersidentificatie systeem. Deze richels geven de trilobiet extra grip tijdens het graven. Hoewel ik het helaas niet heb kunnen verifiëren, heb ik sterk het vermoeden dat deze patronen net zo uniek zijn als de lijnen op onze eigen vingers.
Lees ook: Marokkaanse trilobieten.
Zelfgemaakt mes no. 5


Oorspronkelijk had dit mes een heel ander ontwerp. Maar tijdens het harden van het staal was het helaas kromgetrokken en werd ik gedwongen het ontwerp drastisch te herzien. Zoals vaak het geval is, zorgen dergelijke fouten of problemen juist voor betere oplossingen en is het uiteindelijke mes er alleen maar beter door geworden. Het staal is Takefu, een speciale staalsoort dat een kern van VG-10 heeft. Dit VG-10 is oorspronkelijk ontworpen door de Takefu Special Steel Co in Takefu Japan en heeft een hoog koolstofgehalte. Deze kern is tussen twee lagen nikkel en 64 lagen staal gesmeed. Na etsen worden de verschillende lagen weer zichtbaar en krijg je de karakteristieke donkere lijnen die enigszins op een houtnerf lijken. Het handvat is van waterbuffelhoorn, ebbenhout en wrattenzwijn-ivoor en heeft alpaca spacers. Het mes weegt maar 70 gram en voelt erg licht aan. Het hele mes is 21 cm lang, het lemmet vormt de helft van het mes en is 10,5 cm lang. Omdat de voorkant van het heft smal en hoog is en de achterzijde achthoekig en laag, past het goed in de palm van een hand, en geeft het voldoende houvast.
Bekijk ook: Zelfgemaakt mes no. 4, 3, 2 en 1.
De wapenwedloop van woerden
Onder de waterlijn verbergt deze prachtig gekleurde woerd een verschrikkelijk wapen. Een wapen dat gedurende een zeer lange wedloop tot monsterachtige proporties is uitgegroeid.
De meeste vogels hebben een cloaca, dat is niet veel meer dan een universele opening waar ze mee poepen en paren. Veel watervogels zoals eenden hebben echter een penis. En lullig genoeg is deze penis bij de agressiefste soorten het langst. Die van een gewone woerd is al snel 10 cm en bij sommige eenden neemt de penis meer de helft van hun totale lengte in. Dergelijke lange geslachten komen vooral voor bij soorten met een zogenaamde agressieve paring (lees verkrachting). Mannetjes proberen op die manier zoveel mogelijk nageslacht te verwekken. Maar het vrouwtje wil natuurlijk alleen door sterke mannetjes worden bevrucht en niet door de eerste de beste hitsige woerd. Om te voorkomen dat zij toch ongewenst zwanger wordt, is haar vagina als een doolhof geconstrueerd. Deze is spiraalvormig met allerlei zijgangen en cul de sacs. De penis van een eend is echter ook als een kurketrekker gevormd en heeft allerlei knobbels en ribbels voor meer houvast. Tijdens een paring wurmt hij deze in een fractie van een seconde bij het wijfje naar binnen (om precies te zijn binnen 0,3 sec). De vagina van de wijfjes draaien echter de andere kant op dan de geslachten van de mannetjes en daardoor komt de penis van zo’n agressief mannetje meestal niet ver genoeg. Alleen als het vrouwtje met de paring instemt en zij haar spieren spant en ontspant kan de penis van het mannetje op de juiste manier bij haar binnendringen om haar te kunnen bevruchten, anders blijft hij ergens in een doodlopend zijgang steken. Deze voorziening voorkomt weliswaar “ongewenste” zwangerschappen, maar helaas niet dat veel vrouwtjes zo’n agressieve paring niet overleven. Want de meeste paringen vinden op het water plaats en het mannetje duwt het wijfje daarbij vaak zo lang onder water, dat ze verdrinkt.
Lees ook: Traumatische inseminatie, Tegengesteld gedraaide geslachtsorganen, Vies zaad, Aura seminalis en Penisschermen.
Aalscholvers in het Naardermeer
 4-2016 8296_430.jpg)
 4-2016 8208_200.jpg)
 4-2016 8321_200.jpg)
 4-2016 8194_200.jpg)
Net als bij de Amsterdamse waterleidingduinen nestelen de aalscholvers in het Naardermeer hoog in de bomen. Omdat beide gebieden veel vossen hebben, zijn nesten op de grond niet veilig. Ook niet op de vele kleine eilandjes. Vossen kunnen goed zwemmen en steken graag wat water over om een nest leeg te roven. De aalscholvers hebben zich daarom aangeleerd om in bomen te nestelen. Hoewel ze daar eigenlijk niet op zijn gebouwd, ze hebben er de poten en balans niet voor, bouwen ze daar nu grote kolonies. Omdat aalscholvers steeds naar hun oude nest plek terugkeren, kunnen deze kolonies behoorlijk groot worden. De sterkste aalscholvers nestelen het hoogst, zodat zij geen stront van een andere aalscholver op hun kop krijgen. In het ondiepe water van het Naardermeer groeien relatief veel planten en dat, samen met het slechte zicht in het troebele water, belemmerd de aalscholvers bij het vissen. Daarom vliegen ze voor hun voedsel helemaal naar het Markermeer. In dat heldere water jagen ze tot op twintig meter diepte op brasem en pos. Ondanks hun naam eten ze zelden paling.
Lees ook: Grote Aalscholver (Phalacrocorax carbo).
Het gras van de buurman
Het gras aan de overkant is niet alleen groener, het groeit ook sneller, is makkelijker om te maaien en hoeft nooit bemest te worden. Dit is dan ook de enige reden dat het grasveldje van de buurman er mooier bij ligt. Het heeft niets te maken met de tijd en moeite die hij daar in steekt, het komt hem gewoon aanwaaien. Dit in tegendeel tot jouw veldje, ondanks alle liefde die je er in steekt, wil het maar niet groeien. Maar daar kan jij niets aan doen, jouw aarde is nou eenmaal anders, je huis ligt niet goed en de zon draait de verkeerde kant op. God verhoede dat iemand iets negatiefs zegt over jouw verdorde veldje. Ze moeten hun mond houden, het is tenslotte niet jouw schuld, de buurman heeft het nu eenmaal makkelijker. En nooit maar dan ook nooit zal je toegeven dat hij er harder voor werkt of hem om advies vragen, waarom zou je ook. Jij kan er toch ook niets aan doen dat het bij jou niet lukt?
PS. Voor diegenen die het niet begrijpen, dit is cynisch bedoeld en verwijst naar de manier waarop sommige mensen praten over de prestaties van anderen.
Kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus)
Toen ik vroeger op vier hoog achter op een flatje aan de rand van de stad woonde, waren er altijd kokmeeuwen in de buurt. We gooiden dan soms broodkorsten van het balkon omlaag en keken hoe ze deze in een scheervlucht uit de lucht snaaiden. Kokmeeuwen zijn enorm wendbaar en kunnen met hun lange spitse vleugels een hoge snelheid bereiken. Ik heb eigenlijk nooit meegemaakt dat ze zo’n korst niet vingen en deze de grond haalde. Kokmeeuwen zijn niet schuw en leven graag in de nabijheid van mensen. Het zijn dan ook echte opportunisten die bijna overal hun kostje bij elkaar kunnen scharrelen. Ik heb ze vroeger regelmatig jonge eendenkuikentjes uit de sloot zien pikken of op zoek naar restjes vuilniszakken zien opentrekken. Hoewel ze graag in groepen bij elkaar zitten houden ze altijd een gepaste afstand, je zult ze behalve als ze vechten of paren dan ook zelden minder dan 30 centimeter van elkaar af zien zitten. Ze zijn behoorlijk agressief en bij het minst geringste laten ze hun karakteristieke juichroep horen.
Bomen groeien naar beneden
Sommige dingen laten zich moeilijk in woorden schetsen, die zou je eigenlijk moeten filmen. Een tijd geleden was ik in een bushokje gaan schuilen. Het regende en de lucht was asgrauw. Naast het hokje stonden een paar kale bomen. Er kwam weinig verkeer langs en het werd langzaam lichter. Het leek alsof de lucht zich tot dunne takjes condenseerde en dat de hemel langzaam, als inktdruppels in een glas water, leeg liep. Steeds meer donkere lijnen voegden zich bij elkaar en vormden uiteindelijk een donkere stam die zich in de grond goot en daar langzaam als water weer uitvloeide. Als het regent, groeien bomen naar beneden.