Diegene die dit stalen bord op de pier van Hoek van Holland heeft opgehangen heeft het goed begrepen. Als je buiten iets vastschroeft dan moet je dat met roestvrijstalen schroeven doen, anders roesten de schroeven weg en valt het zaakje zo naar beneden.
Weblog
Roestvrijstalen schroeven
Kappa aan de Noordzee
Jaren geleden heb ik een foto aan het strand van ’s Gravenzande gemaakt, waarvan ik toen niet goed wist waarom. Ik had hem echter wel bewaard en was hem daarna vergeten. Onlangs bladerde ik door een mapje oude foto’s en kwam ik hem weer tegen en wonder boven wonder herinnerde ik me toen ineens waarom ik die foto had gemaakt. Hij deed me namelijk ergens aan denken, aan een mythisch wezen waar ik al lang niet meer aan had gedacht.
De behaarde strandpaal, die net boven het wateroppervlak uitstak met zijn ondiepe kom met water in het midden, deed me denken aan het verhaal van de Japanse kappa. Kappa zijn mythische Japanse watermonsters. Ze zijn ongeveer zo groot als een fors kind en houden het midden tussen een aap, kikker, schildpad, eend en mens. Afhankelijk van het verhaal, verschilt de beschrijving. Wat ze allemaal wel gemeen hebben is dat ze zich ophouden in vijvers en rivieren en dat ze een met water gevulde holte boven op hun schedel hebben.
Kappa zijn nieuwsgierig, plagerig en in sommige gevallen ronduit kwaadaardig, zo zouden ze zich soms voeden met kinderen die zich te dicht bij de waterrand begeven of met mensen die in hun leefgebied gaan zwemmen, hoewel deze verhalen hoogstwaarschijnlijk als waarschuwing voor spelende kinderen waren bedoeld. Het plasje water op zijn hoofd zou hem in staat stellen om tijdelijk buiten het water te kunnen overleven. Als een kappa dit water echter verliest, verliest hij daarmee ook zijn levenskracht. Mocht je ooit tegenover een kappa komen te staan, kun je het beste een buiging voor hem maken. Beleefd als ze zijn is de kans groot dat hij terugbuigt en daarmee het water uit zijn holte verliest. Als dat niet lukt zou je hem nog kunnen verlokken met komkommer, dat blijkt hij zelfs nog lekkerder te vinden dan mensenvlees.
Grutto (Limosa limosa)
Zo langzamerhand verdwijnt de grutto uit ons landschap. Vroeger in de polders van het Westland zag ik ze vaak in het weiland staan. Maar toen waren de weilanden nog een stuk natter en groeide er meer dan alleen gras. Grutto’s eten graag regenwormen en emelten, die ze met hun lange tere snavels uit de drassige bodem pikken. Nederlandse weiden verdrogen echter steeds meer en de begroeiing wordt eenzijdiger, goed voor koeien en veeboeren maar bar slecht voor de biodiversiteit en de grutto’s. Zij houden, net als zoveel andere weidevogels, van drassige gronden met veel kruiden. Gras levert de veehouderij dan misschien wel de meeste eiwitten, wat de boer meer melk en vlees per vierkante meter oplevert, maar er zijn buiten koeien maar bar weinig andere diersoorten die het graag eten en de meeste insecten laten het al helemaal links liggen. Hierdoor leven er steeds minder bodemdieren in onze weilanden en blijven weidevogels zoals de grutto’s weg.
 3-2017 6760_200.jpg)
Gelukkig lijkt het alsof hier langzamerhand wat verandering in begint te komen, steeds meer boeren zorgen voor bloemrijke weides, waardoor er meer insecten en vogels op kunnen leven. Laten we hopen dat deze tendens standhoudt en we in onze weides straks niet alleen weer grutto’s terugzien, maar ook wulpen, kemphanen, tureluurs en watersnippen.
Natuurhistorische musea en oude collecties
Altijd als ik in een nieuwe stad ben, kijk ik of ze daar een natuurhistorisch museum hebben. Sommige mensen bezoeken dan liever een kerk, de winkelstraat, of een restaurant, maar ik kan het dan niet laten om het natuurmuseum te bekijken. Zeker niet als het om een oud museum gaat, bij voorkeur zo eentje waar de tijd lijkt te zijn stilgezet. Zo’n museum dat nog niet is omgetoverd tot een kinderexcursieparadijs, waar de displays en informatie net zo oud zijn als de spullen die er worden tentoongesteld, musea zoals la Specola in Florence of Galerie de paléontologie et d'anatomie comparée in Parijs. Daar kan ik uren doorbrengen en herbeleef ik de opwinding van oude ontdekkingen. Op die plaatsen wordt met de objecten ook de tijd zelf in vitrines tentoongesteld. Die musea zijn gebouwd toen nog niet alles was beschreven, toen er meer vragen waren dan antwoorden en het mysterie altijd groter was dan de sleur. De verwondering die ik daar vind, zie ik niet in de meeste modernere musea. Maar mijn fascinatie beperkt zich niet alleen tot natuurhistorische musea, ik bezoek net zo lief oude wetenschappelijke of anatomische musea, oude collecties of wonderkamers, bibliotheken en universiteiten. Zolang ze maar de magie van ontdekking, het mysterie van het onbekende en de uitdaging van kennis bieden.
Kijk hier voor foto’s van oude collecties.
Lees oa. ook: Galerie de paléontologie et d'anatomie comparée, Het opgezette nijlpaard in la Specola, Hansken de olifant, Salone degli Scheletri in La Specola , Opgezette apen in musea, Olaus Worms wunderkammer en Rosamund Purcell, Clemente Michelangelo Sussini, Gaetano Zumbo’s wassen hoofd, Anatomische modellen en Ferdinand Bauer.
David Yarrow: Africa in Antwerpen
Momenteel kun je in Antwerpen bij Leonhard’s Gallery naar het werk van David Yarrow kijken. Yarrow is een van de bekendste en succesvolste fotografen van onze tijd. Zijn bekendste foto uit 2018 heet Africa. Op deze foto komen twee iconen samen. Tim, een van de bekendste en grootste mannetjes olifanten in Kenia en de Kilimanjaro.
Als je deze foto op je computerschermpje of tablet ziet, denk je wellicht, ja inderdaad best leuk voor aan de muur. Je moet je dan wel realiseren dat bijna alle prints al zijn uitverkocht en dat ze voor zo’n 125.000 euro over de toonbank gaan, ingelijst, dat dan wel. Toch is deze foto als je hem in het groot (180 x 243cm op barietpapier) ziet, meer dan overweldigend. Net als vrijwel al Yarrow zijn foto’s vult het onderwerp het frame en barst het van de dynamiek. Rechts Tim in diepe grijs en zwarttinten die recht op de camera afrent, met het droge stof voor zijn poten, en links de bewolkte Kilimanjaro in atmosferisch grijs en wit. De negatieve ruimte om Tim, is nagenoeg perfect, waarbij zijn zwiepende staart mooi zijn silhouet doorbreekt. De ongelijke slachttanden pakken net voldoende licht, net als de zijkant van zijn kop en slurf om het krachtige silhouet wat meer ruimte te geven. Alles in de foto werkt mee, het is een perfecte combinatie van dynamiek en sereniteit, uitgevoerd in glorieus zwartwit. En wat mij betreft zijn ambitieuze titel Africa meer dan waard.
Nu moet je je wel realiseren dat Tim in het echt een radiozender om zijn nek heeft, deze kun je nu, omdat Yarrow plat op zijn buik op de grond lag, vanwege het lage standpunt net niet zien, ook was hij daar natuurlijk niet alleen, meerdere gidsen en begeleiders waren er om hem te beschermen. Zelfs deze ontmoeting met Tim was niet toevallig, daar had een groep scouts voor gezorgd. Uiteindelijk worden dit soort foto’s al lang niet meer door slechts één man gemaakt. Er is een heel team voor nodig, vind ik dat jammer? Aan de ene kant wel, het haalt iets van de romantiek uit het beeld en het geeft mij het gevoel dat ik, zonder zo’n team en al die voorbereiding een dergelijke foto dus hoogstwaarschijnlijk nooit zal kunnen maken. Aan de andere kant ook juist weer niet, goede fotografie hangt niet van toevalligheden af, het vraagt veel tijd en voorbereiding voordat echt alles in het beeld bij elkaar komt. En dat doet het in deze foto zeer zeker.
De tentoonstelling loopt tot 23 december, als je in de gelegenheid bent, ga dan even kijken. Er hangen niet veel werken, maar wat er hangt is ronduit fantastisch en de kans om zo’n iconische foto toch eens te zien zoals hij is bedoeld, perfect afgedrukt op groot formaat, is meer dan de moeite waard.
Pimpelmees (Cyanistes caeruleus)
Het gaat goed met de pimpelmezen in Nederland, ieder jaar neemt het aantal broedparen toe. Deze slimme alerte vogeltjes zijn kleiner dan een koolmees en wegen niet meer dan 12 tot 15 gram. Er gaan dus 7 á 8 koolmezen in een onsje broodbeleg! Omdat ze zo licht en behendig zijn kunnen ze op de aller dunste twijgjes nog naar insecten zoeken, dat doen ze dan ook, springend van tak tot tak, terwijl hun alerte kopje continu alle kanten opdraait. Deze kleine gele tennisballen met hun kobaltblauwe kopje, staart en vleugeltjes kijken daarbij onder elk blaadje en onder elke tak en zien niets over het hoofd. Met hun korte snaveltje pikken ze zelfs de kleinste insectjes uit een boom.
 3-2018 1524-_200.jpg)
Lees ook: Roodborstje (Erithacus rubecula), Waarom een Roodborstje geen Oranjeborstje heet, Blauwborstje (Luscinia svecica cyanecula) en Zwartkop (Silvia atricapilla).
Sinterklaasjournaal voor volwassenen
Ieder jaar, vlak voor Sinterklaas, wijdt het achtuurjournaal een stukje aan internetleveringen. En steeds gaat het over hetzelfde, er is weer meer via internet besteld, de bedrijven kunnen de drukte niet aan, pakketjes komen te laat of zelfs helemaal niet. Best spannend dus voor als die volwassenen.
Terwijl alle kinderen trouw naar het sinterklaasjournaal kijken en zich collectief zorgen maken of de stoomboot wel echt in Nederland zal aankomen, kijken alle volwassenen naar het acht uur journaal en maken zich zorgen of alle via internet bestelde pakketjes wel op tijd bij hun worden afgeleverd.
Lees ook: Sinterklaas bestaat niet, Sinterklaasletters.
Treasures from the wreck of the Unbelievable
Damien Hirst zijn laatste tentoonstelling Treasures from the wreck of the Unbelievable is tegelijkertijd een flop en een triomf. De laatste jaren nam de marktwaarde van Damien Hirst steeds meer af en deze laatste tentoonstelling zou daar in één klap verandering in moeten brengen.
In 2017 zijn wij in Venetië naar zijn groots opgezette tentoonstelling gaan kijken. De locaties waren werkelijk fantastisch en de werkstukken konden niet mooier worden gepresenteerd. De hele tentoonstelling werdt bij elkaar gehouden door het fictieve verhaal dat alles op de bodem van de zee was gevonden en oorspronkelijk toebehoorde aan de voorheen mythische verzamelaar Amotan.



Ondanks de begeleidende foto’s en teksten was vanaf het allereerste moment al direct duidelijk dat dit een fictief verhaal was. De met koraal bezette beelden waren zo opzichtig en kunstmatig dat het vaak oogde als een simpele truc. En dat is jammer want als de juxtapositie tussen waarheid en fictie iets minder overduidelijk was weggezet, was het geheel veel sterker geweest. Nu stonden er veel beelden tussen waar schijnbaar willekeurig wat namaakstukken koraal aan waren toegevoegd, enkel en alleen om het binnen de context van de tentoonstelling te laten passen. Tevens was het lastig om een visueel of emotioneel verband tussen de vele (190!) verschillende werken te vinden. Het voelde nu alsof een leger van verschillende kunstenaars carte blanche had gekregen om de ruimtes met de meest verschillende werkstukken te vullen.

Het leek alsof Hirst vele tientallen miljoenen had uitgegeven aan een tentoonstelling waarvan hij op voorhand wist dat er genoeg kopers voor zouden zijn. Alle werkstukken waren met een ongekend hoog vakmanschap uit de mooiste materialen vervaardigd, maar je kreeg wel de indruk dat de verkoopwaarde belangrijker was dan de artistieke. Of zou dit de ultieme sneer van Hirst zijn naar rijke kunstverzamelaars en speculanten? Zou deze ultra dure en ronduit overdadige uitstalling alleen zijn bedoeld om te bewijzen dat de waarde van kunst tegenwoordig enkel nog wordt bepaald door wat het opbrengt? Het lijkt er namelijk sterk op dat deze hele operatie vooral op winstgevendheid is gebaseerd, al was het alleen al omdat elk werk in drie verschillende uitvoeringen te koop wordt aangeboden. Zo kun je een zogenaamde koraal-editie kopen, welke eruit ziet alsof hij is opgedoken, een gerestaureerde editie én een copy-editie.

Naar eigen zeggen zou de hele tentoonstelling Hirst zo’n 65 miljoen dollar hebben gekost en heeft het hem al ruim 300 miljoen dollar opgeleverd. Zelf was hij niet zo onder de indruk van de vernietigende recensies, zolang mensen er maar over praten en het niet met elkaar eens zijn, vindt hij het allemaal prima.
Toch liep ik als een kind door de tentoonstelling rond, vaak met open mond, waarbij ik van de ene in de andere verbazing viel. Want de hele tentoonstelling was ontegenzeggelijk overweldigend, je zou er een week kunnen doorbrengen en nog steeds niet alles goed hebben kunnen bekijken. Ook zaten er naar mijn mening veel prachtige beelden tussen, die misschien juist buiten deze gemaakte context veel beter op hun waarde zouden zijn geschat. Toen ik de tentoonstelling verliet zat ik tot aan mijn oren toe vol met indrukken. Toch zou ik ,als dat nu nog zou kunnen, de tentoonstelling direct weer bezoeken.
Lees ook: Vanitas.
Shaun Tan in Helsinborg
Afgelopen zomer bezochten wij de tentoonstelling van Shaun Tan in het Dunkerskulturhus in Helsinborg, Zweden. Mijn partner en zoon kende zijn werk nog niet maar waren meteen verkocht. Je kon er behalve wat schilderijen en illustraties ook zijn, in 2011 met een Oscar bekroonde, animatiefilm The Lost Thing bekijken en een leeskamer was volledig ingericht in de stijl van zijn werk.

Shaun Tans werk heeft een intimiteit en naïviteit die direct aanspreekt. Het is uiterst origineel en het tekenplezier spat ervan af. Als je zijn werk eenmaal hebt gezien, herken je het daarna meteen. Mijn zoontje was helemaal weg van zijn schilderijen, zoals die waarop een grote poes met een jongetje op de bank tv keek en mijn partner vond zijn potloodillustraties van Eric, het blaadje verreweg het mooist. Zelf kende ik zijn boek The Lost Thing al, de film had ik echter nog nooit gezien en het verbaasde me hoe goed zijn tekeningen naar bewegende beelden waren vertaald. Ook was het fantastisch om te zien hoe gedetailleerd en gelaagd zijn originele illustraties voor dit boek waren.

Het was typisch zo’n tentoonstelling waar je het liefst iets van de muur had gehaald om het mee naar huis te nemen.
Kijk hier voor meer werk van Shaun Tan.





