Lees ook: Opgezette apen in musea.
In mijn berichtjes over paddenstoelen heb ik het al vaker gehad over de vaak misleidende Nederlandse paddenstoelennamen. Het Kleverige koraalzwammetje is daar een mooi voorbeeld van, dit is namelijk geen koraalzwammetje, maar een trilzwam.
Dit heldergeel tot oranje zwammetje kan zo’n 8 cm hoog worden en heeft een glad kleverig oppervlak dat de vruchtbare laag van de zwam vormt. Als je hem aanraakt zul je merken dat hij stevig en taai is en in tegenstelling tot koraalzwammen niet snel breekt. Als deze zwam indroogt wordt hij donkerder en hoornachtig. Het Kleverige koraalzwammetje groeit op vermolmd naaldhout en is tijdens de herfst een veel voorkomende zwam. In het Engels noemt men hem Yellow staghorn, een naam die mijn inziens beter is dan de misleidende Nederlandse banaming.
Lees ook: Gele hersentrilzwam (Tremella aurantia) en Zakjestrilzwam (Ascotremella faginea) en Judasoor (Auricularia auricularia-judea).
Deze algemene zwammetjes groeien op dood loofhout en worden meestal in hun vroege ongeslachtelijke stadium gevonden. Ze worden tot 4 cm hoog, zijn plat en vertakken zich bovenaan in gewei vormige uitsteeksels. In het begin, als de zwam van boven met zijn ongeslachtelijke sporen (conidiën) wit is bestoven, valt hij op de bosbodem goed op. Later als hij overgaat op geslachtelijke sporen, wordt de paddenstoel helemaal zwart en ontwikkelen er zich minuscule puistjes (perithecia) met de geslachtelijke sporen. In deze donkere, onopvallendere fase worden ze minder vaak waargenomen.
 11-2019 0605_200.jpg)
Hun naam Xylaria hypoxylon is opgebouwd xylon, dat hout, en hypo dat onder betekent. De Geweizwam bevat een lectine met sterke anti-tumor capaciteiten.
Tremella zwammen zijn parasitair en produceren een gelatineus vruchtlichaam, waardoor ze bekend staan als trilzwammen. Tremella is één van de originele genera die nog door Linnaeus was beschreven, de naam komt uit het Latijn, tremere betekent trillen. Trilzwammen zijn saprofyt en veroorzaken witrot. Afhankelijk van hun vochtverzadiging zijn ze nat, zacht en gelatineus of dor en kraakbeenachtig.
 10-2020 3744_200.jpg)
De Gele hersentrilzwam (Tremella aurantia)is parasitair op de Gele korstzwam (Stereum hirsutum) en behoort tot de familie van deTremellaceae. In het Engels noemt men hem Golden ear. Omdat er in de Nederlandse nomenclatuur al een Gele trilzwam bestond (Tremella mesenterica), noemde men hem hier de Gele hersen-trilzwam. Maar zijn gelijkenis met hersenen is heel wat minder dan die van een andere zwam, namelijk de Zakjestrilzwam (Ascotremella faginea) die behoort tot de familie van de Helotiaceae. Deze kleine trilzwam groeit vooral op dode beuken, essen en elzen en is heel variabel van kleur. Je komt ze tegen van rozebruin tot paarsbruin.
 10-2020 3745_200.jpg)
Als ik ze namen had mogen geven had ik de Gele hersentrilzwam de Gouden oortjestrilzwam genoemt en de Zakjestrilzwam de Hersentrilzwam. Maar dat is meestal het probleem met namen toekennen, de beste namen zijn het eerste vergeven. Trilzwammen lijden overigens wel vaker aan naamsverwarring, zoals ons Judasoor (Auricularia auricularia-judea) bewijst.
Lees ook: Judasoor (Auricularia auricularia-judae).
Het Groot Goorven bij Oisterwijk is een gewilde locatie voor landschapsfotografen. Als je er vroeg bij bent, staan er altijd wel een paar naast elkaar om de zonsopkomst te fotograferen. De meeste van hen gebruiken een statief en fotograferen met een groothoeklens, op die manier kun je goed de spiegeling van de bomen aan de overkant en de kleuren van de opgaande zon in het water fotograferen.
Toen ik er een paar weken geleden was, fotografeerde ik als enige uit de hand. Omdat ik dat met een flinke telelens deed, keken ze me wel wat vreemd aan. Er was zelfs iemand die me aanbood om zijn statief te lenen. Ik fotografeer echter graag uit de hand, dan zijn mijn composities vaak net wat losser en reageer ik wat intuïtiever. Als ik dan een groter diafragma moet gebruiken of een wat hogere ASA waarde, neem ik dat graag voor lief.

Wat mij vooral opviel was hoe grillig het licht met de ochtendnevel op het water speelde. Zeker aan de overkant van het ven, waar bijna alles nog in de schaduw lag en de enkele zonnestralen die tussen de bomen priemden de meest waanzinnige kleuren en tekening in de nevel tevoorschijn toverden.
Lees ook: Voorstelling en abstractie in landschapsfotografie.
Mijn laatste mes heeft een verborgen angel en een houten handvat. Het is gemaakt uit Bohler N690 en heeft een lange valse snede.

Het hele mes is 32 cm lang en weegt 349 gram. Het lemmet is 7 mm dik, heeft een snede van 16 cm en is op het breedste punt 5 cm hoog. Het is vlak geslepen tot een zeer dun snijvlak, direct voor de primaire snede is het lemmet slechts 0,4 mm dik, waardoor het erg goed snijdt. Het staal heeft een zacht matte afwerking doordat het met de hand tot 600 grit is afgewerkt. De fijne schuurlijnen volgen daarbij de kromming van het snijvlak.
![]()
Doordat de valse snede vanaf de rug van het mes via de slijplijn van de snede naar de punt toe loopt, vormt het lemmet vanaf de rug bezien, via de ricasso naar voren, een scherpe driehoek, die in de dunne lijn van de valse snede doorloopt tot in de punt.

Het handvat is van parelhout (Louro faia) met gevulkaniseerde papieren spacers en een zwart linnen micarta guard. Deze guard is vlak bij de ricasso 6 cm hoog en 1,7 cm breed. Het handvat loopt vanaf de achterkant, taps af naar het lemmet en heeft een duidelijke vingergroef. Het is mijn extreemst gevormde én comfortabelste handvat tot nu toe. Het is met meerdere lagen Tungolie afgewerkt en tot een zachte glans opgewreven. Ik denk dat ik er binnenkort ook maar een leren schede voor maak.
Klik hier voor het bericht over mes no. 13 en hier voor meer foto's van zelfgemaakte messen.
Begin maart had deze kanoet nog zijn witgrijze winterkleed. In de zomer kleurt hij dieporanje met gevlekte rug en vleugels. Het is na de tureluur (Tringa totanus) de grootste strandloper uit deze familie. Kanoeten of kanoetstrandlopers worden tot 26 cm lang en hebben een vleugelspanwijdte tot 54 cm breed. Ze leven in de getijdezones grotendeels van kleine schaaldieren zoals nonnetjes en kokkels maar eten ook kreeftachtige, wormen en slakken.
 2-2020 1635_200.jpg)
Dit jonge exemplaar foerageerde atypisch niet aan de vloedlijn maar op een drassig grasveldje vlak daarachter. Hij was daar niet toevallig want ik kwam hem meerdere dagen op exact dezelfde plaats tegen. Hij ving daar vooral wormen en slakken.
Het verhaal gaat dat deze vogels hun oorspronkelijke naam Tringa canutus van Linnaeus kregen, omdat hun foerageergedrag langs de getijdelijn hem deed denken aan het verhaal van koning Knoet de Grote. Knoet zou het getij ooit opdracht hebben gegeven om te stoppen zodat zijn voeten niet nat zouden worden. De naam kan echter net zo goed een onomatopee zijn, gebaseerd op de knorrige roep van de vogel.
Lees ook: Drieteenstrandloper (Calidris alba), Drieteenstrandlopers in de ochtendzon en Paarse strandloper (Calidris maritima).
De Groene Jonker is een echt vogelparadijs, er vliegen ’s morgens vroeg wulpen en ganzen over en tussen het riet zitten rietzangers en putters. Op het water drijven eenden, ganzen, meerkoeten en zwanen. De laatste keer dat ik er was, stonden aan de rand van het water ook nog reigers en een paar lepelaars. Deze lepelaars waren echter erg schichtig, toen ik aan kwam lopen vlogen ze meteen op. Maar in plaats van weg te vliegen, draaiden ze eerst nog een paar rondjes boven mijn hoofd. Terwijl ze zo overvlogen zag ik dat één van hen iets in zijn bek had, het ging allemaal echter te vlug om goed te zien wat dat was, ik wist echter nog net snel wat foto’s te maken. Ik zag thuis pas dat het een flinke vis betrof. Het formaat daarvan en dat hij hem met zich mee de lucht in nam, verbaasde me. Ik dacht dat ze alleen klein grut zoals waterinsecten, garnalen, visjes en kleine amfibieën aten, niet iets dat veel groter is dan een jonge platvis, grondel of stekelbaars. Maar het blijkt dat ze net als reigers veel grotere prooien aankunnen en regelmatig ook een flinke vis verschalken. Omdat garnalen en insecten, in relatie tot de beter verteerbare vissen, meer restanten in de braakballen achterlaten, dacht men vroeger dat zij de voornaamste voedselbron van lepelaars waren. Recent onderzoek toonde echter aan dat ca. 60% van hun dieet uit vis bestaat.
 8-2020 2713_200.jpg)
Lees ook: Lepelaars in de bomen (Platalea leucordia), Afikaanse lepelaars (Platalea alba) en Waarom vogels met lange poten vaak op één poot staan.
Het was al weer een poos geleden dat ik naar de Brand was geweest om boomkikkers te fotograferen. Die locatie wordt in het algemeen niet aan de grote klok gehangen en ik schrok dan ook van het grote aantal fotografen dat ik daar tegenkwam. Het is meestal geen goed teken als dergelijke locaties te bekend worden, want er zijn altijd fotografen die het geen probleem vinden om de boel te vertrappen of boomkikkers op te pakken en ergens anders neer te zetten. Niet al te lang geleden was de locatie zelfs tijdelijk afgesloten omdat sommige fotografen vloeibare stikstof en haarlak hadden gebruikt om een “betere” foto van deze kwetsbare dieren te kunnen maken. Gelukkig hielden ze vandaag allemaal een respectvolle afstand van elkaar en de kikkers en deden ze er alles aan om ze niet te verstoren.
 8-2020 2314_200.jpg)
 8-2020 2312_200.jpg)
 8-2020 2295_200.jpg)
De meeste kikkertjes zitten normaal gesproken op de bramen rondom het veldje, maar dit keer werd ik door een andere fotograaf geattendeerd op een aantal kikkertjes die midden in het veld op een grote berenklauw zaten. Eerst dacht ik dat hij ze daar zelf had neergezet, maar er zaten er meerdere op één plant en op een enkele berenklauwen in de buurt zaten er nog meer. Het leek er dus op dat ze er zelf naar toe waren gekropen om tegen de stam of boven op de bloemkoppen te kunnen zonnen.
 8-2020 2448_200.jpg)
 8-2020 2437_200.jpg)
 8-2020 2378_200.jpg)
Je kon bij de kikkers die op een tak zaten goed zien hoe ze hun achterpoten onder hun lichaam vouwden en zichzelf om de tak heen klemden. Toen ik aankwam was het nog bewolkt maar langzamerhand trok het open en kwam de zon steeds meer tevoorschijn, enkele kikkertjes zochten toen een betere plekje en dat gaf mij de gelegenheid om ze te zien klimmen en hun lange dunne vingers met de zuignappen te fotograferen. Zelfs de jonge exemplaren klommen behendig langs de stengels en hadden goed grip.
 8-2020 2466_200.jpg)
Lees ook: Boomkikkers en Zonnende boomkikkers.
Begin maart was ik op Schiermonnikoog en zag ik aan de kust een paar mannelijke eidereenden. Levende vrouwtjes zag ik niet, maar dode kwam ik wel langs de kustlijn tegen. Eidereenden zijn in onze regio niet talrijk en het verbaasde mij dan ook dat ik relatief veel dode vrouwtjes tegenkwam. Op één enkele wandeling vond ik er al drie. Ik weet niet of dit toeval was of dat er iets anders aan de hand was. Feit blijft dat ik vaker op Schiermonnikoog kom, maar daar nog nooit eerder een dode eider aantrof.
 2-2020 1641_200.jpg)
Eidereenden zijn de grootste eenden die men in Europa kan zien en ze wegen tot wel 3 kg. Ondanks hun grootte halen ze in vlucht snelheden van wel 113 km/u. De opvallende mannetjes zijn zwart-wit met een wit-roze borst en een groene vlek op het achterhoofd, de vrouwtjes zijn echter onopvallend bruin met zwarte streepjes.
De eidernesten worden gevoerd met dons, in het Engels eiderdown, dat van de borst van het vrouwtje komt. Dit dons wordt al eeuwen verzameld en gebruikt in kussens en quilts. Hun wetenschappelijke naam: Somateria mollissimus, komt van het Griekse soma “lichaam” en erion “wol” en het Latijnse mollissimus voor “erg zacht”.