Weblog

Het gewicht van een ziel

Thursday, 7 July 2011

Bewustzijn is niet altijd even gemakkelijk aan te tonen, het valt en staat met definities. Meestal wordt bewustzijn gekenmerkt als een besef van het eigen ik en de omgeving. Dit besef is bij mensen, vanwege onze overeenkomende cognitieve processen en denkramen, heel wat makkelijker aan te tonen dan bij dieren. Recentelijk worden we er ons echter steeds bewuster van dat veel dieren wel degelijk een eigen ik, een besef van individualiteit en de daarmee samenhangende bewuste relatie tot hun omgeving, bezitten. Steeds meer mensen geloven dat ook dieren een bepaalde mate van bewustzijn bezitten, maar als ook dieren een bewustzijn hebben, hoe zit het dan met de ziel?

 

Buiten hun bewustzijn menen veel mensen namelijk ook nog een ziel te hebben. Een ziel als drager van hun persoonlijkheid, hun geest, het voertuig van het ego. Een niet te lokaliseren, onsterfelijk stukje goddelijkheid dat niet lichaamsgebonden is. Voor iets dat niet valt aan te tonen is het begrip van deze ziel behoorlijk verankerd in onze taal, cultuur en natuurlijk religie. Maar waarschijnlijk is het toekennen van een ziel, juist omdat het niet valt te bewijzen, zo gemakkelijk.

 

Er was echter één wetenschapper die meende het bestaan van de ziel te hebben bewezen. Duncan MacDougall, een Amerikaanse arts uit Haverhill, voerde in 1907 een experiment uit waarmee hij, naar hij geloofde, onomstotelijk bewees dat een ziel gewicht heeft en dus bestaat. Hij had de bedden van een zestal terminale patiënten op een industriële weegschaal geplaatst en nauwkeurig hun gewichtsverschil vlak voor en na het intreden van de dood gemeten. En wat bleek, na het overlijden was de persoon ca. 21 gram lichter. Een gewichtsverlies dat hij aan de ziel toewees. MacDougall voerde hetzelfde experiment daarna ook op honden en schapen uit. De honden bleken na het sterven even zwaar maar de schapen werden tijdens het sterven eerst iets zwaarder en na de dood weer wat lichter. MacDougall concludeerde dat honden geen ziel hadden en dat zich bij schapen eerst portalen vormden, die de ziel transporteerden, welke daarna weer verdwenen. Hij publiceerde zijn bevindingen in The New York Times en in American Medicine. Voor zover bekend heeft niemand het experiment herhaald. Momenteel schrijft men een gewichtverschil na het intreden van de dood aan vochtverlies via de adem en poriën toe.

Delwaidedok Antwerpen

Tuesday, 5 July 2011

delwaidedok 07-2011 9153Het Delwaidedok ligt aan Kanaaldok B2. Het is gebouwd tussen 1974 en 1981. Met zijn 2200 meter lengte en, aan de kanaalzijde, 350 meter breedte is het Delwaidedok tevens het grootste getijde vrije dok van Antwerpen. De Zuidelijke kaai behoort door zijn kaailengte tot één van de grootste containerterminals ter wereld. Men laadt en lost hier met mammoetheftrucks en walkranen. Aan de Noordelijke kaai, bij Kanaaldok B2, liggen de laadplaatsen van Antwerp Bulk Terminal (ABT) voor steenkool en erts. Meerdere 1000-tonner binnenschepen laden hier aan kaai 750 steenkool voor de kolencentrales van Ruien, Roux of Charleroi. We hadden al eerder foto’s van ABT op het Kanaaldok B1 gemaakt. Die locatie van ABT gaat echter verdwijnen, daar komt een grote containerterminal te staan.

 

Als je langs het spoor bent gelopen zie je links ervan de hoge bergen steenkool al liggen. Er staan meerdere torens die regelmatig nevels water over de kolen heen spuiten en op de grond liggen grote plassen met zwart water en steenkoolmodder. Op het spoor staan lange rijen met laadwagons en op een paar losse rails stond nog een oud rood wagonnetje. Als je in het verlengde van het spoor keek was het één wirwar van rails, wissels en leidingen met aan de horizon de torens van de kerncentrale bij Doel. Aan het einde van dit spoor staan drie hoge torens. Hier worden de kolen met een bijna vierhonderd meter lange loopband vanaf de kade in de wagons geladen. Deze torens zijn ca. zes verdiepingen hoog. Alles ligt onder een dikke laag steenkool en als je de verroeste trappen beklimt, hoor je de kolen tussen de gaten van de ijzeren treden naar beneden vallen. Een hoge loopbrug verbindt de torens en van daar af krijg je pas een goed beeld van de grootte van het terrein.

 

klik hier voor meer foto's van het Delwaidedok en ABT

Wat gij niet wilt dat u geschiedt,..

Tuesday, 5 July 2011

doe dat ook een ander niet. Deze zogenaamde Gulden Regel uit het Confusianisme kom je in één of andere vorm in vrijwel elke cultuur en religie tegen. Tegenwoordig wordt dit mooie advies echter nog wat verder doorgevoerd. Voor veel beroepen zijn er speciale cursussen in “Servant Leadership”. Trainingen die ervoor moeten zorgen dat oa. politie, docenten en verpleging onder alle situaties beleefd kunnen blijven en hun klant op zijn gemak kunnen stellen. Een opdracht die niet altijd even gemakkelijk is. Veel beroepen komen namelijk regelmatig in aanraking met “klanten” die zich buitengewoon agressief en onbeschoft gedragen. Het bekende “behandel een ander zoals je zelf behandeld wil worden” verandert steeds meer in “behandel een ander zoals die ander behandeld wil worden”.

 

Wat is dat toch, dat het niet meer genoeg is om beleefd te zeggen waar het op staat, dat elke boodschap netjes moet worden ingepakt? Ik ben het met Benjamin Franklin eens dat niemand voor een ander hoeft te buigen. Ook niet als onderdeel van een tactiek om je zin te krijgen. Iemand als een heer en meester behandelen is ook een vorm van minachting.

Polsen

Friday, 1 July 2011

Het werkwoord polsen komt niet van iemand de pols nemen. Het is verwant aan pulsen en polsstok. Een polsstok wordt gebruikt om mee in het water te roeren om vissen op te jagen (pulsen). Hiermee probeert men naar vissen te peilen, dus iets te onderzoeken. Later is men er ook mee gaan springen. “Polshoogte nemen” bestaat eigenlijk niet dit hoort “poolshoogte nemen”, met twee o’s, te zijn. En dat heeft weer niets te maken met vissen maar wel met de stand van de Poolster. Omdat de hoogte van de Poolster boven de horizon gelijk is aan de geografische breedte van de plaats van waarneming kan men door zijn poolshoogte te nemen dus zijn breedtegraad bepalen. Als je kijkt naar de betekenis van “pols” in “een vinger aan de pols houden”, “iemand de pols nemen” of “polsstok” is men wel steeds bezig om iets te polsen, iets te bepalen. Dat verklaart waarschijnlijk de verandering van poolshoogte naar polshoogte. Met zo veel gezegden met het woord pols erin kun je er soms ook geen hoogte van krijgen.

Smaakzones

Wednesday, 29 June 2011

smaakIn tegenstelling tot wat men vaak denkt heeft de tong geen echte smaakzones. Er zijn geen aparte locaties op een tong waar je de verschillende smaken mee kunt proeven. De Harvard psycholoog Edward G. Boring (echte naam!) is mede schuldig aan deze mythe. Hij heeft een obscuur Duits proefschrift uit 1901 vertaald waarin ene D. P. Hanig melding maakte van deze smaakzones. In diens “Zur psychophysik des Geschmackssinnes” openbaarde deze zijn onderzoek naar de toen nog vier basissmaken; zoet, zuur, zout, en bitter. Momenteel weten we echter dat er nog een vijfde smaak, umami,bestaat. Proefondervindelijk dacht hij een landkaart van de smaakzones op de tong te kunnen samenstellen. Waarschijnlijk sloot dit beeld aan bij de verwachtingen want het geloof in deze smaakzones is zeer wijd verspreid. Het onderzoek is echter waardeloos want vrijwel iedereen kan overal op zijn tong alle smaken proeven, er zijn slechts minimale verschillen.

De lurf

Tuesday, 28 June 2011

Iedereen die wel eens iemand bij de lurven heeft gepakt weet dat de lurf zich meestal ergens op het bovenste gedeelte van iemands lichaam bevindt. Maar het is geen lichaamsdeel, de lurf is bijna net zo moeilijk te lokaliseren als de hurk. Het woord lurf komt van “klad” of “vod”. Lurf is verwant aan “lurva”, het Noorse woord voor vod. Als je iemand bij de lurven pakt, grijp je hem dus bij de kladden, je pakt hem bij zijn vodden.

 

lees ook: De hurk

De hurk

Tuesday, 28 June 2011

Ik ben één van de weinige volwassenen die nog goed op mijn hurken kan zitten. Dat doe ik al van kinds af aan. Op zich heel knap, want ik heb geen flauw idee waar mijn hurk zit, laat staan dat ik weet hoe ik er op moet zitten. Het is me niet gelukt om te achterhalen waar deze uitdrukking vandaan komt, etymologie onbekend. De enige vergelijking die ik kon vinden is de Zweedse uitdrukking “sitta pá hurken” (op de hurken zitten). Blijkbaar hebben Zweden ook hurken, zouden zij wel weten waar ze zitten?

 

lees ook: De lurf

Microlepidoptera

Monday, 27 June 2011

minivlinder (microlepidoptera) 06-2011 8680Er zijn zat vlindergidsen te koop, van de meest uiteenlopende kwaliteit. Maar bijna allemaal gaan ze over de grote vlinders, de macrolepidoptera. Begrijpelijk want deze zie je het snelst en zijn, juist omdat ze zo groot zijn, veel makkelijker te determineren. Toch zijn er ongelooflijk veel minivlindertjes (microlepidoptera). En veel daarvan zijn veel mooier en gevarieerder dan hun grotere neven. Dit kleine vlindertje van nog geen halve centimeter groot liep in rap tempo over een bramenblad. Zijn bewegingen leken wel wat op die van een garnaal. Met zijn voelsprieten opzij en zijn stekelige poten hoog optillend draaide hij aan één stuk door rondjes. Bij elke bocht reflecteerden zijn vleugeltjes een andere kleur. Ik heb geen flauw idee welk vlindertje dit is. Ik moet toch maar eens op zoek naar een goede mini-vlinder gids.

Het tegendraadse van spieren

Monday, 27 June 2011

bicepsAlles wat je gebruikt slijt, verzwakt, wordt kleiner of minder waard. Een batterij loopt leeg, je tanden worden korter en de drempel steeds lager. Juist doordat iets wordt gebruikt neemt het in massa of kracht af. Zo gaat het bij vrijwel alles, behalve bij spieren. Een spier is zo’n beetje het enige dat door intensief gebruikt juist groeit, sterker wordt en meer massa inneemt. Het is echter niet zo dat je daardoor ook meer spieren krijgt. Een bodybuilder heeft geen spiertje meer dan een kantoorklerk. Zijn spieren zijn alleen groter. Gegroeid en niet gesleten.

Het elektronische zakmes

Saturday, 25 June 2011

motorolas-first-commercial-mobile-phoneDigitale mobiele telefonie bestaat pas 20 jaar. In 1982 werd de Groupe Spéciale Mobile opgericht. Dit was een initiatief van het CEPT, een Europees consortium van post- en telecommunicatiebedrijven, om een digitaal mobiel netwerk te creëren. Analoge mobiele telefonie bestond al, maar de signaaloverdracht was verre van stabiel. In 1991 kwam in Finland het eerste gesprek over dit digitale netwerk tot stand. Deze Europese standaard voor mobiele communicatie werd daarna al snel de wereldstandaard en de naam Groupe Spéciale Mobile veranderde al snel in Global System for Mobile Communications.

 

Bij bellen is het niet gebleven, met de huidige telefoons kun je ook mailen, Sms’en, internetten, gamen, fotograferen, filmen, muziek beluisteren, TV kijken en wat al niet meer. Het lijkt er op dat elke elektronische toepassing zijn weg naar de telefoon heeft gevonden en van het GSM-toestel het digitale equivalent van het Zwitserse zakmes heeft gemaakt.

 

lees ook: Verkeerd verbonden