Toen
ik
Granada
voor
het
eerst
van
een
afstand
zag
liggen,
met
op
de
achtergrond
de
Sierra
Nevada,
leek
het
of
de
stad
van
de
heuvels
af
het
dal
instroomde.
Het
Albaicin
(de
oude
moslimbuurt)
en
het
Alhambra
staan
beide
op
heuvels.
Deze
oude
wijken
bestaan
uit
smalle,
steile
straatjes
en
steegjes
die
naarmate
je
lager
komt
steeds
breder
en
rechter
worden.
Mijn
studietijd
in
Granada
viel
samen
met
de
week
voor
Pasen,
de
"Semana
Santa".
Deze
"goede
week"
wordt
traditioneel
met
processies
gevierd.
Het
is
een
tijd
van
spektakel
en
devotie
die
duizenden
bezoekers
trekt.
Elke
parochiekerk
heeft
zijn
broederschap
(cofradias),
waarvan
de
leden
het
hele
jaar
geld
inzamelen
voor
de
viering
van
deze
ene
week.
Deze
cofradias
trekken
in
processies
door
de
smalle
straten.
Ze
tillen
zware
draagbaren
met
gebeeldhouwde
Bijbelse
scènes
vanuit
hun
kerk
naar
de
kathedraal
en
terug.
De
costaleros
dragen
bij
tourbeurt
deze
soms
wel
500kilo
zware
constructie
en
worden
gevolgd
door
de
nazarenos
en
penitentes
met
hun
kenmerkende
pijen
en
kappen.
Dan
sluiten
de
acolieten
en
vrouwen
in
traditionele
klederdracht
de
processie.
's
Morgens
maakte
ik
foto's
van
de
schoonmakers,
's
middags
van
de
optochten
en
's
avonds
in
de
moslim-
en
zigeunerbuurten.
Op
deze
manier
heb
ik
ook
achter
de
schermen
veel
foto's
kunnen
nemen.
In
één
kerk
mocht
ik
naar
binnen
om
de
voorbereidingen
te
fotograferen.
Later
hoorde
ik
hoe
bijzonder
het
was
om
daar
als
niet-lid
van
de
broederschap
en
als
buitenlander
bij
te
mogen
zijn.