Het werkwoord polsen komt niet van iemand de pols nemen. Het is verwant aan pulsen en polsstok. Een polsstok wordt gebruikt om mee in het water te roeren om vissen op te jagen (pulsen). Hiermee probeert men naar vissen te peilen, dus iets te onderzoeken. Later is men er ook mee gaan springen. “Polshoogte nemen” bestaat eigenlijk niet dit hoort “poolshoogte nemen”, met twee o’s, te zijn. En dat heeft weer niets te maken met vissen maar wel met de stand van de Poolster. Omdat de hoogte van de Poolster boven de horizon gelijk is aan de geografische breedte van de plaats van waarneming kan men door zijn poolshoogte te nemen dus zijn breedtegraad bepalen. Als je kijkt naar de betekenis van “pols” in “een vinger aan de pols houden”, “iemand de pols nemen” of “polsstok” is men wel steeds bezig om iets te polsen, iets te bepalen. Dat verklaart waarschijnlijk de verandering van poolshoogte naar polshoogte. Met zo veel gezegden met het woord pols erin kun je er soms ook geen hoogte van krijgen.