cycloopOnlangs las ik over de Vampier inktvis, dit dier heeft blijkbaar de grootste ogen in relatie tot zijn lichaamslengte. Maar omdat hij maar 30cm. groot wordt is dat oog van 2,5cm doorsnede nog steeds maar een oogje. Nee, dan de reuzeninktvis die heeft met een doorsnede van 28cm het grootste oog ter wereld. Het formaat van een flinke basketbal. Dat moet blijkbaar ook want op de grote dieptes waar hij leeft is bar weinig licht. Waarschijnlijk is het die beperking van het aanwezige licht dat ogen groter of kleiner maakt. Een Bushbaby heeft zulke grote ogen omdat hij ’s nachts goed moet kunnen zien en inktvissen omdat er op grote dieptes weinig licht doordringt. Het hebben van meer ogen maakt dan blijkbaar geen verschil meer. Spinnen hebben tot acht ogen en sommige tweekleppige schelpen hebben er zelfs tientallen tot honderden. Maar zij zien niet veel meer dan licht en donker verschillen. Als we samengestelde ogen niet als losse ogen tellen dan zijn al die duizenden cellen van veel insecten ook gewoon één oog. Maar wel een oog dat, net als bij ons, in staat is om een beeld te zien, wat meer is dan je van de vele vormen van “enkelvoudige” ogen kunt zeggen, dat zijn vaak niet meer dan kleine kuiltjes met lichtgevoelige cellen, voldoende om een plotselinge schaduw te herkennen maar meer ook niet. Een oog kan microscopisch klein zijn maar blijkbaar niet groter worden dan een basketbal. Er kunnen duizenden oogjes op één dier zitten maar het kleinste aantal ogen dat één dier heeft is toch twee, en niet één.

 

dwergmammoetschedelEr is blijkbaar geen natuurlijk equivalent van de Cycloop, de mythische eenogige reus uit de Griekse oudheid. Maar toch is dit wezen niet zo maar uit de lucht komen vallen, de oude Grieken geloofden wel degelijk dat dit wezen bestond, en ze hadden bewijs! Er waren namelijk meerdere schedels van deze Cyclopen gevonden. Alleen waren dit geen schedels van reuzen maar van dwergmammoeten. Er werd in de prehistorie intensief op deze dieren gejaagd en de afgekloven botten bleven in de grotten achter. Toen de oude Grieken deze botten vonden dachten ze dat het menselijke schedels waren en zagen ze het grote neusgat voor op de schedel aan voor een oogkas. Zo ontstond het idee van een eenogige reus die op de eilanden leefde. De verhalen van Odysseus zorgden er daarna voor dat dit wezen bij bijna iedereen bekend werd.