Het lijkt er sterk op dat een groot gedeelte van de westerse wereld aan een collectief ziektebeeld lijdt. Stress is normaal geworden. Was het vroeger nog iets voor managers, die aan stress leden omdat noch zijzelf noch niemand anders precies wisten wat zij deden, nu is er ook stress voor de man met de pet. En niet alleen meer op het werk, ook thuis, tijdens de vakantie, in de auto of zelfs in de rij bij de bakker gedragen mensen zich alsof ze er last van hebben. Op het werk wordt stress tegenwoordig zelfs verwacht. Als je er daar niet uitziet alsof je onder grote werkdruk gebukt gaat denkt men dat je het werk niet serieus neemt.

 

Waar zou dit toch door komen? Ik verdenk de managers van deze wereld ervan, zij waren het ten slotte die als eerste deze symptomen ten toon spreidden. En waarom waren en zijn managers zo gestrest? Door targets. Targets die aangeven wat en hoeveel iemand zou moeten doen. Bij veel bedrijven bestaat er nu een heel middenkader dat niets anders doet dan anderen vertellen wat zij moeten doen. Deze mensen stellen de targets op die anderen moeten halen. Maar veel van deze targets zijn dusdanig hoog geworden dat ze elke realiteitszin ontberen en ronduit beledigend zijn. Zoals alles zijn zelfs deze targets aan inflatie onderhevig en worden zij dus ook nog continu opgeschroefd wat natuurlijk tot nog meer stress leidt. Vandaag de dag heeft vrijwel iedereen targets, de bakker, de buschauffeur en zelfs de huisvrouw die vindt dat ze op één dag niet alleen de vloer in de was moet zetten maar ook de gordijnen moet kunnen wassen. We gaan als mens en samenleving langzaam kapot aan het feit dat we te allen tijde efficiënt en productief met onze tijd willen omgaan. We lijden aan collectieve stress en we doen er allemaal aan mee. Door al deze targets staan we continu op onze tenen. Maar wie op zijn tenen staat, staat niet lang.