Weblog

Welke camera gebruik je?

dinsdag, 13 september 2011

slak 11-2011 1236De meest gestelde vraag, die ik te horen krijg als ik iemand mijn foto’s laat zien, is: “Welke camera gebruik je”. Ik heb een pesthekel aan die vraag. Enigszins beduusd geef ik  dan beleefd antwoord. Maar daar heb ik altijd gelijk weer spijt van. Want als men daarna met een lichte glimlach begrijpend knikt weet ik dat ze denken dat het geen kunst is om met zo’n dure camera een mooie foto te maken.

 

Deze reactie van veel mensen voert terug op het onvermogen om de gebruiker van het gereedschap te onderscheiden. Deze mensen schijnen te denken dat je met een dure camera “automatisch” betere foto’s maakt. Alsof alles wat men op een Stradivarius speelt mooier klinkt. Geloof me, de kans dat een ongeoefende fotograaf een meesterlijke foto maakt is ongeveer even groot als de kans dat iemand die geen vioolles heeft gehad een geslaagd vioolstuk kan spelen, zelfs niet als hij dit op een Stradivarius doet.

 

Maar, zullen veel mensen denken, een vioolstuk duurt veel langer dan het maken van een foto. Dan is de kans dat een kluns een goede foto maakt toch veel groter. Misschien wel ja, ongeveer even groot als de kans dat ik met voetbal ooit een mooi doelpunt zou kunnen scoren. De tijd dat Johan Cruiff zijn voet een bal raakt is ongeveer even lang als de tijd dat de vinger van een goede fotograaf de ontspanknop indrukt. Alleen is Johan, net als een goede fotograaf, wel jaren bezig geweest om ervoor te zorgen dat hij al zijn training en kennis kan benutten in de korte tijd dat zijn voet een bal van richting verandert. In dit korte moment komen kennis, ervaring en intuïtie samen. Bij fotografie is dat niet anders.

 

Misschien beschrijf ik nog wel eens precies welke beslissingen men neemt en welke handelingen men verricht bij het nemen van een foto. Maar waarschijnlijk is het beter om de domme vragenstellers in de waan te laten, misschien kopen ze dan ooit ook nog eens een belachelijk duur fototoestel. Dan kan ik, als ik hun foto’s zie, de vraag stellen welke camera ze gebruiken en geloof maar dat ik dan glimlachend zal knikken.

lees verder...

Herfstspin steelt van kruisspin

vrijdag, 9 september 2011

juffer met kruisspin 11-2011 1050kruisspin spint juffer in 11-2011 1056kruisspin spint juffer in 11-2011 1061kruisspin spint juffer in 11-2011 1063kruisspin bijt juffer 11-2011 1090kruisspin gaat weg 11-2011 1098herfstspin nadert juffer 11-2011 1097kruisspin bijt draden door 1-2011 1095

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kruisspin (Araneus diadematus) is zo’n beetje de bekendste spin van Nederland. Nu, in de herfst, kom je hun grote wielvormige webben overal tegen. Soms zit de spin in het midden van dat wiel maar meestal verstopt ze zich onder een tak of blaadje. Met een speciale signaaldraad die vanaf het centrum van dat web tot aan haar schuilplaats loopt houdt ze haar web in de gaten. Ze heeft haar poot steeds op deze draad en voelt hierdoor alles wat er in haar web gebeurt. Een andere veel voorkomende wielwebspin is de herfstspin (Meta segmentata).  Net als de kruisspin vangt zij vliegende insecten met haar web. De kruisspin en de herfstspin zijn twee verschillende soorten die zich op een zelfde manier hebben ontwikkeld en die, normaal gesproken, op dezelfde manier jagen.

 

Bij het Bodemven vlak bij De Moer zitten niet alleen veel waterjuffers maar ook veel spinnen. Hier zag ik een juffer het web van een kruisspin invliegen. Door haar gespartel kwam ze in de kleverige draden vast te zitten. De kruisspin wist dankzij haar signaaldraad wat er was gebeurd. Ze kwam pijlsnel op de juffer af. Met een speciaal web spon ze haar prooi. Terwijl zij hiermee bezig was, kwam er heel voorzichtig een herfstspin haar web insluipen. Deze wist precies welke draden ze wel en niet kon aanraken en de kruisspin had blijkbaar geen flauw idee dat zij er was. Toen ze haar prooi had ingepakt ging de kruisspin terug naar haar schuilplaats. Op dat zelfde moment kroop de herfstspin langzaam naar de ingesponnen juffer.  Voorzichtig tastend onderzocht ze de draden waarmee de juffer in het web vast zat. Deze begon ze één voor één door te bijten. De herfstspin probeerde de kruisspin haar prooi af te nemen. Toen de herfstspin al enkele draden had verbroken maakte ze blijkbaar een fout. De kruisspin had een trilling opgemerkt en kwam uit haar schuilplaats gekropen. Razendsnel liet de herfstspin zich aan een draad zakken. De kruisspin kroop tot op het punt waar de herfstspin had gezeten en maakte haar “vlucht-draad” los.

 

De herfstspin was nog net op tijd ontsnapt. Toch scheelde het weinig of zij was er met de prooi van de kruisspin vandoor gegaan. Er zijn wel spinnen bekend die op deze manier de vaak grotere prooien van andere spinnen stelen. Maar dat zijn vaak gespecialiseerde soorten. Voor zover ik weet is dit voor een herfstspin geen normaal gedrag. Maar het bijhouden van een web is een intensief en tijdsrovend werk en misschien besloot deze herfstspin daarom wel dat het makkelijker was om de prooi uit een andermans web te stelen. Misschien is ze wel de eerste van haar soort die dit gedrag vertoont.

 

Lees ook: Parende spinnen.

Klik hier voor meer foto's van spinnen

lees verder...

Georgia Russell

woensdag, 7 september 2011

de beaudelaire au surrealismeGeorgia Russell verheft boeken, kaarten en muziekbladen  tot organische constructies. Ze werkt bij voorkeur met tijdsdefiniërende werken zoals Ernst Gömbrich’s “The Story of Art” en Marcel Raymond’s “De Baudelaire au Surrealisme”.

 

Ze leest haar teksten met een scalpel en laat ze getransformeerd achter. Met oneindig veel geduld fileert en deconstrueert ze haar onderwerp en laat ze de woorden en geluiden uit de beperkingen van het papier en de omslag ontsnappen. Ze keert het boek binnenste buiten en toont ons de anatomie van de inhoud.

 

klik hier voor meer werk van Georgia Russell

lees verder...

De vliegende non

woensdag, 7 september 2011

San Giuseppe di CopertinoVroeger had je een televisieserie over een nonnetje dat kon vliegen. Ze steeg op, vloog  enkele rondjes over het klooster en kwam na een laatste scheervlucht met  een mooie twee punts landing weer op de grond. Belachelijk verhaal zou je denken. Maar toch was dit nonnetje niet de eerste gelovige die kon vliegen. De geschiedenis van de kerk staat vol met heiligen die niet stevig met hun voeten op de grond konden blijven staan. Sommige maakten het daarbij wel erg bont. Zoals Jozef van Copertina (1603-1663), deze 17e-eeuwse Franciscaan stond in zijn tijd bekend als “de vliegende monnik”. De verstandelijk gehandicapte frater ging bij het minste of geringste al omhoog. Soms bleef hij wel een half uur in de lucht hangen. Zijn navigatievermogens lieten echter te wensen over en hij kreeg van zijn overste dan ook een vliegverbod opgelegd. De andere broeders waren het zat om de stuurloze Jozef uit de boomtoppen te plukken. Hij is later bekend geworden als de schutspatroon van luchtreizigers en piloten en iets minder als die van slecht presterende leerlingen en verstandelijk gehandicapten.

lees verder...

Dan nou toch maar wel eens even

maandag, 5 september 2011

Het Nederlands kent veel kleine woordjes waarmee we de betekenis van een zin kunnen sturen. Woordjes waarvan de betekenis zelf vaak moeilijk is te omschrijven maar zonder welke een zin al snel bot of kaal overkomt. Deze “smeer-woordjes” laten de communicatie vlotter verlopen en zijn in staat om een breed scala van gevoelens uit te drukken. We noemen deze woordjes “modale partikels” en dit zijn woordjes zoals; dan, nou, toch, maar, wel, eens en even.

 

“Hou je mond nou toch eens even”, “Hij heeft ook eens een goed idee” of “Ik heb toch maar mooi opgeruimd” klinken zonder de modale partikels heel anders. Het blijkt dat het Nederlands in vergelijking tot andere talen ongelooflijk veel van dit soort woordjes kent. Sommige mensen gebruiken ze zelfs zo vaak dat als ze deze woordjes weg zouden laten er geen zinnig woord meer overblijft.

lees verder...

De oorlel

zondag, 4 september 2011

Onder aan iemands oor hangt een lelletje, een klein doorbloed lapje vet zonder enig ogenschijnlijk nut. Er zit geen kraakbeen in, het ondersteunt het oor niet en het helpt de oorschelp ook niet mee om geluid de oorgang in te geleiden. Onze oorspieren zitten aan het kraakbeen van ons oor vast en er zitten geen spieren in ons lelletje, we kunnen er ons oor dus ook niet mee bewegen. Omdat er zoveel bloedvaten door ons oorlelletje lopen, werd er wel eens gedacht dat het ons oor warm hield. Maar zoals iedereen weet die wel eens zonder muts in de vrieskou buiten is geweest is dat een fabeltje, je oren vriezen er nog eerder af dan je neus.

 

Er bestaan twee soorten oorlellen, loshangende en vastgegroeide. Het allel voor loshangende oorlelletjes is dominant. De meeste mensen hebben dus loshangende lelletjes. Toch heb ik nog nooit gehoord dat er iemand om zijn oorlelletjes werd gediscrimineerd of dat de vorm van een oorlelletje werd gebruikt om een partnerkeuze mee te bepalen.

 

Het lijkt erop dat het oorlelletje maar om twee redenen is ontstaan, om eraan te sabbelen (het is een erogene zone) en/of om te piercen. Het oorlelletje is met stip het meest gepiercte lichaamsdeel ooit. Piercen is een typisch menselijke activiteit, je komt het bij dieren niet tegen. Behalve dan bij veel schapen en koeien, maar die hebben er niet zelf voor gekozen. Mensen zijn ook één van de weinige diersoorten die het hele jaar door seksueel actief zijn. We lopen dan ook het hele jaar door met onze seksualiteit te koop. Misschien piercen mensen hun oren dus wel om de aandacht op één van hun erogene zones te vestigen. Knieën en ellebogen worden tenslotte lang niet zo vaak gepierct als lippen, tepels of schaamdelen. Wat dat betreft is het fijn dat de evolutie ons een erogene zone heeft verschaft die niet alleen goed in het zicht hangt maar ook redelijk makkelijk is te piercen.

lees verder...

Rekenen

zaterdag, 3 september 2011

Bijna iedereen denkt dat hij kan rekenen, uit zijn hoofd of op een machientje. Toch snapt lang niet iedereen de logica van het rekenen. Leg iemand de volgende vraag maar eens voor:

 

Drie mensen gaan een broodje eten, de rekening komt gezamenlijk op vijfentwintig Euro. Iedereen betaalt met een briefje van tien Euro en de ober geeft vijf losse Euro’s terug. Omdat de broodjes lekker waren besluiten ze elk één Euro terug te nemen en de resterende twee Euro als fooi aan de ober te geven.

 

Elke gast heeft met tien Euro betaald en er één terug genomen, iedereen heeft dus negen Euro betaald. De ober heeft twee Euro fooi gekregen. Drie keer negen is zevenentwintig en zevenentwintig plus twee is negenentwintig en geen dertig. Waar is dan die ene Euro gebleven?

 

Lees ook: Analfabeten en logica

lees verder...

Analfabeten en logica

vrijdag, 2 september 2011

Alle logica is gebaseerd op spelregels. Afhankelijk van het kader waarbinnen de logica wordt toegepast veranderen deze spelregels. Taal heeft zo, net als wiskunde filosofie en religie, zijn eigen regels. Als je iemand vraagt welke kleur de maan heeft zal deze wit of geel antwoorden. Want dat stemt overeen met zijn eigen waarneming en is dus logisch. De logica van alfabeten en analfabeten is echter verschillend, de volgende vraag wordt door hen namelijk anders beantwoord:

 

Alle stenen op de maan zijn blauw, een man gaat naar de maan. Hij vindt een steen. Welke kleur heeft die steen?

 

Een alfabeet geeft hierop het antwoord “blauw” want dat voldoet aan de logica van de geschreven tekst. Een analfabeet (of klein kind) zal hier echter “wit” of “geel” op antwoorden.

 

Blijkbaar moet je kunnen lezen en schrijven om te kunnen begrijpen dat een tekst op zichzelf kan staan, zijn eigen logica heeft en een eigen waarheid kan bevatten, ook al komt deze totaal niet overeen met de werkelijkheid.

lees verder...

Cothurnocystis

donderdag, 1 september 2011

CothurnocystisHoewel ze nu erg schaars zijn, waren er in de prehistorie wel enkele asymmetrische diersoorten te vinden. Deze asymmetrische dieren lijken nu bijna buitenaards. De voorkeur voor symmetrie spreekt alleen al uit het feit dat dergelijke asymmetrische “experimenten” het niet hebben overleefd. Eén van deze experimenten was Cothurnocystis. Een klein, ongeveer 10cm groot, wezentje dat op de zeebodem leefde. Het stamt uit het Boven Ordovicium en is zo’n 440 miljoen jaar geleden uitgestorven. Het was verwant aan de Echinodermata  (de stekelhuidige, zoals zeesterren en zee-egels) en de Chordata, de dierengroep waaronder ook de gewervelde zoals de mens behoren.

De laarsvormige kop, welke met harde calcietplaten was bedekt, werd door de lange stengel over de modder getrokken. Water werd door het open uiteinde van de “laars” naar binnen gehaald en het voedsel werd er uit gefilterd voordat het water weer door de spleten rond de “teen” naar buiten werd geduwd.

lees verder...

Symmetrie

dinsdag, 30 augustus 2011

Het leven heeft een duidelijke voorkeur voor symmetrie. Deze symmetrische opbouw van het leven begint al bij de Mitose wanneer een cel zich voor de allereerste keer, in twee symmetrische delen splitst.

 

De meeste dieren, zoals de mens, hebben een bilaterale symmetrie. Dit betekent dat de ene helft van het lichaam het spiegelbeeld is van de andere helft. Deze spiegellijn loopt meestal van kop tot kont vanaf de rugzijde naar de buikzijde. Er zijn echter ook dieren die een radiale- in plaats van een bilaterale symmetrische vorm hebben. Bij veel van deze dieren, zoals zeesterren, kwallen en zee-egels, ligt de symmetrieas in een lijn loodrecht vanaf de monddelen. De evolutie heeft echter een duidelijke voorkeur voor bilaterale symmetrie. Een bilateraal symmetrisch lichaam is beter gestroomlijnd. Het kan zich gemakkelijker voortbewegen en blijft beter in balans. Als een diersoort bilaterale symmetrie ontwikkelt, gaat dat bijna altijd gepaard met cephalisatie waarbij de zenuwen zich aan één uiteinde van het lichaam concentreren. Dit resulteert in de vorming van een kop met hersenen, waarbij de ogen en mond aan de voorkant van het lichaam komen te liggen.

 

Symmetrische vormen hebben nog een ander voordeel, ze zijn veel gemakkelijker te herkennen. Je kunt vanuit verschillende standpunten sneller een symmetrische- dan een asymmetrische vorm identificeren. Zelfs dieren met een relatief slecht zicht, zoals bijen, zullen een bloem sneller herkennen als deze symmetrisch is.  Deze snelle identificatie is niet alleen handig bij het herkennen van soortgenoten maar ook bij het opmerken van een prooi of roofdier. Hersenen van visueel ingestelde dieren hebben zo’n duidelijke voorkeur voor symmetrie dat dit zelfs een rol speelt bij het bepalen van de partnerkeuze. Vrijwel alle balts- en hofmakerijrituelen zoals dansen en pronken benadrukken balans en symmetrie. Een potentiële partner met een sterker symmetrisch uiterlijk wordt over het algemeen als gezonder en aantrekkelijker ervaren en heeft dus meer kans op het produceren van nageslacht.

 

Als entropie de wet is van het heelal, dan is symmetrie het kenmerk van leven. Alle hogere vormen van leven zijn symmetrisch. Symmetrie betekent balans en evenwicht en staat hierin dus lijnrecht tegenover entropie.

 

lees ook: Entropie en Tijd, Sinister

lees verder...