Weblog

Two is for joy

dinsdag, 15 november 2011

Altijd als ik eksters zie, tel ik ze. Bijna onbewust roep ik dan een rijmpje af dat ik meer dan 20 jaar geleden voor het eerst hoorde. Ik zat achter in een kleine auto en reed door het Engelse platteland. Het was al later en de zon stond laag. Telkens als hij tussen de bomen door kwam, verblindde hij me en duurde het even voor ik de weg weer kon zien. De bestuurder riep ineens “two is for joy” en wees naar twee eksters die voor de wielen opvlogen. Toen ik vroeg wat hij bedoelde droeg hij het hele versje voor. Het kwam uit een oud kinderrijmpje en het gaat over het bijgeloof dat het aantal eksters dat je op je pad tegenkomt je geluk bepaalt.

 

One for sorrow

Two for joy

Three for a girl

Four for a boy

Five for silver

Six for gold

Seven for a secret, never to be told

Eight for a wish

Nine for a kiss

Ten for a bird, you must not miss.

 

Ik kan me met de beste bedoelingen de meeste regels, ezelsbruggetjes en geheugensteuntjes waar ik op de middelbare school vele avonden op heb zitten blokken niet meer herinneren. Maar telkens als ik eksters zie, zit ik weer in die auto en hoor ik het rijmpje.

lees verder...

Verzamelen

vrijdag, 11 november 2011

disney-ahIn de dieptepsychologie wordt verzamelen als een sublimatie van eten gezien. Verzameldrang is een obsessief-compulsieve karaktereigenschap die als hij onbeheersbaar is, wordt omschreven als een stoornis. Deze persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door een psychologische inflexibiliteit en een zeer strikte naleving van regels en procedures.

 

Nu is verzamelen één van de voor de mens karakteristieke eigenschappen, wij zijn als diersoort jagers-verzamelaars. Vroeger verzamelden we voorwerpen en voedsel om ons in onze overlevingsstrijd te helpen. Nu dat niet meer direct nodig is (afgezien van een goedgevulde koelkast en geld op de bank) vinden de Freuds, Jungs en Neumanns van onze wereld dat dit van een overlevingsstrategie tot een stoornis is geworden. Je kunt je natuurlijk afvragen wat het directe nut van het verzamelen van toiletpapierrollen, luchtziektezakjes of navelpluis is. Maar verzamelen zit ons in de genen en iedereen heeft wel eens het één of ander verzameld.

 

Verzamelen is overigens geen sparen. Een verzamelaar is bereid om geld in zijn verzameling te investeren, terwijl iemand die spaart er alleen voor zorgt dat bepaalde voorwerpen niet worden weggegooid. Vandaar dat we een spaar- in plaats van verzamelrekening en een verzameling in plaats van een sparing hebben. Onze verzameldrang wordt goed door slimme marketeers uitgebuit. Vooral voor jonge kinderen worden er speciaal te verzamelen voorwerpen ontwikkeld die een volkomen gefingeerde waarde hebben.

 

Als deze marketeers succes hebben kan er een rage ontstaan, waarbij voor eenvoudige kartonnen kaarten (voetbalplaatjes) of plastic schijfjes (flippo’s) in winkels vele euro’s worden uitgegeven, tot grote teleurstelling van de ouders die weliswaar vaak genoeg nee tegen hun kinderen kunnen zeggen maar blijkbaar niet als de media er zich mee bemoeit. Deze media zal dan ook zijn best doen om van de rage een hype te maken: maximale omzet en winst verzekerd. Deze rages en hypes (die vaak in de zomer plaatsvinden) zijn meestal van zeer tijdelijke aard maar zullen door gebrek aan creativiteit van de marketeers regelmatig in één of andere vorm terugkomen.

 

Het woord rage komt van het oud-franse raige, wat is afgeleid van het Latijnse woord rabies voor woede en furie. Dit verklaart de term verzamelwoede.

 

Het woord hype komt van het Griekse hyper, wat boven betekent. Eigenlijk kun je dus stellen dat hype de overtreffende trap van rage is.

lees verder...

Walvis bulla

vrijdag, 11 november 2011

walvis bullaeLandzoogdieren gebruiken een trommelvlies om geluidstrillingen naar hun binnenoor te geleiden. Onder water heeft een trommelvlies echter weinig nut. Als wij met onze oren onder water geluiden horen krijgen we deze niet via onze trommelvliezen binnen maar grotendeels omdat de botten van onze schedel deze trillingen rechtstreeks aan ons binnenoor doorgeven. Dit binnenoor wordt door een keihard bot omgeven. Dit oorbeen of bulla is bij zoogdieren aan de schedel vastgegroeid. Bij walvissen zitten ze echter los achter de kaak. Walvissen kunnen onder water horen omdat trillingen in het water via de schedel door de met vet gevulde kaakbotten aan de bulla worden doorgegeven. Walvis bullae zijn de hardste botten in een walvisskelet. Ze werden vroeger vaak, net als het walvisivoor, gegraveerd met allerlei afbeeldingen (scrimshaw).

 

De bullae zijn evolutionair gezien ontstaan vanuit de hoekbotten in de onderkaak van reptielen. Dit gehoorbeen ontstaat bij zoogdieren als een los bot (het tympanische bot) en beschermt het binnenoor. Bij landzoogdieren groeit het vast aan de schedel en vormt dan het tympanische gedeelte van het temporale bot. Bij walvissen blijft dit bot echter hun hele leven los.

 

De bullae van walvissen zijn gekromd, lijken wel wat op een oor of een schelp en hebben een duidelijk verdikte zijkant, het involucrum. Deze verdikkingen van de bullae zijn iets dat alle walvisachtige gemeen hebben. Bij een gefossiliseerde bulla is de dunne schelpachtige wand vaak afgebroken en wordt alleen het versteende involucrum gevonden.

 

De afgebeelde bullae stammen uit het Plioceen en zijn ongeveer 3.000.000 jaar oud.

lees verder...

Negers in het wild

maandag, 7 november 2011

Negers kom je over het algemeen nooit meer in het wild tegen. Dat wil zeggen, niet buiten de stadsgrens. Ze maken geen fietstochtjes door het landschap of een wandeling door het bos. Je ziet ze zelden in de duinen of op de hei.

 

Laatst voelde ik me alsof ik een blauwe kiekendief of een purperreiger had gezien. Ik kwam in het bos een joggende negerin tegen. Echt een unieke ontmoeting. Binnen de stadsgrenzen zie je vaak genoeg dames joggen. Natuurlijk nooit het hele jaar door maar meestal om en nabij de Kerst of vlak voor de zomervakantie. Zelden zit er echter een negerin tussen, laat staan in het bos! Ik heb er maar geen foto van gemaakt, ik weet niet of ze dat wel zou kunnen waarderen.

lees verder...

Coca cola blikjes

zondag, 6 november 2011

coca cola blikjes 10-2011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

klik hier voor meer coca cola blikjes.

lees verder...

Seks in het donker

vrijdag, 4 november 2011

Mensen zijn echte dag-dieren. ’s Morgens vroeg opstaan, ’s avonds laat naar bed en je extra laten betalen voor werken in het donker. We beginnen langzaam, samen met de zon en een kop koffie komen we op gang, en als het donker wordt gaan we moe weer naar bed. Maar waarom vrijen de meeste mensen dan ’s morgens vroeg of ’s avonds laat? Als ze of nog niet helemaal wakker zijn of al behoorlijk moe? Recentelijk onderzoek geeft aan dat de meeste mensen seks hebben op dezelfde momenten als de meeste mensen gapen.

 

Een topsporter levert toch ook zijn beste prestaties niet als hij net uit zijn bed komt of er eigenlijk weer naar terug verlangt. Bij andere dieren is dit anders. Die vrijen dat het een lieve lust is en als ze er genoeg energie voor hebben, laat in de ochtend, midden op de dag of vroeg in de middag, maar niet als ze net wakker zijn of als het te donker wordt om elkaar te zien.

 

Voor een diersoort die zo door seks wordt geobsedeerd en die, in tegenstelling tot veel dieren, het hele jaar door met seks bezig kan zijn kiezen we wel rare momenten uit om aan onze obsessie toe te geven.

lees verder...

Steatoda grossa

donderdag, 3 november 2011

grote steatoda (steatoda grossa) 10-2011 2300Deze Grote Steatoda (een mannetje) was in mijn badkuip gegleden. Als een ervaren bergbeklimmer probeerde hij er met ankerpunten van lijm en zijden klimdraden weer uit te klauteren. Maar de badkuip was te glad en te nat, zodat ik hem er na een paar mislukte pogingen maar heb uitgeholpen. Deze spinnen komen bij ons vooral binnenshuis voor. De mannetjes hebben een goed ontwikkeld stridulatie-apparaat, bestaande uit een aantal richels aan de achterkant van het carapax met daar tegenover tanden onder aan de voorkant van het abdomen. Een vibrerende beweging van het abdomen maakt een geluid dat nog net hoorbaar is.

 

Deze spinnensoort is eigenlijk van Noord Amerikaanse oorsprong. Daar is de bekende zwarte weduwe één van haar prooidieren. De Steatoda- spinnen lijken niet alleen op de zwarte weduwen maar zijn er ook nauw aan verwant. De beet van een Grote Steatoda is voor mensen zelfs “medisch significant”. Hoewel de effecten van deze beet erg mild zijn gebruikt de Steatoda eenzelfde neurotoxisch gif als de zwarte weduwe. Helaas heb ik alleen maar een mannetje in mijn badkuip gehad, maar met een beetje geluk vind ik misschien nog wel een keer een vrouwtje op mijn wc-bril.

 

Een vrouwelijk exemplaar van deze Grote Steatoda (die in blauw en rood was geschilderd) werd in de eerste Spiderman film gebruikt. De beet van deze spin was verantwoordelijk voor de verandering van Peter Parker in Spiderman

lees verder...

Freyafugle

dinsdag, 1 november 2011

oogvleklieveheersbeestje (anatis ocellata) 10-2011 2503De volksnaam ‘lieveheersbeestje’ stamt nog uit de tijd dat de Germanen in Europa werden gekerstend. De Germaanse naam was freyafugle, ‘vogel van Freya’. Freya was niet alleen de belangrijkste godin van de Germanen maar tevens de mooiste. Tijdens de kerstening werden zo veel mogelijk heidense namen en gebruiken verchristelijkt. Zo werd freyafugle veranderd in onzenlievevrouwebeestje of lieveheersbeestje. De naam lievevrouwebeestje leeft voort in het Duits als Marienkäfer en in het Engels als Ladybird. In Amerika noemt men ze Ladybugs. De naam lieveheersbeestje vindt men in het Frans weer terug als bête à bon Dieu en in het Iers als boin Dé (gods koetje).

lees verder...

Een eigen stijl

zondag, 30 oktober 2011

Vroeger onderzocht men in de kunst de natuur. Door herhaaldelijk kopiëren en empirisch onderzoek ontstond er uiteindelijk een eigen stijl. Men nam de wereld als uitgangspunt en probeerde deze te fileren, te analyseren. Dankzij de kunst kreeg men steeds meer grip op deze wereld. Naarmate men hier beter in werd, bleken verschillende kunstenaars verschillende aspecten van de wereld bloot te leggen en ging men de individuele kunstenaars daar om waarderen. Hun handschrift werd hun stijlkenmerk en hun publiek prees hen daar om.

 

Momenteel onderzoeken veel kunstenaars niet meer de natuurlijke wereld maar die van de cultuur, die van de kunst zelf. Deze wereld is echter kunstmatig en buitengewoon veranderlijk. Aangezien men kunstenaars nog steeds het meeste waardeert om hun stijl hebben veel hedendaagse kunstenaars hun probleemstelling veranderd. Ze zoeken niet meer naar nieuwe inzichten maar gaan direct op zoek naar een eigen stijl. Men zoekt een truc, een werkwijze die werkt. Als zij deze hebben (uit)gevonden kunnen ze deze toepassen op de wereld. Het juist toepassen van deze werkwijze kan dan allerlei nieuwe aspecten van de wereld blootleggen. Zij kan tot nieuwe inzichten, nieuwe emoties en een nieuwe esthetica leiden. Hun nieuwe werkwijze fungeert dan als een extra zintuig waarmee ze de werkelijkheid kunnen benaderen.

 

De grote fout die veel kunstenaars (en critici) echter maken is, dat als zij over kunst praten zij deze werkwijze steevast omkeren. Zij praten over het werk alsof de nieuwe analyses en inzichten die deze techniek heeft opgeleverd de reden van het ontstaan van deze techniek was. Maar niets is minder waar. Zij zijn het resultaat van de zoektocht naar een eigen stijl. Deze omgekeerde werkwijze is daardoor echter niet minder waardevol. Als een eigen stijl of werkwijze tot nieuwe beelden en inzichten leidt is de totstandkoming van deze stijl niet het belangrijkst.

lees verder...

De oorworm

woensdag, 26 oktober 2011

gewone oorwurm (forticula auricularia) 4268-2_680Onze oorworm (of oorwurm) staat in een kwaad daglicht. Men vindt hem vies, eng en is bang dat hij ongemerkt in onze krapste lichaamsopeningen kruipt. Geheel onterecht overigens. Het klopt weliswaar dat een oorworm zich graag in nauwe spleten en gaatjes wurmt. Maar daar kan hij niets aan doen, hij is tenslotte thigmotropisch (aanrakingsminnend). Hij voelt zich graag aan alle kanten omgeven en zal zichzelf dus zo strak mogelijk ergens tussen wringen. Maar geen zorgen, de kans dat een oorworm in je oor kruipt, is echt minimaal. Er zijn veel meer gevallen bekend van kakkerlakken en spinnen die in iemands oor zijn gekropen.

 

Toch is de angst voor oorwormen al heel oud. In het Engels noemt men ze ‘Earwigs’ en in het Duits ‘Ohrwörmer’. Het geloof dat hij in onze oren zou kruipen, stamt uit de Middeleeuwen en helaas bleef het volgens dit volksgeloof niet bij kruipen. Men dacht dat hij zich een gat door het trommelvlies zou knagen om vervolgens zijn eitjes in onze hersenen te leggen. In het Woordenboek der Nederlandsche Taal uit 1896 stond nog “Het diertje dankt zijn naam aan het ook thans nog heerschende volksgeloof, als zou dit insect bij voorkeur in ’s menschen ooren kruipen om er het bloed uit te zuigen.” Met dat soort verhaaltjes krijg je iemand natuurlijk wel bang.

 

Uit deze tijd stamt ook de ‘oorwormolie’. Omdat men dacht dat de oorzaak van een kwaal ook het medicijn zou kunnen leveren gebruikte men gemalen oorworm vermengd met hazenurine om doofheid mee te genezen. Hoewel iedereen al voor het innemen spontaan beter begon te horen, veroorzaakte het eerder kotsneigingen dan dat het doofheid genas.

 

Als een oorworm zich bedreigd voelt zal hij een dreighouding aannemen en de tangen achterop zijn lichaam (cerci) als een schorpioen over zich heen buigen. Deze tangen zijn echter niet sterk genoeg om de menselijke huid te doorboren. Verder is een oorworm buitengewoon nuttig: hij voedt zich met kleine schadelijke insecten zoals bladluizen. Oorwormen onderscheiden zich van veel andere insecten juist door hun properheid en hun broedzorg. Het wijfje zal de gelegde eitjes en uitgekomen jongen geruime tijd verzorgen. De eitjes slikt ze regelmatig schoon om te voorkomen dat ze uitdrogen of gaan schimmelen en de net uitgekomen jongen beschermt ze als een leeuwin. Als deze kleintjes zich iets te ver buiten haar nest wagen, worden ze door de bezorgde moeder meteen weer naar de andere jongen terug gebracht.

 

De oorworm kan overigens vliegen, al doet hij dat niet vaak. Onder zijn korte dekschilden liggen zijn vleugels op een kunstige manier opgevouwen. Als hij deze uitklapt lijken ze wel wat op een paar oren. De kans is dan ook erg groot dat daar de oorspronkelijke naam van het beestje vandaan komt. Angst en bijgeloof hebben er daarna voor gezorgd dat er bij deze naam een angstaanjagende levenswijze werd verzonnen.

lees verder...