Weblog

Isabellawit

zondag, 26 augustus 2012

isabella en columbusDe vaal geelwitte kleur isabellawit dankt haar naam volgens de overlevering aan Isabella van Spanje, de vrouw van aartshertog Albrecht. Nadat prins Maurits van Nassau op 2 juli 1600, de Spanjaarden van Albrecht had verslagen in de duinen van Lombardsijde wist hij toch Nieuwpoort niet in te nemen (de slag bij Nieuwpoort). De spuien van de rivier de IJzer waren geopend en vormden een voor Mauritz onneembare waterlinie. Mauritz keerde daarna via Oostende terug naar Holland. Albrecht volgde hem en probeerde dit laatste geuzenbolwerk te veroveren, zo begon op 6 juli 1601 het beleg van Oostende. Albrechts vrouw was zo verzekerd van een snelle overwinning dat zij beloofde haar onderhemd pas te verwisselen als de stad was gevallen. Dit gebeurde echter pas op 22 september 1604. Haar hemdje was toen allang niet meer zo wit als toen ze het aantrok en sindsdien staat de vaalgele tint van haar hemd bekend als Isabellewit, althans zo wil de populaire overlevering het. De naam isabellewit werd echter al voor 1601 gebruikt en kan dus niet afkomstig zijn van Isabella van Spanje. Veel geloofwaardiger is het dat deze afstamt van Isabella I van Castilië. Tijdens het beleg van Granada (1491) legde zij dezelfde eed af, dit beleg duurde echter negen maanden. Sindsdien wordt haar vuile ondergoed als een relikwie bewaard. Isabella I van Castilië is samen met haar man tevens verantwoordelijk voor de oprichting van de Spaanse Inquisitie, het tekenen van het Verdrijvingsedict en de legendarische reis van Christoffel Columbus, in 1492 gaf zij hem toestemming om een westelijke doorvaart naar Indië te zoeken.

 

Lees ook: Gedoodverfd.

lees verder...

Vluchtgedrag

vrijdag, 24 augustus 2012

Laatst zag ik een oud vrouwtje met haar hondje over de markt struinen. Het hondje snuffelde er lustig op los en bleef bij een stoffenkraam staan. Terwijl hij daar op zijn gemak een drol begon te draaien stond het oude vrouwtje als een getrouwe medeplichtige op wacht en hield de riem achter haar rug. Intens naar boven kijkend probeerde zij de aandacht van hem af te wenden. De marktkoopman voelde er echter weinig voor om met een verse drol voor zijn kraam zijn klanten te helpen en probeerde het besje er beleefd op aan te spreken. Geholpen door haar leeftijd kon zij geruime tijd doofheid voorwenden. Maar uiteindelijk wist de marktkoopman, ook niet de eerste de beste, met zijn bariton de aandacht van de hele markt op het oude vrouwtje te richten. Zolang het vrouwtje voorwende om niets te zien en te horen, kon ze nog met enige waardigheid weglopen. Maar door de toenemende verontwaardiging van de marktkoopman werd haar die vluchtweg ontnomen. Aangezien ze absoluut niet van plan was om achter haar hondje op te ruimen bleef haar slechts één vluchtroute over, die van de verontwaardiging. In plaats van haar verantwoordelijkheid te nemen of zelfs maar inhoudelijk op de nu al lang niet meer zo onopvallende drol in te gaan, ageerde ze tegen de toon van de koopman. Respectabel als zij was kon ze het niet verkroppen dat deze bullebak haar op een dergelijke familiaire toon aansprak en met haar neus in de lucht trok ze haar kuierlatten. De geurende drol en verontwaardigde koopman achter zich latend.

 

Lees ook: Het gras aan de overkant.

lees verder...

Pseudoschorpioenen

woensdag, 22 augustus 2012

pseudoschorpioen (Chtonius tetrachelatus) 78-2012 9692Pseudoschorpioenen, ook vaak bastaard- of boekschorpioenen genoemd, zijn kleine rovende arachniden die meestal niet veel groter worden dan 2mm. Er bestaan zo'n 3100 verschillende soorten verdeeld over 21 families en hun naaste verwanten zijn niet, zoals hun naam suggereert, de schorpioenen maar de Solifugae, de Rolspinnen.

 

Het zijn nuttige rovers die van allerlei kleine arthropoden leven. Je vindt ze soms tussen oude boeken waar ze met hun verlengde pedipalpen op stofluizen jagen. Deze pedipalpen hebben elk een beweeglijke vinger waar ze, net als schorpioenen, hun prooi mee vast kunnen grijpen. Hun cheliceren (kaken) hebben ook zo’n beweeglijke schaar en bevatten tevens spinselklieren. De pseudoschorpioenen maken een web om hun eieren in te beschermen en om zelf in te overwinteren. Hun uitgekomen embryo’s worden nog geruime tijd in een speciale spinselbuidel aan hun geslachtsorganen meegedragen en doorlopen meerdere nymf-stadia voor ze volwassen zijn.

 

De afgebeelde pseudoschorpioen Chtonius tetrachelatus (ook wel Ephippiochtonius tetrachelatus genoemd) wordt niet veel groter dan 1,3–1,9 mm en leeft bij voorkeur op plaatsen met een constant hoge luchtvochtigheid. Je komt ze tegen onder stenen of in vochtige badkamers. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes zijn roodbruin gekleurd.

lees verder...

Chez les Trappistes

woensdag, 22 augustus 2012

chez les trappistes FFelicien Rops (1833-1898) mocht graag spotten met de dubbele moraal en excessen van hen die zich verschuilden achter het kleed van de kerk. Op deze litho van Rops uit 1859 zie je een aantal monniken en een novice gezamenlijk een groot boek bestuderen. Je blik wordt dadelijk naar het midden van het beeld getrokken waar je het onderwerp van hun fascinatie kunt lezen; ‘La destruction de Sodome’ (de vernietiging van Sodom). Terwijl de novice gespannen zijn soutane samenknijpt kun je goed de verschillende reacties, zoals nieuwsgierigheid, perversie, hartstocht en verbazing, van de monniken die zich aan de tekst staan te verlustigen aflezen.

 

Rops zei zelf over dit werk dat hij er geen antiklerikale bedoelingen mee had, hij vond het slechts leuk om: ‘te spotten met de hypocrisie van mensen, liberaal of katholiek, die pronken met deugden die ze niet hebben’. Toch liegt de verklarende tekst onder aan zijn litho er niet om: ‘Chez les trappistes où l’on inculque aux infants la morale par des bouches que l’église seule a ouverts’ (bij de trappisten, alwaar men kinderen de moraal inlepelt via mondjes die uitsluitend door de kerk geopend worden). Een overduidelijke aanklacht tegen het vele kindermisbruik door de kerk. Een aanklacht die tot ver in de 21e eeuw door galmt.

lees verder...

Op ieder potje

dinsdag, 21 augustus 2012

cupidoIn het Westen gaan we uit van de romantische notie dat er voor elk van ons een ideale partner rond loopt. Doodgewone jongens dromen van buitengewone vrouwen die zelf doodgewoon zijn en dromen van buitengewone jongens. We gruwelen bij de gedachte dat we niet zelf onze partners zouden mogen kiezen en voelen medelijden met mensen in andere landen die uitgehuwelijkt worden. Want vinden wij, echte liefde is iets dat spontaan toeslaat en niet iets dat langzaam ontstaat. We geloven in de blikseminslag, niet in het langzame gif. Toch slaat de bliksem verdacht veel op dezelfde plaatsen in.

 

In mijn omgeving zie ik meer relaties ontstaan binnen iemands directe werk- en leefomgeving dan spontaan op straat of in de trein. Net zoals onze ouders hun partners op dansles uitzochten doen de meeste van ons dat nu op het werk, in de collegezaal, of in de kroeg. Liefde ontbrandt het snelst op plaatsen waar de wrijving tussen de geslachten het grootst is. Passie is vaker afhankelijker van interactie en keuze dan van spontane zelfontbranding. Niemand van mijn kennissen is zijn partner direct in de armen gesprongen, blijkbaar werken Cupido’s pijlen toch niet zo snel.

 

Helaas brandt de liefde bij sommigen niet zo lang, als het vuur afneemt gaan ze op zoek naar een nieuwe vlam, eentje die wat beter brandt.

lees verder...

Lichaam en taal

maandag, 20 augustus 2012

Bij mij op het werk is er een vrouw die niet met haar armen zwaait als ze loopt, dat ziet er heel raar uit. Er zit geen echt voordeel meer aan dit gezwaai, het is een overblijfsel van de tijd dat we nog op vier poten liepen. Hoogstens helpt het je lichaam om je evenwicht wat beter te bewaren maar over het algemeen is het een gedachteloze beweging waarvan het ritme getuigt van onze eenvoudigere afkomst.

 

Moeilijker nog dan lopen zonder armbewegingen is het om te praten zonder gebaren, vrijwel niemand kan iemand de weg wijzen zonder ook daadwerkelijk te wijzen. Zelfs als iemand zijn gesprekspartner niet kan zien gebaart hij er nog driftig op los. Met de linkerhand aan de telefoon beweegt de rechterhand tweemaal zo hard. Druk gebarend probeert de beller zijn gezever kracht bij te zetten. Een lichamelijke handeling die heel wat nuttelozer is dan zwaaien met je armen tijdens het lopen. Als een beller echter kan blijven zitten, zoekt zijn vrije hand iets anders om te doen. Iemand die normaal gesproken nog geen ei kan tekenen maakt tijdens een telefoongesprek vaak de fraaiste schetsen.

 

Onze taal is lichamelijk, praten zonder gebaren is vrijwel onmogelijk. Baby’s die nog geen taal hebben praten alvast met hun handen, ze wijzen in plaats van vragen. Zelfs volwassenen drukken hun emoties lichamelijk vaak beter uit dan dat ze dat verbaal kunnen. Dit is zo vreemd nog niet want mensen praten met het gedeelte van hun hersenen dat voor gebaren is bedoeld.

 

Vaak wordt gesteld dat wij pas mens zijn geworden toen we op twee benen zijn gaan lopen en onze armen vrij kwamen om gereedschappen te hanteren. Het vrijkomen van onze handen maakte echter ook een groter scala aan gebaren mogelijk en heeft dus mede tot de ontwikkeling van onze taal geleid.

lees verder...

Roofvogelshow

vrijdag, 17 augustus 2012

uil bouillon 7-2012 5122Tijdens mijn vakantie bezochten we in Bouillon het kasteel van Godfried van Bouillon. Hier werd tijdens het hoogseizoen dag in dag uit een roofvogelshow gegeven. Tweemaal per dag liet een valkenier enkele roofvogels aan zijn publiek zien. Voor de show begon kon je de vogels al bekijken en fotograferen. Hoewel het publiek erg naar de show uitkeek kreeg ik de indruk dat dit enthousiasme niet door iedereen werd gedeeld.

lees verder...

Met de kont draaien, aarzelen en oude vrouwtjes

woensdag, 15 augustus 2012

Aarzelen, met de kont draaien en oude vrouwtjes zijn taalkundig meer met elkaar verbonden dan je in eerste instantie zou denken. Het Nederlandse woord ‘aarzelen’ is afgeleid van ‘aars’(kont). Net zoals het Franse ‘reculer’ (achteruitgaan) is afgeleid van ‘cul’(reet). Tijdens de Middeleeuwen betekende aarzelen nog achteruitgaan. Strijders weken al vechtend, zonder de vijand de rug te keren achteruit, zij aarzelden. In de zeventiende eeuw ontstond hieruit de betekenis ‘terugdeinzen, met het achterste draaiend achteruitgaan’. Dit kontdraaien drukte onzekerheid uit en dat leidde uiteindelijk tot de huidige betekenis van aarzelen: ‘weifelen’. De relatie tussen aarzelen en oude vrouwtjes vind je in het Latijn. Het Latijnse ‘anus’ betekent namelijk letterlijk ‘oud vrouwtje’. In de rij bij de bakker achter een aarzelend oud vrouwtje staan zal nooit meer hetzelfde zijn.

lees verder...

Siratus alabaster

dinsdag, 14 augustus 2012

siratus alabaster 3-2012 5927Deze mooie witte schelp, die ook wel de ‘alabaster murex’ wordt genoemd, is een stekelhoorn uit de Muricidae familie. De Siratus alabaster was ooit een grote zeldzaamheid. Het eerste exemplaar werd tussen 1836 en 1839 door Hugh Cumming op de Filipijnen aan het strand gevonden. Het heeft 125 jaar geduurd voor men een tweede exemplaar vond. Nu zijn ze relatief algemeen. Ze leven 30 tot 45 meter diep op een zanderige en modderige zeebodem. De breekbare platte richels, die van boven naar beneden hun stekels verbinden, functioneren als sneeuwschoenen en zorgen ervoor dat ze niet in de modderige bodem wegzakken. Ze leven van mosselen en andere schelpen en groeien met regelmatige rustperiodes.

 

Lees ook: De venuskam.

lees verder...

Gedoodverfd

maandag, 13 augustus 2012

Doodverf is een oude benaming voor een grondverf die men op schilderijen gebruikte. Men bedekte de grondschildering, een ruwe opzet van de afbeelding die meestal in gebrande sienna werd geschilderd met een transparante laag witte verf, de doodverf. Door deze transparante laag heen kon men de ruwe voorstelling nog zien schemeren. De afbeelding werd daarna met meerdere lagen transparante verf afgewerkt. Doodverven betekende dus oorspronkelijk het verdoezelen van een ruwe afbeelding. Maar omdat men door deze laag de uiteindelijke afbeelding al kon zien kreeg het de figuurlijke betekenis van ‘in ruwe vorm schetsen’ en later van ‘voorbestemmen’. Als iemand is gedoodverfd om te winnen dan is hij daarvoor voorbestemd, hij is dan de absolute favoriet voor de overwinning.

lees verder...