Weblog

Blood Meridian

woensdag, 21 november 2012

blood meridianDe volledige titel van dit boek van Cormack McCarthy uit 1985 is 'Blood Meridian or the Evening Redness in the West'. Het volgt een jongen, ‘the kid’ tijdens zijn reizen tussen de Amerikaans-Mexicaanse grenslanden. Het vertelt hoe hij bij een groep scalpenjagers terecht komt en over zijn relatie met oorlog, geweld en ‘the judge’. Het boek is erg rijk en bijna niet samen te vatten. McCarthy zijn manier van beschrijven is tegelijkertijd buitengewoon mooi en angstaanjagend gruwelijk. Geweld is het enige dat alle gebeurtenissen met elkaar verbindt en het is zo grafisch dat menigeen het boek zal wegleggen. Ook de bijna eindeloze beschrijvingen van leegte en verlatenheid vragen vroeger of later zijn tol van de lezer. Als je daarbij optelt dat McCarthy geen leestekens gebruikt en het gesproken Spaans in het boek niet wordt vertaald, zou je je kunnen afvragen waarom Blood Meridian tot de honderd beste Engelstalige boeken van de moderne tijd wordt gerekend.

 

McCarthy heeft nooit enige toelichting op dit boek gegeven, hij laat de interpretatie volledig bij zijn lezers. De tekst is zo rijk en indringend dat sommige passages bijna Bijbelse proporties aannemen. Zijn taalgebruik is precies en helder, zin na zin ramt hij de emoties en gebeurtenissen in je hoofd tot je bijna letterlijk murw wordt van al het geweld. Er is schoonheid in het boek te vinden maar dan wel van een hele ruwe en gevaarlijke soort. McCarthy gunt de lezer geen rust, en geen genade, het verhaal biedt geen soelaas, het trekt alleen maar wonden.

 

Het boek is, verschrikkelijk genoeg, op de werkelijkheid gebaseerd en McCarthy heeft zich zo goed in de tijd en plaats ingeleefd dat je het gevoel krijgt dat hij er bij geweest moet zijn. De karakters zijn halfgoden en apostelen, losgeslagen van de wereld en met hun eigen regels en ethiek. De boeiendste is ongetwijfeld ‘the jugde’. God of duivel, hij is begiftigd met een enorme kracht en intelligentie en veel van zijn litanieën zullen de lezers nog lang aan het denken zetten.

 

Je kunt het boek haten of liefhebben, McCarthy zijn welbespraaktheid waarderen of verafschuwen, maar hoe je het boek ook leest, het is een geweldige krachttoer. Blood Meridian is typisch zo’n boek dat je nadat je het hebt gelezen nooit meer los zal laten. De beelden die het oproept zijn minstens zo levendig als die van een Goya, Bosch of Melville.

 

Lees ook: The Sunset Limited.

lees verder...

Black Narcissus (1947)

woensdag, 21 november 2012

black narcissus 1947In deze mooie Technicolor film uit 1947 speelt Deborah Kerr de rol van hoofdnon, zuster Clodagh, tien jaar voor haar rol als non in ‘Heaven Knows Mr. Allison’. Het lukt haar om een heel scala aan complexe emoties over te brengen met niet meer dan een oogopslag en de stand van haar kin.

 

Een handvol nonnen opent een klooster in een verlaten paleis op het dak van de wereld. Ondanks alle goede bedoelingen raken ze in conflict met zichzelf en de bevolking. De hoogte, constante wind en vreemde omgeving zorgen ervoor dat elk van hen op zichzelf wordt teruggeworpen. Hun enige liaison met de bevolking, de blanke Mr. Dean, loopt de halve tijd in korte broek en zonder shirt door het oude paleis. De transformatie van de onstabiele zuster Ruth van maagdelijke witte non tot vurige vrouw leidt uiteindelijk tot een tragedie en enkele buitengewoon intense scenes. De hele film werd in de studio opgenomen, toch doen de geschilderde achtergronden en de gipsen muren niets af aan de film. De cinematografie en de kleuren zijn zo effectief dat het verhaal volledig binnen een eigen wereld plaatsvindt. Het script is strak en elke acteur heeft zijn eigen en unieke plaats in de opbouw van het verhaal.

 

De muziek is buitengewoon effectief maar niet opdringerig. De mooie eind scene werd zelfs opgenomen na het schrijven van de muziek en niet zoals meestal andersom. Hier was het de muziek die de camera en de acteurs dirigeerde. Black Narcissus is een fantastische film in alle betekenissen van dat woord. De film won terecht een Oscar voor de art-directie én de cinematografie.

lees verder...

Nassarius conoidalis

dinsdag, 20 november 2012

Nassarius conoidalis 11-2012De schoonheid van schelpen werd al vroeg door mensen gewaardeerd, schelpen behoorden dan ook tot de allereerste voorwerpen waarmee mensen zich versierden. Ze boorden er gaatjes door en maakten er kettingen van. De eerste schelpkralen die men heeft gevonden waren van de Nassarius-schelpen, deze werden 100.000 jaar geleden al als juwelen gedragen.

 

Nassarius-schelpen zijn kleine schelpen (16mm-32mm) met regelmatig gerangschikte knobbeltjes op de lichaamswindingen en een aan de binnenkant geribbelde mondopening. Hun familienaam is afgeleid van ‘nassa’, het Latijnse woord voor een tenen mandje met een smalle hals waarmee men vissen ving. Je komt deze slakken over de hele wereld tegen en ze leven meestal in grote groepen op zand of modderbodems binnen het getijdengebied. Het zijn actieve aas- en detritus-eters die leven van krabben, dode vissen en algen. Ze graven zich vaak zo in dat alleen hun sifon nog boven de bodem uitsteekt. Daar wachten ze dan tot ze voedsel ruiken.

lees verder...

Thrombolieten

maandag, 19 november 2012

thrombolieten 11-2012Thrombolieten zijn, net als stromatolieten, microbiologische afzettingsgesteentes in de vorm van zuilen en heuveltjes. Ze ontstaan meestal in laag water door micro-organismen zoals cyanobacteriën (blauw-groene algen), die sediment vasthouden en in een dunne biofilmlaag vastcementeren. Deze gesteentes groeien daarna op een zelfde manier aan als koraalriffen. Op elke laag wordt een nieuwe laag afgezet waardoor de structuur groeit. Ze behoren tot de aller-oudste fossielen en kwamen al 3,5 miljard jaar geleden in het Precambrium voor. Stromatolieten hebben meetal een gelaagde structuur en Thrombolieten een meer samengeklonterde samenstelling. Tegenwoordig vindt men ze nog maar op enkele plaatsen. Het woord Stromatoliet komt van het Griekse strōma (matras, deken) en lithos (steen).

 

Stromatolieten en Thrombolieten zijn niet de enige bijproducten van cyanobacteriën, ze zijn ook verantwoordelijk voor de grote gebande ijzerformaties op aarde. Water, waar grote lagen cyanobacteriën in voorkwamen, werd door de vrijkomende zuurstof van ijzer gezuiverd. Het vrijkomende koolzuur resulteerde in de neerslag van kalk. Op deze manier zijn in het Precambrium enorme hoeveelheden kalksteen ontstaan. De cyanobacteriën hebben zo onze oceanen van ijzer gezuiverd. Tot ongeveer 1500 miljoen jaar geleden het ijzer op was en het afzetten van ijzererts-formaties stopte. De strombolieten gingen echter door met het produceren van zuurstof, maar omdat er geen ijzeroxide meer was om dit aan te binden werd deze zuurstof aan de atmosfeer afgegeven. Hierdoor vormde er zich een atmosfeer en een ozonlaag om onze planeet. Indirect zijn deze kleine kalkzuiltjes dus verantwoordelijk voor al het leven op onze planeet.

lees verder...

Sinterklaas bestaat (niet).

zondag, 18 november 2012

Het is alweer een aantal jaren geleden, mijn zoontje was vijf jaar en zat bij mij achter op de fiets. Ik geloof dat het om en nabij Pasen was en dat we op weg waren naar de supermarkt. Zomaar opeens vroeg hij me: ‘Papa kopen jullie mijn cadeautjes voor Sinterklaas?’ Ik moest even schakelen, het was een vraag die ik niet had verwacht. ‘Want Sinterklaas bestaat niet hè?’ Terwijl ik mijn fiets aan de kant zette, keek hij me indringend aan, ‘wil je dat echt weten?’ Hij dacht er even over na en zei toen: ‘ja papa’. Ik bereidde me voor op een lang en moeilijk gesprek en zei: ‘ja dat klopt, Sinterklaas bestaat niet, wij kopen de cadeautjes’. Het was even stil, hij keek nog intenser en begon toen ineens enorm te huilen. Net toen ik mezelf voor m’n kop wou schieten zei hij; ‘ik wist het wel hoor, ik vind het alleen zo jammer’. Omdat ik even niet wist wat ik moest zeggen, gaf ik hem een dikke knuffel en liet ik hem maar even rustig bij komen. ‘Weet je papa, ik vond het zo gezellig om in Sinterklaas te geloven, zingen we nu ook geen liedjes meer?

 

Het lange moeilijke gesprek is er nooit geweest, mijn zoontje had voor zich zelf uitgepuzzeld dat Sinterklaas niet bestond. Toen we afspraken dat we Sinterklaas zouden blijven vieren, dat hij nog steeds zijn schoentje mocht zetten en dat we het nog gezelliger gingen maken, vond hij het prima. Hij beloofde plechtig het niet tegen zijn vriendjes te vertellen en we vieren nog steeds met veel plezier Sinterklaas, het enige verschil is dat hij zich sindsdien wat meer bemoeit met de cadeautjes.

lees verder...

Gunnars Lintworm

vrijdag, 16 november 2012

Gunnar Olof Hyltén-Cavallius (1818-1889) was een Zweedse folklorist, bibliothecaris en diplomaat die al vroeg in sprookjes en legenden was geïnteresseerd en hierover meerdere publicaties op zijn naam heeft staan. Zijn beroemdste werk, ‘Wärend och Wirdame’ is nu nog steeds te koop. Tot ver in de negentiende eeuw geloofde men in Europa in het bestaan van draken. Deze draken noemde men Lintworm of Lindorm en Gunnar verzamelde zo’n 50 verslagen van mensen die claimden een Lintworm te hebben gezien. Men ging er van uit dat deze slangachtige draken voornamelijk in de Alpen en Scandinavië leefden. Ze hadden soms twee en soms vier poten en een lange slangachtige staart. Hun beet was uiterst giftig en ze aten vooral vee en lijken, die ze van begraafplaatsen opgroeven. In 1884 op de top van zijn roem en slechts vier jaar na het publiceren van zijn Opus Magnum, loofde Gunnar een grote beloning uit voor iedereen die hem een levende of dode Lintworm kon brengen. De beloning werd echter nooit opgeëist en Gunnar werd belachelijk gemaakt. Gebroken leefde hij zijn laatste jaren in een kleine pastorie van Skatelöv. Slechts enkele jaren na het uitloven van zijn beroemde beloning stierf Gunnar, met hem stierf het geloof in draken in Noord Europa.

lintworm 11-2012 1248lintworm 11-2012 1234

 

 

 

 

 

 

 

Klik hier voor meer foto's van Lintworm.

lees verder...

Allegorie met Venus en Cupido

maandag, 5 november 2012

allegorie met venus en cupidoHoewel er weinig feiten bekend zijn over de exacte oorsprong en achtergrond van Bronzino’s beroemde schilderij ´Allegorie met Venus en Cupido´, wordt over het algemeen aangenomen dat het in 1946 is geschilderd. Vasaris beschreef ooit een schilderij dat naar de koning van Frankrijk was gestuurd en dat in grote lijnen overeenkomt met Bronzino’s allegorie uit The National Gallery in Londen. Het zou in commissie geschilderd zijn voor Cosimo de eerste van de Medici familie en door hem als cadeau naar Francis de eerste van Frankrijk zijn gestuurd. Het schilderij zou later in Londen terecht zijn gekomen via de Beaucousin-collectie in Parijs maar er is geen enkel bewijs dat het ooit tot deze Koninklijke Franse collectie heeft behoord. Daarbij lijkt het me vreemd dat een verzamelaar een dergelijk schilderij ooit zou laten gaan. De stijl van het schilderij, de haardracht en de gedrapeerde stoffen indiceren dat het aan het begin van de veertiger jaren van de 16e eeuw is geschilderd. Aangezien Francis de eerste in 1547 overleed kan het, als Vasari het juist heeft, niet later zijn geschilderd en houdt men het dus maar op 1545 of 1546.

 

In dit claustrofobische olieverfschilderij van slechts 146 bij 116 cm groot, is alle lucht verdwenen. Binnen de randen van de lijst drijven de personages als porseleinen beelden tegen elkaar. Het verhaal strekt zich niet buiten het kader uit, alles zit gevangen binnen de regels van het schilderij. De bewegingsruimte binnen het kader beperkt de personages tot het wenden van een blik of het bewegen van een hand. Het is een tableau dat gedoemd is zich tot in het oneindige te herhalen.

 

venus en cupidoDe centrale figuur van Venus is gemakkelijk te herkennen aan haar gouden appel die zij van Paris heeft gekregen, haar zoon Cupido aan zijn vleugels en pijlen. Beide zijn bloot maar niet naakt. Ondanks de bijna obscene detaillering van de huid geeft deze geen warmte af. De amoureuze omhelzing van Cupido met zijn moeder suggereert een meer dan platonische verhouding. Deze incestueuze kus wordt nog versterkt door de tepel van Venus die speels tussen de vingers van haar zoon uitsteekt. Boven hen bevindt zich de Tijd (Tempus), herkenbaar aan zijn vleugels en zandloper. Hij beweegt het prachtige blauwe doek dat de personen van de voorgrond van hen op de achtergrond afscheidt. Er is nogal wat discussie of de tijd deze scene nu juist bedekt of blootlegt. Het personage tegenover Tijd is Bedrog of Vergetelheid (Fraus), met haar insubstantiële vorm en maskerachtig gezicht worstelt zij met Tijd. Haar dualiteit wordt door de maskers rechts onderin gespiegeld. De oudere vrouw die naar haar hoofd grijpt is vermoedelijk Jaloezie (Invidia) maar wordt ook wel omschreven als een lijder aan de geslachtsziekte Syfilis. Het kind aan de rechterkant is Dwaasheid (Stultitia), hij gooit met rozenblaadjes en staat tegelijkertijd met zijn voet in een rozendoorn. Het creatuur achter Dwaasheid is waarschijnlijk Plezier of Genot (Voluptas). Deze biedt niet alleen honing aan maar heeft ook de stekel van een schorpioen, zo verbeeldt ze tegelijkertijd het zoete en de pijn van genot. Haar stekel wordt echter door Dwaasheid van de spelers afgeschermd en is dus alleen voor de toeschouwer zichtbaar. Als Tijd uiteindelijk het doek bij Bedrog uit de handen wringt zal Venus haar spel over zijn. De moraal leert dat het ogenschijnlijke genot van sensuele liefde onvermijdelijk tot Jaloezie en Bedrog leidt, het is echter Dwaasheid die ons daarvoor verblindt. Als Bronzino zijn gedichten enige indicatie voor zijn complexe manier van denken zijn, laat de Allegorie met Venus en Cupido zich echter lang niet zo gemakkelijk verklaren en zullen veel subtiliteiten ons ontgaan.

 

Passend binnen het Maniërisme van die tijd heeft Bronzino de lichamen tot schijnbaar onmenselijke verhoudingen vervormd. Alle ledematen staan in hoeken ten opzichte van elkaar en iedereen is fysiek met een ander verbonden. Als in een spelletje houden de blikken elkaar gevangen en wordt de energie van beweging via handen en voeten aan elkaar overgegeven. Er is reden om aan te nemen dat Bronzino dit schilderij in alle haast heeft moeten afmaken of aanpassen. Op veel plaatsen is aan het pentimenti en onder röntgenstralen te zien dat er behoorlijk wat aanpassingen aan de compositie zijn gemaakt. Zowel de contouren als de positionering van de personages zijn veranderd, wat aangeeft dat hij zich grote moeite heeft getroost om alles binnen het schilderij op precies de juiste plaats te schilderen en dat de tussenruimtes tussen de personages minstens zo belangrijk zijn als de tekens die ze vormen.

 

Bronzino was niet alleen een uiterst begaafd portrettist maar ook heel kundig in het weergeven van structuren en materialen. In dit schilderij weet hij dit realisme tot een dusdanig hoog niveau op te schroeven dat alles bijna kunstmatig aandoet. Alles glimt je tegemoet, alles vraagt om aandacht en je wordt verleid om het hele schilderij met je ogen af te tasten. De snoepgoedtinten van de kussens en doeken gloeien zacht op en geven samen met de bleke huidtinten een droomachtige sfeer aan het werk. Ik heb dit schilderij voor het eerst zo´n twintig jaar geleden gezien, het hing in The National Gallery en leek in niets op de andere schilderijen die daar hingen. Bronzino´s gebruik van kleur en asymmetrische composities maakten een diepe indruk op me. Ik heb al meer dan tien jaar een goede reproductie van dit schilderij thuis bij mij aan de muur hangen maar nog steeds weet ik niet precies waar ik naar kijk. Het lukt me maar niet om het idee van me af te schudden dat dit schilderij een geheim bevat, een geheim dat verder gaat dan alleen de interpretatie van de afbeelding. De onwerkelijke compositie met zijn krachtige tussenvormen, gewaagde kleurcontrasten en onderlinge relaties tilt dit schilderij ver boven dat van Bronzino’s tijdgenoten uit.

 

De voet van Cupido is wellicht nog het bekendste deel van het schilderij, dit is namelijk de voet die Terry Gilliam altijd in zijn Monty Python animaties gebruikte.

lees verder...

Heaven Knows Mr. Allison (1957)

zondag, 4 november 2012

heaven knows mr allisonDeze minder bekende film van John Huston uit 1957 heb ik voor het eerst gezien toen ik een jaar of 10 was. Nu ik hem 36 jaar later voor de tweede keer keek, bleek er veel te zijn blijven hangen. Het is jammer dat er nu niet meer zo veel aandacht voor deze film is, John Huston heeft er tijdens een interview zelf ooit over gezegd dat het één van zijn beste films was en Deborah Kerr heeft er terecht een Oscarnominatie voor gekregen. Het verhaal gaat over een marinier (Robert Mitchum) die in 1944 op een Zuiderzee eiland aanspoelt. Dit eiland is verlaten op één achtergebleven non na (Deborah Kerr). Net als het ernaar uit ziet dat ze met hun tweeën makkelijk op het eiland kunnen overleven, landt er een bataljon Japanners. De marinier en de non worden verplicht om hun toevlucht in een grot te nemen en de marinier, verrast als hij is door de kracht en humor van de non, wordt op haar verliefd.

 

Ik weet niet wat het is met films uit deze tijd. Ze zijn niet alleen plezierig om naar te kijken maar ze ‘liggen ook lekker op de maag’. Het verhaal wordt op een rustige, pretentieloze manier verteld en er gebeurt niets wereldschokkend. Toch weet het te boeien en leef je met de hoofdpersonen mee. In dit geval zeker omdat zowel Mitchum als Kerr beiden een prachtprestatie neerzetten. Deze film is een beetje ondergesneeuwd door andere Huston films zoals The Asphalt Jungle en The African Queen, toch heeft hij nog niets van zijn magie verloren. Ik weet zeker dat ik hem nog wel een keer ga kijken.

lees verder...

Motten

zaterdag, 3 november 2012

motten in het lichtSteve Irvine, een keramist, heeft deze intrigerende foto gemaakt. Op een zomeravond in Ontario heeft hij zijn camera naast een lamp geplaatst en in 20 seconden de vleugelslagen van motjes die op het licht afkomen vastgelegd.

lees verder...