Weblog

Rode Vos (Vulpes vulpes crucigera)

donderdag, 5 januari 2017

rode vos (vulpes vulpes crucigera) 1-2017 3720Deze vos lag achter de duinen aan de overkant van een riviertje tussen het hoge gras te dutten. Het was koud en waaide flink, maar tussen de wolken brak toch regelmatig de zon door. Hij lag comfortabel in de luwte en liet zich opwarmen door de lage stralen van de zon. Hij had mij eerder in de gaten dan ik hem. Af en toe trok hij even een wenkbrauw op en keek hij me met toegeknepen ogen aan. Hij wist dat hij aan de overkant redelijk veilig lag, maar nam toch geen risico. Ik weet zeker dat hij als ik één voet in het water had gezet, hij razendsnel zou zijn weggeschoten.

rode vos (vulpes vulpes crucigera) 1-2017 3728rode vos (vulpes vulpes crucigera) 1-2017 3725

Lees ook: levensgevaarlijke drol.

lees verder...

Levensgevaarlijke drol

donderdag, 5 januari 2017

vossendrol 1-2017 3588Je zou het misschien niet verwachten, maar deze verse drol is levensgevaarlijk. Hij is van een vos en sommige vossen hebben last van lintwormen. Deze vossenlintwormen (Echinococcus multicularis) zijn slechts een paar millimeter lang en ontwikkelen zich in de dunne darm van een vos. Deze zijn al na 28 dagen volwassen en kunnen wel 200 eitjes per dag leggen. Deze minuscule, met het blote oog onzichtbare, eitjes worden door de vos via zijn urine en stront uitgescheiden. Als iets of iemand deze stront, of met urine besmeurde planten of bessen zou eten, infecteert hij zichzelf met deze parasiet en fungeert dan als tussengastheer voor de lintworm. Meestal betreft het hier kleine knaagdieren of grazers. Maar ook mensen kunnen makkelijk besmet raken. De eitjes kunnen maandenlang en in grote koude overleven en als je als mens laaghangend fruit, paddenstoelen of groentes ongewassen zou nuttigen, bestaat de kans dat je deze eitjes binnenkrijgt. Wees dus voorzichtig bij wat je in het bos aanraakt, en steek ook nooit je ongewassen vingers in je mond. Want hoewel deze vossenlintworm bij de vos weinig schade aanricht, kun je er als mens aan overlijden.  Een binnengekregen eitje gaat via de maag naar de darm en komt daar uit. De lintworm vreet zich daarna door de darmwand en reist via via bloed- en lymfevaten naar organen, zoals de lever, longen en hersenen. Hier vormt het met vocht gevulde blaasjes, waarbinnen de larven zich ongeslachtelijk vermenigvuldigen. Ze vormen tumorachtige gezwellen die het weefsel doorboren en de tussengastheer verzwakken of doden. Hierdoor valt deze gemakkelijk ten prooi aan een vos, waardoor deze de nieuwe generatie lintwormen weer binnenkrijgt en de cyclus opnieuw begint.

 

De incubatietijd van een besmetting met de vossenlintworm ligt tussen de 5 en 15 jaar en de initiële symptomen zijn erg lastig om te diagnoseren. De klachten, zoals buikpijn, kortademigheid en geelzucht, uiten zich vaak pas in het laatste stadium, als de organen, zoals de lever door alveolaire echinoccose al te erg zijn aangetast. Behandeling heeft dan vaak geen zin meer. Omdat ook honden en katten met deze lintworm besmet kunnen zijn en zij de eitjes hiervan tijdens het likken van hun anus over hun hele vacht kunnen verspreiden, brengt zelfs het vriendelijk aaien van een hond, of een lik over je wang krijgen al risico tot besmetting met zich mee. Gelukkig valt het aantal besmettingen in Nederland erg mee, hoewel niemand vanwege de uitzonderlijk lange incubatietijd natuurlijk weet hoeveel dat er precies zijn. Het enige goede nieuws is dat geïnfecteerde mensen anderen niet kunnen besmetten, tenzij die natuurlijk kannibaal zijn.

 

Lees ook: Borrelia burgdorferi.

lees verder...

Schijndode takken

dinsdag, 27 december 2016

indische wandelende takken (Carausius morosus) 12-2016 3503Eens in de zoveel tijd moet ik mijn bak met Indische wandelende takken schoonmaken. Ze hebben niet veel verzorging nodig, af een toe wat takjes klimop is genoeg. Hoewel ze heel tam zijn en rustig over je handen lopen, schrikken ze toch altijd weer als ik ze uit hun bak haal en tijdens het schoonmaken in een kom leg. Ze houden zich dan meteen schijndood en liggen als een hoopje dode takjes over elkaar. Pas als ik ze weer in hun eigen bak stop, beginnen ze weer te bewegen.

 

Elke tak in deze kom is dezelfde. Indische wandelende takken (Carausius morosus) planten zich parthenogenetisch (ongeslachtelijk) voort en elk nieuw dier is dus een identieke genetische copy van de ouder. Oorspronkelijk komen al deze takken uit één originele collectie uit Tamil Nadu in India. Niemand weet hoeveel verschillende individuen hier oorspronkelijk toe behoorden, maar sindsdien hebben ze zich over de hele wereld verspreid en zijn het nu de meest gehouden wandelende takken. Ze worden om die reden ook wel normale wandelende tak of laboratorium wandelende tak genoemd en worden vaak aangeduid als PSG: 1.

 

Alle wandelende takken in mijn bak komen van één wandelende tak, die ik jaren geleden heb gekregen en waarvan de eitjes aan meerdere mensen zijn uitgedeeld. Ze worden slechts een paar maanden oud en leggen in die tijd honderden eitjes, waaruit elk weer een nieuw identiek dier kruipt. Zo gaat dat nu al ongekend lang. Feitelijk is deze wandelende tak dus onsterfelijk en bevindt hetzelfde dier zich tegelijkertijd op ontelbaar veel plaatsen.

lees verder...

Kettingschalebijter (Carabus granulatus)

maandag, 5 december 2016

Kettingschalebijter (Carabus granulatus) 11-2016 3210Dit is nou typisch zo’n kever die je zelden ziet maar, als je weet waar je moet zoeken, makkelijk vindt. Overdag schuilen deze snelle nacht-actieve jagers onder stenen of loszittend schors, en als je in natte graslanden of bosgebieden vlak bij waterkanten onder schors van dode boomstammen kijkt, kom je ze vaak tegen. Deze kevers zijn het hele jaar door actief, behalve in de winter, dan schuilen ze gezamenlijk voor de vorst. Verstopt achter het schors van dode bomen en omgeven door een dikke laag houtpulp, houden ze het daar vol tot de temperatuur weer omhoog gaat. Ze jagen in de strooisellaag op de bodem naar wormen en slakken, die ze met hun sterke kaken in stukjes scheuren. Het wijfje zet haar eitjes, zo’n 40 stuks, af in de bodem. De roofzuchtige en stekelige larven jagen op wormen en kleine insecten, maar bestrijken daarbij niet zoveel grondgebied als de volwassen kevers.

 

Kettingschalebijter (Carabus granulatus) 11-2016 3215Kettingschalebijter (Carabus granulatus) 11-2016 3200De kettingschalebijter is een van de weinige Carabus-kevers die kan vliegen. Dit geldt echter niet voor elk exemplaar. Binnen de soort komen exemplaren met volledig ontwikkelde vleugels, maar ook met gereduceerde vleugels voor. Deze relatief kleine schalebijters worden tussen de 17 en 25mm groot en zijn te herkennen aan hun zwarte poten, lange volledig zwarte sprieten en rugschilden met drie rijen geribbelde lengtegroeven, die wel wat op gedraaide koorden lijken. Ze variëren in kleur van koperrood of groen tot bijna zwart. 

 

Kettingschalebijter (Carabus granulatus) 11-2016 3224Kettingschalebijter (Carabus granulatus) 4-2009 4738Ze zijn makkelijk te verwarren met Carabus cancellatus, deze is echter wat kleiner en lichter van kleur en heeft een rood basaalsegment aan zijn voelsprieten. Ook lijken ze enigszins op Carabus arvensis, maar die is makkelijk te herkennen aan zijn rode dijen. Zoals bij de meeste loopkevers kun je de mannetjes van de vrouwtjes onderscheiden aan de verbrede tarsen van hun voorpoten. Die gebruiken ze om zich tijdens de paring aan het wijfje vast te houden.

 

De afgebeelde kevers zijn allemaal in het natuurgebied De Brand gefotografeerd.

 

Lees ook: Paarse loopkever, Violette schallebijter en KorrelschallebijterGrote Spinnende Watertor (Hydrophilus piceus) en Het vliegend hert.

lees verder...

Rupsendoder (Cordyceps militaris)

zaterdag, 3 december 2016

Rupsendoder (Cordyceps militaris) 11-2016 3227Hoewel veel bronnen zeggen dat deze zwam algemeen voorkomt, stond hij niet in mijn uitgebreide paddenstoelengids en had ik hem nog niet eerder gezien. Op zich is dat laatste niet zo gek, want ik vond hem bij toeval, verstopt onder losse bladeren tussen het mos naast een boomstronk. Deze parasitaire zwam leeft overwegend op nachtvlinderpoppen en heel zelden ook op die van kevers of langpootmuggen. De rups wordt geïnfecteerd als hij met sporen besmette planten eet. Deze sporen ontwikkelen zich in zijn lichaam maar houden hem zo lang mogelijk in leven. Pas als de rups zich onder de grond verpopt, dood de zwam zijn gastheer en groeit eruit en om de pop heen het vruchtlichaam. Deze groeit omhoog en vormt boven de grond een paar centimeter hoog geel tot knaloranje knotsje waar de sporen zich uit ontwikkelen. De sporen bevinden zich in de buitenste weefsellaag van de zwam in knobbelvormige bultjes (peritheciën). De vruchtlichamen zijn slechts enkele weken boven de grond zichtbaar, waar ze vrijwel altijd tussen haakmos staan. Je vindt ze het meest op matig bemeste graslanden en in loofbossen. De afgebeelde exemplaren zijn afgelopen week in natuurgebied De Brand gefotografeerd, waar ze aan de voet van een aantal verrotte stronken van populieren, tussen het haakmos omhoog staken.

 

Rupsendoder (Cordyceps militaris) 11-2016 3231Rupsendoder (Cordyceps militaris) 12-2016 3358De Latijnse naam, Cordyceps militaris, laat zich vertalen als gewapend knotshoofdje. Deze paddenstoel bevat cordycepine, dat bacterie dodende eigenschappen en een ontstekings- en tumorgroei remmende werking heeft. Sinds de negentiende eeuw probeert men al om deze paddenstoel commercieel te kweken, maar pas sinds het begin van de eenentwintigste eeuw is men hierin geslaagd.

 

Lees ook: Zwarte Truffelknotszwam (Cordyceps ophioglossoides) en Cordyceps.

lees verder...

Zwarte Truffelknotszwam (Cordyceps ophioglossoides)

zaterdag, 3 december 2016

Zwarte Truffelknotszwam (Cordyceps ophioglossoides) 10-2016 2969De zwarte truffelknotszwam is een redelijk zeldzame parasitaire zwam die een nagenoeg verborgen leven leidt. Het overgrote deel bevindt zich ondergronds en het kleine zwarte gedeelte dat uit de bodem omhoog steekt, bevindt zich meestal tussen mos en gevallen bladeren. Veel mensen zullen deze onopvallende zwam dan ook nooit opmerken. De afgebeelde exemplaren zijn afgelopen maand gefotografeerd op het Leersumse veld in Utrecht. Hier stonden ze in de schaduw van een paar dennen tussen het mos.

 

Zwarte Truffelknotszwam (Cordyceps ophioglossoides) 10-2016 2968Deze zwam leeft endoparasitair op ondergrondse paddenstoelen, zoals de hertentruffel. Je vindt ze vrijwel overwegend in mosachtige omgevingen met dennen. Daar zie je soms de enkele centimeters grote tongetjes tussen het mos doorsteken. Als een cordyceps-zwam een truffel bezet, dringt zijn mycelium in het lichaam van de truffel en vervangt daar uiteindelijk diens cellen. Op het vruchtlichaam, zitten kleine bolvormige capsules (peritecia) waarin de draadvormige sporen zitten. Deze vruchtlichamen beginnen glad roodbruin en worden al snel zwart en bepukkeld. Als je de zwam voorzichtig uitgraaft, kun je aan het einde van de lange draad de geparasiteerde truffel vinden. Deze lange draad is echter dun en breekt makkelijk af.

 

Hoewel de zwarte truffelknotszwam meestal wordt vermeld als Cordyceps, wordt hij ook vaak als Topylocladium- of Elaphocordyceps ophiolossoides gedetermineerd. De vermelding ophioglossoides komt uit het Grieks en betekent slangentongachtig. De familienaam Cordyceps stamt af van het Griekse kordyle (knots) en het Latijnse ceps (hoofd).

 

Cordyceps paddenstoelen zijn voor de farmaceutische wereld erg interessant. Zo worden ze gebruikt als opwekkende thee en voedingssupplement, maar hebben ze ook antibacteriële eigenschappen en zijn ze veelbelovend in het terugdringen van tumoren. Modern onderzoek vindt steeds meer toepassingen voor deze paddenstoelen zoals bij kankerbestrijding, orgaantransplantatie en ingewandsstoornissen.

 

Lees ook: Cordyceps.

lees verder...

Zelfgemaakt mes no. 7

zondag, 27 november 2016

zelfgemaakt mes no 7 11-2016 3049Omdat ik moeilijk aan grote en dikke stukken 440c en D2 staal kon komen, heb ik dit mes uit Böhler 690 gemaakt. Dit is relatief goedkoop en in grotere maten verkrijgbaar. Het nadeel was wel dat het niet geheel vlak werd aangeleverd en dat het tijdens het harden krom trok. Iets dat ik totaal niet had verwacht, want het staal was 8mm dik en gelijkmatig geslepen. Met veel moeite en flink wat bijslijpen heb ik het uiteindelijk toch nog recht gekregen, maar dat is helaas wel iets ten koste van de dikte van de rug gegaan, deze is nu nog ‘slechts’ 7 mm dik. Door de angel van het handvat verder naar achteren taps te laten toelopen, is het mes uiteindelijk toch nog helemaal recht gekomen. De heften zijn uit buffelhoorn en gestabiliseerd giraffebot die met messing aan het staal zijn geklonken. De achterkant van het mes heeft een verborgen u-vormige bus, waar een touw of riem doorheen gehaald kan worden, zonder dat deze in direct contact met de hand komt.

 

Het is een groot en zwaar mes dat, dankzij het gevormde handvat, wel goed en stevig in de hand ligt. Je kunt er zowel mee hakken als gecontroleerd mee snijden. Het klieft moeiteloos door dikke takken, maar je kunt er ook een ui mee snipperen. 

 

zelfgemaakt mes no 7 11-2016 3061-3064zelfgemaakt mes no 7 11-2016 3080-3081Als je het mes op het handvat vasthoudt, ligt het zwaartepunt net voor de choil en kun je er goed mee kappen. De hoek tussen het lemmet en het handvat zorgt er verder voor dat je het mes makkelijk impuls kunt geven om flink mee te houwen. Het mes heeft behalve een diepe vingergroef ook een grote choil, die als extra vingergroef gebruikt kan worden. Als je de greep op het mes naar voren plaatst, krijg je daardoor meer controle tijdens het snijden. De rug van het mes heb ik bewust vlak gehouden, zodat je er desgewenst met een stuk hout op kunt slaan als je het mes als wig wilt gebruiken om grotere stukken hout mee te splijten.

 

zelfgemaakt mes no 7 11-2016 3090zelfgemaakt mes no 7 11-2016 3091Het mes is 39,5 cm lang, 4,5 cm hoog, weegt 635 gram en heeft een snijvlak van 25 cm. Het volgende project is om voor dit mes een passende hoes te ontwerpen en maken.

 

Lees ook: Schede voor mes no. 6.

lees verder...

Een Snip op Straat (Scolopax rusticola)

donderdag, 24 november 2016

houtsnip (Scolopax rusticola) 22-11-2016 3435Toen ik gisteren naar mijn werk fietste, lag er een snip op de stoep. Hij keek verdwaasd uit zijn ogen en stond te wankelen. Twee behulpzame dames hadden een doosje gehaald en de dierenambulance gebeld. Dit is zo’n beetje de enige tijd van het jaar dat je een houtsnip in de stad tegenkomt. In het najaar trekken ze vanuit het koude Noorden en Noordoosten wat zuidelijker en worden ze vaak door de lichten van de stad aangetrokken. Houtsnippen hebben hele goede ogen en vliegen vaak ’s nachts. Deze ogen staan relatief ver naar achteren en hoog in de schedel, zodat hij de hele omgeving in de gaten kan houden, zonder met zijn kop te hoeven draaien. De achterkant van zijn schedel staat aan de zijkanten zelfs een beetje hol, zodat de houtsnip een 360° zicht heeft. Dat is natuurlijk een groot voordeel als hij met zijn lange gevoelige snavel in de bodem naar wormen, larven en insecten zoekt. Er zijn dan ook weinig roofdieren die dit schuwe en goed gecamoufleerde beestje onverwacht kunnen verschalken. Het is echter wel een nadeel als hij in volle vlucht op het laatste moment iets wil ontwijken. Omdat zijn ogen hem geen goed dieptezicht geven, kan hij moeilijk afstanden inschatten. Menige houtsnip die ’s nachts in de stad is neergestreken, vliegt bij het ochtendgloren dan ook keihard tegen onze glazen gebouwen op. Dat was dan ook precies wat met deze houtsnip is gebeurd. Toen hij in de vroege ochtend wilde wegvliegen, stond het glazen kantoorgebouw aan de spoorlaan in Tilburg in de weg. Gelukkig heeft hij deze botsing overleefd, iets wat veel andere vogels helaas niet kunnen zeggen. Dergelijke glazen gevels zijn verantwoordelijk voor veel sterfgevallen onder vogels.

 

houtsnip ((Scolopax rusticola) 22-11-2016 3434houtsnip (Scolopax rusticola) 22-11-2016 3431Op houtsnippen mag sinds 2002 niet meer worden gejaagd, ze zijn nu een beschermde diersoort. Voorheen was het een gewilde jachtvogel en het enige kleinwild waar jagers een trofee van namen. Het kleine ranke veertje aan zijn duim, ook wel het snippenveertje of schildersveertje genoemd en de snippenbaard, een waaiervormig veertje van zijn rug, ter hoogte van de staartinplant, waren beide gewilde trofeeën die jagers graag op hun pet staken. Het schildersveertje dankt zijn naam aan het feit dat het wel voor fijnschilderwerk en aquarellen werd gebruikt.

 

houtsnip (Scolopax rusticola) 22-11-2016 3428Vroeger noemde men houtsnippen ook wel “dame met het lange gezicht” of “dame met de fluwelen ogen” vanwege hun zwarte glanzende ogen en lange snuit. Ook stonden ze bekend als hemelgeiten. Snippen die in het voorjaar hun baltsvlucht maken, laten zich vaak geleidelijk met gespreide staartveren omlaag vallen. Het klapperen van de staartveren lijkt dan wel wat op het blaten van een geit. Dankzij zijn wispelturige schokkerige vlucht, zijn knorrende, piepende en blatende geluiden en zijn verborgen nachtelijke leven is de houtsnip verreweg onze interessantste snip. Toch heeft hij in Nederland nooit een postzegel of valuta gesierd, die eer bleef behouden aan de watersnip en de poelsnip die tussen 1980 en 2002 respectievelijk aan de voor- en achterkant van een briefje van honderd gulden stonden. Houtsnippen hebben in veel andere landen van Europa (oa Duitsland, Malta, Polen en Roemenië) wel op postzegels gestaan.

lees verder...

Paarse loopkever, Violette schallebijter en Korrelschallebijter

zondag, 20 november 2016

carabus violaceus 3-2012 5403De paarse loopkever is een grote zwarte loopkever met een paars-violette glans op het borstschild en op de randen langs zijn dekschilden. Hij heeft weliswaar vleugels onder deze dekschilden, maar kan daar niet mee vliegen. Het is een snellopend roofdier dat 3,5 cm groot kan worden en ’s nachts op slakken, wormen en larven jaagt. Overdag schuilt hij onder stenen en houtstronken. Ze hebben grote kaken waarmee ze zelfs ons pijnlijke kunnen bijten en hun prooien in stukjes knippen. Ze behoren tot het kevergeslacht Carabus of zoals we ze in het Nederlands noemen, de schallenbijters, een verzamelnaam voor kevers die men ook wel “echte” loopkevers noemt. Ze danken deze naam aan escarbot, het Franse woord voor mestkever. Dit woord verbasterde tot scalbote en werd later als schalebijter gebruikt voor loopkevers. De Latijnse geslachtsnaam Carabus is ook van mestkever afgeleid en komt van het Griekse karabos, dat gehoornde kever betekent.  

 

carabus violaceus 8-2014 29-12carabus violaceus 8-2014 29-8Schallebijters zoeken elkaar in de lente op en de vrouwtjes zetten na de paring de witte eitjes één voor één af in de bodem of in dood hout. De forse zwarte larven zijn net zo snel en vraatzuchtig als de kevers en kunnen ook net zo vervaarlijk bijten. Ze hebben nog geen samengestelde ogen en vervellen twee keer voor ze zich na tien maanden in een cocon verpoppen. De volwassen kever kruipt aan het begin van de herfst uit zijn pop maar overwintert eerst om daarna pas in de lente van het volgende jaar tevoorschijn te komen. Omdat ze veel op wortel knagende larven jagen, zijn ze heel gewild in tuinderijen. Ze komen redelijk algemeen voor in parken, bossen, heidegebieden en tuinen in heel Europa tot in Scandinavië en Groot Brittannië.

 

carabus problematicus 10-2016 2964Paarse loopkevers (Carabus violaceus, 1758) hebben nagenoeg gladde elytra (dekschilden) met slechts een lichte structuur, maar er bestaat ook een ondersoort met richels en putjes op de elytra, deze noemt men vaak Violette schallebijter (Carabus violaceus purpurascens, 1787). Om het moeilijker te maken is er nog een andere schallebijter, de Korrelschallebijter (Carabus problematicus, 1786) die uiterlijk sterk op de Violette schallebijter lijkt. Deze is net iets minder langwerpig en heeft meer een voorkeur voor duinen en zanderige streken. Hij onderscheidt zich van beide andere kevers doordat de achterpunten van zijn borststuk (protonum) boven het vlak van het protonum uitsteken. Bij de paarse loopkever en de violette schallebijter liggen deze punten beide onder het vlak van het protonum. Daarnaast heeft Carabus problematicus nog iets prominentere richels en korrels op zijn elytra dan de violette schallebijter. Alle drie de soorten lijken echter zoveel op elkaar dat niemand het je kwalijk zal nemen als je ze in het veld gewoon paarse loopkevers noemt.

lees verder...