Weblog

In XLNCUXL

vrijdag, 11 januari 2013

Dankzij nieuwe communicatie middelen als SMS, What’s app, Twitter en Facebook wordt er tegenwoordig veel gebruik gemaakt van een nieuwe vorm van snelschrift. Vanwege een beperkt beschikbaar aantal leestekens en weinig animo om veel tijd aan het typen van een bericht te spenderen, gebruikt men afkortingen en acroniemen. Op deze manier is er een geheel eigen sms-taaltje txtspk (tekstspeak) ontstaan, waar vooral de jeugd veel gebruik van maakt. Voor sommigen staat txtspk echter gelijk aan newspeak, de verplichte taal uit George Orwell’s beroemde roman “1984”. In dit boek introduceert een regering een nieuwe, verkorte taal in de hoop dat men, door alle expressiemogelijkheden en emoties uit de taal te verwijderen, deze emoties ook bij de bevolking zelf kan verwijderen. Taal is van oudsher het gereedschap bij uitstek als het gaat om ideeën te verspreiden of te verwijderen. Een emotie die men niet kan verwoorden kan zelfs geacht worden niet te bestaan. Een mooi voorbeeld van de karakterveranderende eigenschappen van taal wordt door Jack Vance gegeven in zijn korte roman uit 1957 “The languages of Pao”. Door een homogene bevolking verschillende talen aan te leren, verandert men in dit boek hun perceptie en dus hun karakter, hierdoor valt de bevolking uiteindelijk in verschillende kastes uiteen.

 

Tegenstanders van txtspk vinden dat de winst van een snelle en kortere communicatievorm het verlies aan expressie en subtiliteit niet rechtvaardigt. Omdat voor hen de uitdrukkingsvorm onlosmakelijk is verbonden met de betekenis zijn ze bang dat men door dergelijke “gecastreerde” talen uiteindelijk de “hogere” communicatievormen van taal zou kunnen verliezen. Maar txtspk is natuurlijk geen newspeak. Het vervangt onze taal niet, het is meer een extensie. En om die reden heel interessant. Het dwingt mensen om eens op een andere manier naar hun woorden en zinnen te kijken en biedt daarom juist meer en niet minder expressiemogelijkheden. Zo lang men maar in staat blijft om beide vormen van communicatie te benutten en af te wisselen is er niets aan de hand. Daarbij is het niets nieuws dat men woorden afkort. Het Engelse IOU (I owe you- ik ben je schuldig) bestaat al sinds 1618 en veel Victoriaanse dichters speelden 150 jaar geleden al met dergelijke verkorte teksten. Een mooi voorbeeld daarvan is een gedicht van Charles Carroll Bombaugh uit 1867 getiteld “An essay to Miss Catherine Jay”. In dit gedicht gebruikt hij oa. de volgende modern aandoende afkortingen waarvan sommige buitengewoon knap zijn.

 

He says he loves U2XS,

UR virtuous and Y’s,

In XLNCUXL

All others in his I’s.

 

He says he loves you to excess

You are virtuous and wise,

In excellency you excel

All others in his eyes.

lees verder...

Kerstster

woensdag, 9 januari 2013

kerstster 1-2013 1960Nadat we alle rotzooi van de feestdagen hadden opgeruimd lag er nog een afgevallen blaadje van een kerstster op tafel. Mijn eigen advies in acht nemend, heb ik dit op een velletje tekenpapier gelegd en ben ik er mee gaan spelen. Omdat er in de lamp boven de tafel nog een ouderwets peertje zit, kleurt het papier geel en lijkt het rode blaadje nog feller. Het peertje geeft niet veel licht dus zijn de foto's niet helemaal scherp en erg korrelig, but who cares.

 

Klik hier voor meer foto's van de Kerstster.

lees verder...

De pixelneuker

dinsdag, 8 januari 2013

De pixelneuker is een recent fenomeen. Zijn opkomst heeft gelijke tred gehouden met de opmars van het internet en hij floreert op de diverse internetsites die camera’s en fotografische apparatuur vergelijken. De laatste jaren is er een geheel nieuwe industrie met bijbehorende achterban opgestaan die draait op de beslissingsangst van aspirant fotografen. Omdat de meeste mensen tegenwoordig als de dood zijn om iets te kopen dat niet door een ander is goedgekeurd, richt de consument zijn hongerige ogen op het internet. Dit toonbeeld van waarheid zou hen tenslotte moeten kunnen helpen om een beslissing te nemen. En juist daar beweegt zich de pixelneuker, criticaster par excellence. Vermomd als legitieme gebruiker spuwt hij zijn gif en probeert hij iedereen van het fotograferen af te houden. Want deze kenner gebruikt weliswaar alle vaktermen van de professie maar maakt zelf nooit een foto. Hij heeft het te pas en onpas over bokeh, chromatische aberraties, ruis-signaal verhoudingen, frame-rates en pixelscherpte maar zwijgt in alle talen als het over creativiteit gaat. Door de onbevangen lezer murw te slaan met technische termen probeert hij zijn eigen onkunde over fotografie als expressiemiddel te verhullen en alle aandacht op het gereedschap te richten. Zo zijn er hele volksstammen, van veelal mannen, die zich drukker maken over hun apparatuur dan om hun foto’s. Deze obsessie voor hun gereedschap uit zich in oeverloos geneuzel en vergelijken. Zij hebben ver-pissen vervangen door specificatie-neuken.

 

Een fototoestel blijft echter slechts een stuk gereedschap. Niets meer en niets minder, het is een middel geen doel. Alle instelmogelijkheden, specificaties en technische hoogstandjes ten spijt is er nog nooit één goede foto door een camera genomen. Goede foto’s worden door een fotograaf gemaakt. Fijn hoor zo’n camera met 36 Megapixel, hoge ruis-signaal verhouding en continu opname stand van 12 fps, maar wat moet je ermee? Ik bedoel, wie heeft ooit gezegd dat een foto pas geslaagd is als hij scherp is? Waar staat in godsnaam dat scherpte het bepalende criterium voor een goede foto is?

 

Beste (aspirant) fotograaf, houd op met neuzelen en ga fotograferen. Maak je niet druk over pixels en scherpte maar ga eens op zoek naar visie en een verhaal. Wie weet kom je er al spelend wel achter dat je een fantastische foto hebt gemaakt. En wie maakt zich er dan nog druk over of die wel pixel-scherp is (behalve de pixelneuker dan).

lees verder...

Brede Wielwebspin (Agalenatea ridii)

maandag, 7 januari 2013

brede wielwebspin (Agalenatea ridii)  1-2013 2042-Dit kleine karamelkleurige spinnetje met zijn witte koplampen is de enige Europese spin van het geslacht Agalenatea. Toen wij de kerstboom gisteren naar buiten zetten, kwam hij vanonder de piek gekropen. Brede Wielwebspinnen (Agalenatea ridii) zijn erg variabel van kleur en de twee witte vlekken op het abdomen zijn niet altijd aanwezig. Ze worden ongeveer 0,5 cm groot en hebben vaak een V-vormig teken op hun cirkelvormige achterlijf. De spinnen die je in deze maanden aantreft zijn jonge volwassenen, deze overwinteren en paren pas in het volgende jaar. De spin bouwt vaak een klein, van boven bezien open kommetje naast zijn web waar het zich verstopt. Het heeft voorkeur voor open en zonnige plaatsen en zit overdag midden in zijn wielweb. Je vindt ze overwegend op vegetatie van kalkarme gronden op ongeveer een meter hoogte.

lees verder...

Darwin's tubercule

vrijdag, 4 januari 2013

darwins tubercule 1-2013 1933Momenteel ben ik aan een nieuw werkstuk bezig en daarvoor doe ik onderzoek naar de verschillende vormen van het menselijke oor. Terwijl ik foto’s en schetsen van mijn eigen oor vergeleek met die van andere mensen kwam ik erachter dat niet iedereen dezelfde knobbels boven op de buitenkant van zijn oren heeft als ik. Mijn zoontje heeft ze ook, maar mijn partner niet.

 

Toen de Britse beeldhouwer Thomas Woolner in 1847 aan zijn beeld van Puck uit A Midsummer Night’s Dream werkte, gaf hij hem puntoren. Tijdens Woolners onderzoek naar vorm van mensen- en apen-oren kwam hij tot de conclusie dat een klein percentage mensen een knobbel in het kraakbeen van de buitenste helix op hun oor hebben.

 

In 1868 poseerde Charles Darwin, na lang aandringen van de wetenschappelijke wereld, voor Woolner en bleken beiden buitengewoon goed met elkaar op te kunnen schieten. Terwijl Woolner aan Darwins buste werkte, ondervroeg Darwin hem over zijn kunstenaars visie over de menselijke gelaatsuitdrukkingen. Zo kwam hun gesprek op oren en Woolner deelde zijn ondervindingen hierover met Darwin. Deze identificeerde deze kleine bobbels direct als een overblijfsel van de tijd dat onze verre voorouders nog gepunte oren hadden en nam deze observatie op in zijn beroemde boek ‘The Descent of Man’ uit 1871. Sindsdien worden deze bobbeltjes ‘Woolnerian tip’ of ‘Darwins tubercule’ genoemd, het blijkt dat ongeveer 10% van de menselijke bevolking dit atavistische trekje vertoont.

 

Lees ook: Lange ringvingers en De oorlel.

lees verder...

Venusmandje

zondag, 30 december 2012

venusmandje (Euplectella aspergillum) 12-2012venusmandje (Euplectella aspergillum) 12-2012 1854Het Venusmandje (Euplectella aspergillum) is een glasspons die op de bodem van de Westelijke Grote Oceaan voorkomt. Deze sponzen leven in donkere dieptes tot 1000 meter waar het niet alleen erg koud is maar waar er ook veel silicium in het water is opgelost. De langwerpige spons wordt 20 a 30 cm lang en 3 a 4 cm breed en is aan de bovenkant afgesloten met een zeefplaatje, het osculum. Hun lichaam bestaat uit een langgerekte tralieachtige buis die uit kiezelzuur is opgebouwd en door een kluwen van glasdraden aan de bodem is bevestigd. Dit glazen skelet wordt omgeven door een laag van levende cellen, het trabeculaire net. Dit net is met speciale cellen met zweephaartjes bekleed. Deze flagella trillen en zorgen voor de verplaatsing van het water door de spons. Feitelijk is het hele organisme één grote darm. Aan de ene kant gaat het water erin en aan de ander kant komt het er gefilterd weer uit. Dankzij de energie die deze sponsen zo uit het water halen, vernieuwen hun cellen zich niet alleen razend snel maar ook nog eens zonder verdelingsfouten. Sponzen blijven soms eeuwen in leven zonder kanker te ontwikkelen.

 

Het Venusmandje dankt haar naam aan haar gastvrijheid. Binnen in haar lichaamsholte leven vrijwel altijd twee garnalen, die er als larves in zijn gezwommen. In dit kanten gebouw kunnen deze garnalen veilig en naar hartenlust eten en groeien. Als volwassenen zijn ze echter te groot om nog door de mazen van de spons te kunnen ontsnappen. Hun kleine nageslacht kan echter wel naar buiten en die gaan dan op zoek naar een andere spons om te koloniseren. Omdat deze twee garnalen tot hun dood met elkaar zijn verbonden, worden ze in Japan wel als symbool van de huwelijksgelofte gezien. Het gebleekte skelet van deze spons is daar dan ook een geliefd huwelijksgeschenk.

 

venusmandje (Euplectella aspergillum) 12-2012 1882De glasvezels van het Venusmandje zijn even helder als onze kunstmatige glasvezels maar wel veel sterker en flexibeler. Dit komt omdat organische verbindingen de verschillende glaslagen bij elkaar houden en zo voorkomen dat een beginnend scheurtje in de vezel verder groeit. Daarbij worden deze natuurlijke glasvezels onder normale omstandigheden door de spons gemaakt en niet zoals onze kunstmatige vezels onder extreem hoge temperaturen met de nodige schadelijke bijproducten.

 

venusmandje (Euplectella aspergillum) 12-2012 1873De ogenschijnlijk fragiele bouw van het Venusmandje is echter bedrieglijk sterk. Deze geometrische glasconstructie is 100 maal sterker dan een holle buis van aluminium van dezelfde dikte. De stevigheid van deze constructie begint al op nanoniveau. De glasvezels zijn opgebouwd uit een stapeling van siliciumballetjes rond een eiwitkern. Het siliciumdioxide vormt concentrische ringen rond de kern en tussen elk opvolgend concentrisch laagje zit een dun laagje organisch materiaal. Deze gelamineerde opbouw maakt het fiber minder bros. Een tiental fibers wordt als draden in een staalkabel gebundeld tot een samengestelde glasdraad van 50 micrometer dik. Deze draad vormt het uitgangspunt voor de gehele constructie. Deze bestaat uit onderling loodrechte op elkaar staande draden, horizontaal en verticaal met een onderlinge tussenruimte van ca. 3 mm. Dit ruitjespatroon verkrijgt zijn stevigheid van diagonale dwarsbanden die slechts over de helft van de hokjes lopen. Deze constructie wordt door de wetten van de mechanica gestaafd, blijkbaar is het nutteloos om elk hokje van een diagonaal te voorzien en geeft een constructie waarbij de helft van de hokjes middels een dwarsband is verbonden een net zo sterk resultaat. Op latere leeftijd vormt de spons daar nog twee stabiliserende structuren aan toe. Hij ontwikkelt een soort van cement rond alle kruispunten en er groeit een extra verstevigingrichel aan de buitenkant van de buis die moet voorkomen dat deze buis als een leeg blikje kan worden fijngeknepen. Het Venusmandje gebruikt gelamineerde glasmatten, gebundelde kabels, diagonale versteviging en vierkante bouwcellen om met een minimum aan materialen een maximale stevigheid te verkrijgen. Het is dan ook geen toeval dat veel moderne hoge gebouwen volgens eenzelfde bouwconstructie worden opgetrokken.

lees verder...

Lou Prentice

woensdag, 26 december 2012

Coca-cola 1931Voordat de Kerstman met zijn bolle buik en holle lach ons aanspoorde om meer en meer te consumeren, ging hij in het groen of geel gekleed, en werd hij afgebeeld als een kabouter, elf of zelfs gnoom. We hebben het aan Coca-Cola te danken dat hij nu in het rood is verpakt. Omdat Coca-Cola vond dat ze te veel omzet verloren tijdens de donkere maanden van het jaar, Cola werd vooral geassocieerd met de zomerdagen, besloten de aandeelhouders om een speciale reclamecampagne op te zetten. In 1931 maakte de Amerikaanse kunstenaar Haddon Sundblom een reclameaffiche voor Coca-Cola waarin de Kerstman voor het eerst, volledig gerestyled en in de bedrijfskleuren van Coca-Cola het beroemde drankje aanprees. Sundblom had een vriend, Lou Prentice, als model voor deze gezellige Kerstman genomen en presenteerde hem in de slaapmuts, riem, broek en laarzen die we nu als trademark van de moderne Kerstman kennen.

 

Lees ook: Coca-cola fles en The Soda Pop Board of America.

lees verder...

Colobocentrotus atratus

woensdag, 26 december 2012

colobocentrotus atratus 11-2012 1453colobocentrotus atratus 11-2012 1466

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Hawaï noemt men deze paarse zee-egel “kaupali” wat zich laat vertalen als klifhanger of klipgrijper. Deze zee-egels komen bij West Indo Pacifische kusten voor en leven daar voornamelijk in het vloedgebied. Ze voeden zich met kleine schelpen en andere zee-egels en leven vaak in grote kolonies bij elkaar. Colobocentrotus atratus heeft een diepe paarse kleur en wordt maximaal zo groot als een halve softbal. Zijn bovenoppervlak is een mozaïek van kleine polygonale platen die uit gemodificeerde stekels tot een glad tegelwerk zijn gevormd. Onder aan de zee-egel zit een rand met langere knotsvormige en afgeplatte stekels en aan de onderkant zitten vele kleine zuigvoetjes. Door de combinatie van hun vorm, hun platte stekels en hun sterke bevestigingsvoetjes kunnen deze zee-egels in de woeste golfslag van de getijdengebieden overleven. Ze zijn in staat om zich vast te houden bij waterverplaatsingen van 17 tot zelfs 27 m/s en spoelen tot drie keer minder snel weg dan andere zee-egels welke zich “slechts” kunnen vasthouden bij waterverplaatsingen tot zo’n 7,5 m/s.

 

Lees ook: Zanddollar.

lees verder...

Aura seminalis

zondag, 23 december 2012

In 1625 formuleerde Fabricius zijn doctrine van Aura Seminalis. Volgens deze visie werd een kind volledig gemaakt uit de grondstoffen van de vrouw, haar eicel en haar bloed. Het enige dat de man toevoegde was een emanatie, een aura, dat tijdens de coïtus aan de vrouw werd overgedragen. Het duurde tot de tweede helft van de negentiende eeuw voor men zich realiseerde dat het het sperma zelf was en niet deze mystieke uitstraling die voor de bevruchting zorgde.

 

Men is het lang niet altijd eens geweest over de exacte oorzaak van bevruchting en allerhande gebeurtenissen kregen de oorzaak. Van zonnestralen en maneschijn tot een vleugje wind. Vooral de noordenwind, Boreas, schreef men een buitengewone vruchtbaarheid toe en het was algemeen bekend dat merries die zonder tussenkomst van een hengst drachtig waren geworden met hun kont in de wind naar het noorden hadden gestaan. Men geloofde dat er geen enkele fysieke inbreng van een man nodig was om een vrouw zwanger te maken en er waren genoeg “gedocumenteerde” gevallen bekend waarin een vrouw zonder enige vorm van coïtale geslachtsgemeenschap zwanger was geworden. Zo was er een vrouw, wiens vagina te klein was en die dus altijd anaal door haar man werd genomen, die toch door haar man zijn emanatie, zijn `saadlug` was bezwangerd en zelfs enkele vrouwen die middels tribadisme elkaar, zonder enige tussenkomst van een mannelijk agens, wisten te bevruchten.

 

Style: Natuurlijk weet men al sinds de oudheid dat er iets moest zijn dat aan kinderen de kenmerken van de ouders mee gaf. Pythagoras (572 v. Chr.) was verantwoordelijk voor de theorie die stelde dat een eitje uitgroeide tot een embryo en er slechts een elementaire stimulus nodig was om deze ontwikkeling in gang te zetten. De vrouw leverde zogezegd alle grondstoffen maar de man de essentie, de kracht. Aristoteles (384-322 v. Chr.) noemde in navolging van Pythagoras deze stimulus een mystieke invloed en William Harvey (1578-1657) noemde dit, in navolging van Fabricius, aura seminalis. William Harvey heeft weliswaar uitvoerig onderzoek naar de oorzaak van bevruchtingen gedaan maar ook hij was het in het begin eens met de theorie van de aura seminalis. Wel gaf zijn onderzoek hem het inzicht dat alle voortplanting vanuit een ei begint. We danken aan hem dan ook de beroemde uitspraak: ex ovo omnia, alles uit het ei. Daarmee legde hij meer de nadruk op de vrouwelijke dan op de mannelijke bijdrage. Binnen het Preformationisme, een stroming die geloofde dat organismen ontstaan vanuit miniatuur versies van zichzelf en dat de vorm van levende dingen al bestond voor de ontwikkeling ervan waren er twee stromingen. De Ovisten die geloofden dat het wezen volledig vanuit het ei ontstond en de Spermisten zoals Antonie van Leeuwenhoek, die onder de microscoop zelfs mini-mensjes in de kop van een spermacel zag. Pas toen men in de tweede helft van de negentiende eeuw wetenschappelijk kon bewijzen dat sperma een eicel daadwerkelijk fysiek bevrucht kwam men tot de voor de hand liggende conclusie dat een man en vrouw samen hun fysieke bijdrage aan bevruchting en voortplanting schenken.

lees verder...

Verzien

zondag, 23 december 2012

Vroeger kon men zich behalve verspreken, verslikken en verstappen ook nog verzien. Deze traumatische ervaring was echter vooral voorbehouden aan zwangere vrouwen. Als een vrouw tijdens haar zwangerschap iets schrikbarends had gezien of iets traumatisch had meegemaakt kon dat haar ongeboren vrucht beïnvloeden en zou zij de essentie van die angst kunnen baren. Op die wijze werden de geboortes van vogelmensen, alligatorjongens en kinderen met hondenkoppen verklaard. De moeders van kinderen met een hazenlip waren tijdens hun zwangerschap door een haas opgeschrikt en moeders van kinderen met Ichthyose, een erfelijke schubachtige huid, zouden te vaak aan zee zijn geweest. Al deze kinderen hadden de uiterlijke kenmerken overgenomen van datgene waar de moeder tijdens haar zwangerschap door was beïndrukt. Het was dus zaak om als zwangere vrouw bij ‘freakshows’ en kermissen weg te blijven, tenminste als je niet wilde dat je kind daar ook kwam te werken.

 

Joseph Merrick 1889Verzien (Du: versehen, En: maternal impression) was ook de oorzaak van Joseph Merricks uiterlijk. Zijn moeder zou tijdens haar zwangerschap zijn gevallen en door een olifant van een circusparade zijn opgeschrikt. Het feit dat zij zich verzag resulteerde in de lichamelijke deformaties die van haar zoon de “Elephant Man” maakte.

 

Lees ook: Lusus naturae.

lees verder...