Weblog

Spijkers

zondag, 2 juni 2013

smeedijzeren spijkers 4213Deze roestige spijkers zijn tussen de 200 en 600 jaar oud. Het zijn een vierkante en een rechthoekige smeedijzeren spijker van zo’n twintig cm lang. Ze hebben lang op de bodem van de zee gelegen en zijn toen het hout eromheen helemaal was weggerot uiteindelijk in Bretagne op een kiezelstrandje aangespoeld. Eerst maakte men alleen vierkante, maar later ook rechthoekige spijkers die met de nerf mee in het hout werden geslagen om splijten te voorkomen. In de 19e eeuw begon men spijkers uit ijzerdraad te maken, dat was veel goedkoper dan ze met de hand smeden. Deze uit draad gemaakte spijkers noemt men nagels.

 

Het gezegde spijkers op laag water zoeken stamt uit de tijd dat spijkers nog waarde hadden. Eigenaren van scheepswerven lieten bij laag water hun arbeiders  de gevallen spijkers oprapen zodat deze toch nog gebruikt konden worden. Nu spijkers nagenoeg waardeloos zijn geworden associeert men deze bezigheid met het zoeken naar onbenulligheden. Iemand die spijkers op laag water zoekt, zeurt en zift muggen. Spijkers hebben zich stevig vastgezet in onze gezegden, zo kun je ook nog  iemand bijspijkeren, de spijker op de kop slaan, spijkers met koppen slaan en voor ieder gat een spijker hebben.

 

Lees ook: Musket en muskiet en Een donkerbruin vermoeden.

 

lees verder...

Zeeklit (Echinocardium cordatum)

vrijdag, 31 mei 2013

zeeklit (echinocardium cordatum) 2013 4034zeeklit (echinocardium cordatum) 2013

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zeeklitten (Echinocardium cordatum) zijn kleine zee-egels die veel aan onze kusten voorkomen. Het levende dier zie je echter zelden. Hun breekbare kalkskeletjes daarentegen wel, half begraven in het zand vind je ze vaak bij de vloedlijn, zonder stekels en mooi wit gebleekt door de zon. Zeeklitten zijn in tegenstelling tot andere zee-egels onregelmatig gevormd, ze hebben geen radiale symmetrie en zijn dus niet rond. Wel kun je een duidelijke linker- en rechterkant onderscheidden. Ze worden zo’n zes cm groot. Zeeklitten of Hart-egels zoals ze ook wel eens worden genoemd, zijn tijdens hun leven bedekt met een kleed van dunne stekels, die op kleine gewrichtjes kunnen bewegen. Ze leven in het zand en houden een buis met slijm naar het bodemoppervlak open. Op die manier blijft er water langs het dier stromen en kan het ademen. Een Zeeklit gebruikt zijn stekels om zich in het zand te begraven en zich door het zand te bewegen. Op sommige plaatsen komen ze heel talrijk voor en het gebeurt nog wel eens dat de bodemnetten van vissers met Zeeklitten gevuld boven komen. Ze worden ongeveer 10 jaar oud en zijn erg belangrijk voor het verspreiden van voedingsstoffen in zee. Door de zandbodem los te maken vergroten ze de zuurstof- en voedingsstof uitwisseling tussen de bodem en het water en maken dit daardoor beter beschikbaar voor ander leven.

 

Soms komen er massale sterfgevallen onder Zeeklitten voor en vind je veel meer skeletjes dan normaal. Vermoed wordt dat dit door plotselinge veranderingen in het zuurstofgehalte van het water komt. Bij hogere watertemperaturen neemt de hoeveelheid plankton toe en de beschikbare hoeveelheid zuurstof bij de zeebodem af, iets waar de Zeeklit in zijn gegraven gang slecht tegen kan.

 

Lees ook: Zanddollar, Colobocentrotus atratus en Groene zee-egel.

 

lees verder...

Groene zee-egel (Strongylocentrotus droebachiensis)

woensdag, 29 mei 2013

groene zee-egel (strongylocentrotus droebachiensis) 2013 4063groene zee-egel (strongylocentrotus droebachiensis) 2013

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De groene zee-egel (Strongylocentrotus droebachiensis) is één van de meest voorkomende zee-egels van onze Noordelijke kusten. Ze voeden zich in het algemeen met zeewier maar eten ook voorbijdrijvend afval of kleine visjes. Deze zee-egel is eetbaar en wordt zelf weer door zeesterren, vissen, vogels en mensen gegeten.  Ze hebben een sterke mond waarmee ze zichzelf in rotsen kunnen ingraven. Deze holte slijpen ze dan met hun stekels verder uit tot ze er precies in passen en ze er zich in kunnen terugtrekken en vastzetten. Je vindt in rotsen in getijdengebied dan ook vaak kleine ronde holtes die door deze zee-egels zijn uitgegraven. Zo’n mond van een zee-egels is een zeer gespecialiseerd en buitengewoon sterk instrument. Het werd als eerste door Aristoteles beschreven en draagt nu diens naam als Aristoteles lantaarn. Het bestaat uit vijf uitschuifbare tanden die door een complex systeem van spieren, voedsel in stukjes kunnen  schrapen. Deze tanden zijn sterk genoeg om zand of rotsen te verpulveren. Het skelet van een groene zee-egel bestaat uit twintig harde gebogen platen die tezamen een onbeweeglijk exoskelet vormen.  Ze groeien redelijk snel, ongeveer 1 cm per jaar en worden gemiddeld tot 5cm groot.

 

lees verder...

Tycho Brahe

maandag, 27 mei 2013

tycho brahe 1546-1946De wetenschapsgeschiedenis kent veel kleurrijke figuren, soms zijn ze zelfs bekender door hun excentriciteit dan door hun ontdekkingen. Zo weten meer mensen dat Tycho Brahe een gouden neus had dan dat hij het gangbare wereldbeeld van Aristoteles om zeep hielp. Het verhaal is vaak interessanter dan de feiten, iets wat Brahe zich volgens mij goed realiseerde aangezien hij nooit enige moeite nam om normaal over te komen, integendeel.

 

Tycho Brahe (1546-1601) was de Deense astronoom die Johannes Kepler van de astronomische gegevens voorzag waarmee hij zijn drie beroemde wetten van de planetaire beweging kon formuleren. Brahe was een buitengewoon begaafd astronoom die vele belangwekkende ontdekkingen heeft gedaan en die zelf zijn, toen ongekend nauwkeurige instrumenten samenstelde. De ontdekking waar hij “wereldberoemd” mee werd was die van een nieuwe heldere ster in het sterrenbeeld Cassiopeia. De ontdekking van deze supernova zette het oude beeld van Aristoteles van een onveranderlijke wereld en hemel op losse schroeven. Ondanks veel aanbiedingen van Europese hoven en instituten bleef Brahe in Denemarken, hij kreeg er een eiland en verwierf 1% van het nationale inkomen. Op zijn eiland bouwde hij een eigen observatorium en werkte hij verder aan zijn instrumenten.

 

Brahe was een opvallende verschijning, hij had een forse Viking snor en zoals gezegd een gouden neus. Zijn eigen neus was hij op twintigjarige leeftijd verloren tijdens een duel over een wiskundige formule en omdat hij niet zonder neus door het leven wilde maakte hij een prothese op maat. Op latere leeftijd onderhield hij nog een geheime relatie met de koningin van Denemarken welke Shakespeare zou hebben aangezet tot het schrijven van Hamlet en vervolgens had hij een helderziende dwerg, die meestal bij hem onder de tafel zat, en ook nog een eland als huisdier. Deze eland overleed echter toen hij van de trap was gevallen, nadat hij teveel bier had gedronken. De dood van Brahe zelf is niet minder interessant. Het verhaal gaat dat hij tijdens een banket te veel had gedronken maar het onbeleefd vond om tussentijds op te staan. Hij bleef zo lang zitten dat uiteindelijk zijn blaas scheurde en hij aan de gevolgen daarvan overleed.

 

Tycho Brahe ’s lichaam is sindsdien aan meerdere autopsies onderhavig geweest. Uit een van de eerdere kwam naar voren dat hij een hoog kwikgehalte in de haren van zijn snor had. Men speculeerde over de kans dat hij zichzelf onwillekeurig had vergiftigd, hij gebruikte kwik om zijn instrumenten te vergulden, of dat hij wellicht was vermoord, misschien zelfs wel door Kepler die zijn gegevens en instrumenten wilde hebben. Uit een later autopsie kwam echter naar voren dat het kwikgehalte niet hoog genoeg was om zijn dood te kunnen veroorzaken. Hoogst waarschijnlijk was de gescheurde blaas dus toch de echte oorzaak van zijn overlijden. Tussen neus en lippen door wisten de wetenschappers in 2010 zelfs nog te bewijzen dat zijn neus niet van goud maar van messing was. Zo heeft het vraagstuk Tycho Brahe de wereld en wetenschap langer beziggehouden dan zijn ontdekkingen, iets wat Tycho volgens mij helemaal niet erg had gevonden.

 

lees verder...

Django unchained (2012)

zaterdag, 25 mei 2013

DjangoUnchainedIn Django unchained doet Tarantino met duidelijk plezier weer zijn eigen ding en levert daarmee een geheel eigen en vermakelijke film af. Alhoewel deze film af en toe een zijpad neemt en dan weer waggelend op de rails komt, is hij de 165 minuten aandacht zeker waard. De film wordt gedragen door enkele goede acteerprestaties.  Christoph Waltz zet, net als in Tatantino’s eerdere Inglorious Basterds (2009), weer een fantastische rol neer. Als de Duitse tandarts/bounty hunter geeft hij een menselijk tegenwicht aan het vele grafische geweld. En dat is nodig, want sinds Kill Bill (2003-2004) of From Dusk till Dawn (1996) is er niet zoveel geweld door Tarantino in één film gepropt. Leonardo DiCaprio speelt een prachtig complexe plantage-eigenaar en Jamie Foxx zet, hoewel hij wat langzaam op gang komt een sterke hoofdrol neer. Django unchained is echter niet Tarantino’s beste film, in Inglorious Basterds waren de dialogen zelfs spannender dan de shoot-outs in Django. De regie van Jackie Brown was strakker en het geweld in Kill Bill was effectiever, toch staat Tarantino als regisseur apart genoeg om ook van deze Django unchained weer een sterke film te maken. Dat het niet zijn beste film is, wordt voor veel publiek fors gecompenseerd door het feit dat in deze ode aan de spaghettiwesterns de beste elementen van veel van zijn eerdere films worden gecombineerd. Dat het geheel dan wat rommelig aanvoelt, moeten we maar voor lief nemen.

 

lees verder...

Liefdessloten aan de pont l’archevêche

donderdag, 23 mei 2013

sloten aan pont de larcheveche parijs 5-2013 1585sloten aan pont de larcheveche parijs 5-2013 1597

 

 

 

 

 

 

 

 

De hekken van de pont l’archevêche, de smalste brug over de Seine vlak bij de Notre Dame, zijn behangen met sloten. De gewoonte om een slot met daarop de namen van twee geliefden aan een brug te bevestigen en dan de sleutel in het water te gooien stamt al uit 2000. Het niet meer te openen slot symboliseert eeuwigdurende liefde.

 

In Parijs begon de gewoonte sinds 2010 een ware hype te worden en aan sommige bruggen is zelfs geen plaats meer om nog een slot te bevestigen. Buiten de vele bezoekers zijn er ook veel handelaren die bij de verschillende bruggen sloten te koop aanbieden. Hoewel veel steden zich afvragen in hoeverre dit gebruik hun monumenten kan beschadigen en de sloten soms verwijderen, zijn deze sloten op zich zelf ook weer een toeristische trekpleister en veel gemeenten zetten nu speciaal daarvoor ontworpen constructies neer.

 

lees verder...

Frémiet en King Kong

dinsdag, 21 mei 2013

ingagi 1930Als je het ontstaan van King Kong tot aan zijn oorsprong terug volgt, zou kun je stellen dat de interesse voor de grote mensapen bij Darwin is begonnen. Sinds hij de verwantschap tussen ons en de primaten heeft aangetoond, zijn mensen over de grenzen van deze verwantschap gaan fantaseren. Deze interesse werd later verder gevoed door o.a. Arthur Conan Doyles “The Lost World” uit 1912 en Edgar Rice Burroughs “The Land that Time forgot” uit 1918. De black-exploitatie film “Ingagi” uit 1930 wakkerde het idee van seksuele relaties tussen zwarte vrouwen en grote apen verder aan en deze film was zelfs dusdanig succesvol dat Fox het in 1933 aandurfde om “King Kong” uit te brengen.

 

gorilla fremiet 1859De iconografie van een grote aap die een vrouw meevoert gaat echter terug op een tweetal beelden van Emmanuel Frémiet. Toen hij bij het grote publiek nog niet bekend was, werd zijn beeld van een grote (volgens de inscriptie bij het beeld, vrouwelijke) gorilla die een negerin ontvoert, achter een gordijn tentoongesteld. Het zorgde in 1859 voor erg veel ophef en het werd later helaas door kwaadwillenden vernield. Beaudelaire schreef er over:  (…) onthoudt, de aap wil haar niet opeten, maar haar verkrachten. Want de eenzame aap, tegelijkertijd meer en minder dan een man, heeft soms een menselijke honger naar vrouwen getoond.

In de 18e eeuw was men er van overtuigd dat Orang-oetans en Gorilla’s regelmatig vrouwen ontvoerden om deze te verkrachten. Enkele van deze beschrijvingen vond men zelfs bij Buffon (1707-1788) in zijn beroemde “Histoire Naturelle”.

 

gorilla fremiet 1887Toen Frémiet in 1887 als beeldhouwer was doorgebroken, presenteerde hij nogmaals een beeld van een gorilla die een vrouw ontvoerde. Ditmaal werd het ontvangen als een waar meesterwerk en in de Salon met een medaille d’honnour beloond. Het beeld stelt een grote behaarde gorilla voor die onder één arm een vrouw geklemd houdt. In zijn vrije hand heeft hij een ruw bewerkte steen en uit zijn zij steekt een pijl. De vrouw poogt zich tevergeefs met haar handen van de gorilla af te duwen. Haar onderlijf hangt slap en doet qua houding enigszins aan dat van Christus bij een kruisafname denken. In haar haar draagt zij een halve gorillakaak, ze is dus geen weerloos slachtoffer maar zelf ook een roofdier uit het stenen tijdperk. De bewerkte steen in de vrije hand van de gorilla verwijst naar de evolutionaire verwantschap tussen de mens en de mensapen en de pijl in zijn zijde duidt aan dat er een woest gevecht tussen beide soorten gaande was. De gorilla is hier meer dan een dier, hij personifieert de brute dierlijke kracht en de menselijke vrouw is dan ook geen tegenstander voor deze kolos met vier handen. De slang in het voetstuk zou kunnen verwijzen naar de seksuele implicaties van de ontvoering en het verlies van onschuld.

 

murders in the rue morgueIn 1846 had Edgar Allan Poe “Murders in the Rue Morgue” uitgebracht. Dit boek werd al snel in het Frans vertaald en kan Frémiets interesse in Gorilla’s en Orang-oetans hebben gewekt. In deze beroemde detective worden enkele moorden door een grote Orang-oetan gepleegd en het idee van een weerloze vrouw die door een aap met drie keer de kracht van een volwassen man wordt overmeesterd zou goed een diepe indruk op Frémiet gemaakt kunnen hebben.

 

jessica lange in king kong 1976Beide gorillabeelden van Frémiet laten zien dat hij erg goed op de hoogte was van de anatomie van gorilla’s. In 1855 werd de eerste levende gorilla in Engeland tentoongesteld en de kans is groot dat Frémiet haar daar is gaan bekijken. Deze vrouwtjesgorilla “Jenny” was bij Wombwell’s Traveling Menagerie voor het publiek te bekijken. In 1883 kwam de eerste levende gorilla naar Frankrijk en werd in Jardin des Plantes getoond. De manier waarop Frémiets gorilla zich beweegt, de grote handen met opponeerbare duimen en de manier waarop de spieren onder de vacht liggen, bewijzen dat hij gorilla’s uit eerste hand heeft kunnen bestuderen. Zijn beeld uit 1887 is de oorsprong van alle andere iconische beelden van een grote aap die een vrouw ontvoert, zoals dat van King Kong.

 

Lees ook: Frémiet: Orang-oetan wurgt een wilde uit Borneo.

 

lees verder...

Konijnenschedel

zondag, 19 mei 2013

konijnenschedel (oryctolagus cuniculus) 2-2013 3648

 

 

 

 

 

 

 

Lees ook: Reigerschedel.

lees verder...

Een dodo in Parijs

zaterdag, 18 mei 2013

dodo jardin des plantes 5-2013 1308Vorige week was ik voor een paar dagen in Parijs, het allereerst wat ik bezocht was mijn favoriete museum, Jardin des Plantes en dan specifiek les Galeries d’Anatomie comparée et de Paléontologie. Dit prachtige museum is nog niet verpest door educatieve opstellingen en presentaties, nog niet gerestyled of heropend. Het is een tijdscapsule, als je er binnen komt waan je je in een andere eeuw. Op de eerste verdieping van dit museum op de afdeling Paleontologie staat een kleine vitrine met stof en vuil en vingers op het glas waarin dodo-botjes liggen, echte. Er ligt ook een oud gipsafgietsel van het enige dodo-overblijfsel waar nog weefsel aan zit, die van de beroemde Oxford-dodo. Je kunt de vitrine haast niet zien vanwege het dakraam dat in het glas van de display spiegelt, maar voor mij is het toch één van de interessantere stukken.

 

dodo jardin des plantes 5-2013 1360In de Grande Gallerie de l’evolution in het Jardin des Plantes staat zelfs een compleet dodoskelet én een mooie namaak opgezette dodo. Er zijn maar een paar musea in de wereld die een volledig dodoskelet bezitten en vele daarvan zijn net zoals deze in Parijs samengesteld uit losse botten. Dit skelet werd in 1866 in Londen aangekocht en is sindsdien in het bezit van Jardin des Plantes. Het staat in een glazen vitrine in een ruimte die speciaal voor de dodo is ingericht. In twee vitrines daarnaast staan nog een gipsen en de namaak dodo. Deze taxidermisch nagemaakte dodo ziet er prachtig uit. Het is een zogenaamde “gezellige” dodo, dik in de veren, laag op zijn poten en met een eigenzinnige houding en blik. Het is een echte dodaars, (dod-aars) zoals ze de vogels vroeger ook wel noemden vanwege het karakteristieke dotje veren op hun kont. Hij is niet echt, je kunt zelfs twijfelen over de natuurgetrouwheid van het beeld maar toch, toch voelt het alsof je heel even oog in oog staat met dit mythische dier, met die vogel waarvan men zei dat hij in stilte tranen huilde als hij werd gevangen. Een kortstondige ontmoeting met de vogel die men vrijwel nooit levend van zijn eiland heeft kunnen halen, die bij bijna elke poging in hongerstaking ging en tijdens de reis stierf .

 

dodo jardin des plantes 5-2013 1361Er bestond van deze prachtige vogel, die al binnen een eeuw na zijn eerste ontmoeting met de mens was uitgeroeid, ooit één compleet opgezet exemplaar. Dit stond in het Ashmolean Museum in Oxford. De enige complete dode dodo ter wereld. Dit Ashmolean, waar Lewis Carroll en Alice Liddell samen regelmatig kwamen, had de vogel aangekocht van John Tradescant, een vroege verzamelaar die naar verluid de levende vogel zelfs nog in London had tentoongesteld. Maar na verloop van tijd kwam de mot in de opgezette dodo en rook hij niet meer zo fris en op 8 januari 1755 besloten de bestuurders van dit museum dat het samen met veertig andere opgezette dieren, die ook in slechte staat verkeerden, maar moest worden verbrand. Gelukkig wist de toenmalige procustus (hoofdsuppoost) van het museum nog net de kop en een poot van dit exemplaar af te trekken voor het werd vernietigd. Ik heb de naam van deze held niet kunnen achterhalen maar als je bedenkt dat deze verschrompelde kop en poot nu de enige overblijfselen van de dodo zijn waar nog weefsel aan zit en dat deze nu tot een van de meest waardevolle natuurhistorische schatten ter wereld worden gerekend, mogen we hem wel dankbaar zijn.

 

lees verder...

De wind in de metro

woensdag, 15 mei 2013

Of je het nu metro, tube, subway of underground noemt, het klimaat in al deze ondergrondsen is hetzelfde. Onafhankelijk van het weer in de wereld erboven waait het er altijd. Een droge muffe lucht slaat je bij de ingang van de metro in het gezicht, alsof ze je eigenlijk het liefste weer naar buiten zou duwen. Met toegeknepen ogen worstelen mensen zich tegen deze föhn in naar beneden en zoeken hun weg door het labyrinth van gangen en trappen. Terwijl de wind zich in hun longen nestelt, haasten zij zich voort. Oppervlakkig ademend zoeken ze hun perron. Voortbewogen door treinwagons die als zuigers in injectiespuiten zich met grote haast door de smalle tunnels heen persen krijgt de wind een steeds hogere snelheid. Een zuurstofarme lucht vol van betonstof en vuil fluit tussen de tunnels en slaat de passagiers op de perrons in hun gezicht. Als ze aan het einde van hun reis via een smalle trap eindelijk weer naar boven kunnen, geeft deze wind ze nog een duwtje mee, alsof ook de wereld onder de stad niet echt gelukkig is met al die bezoekers, met de verstoring van al dat stof en al dat vuil.

 

Lees ook: Het hoekje om.

 

lees verder...