Weblog

Blauwe Phalaenopsis

maandag, 15 juli 2013

blue phalaenopsis 7-2013 1160Deze prachtige blauwe orchidee kom je tegenwoordig overal tegen, op markten, in tuincentra en op vensterbanken. De Phalaenopsis orchidee is een makkelijk te kweken plant, met bloemen die binnenshuis maandenlang bloeien. Het is dus niet gek dat het een gewilde kamerplant is geworden. De naam komt van “phalaina” wat “mot” betekent en “opsis” wat “gelijkend” betekent. Ze komen in de meest uiteenlopende kleuren voor, maar echte blauwe bestaan (nog) niet. Mensen die zo’n blauwe “Blue Mystic” hebben, zullen dan ook al snel merken dat de bloemen aan het einde van de bloeistengel aanzienlijk lichter zijn. Als deze huidige bloeistengel is uitgebloeid zullen de bloemen van een nieuwe bloeistengel weer gewoon wit worden. Deze blauwe orchidee is door het toevoegen van een kleurstof in de bloeistengel  bijgekleurd. Hoewel de kwekers liever niet spreken van een kleurstof maar van een gepatenteerd infusieproces. Maar gekleurd of niet, het resultaat blijft opvallend en zelfs als de “Mystic Blue” in het volgende seizoen toch een “Common White” blijkt, blijft er genoeg over om van te genieten.

 

Klik hier voor meer foto's van een Blauwe Phalaenopsis.

lees verder...

Atmosferisch duikpak of robot

vrijdag, 12 juli 2013

Omdat binnen een atmosferisch duikpak (ADS) de druk op één atmosfeer blijft, heeft een duiker op grote diepte geen last van de extreem hoge waterdruk. Hij kan dus niet alleen veel dieper duiken maar ook gewone zuurstof blijven ademen. Dit pak moet de duiker niet alleen tegen de extreme druk beschermen maar hem ook in staat stellen om te bewegen. Hierdoor lijkt het al snel op een vuilnisbak met ledematen. Het verschilt daarin niet zoveel van de eerste robots uit oude science fiction films. In deze films ontwierp men een pak waar een mens in zat maar dat er uit moest zien alsof er geen mens in zat maar een machine. Deze robot kreeg dus een mechanische manier van bewegen die juist zijn niet-mens-zijn moest benadrukken. Bij een atmosferisch duikpak echter ontwierp men een pak waar een mens in zat én dat als een mens moest kunnen bewegen. Hoewel deze uitgangspunten verschilden, leverden ze vergelijkbare ontwerpen op. Zo lijken veel van de duikpakken op robots en vise versa. In de lange geschiedenis van de atmosferische duikpakken zijn er echter een paar geweest waar deze dunne scheidslijn vervaagde. Dit zijn de drie duikpakken die de mooiste robots hadden kunnen zijn:

 

Scaphandre de grande profondeur, par Alphonse et Théodore Carmagnolle, vers 1882 - Musée national de la Marine, Paris, FranceHet eerste echte antropomorfische ontwerp van een atmosferisch duikpak stamt uit 1882. Het werd gepatenteerd door de Carmagnolle broers uit Marseille en had speciale draaibare gewrichten uit concentrische bollen. De helm bestond uit een grote bol met daarin 25 kleine ronde glazen raampjes. Het geheel woog 380 kg, had 22 verschillende gewrichten en was zijn tijd ver voor uit. Helaas heeft dit Scaphandre Carmagnolle nooit helemaal goed gewerkt en bleven  de gewrichten lekken. Het is echter wel het allermooiste duikerspak dat ooit is ontworpen.

 

Chester E McDuffee 1911Chester E. McDuffee patenteerde dit futuristische pak in 1911. Het had cilindrische gewrichten die slechts in één richting konden bewegen. Het pak woog 250 kg en was ook niet helemaal waterdicht. Om die reden had McDuffee er een waterpomp in gemonteerd. Deze pompte water vanuit de been compartimenten weer terug in zee. Via een slang naar een luchtpomp aan de oppervlakte werd er lucht in het pak gepompt, die daar door de duiker werd ingeademd. Tijdens een test in 1915 bij Long Island bereikten ze met dit pak een diepte van 65 meter. Hoewel dit pak meer op een tot leven gekomen verbrandingsoven dan op een duikpak lijkt, was het wel het eerste pak waarin kogellagers voor de gewrichten werden gebruikt.

 

Pop Peress in 1924Eén van de eerste moderne atmosferische duikpakken werd door Pop Peress in 1924 ontworpen. Dit pak gaf de duiker een grotere bewegingsvrijheid. Hoewel het er uit ziet als een kruising tussen R2D2 en C3PO, gaf het wel de aanzet tot een hele reeks van moderne duikpakken.  Pop Peress loste later in zijn Tritonia duikpak de gebruikelijke problemen met de beweeglijkheid van de gewrichten op een elegante manier op. Door deze gewrichten te omgeven met een vloeistof kwamen ze nooit met elkaar in contact en bleven ze goed functioneren. Omdat vloeistoffen niet kunnen worden samengeperst had het pak wat betreft beweeglijkheid dan ook geen last van de enorme druk op grote dieptes. Dit pak en enkele latere van Pop Peress hebben model gestaan voor JIM, het eerste ADS dat tot 300 meter diepte kon gaan. Huidige pakken zijn hier van afgeleid en staan duikers toe om tot op dieptes van 600 meter te kunnen werken.  

lees verder...

Mike the headless chicken

woensdag, 10 juli 2013

mike the headless chickenMike was wellicht de beroemdste kip ter wereld. Hij leefde slechts twee jaar, maar in die tijd heeft hij in Life Magazine gestaan en een fortuin voor zijn eigenaar vergaard. Lloyd Olsen, een Amerikaanse boer uit Colorado was eerst van plan om Mike, toen nog een naamloos specimen op zijn boerderij, te slachten. In 1945 probeerde hij Mike zijn kop af te slaan met de bedoeling hem als avondeten te serveren. De bijl viel, de kop rolde weg maar de kip bleef staan. In eerste instantie realiseerde Lloyd zich nog niet dat hij goud in zijn handen had, pas toen iedereen zijn “headless chicken” wilde zien sloeg bij hem de bliksem in. Hij doopte de anonieme kip Mike en ging met hem op tournee. In het hele land trokken ze volle zalen en door elke toeschouwer 25 cent te vragen verdiende Olsen een fortuin. Op het hoogtepunt van Mike zijn roem leverde hij Olsen 4.500,- dollar per maand op.

 

Nadat Mike zijn kop was verloren kon hij nog steeds blijven staan, het duurde echter even voor hij zijn nieuwe balans kon vinden en weer goed kon lopen. Zijn pogingen om te pikken en kraaien leverde niets op, wat hem er niet van weerhield het toch steeds te blijven proberen. Het leek er sterk op dat Mike zich niet realiseerde dat hij zijn kop kwijt was, iets dat zijn interactie met andere kippen niet ten goede kwam. Toen Olsen hem zijn kop afsloeg, mikte hij niet goed. Een gedeelte van de hersenstam en één oor bleven achter, voldoende voor Mike om na de ingreep verontwaardigd weg te kunnen lopen. Olsen voerde hem met een pipet melk en water en Mike kreeg graankorrels in zijn slokdarm gepropt. Hierdoor wist Mike niet alleen te overleven maar nam hij zelfs fors in gewicht toe. In maart 1947 bleek alle commotie toch teveel voor Mike, hij stikte uiteindelijk in zijn eigen slijm.

 

Ik vraag me af hoeveel andere kippen Lloyd Olsen daarna nog de kop heeft afgeslagen in zijn zoektocht naar Mike 2.

lees verder...

Olaus Worms Wunderkammer en Rosamond Purcell

maandag, 8 juli 2013

musei wormiani historis 1655De Deense arts, docent en bioloog Ole Worm (1588-1655) was een fervent verzamelaar van allerlei curiosa en rariteiten. Hij gebruikte zijn collectie om aan zijn leerlingen te laten zien hoe de natuur er in het echt uit zag. Alleen als zij deze voorwerpen konden aanraken en bestuderen konden zij zich een gefundeerde mening over deze objecten en hun plaats binnen de natuur vormen. Ole Worm ging uit van een empirische manier van leren en hij staat hierdoor tussen de oude en de nieuwe wetenschap. Zo beredeneerde hij dat de eenhoorn niet bestond en wist hij één van de topstukken van zijn verzameling te classificeren als de hoorn van een Narwal en niet van het mythische paard. In zijn collectie bevonden zich veel van de meest begeerde objecten uit de curiositeitenkabinetten van die tijd, zoals een krokodil, een grote slangenhuid, fossielen, horens en opgezette dieren. Ole had zijn eigen manier om deze te catalogiseren en in zijn kabinet te positioneren. Hoewel zijn collectie eigenlijk was opgesteld als een verzameling studiemateriaal heeft zij zoveel overeenkomsten met de curiositeitenkabinetten van die tijd dat zij ook als Wunderkammer kan worden omschreven.

 

Hij stelde van zijn collectie, die ook wel bekend stond als Museum Wormianum een catalogus op die pas in 1655 na zijn dood werd gepubliceerd. Deze catalogus beschreef niet alleen uiterst nauwkeurig welke stukken hij in zijn collectie had maar ook zijn vele theorieën over de natuurwetenschap en haar classificatie. De publicatie van Olaus verzameling, Musei Wormiani Historia, ging gepaard met een prachtige gedetailleerde afbeelding van zijn curiositeitenkabinet.

 

purcells reconstructie van Olaus wunderkammerRosamond Purcell heeft deze illustratie als uitgangspunt genomen voor een reconstructie van Olaus Wunderkammer. Een gigantische taak want hoewel de illustratie zeer gedetailleerd is, was het niet gemakkelijk om al deze objecten bij elkaar te krijgen. Sommige moest ze lenen uit diverse collecties en musea en andere heeft ze na laten maken. Zo zijn de Eskimo jas en de opgezette lemuur eigentijdse kopieën van Oles originele stukken. Met een enorm geduld heeft zij uiteindelijk de illustratie uit 1655 nieuw leven in kunnen geblazen en hem gekopieerd naar de werkelijkheid. 

 

Lees ook: Decaying Dice en Tycho Brahe.

lees verder...

The Who in de Ziggo Dome 2013

zaterdag, 6 juli 2013

The Who 7-2013 2170-Gisterenavond speelde The Who, veertig jaar na het uitkomen van hun rockopera Quadrophenia de integrale versie hiervan  in de Ziggo Dome in Amsterdam. Voor de echte Who fans is het beluisteren van Quadrophenia een bijna religieuze beleving. De legendarische drummer Keith Moon en bassist John Entwistle, speelden daar enkele van hun mooiste stukken. Hoewel beide nu al lang zijn overleden heeft The Who toch enkele waardige vervangers voor hun tournee gevonden. Op een mooie manier wordt tijdens het concert stilgestaan bij het lange verleden van de band en het gemis van Keith en John. Opnames van Keith Moon en een werkelijk fantastische solo van John Entwistle worden met de livemuziek gemixt, het resultaat is emotioneel en krachtig. Middels beelden die op schijven achter de band worden geprojecteerd neemt de muziek je mee door de lange geschiedenis waarin The Who zich heeft bewogen. Daltry en Townsend mogen dan wat ouder zijn (beiden zitten tegen de zeventig), tijdens dit concert is daar weinig van te merken, ze spelen met duidelijk plezier en het geluid van The Who is nog net zo krachtig als veertig jaar geleden.

lees verder...

Decaying Dice

donderdag, 4 juli 2013

decaying dicedice, deception, fate and rotten luck

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ricky Jay is een Amerikaanse acteur (Boogie Nights, Magnolia) en goochelaar die dobbelstenen verzamelt. Door de jaren heen heeft hij een enorme collectie opgebouwd. De meeste van deze dobbelstenen zijn van celluloid gemaakt. Dit nieuwe materiaal dat voor het eerst door Wesley Hyatt in 1686 werd gemaakt, bleek niet allen buitengewoon sterk maar was ook nog eens bestand tegen water, olie en zelfs sommige zuren. Dit celluloid was een mengsel van salpeterzuur, zwavelzuur, katoenvezels en kamfer. Het was relatief gemakkelijk en in de meest uiteenlopende kleuren te fabriceren. Al snel gebruikte men het voor oa. bestekhandvaten, gitaren, biljardballen, film en dobbelstenen.  Deze dobbelstenen werden tot aan het midden van de 20e eeuw gefabriceerd en blijven vaak decennia lang goed. Tot ze plots spontaan en versneld uiteen kunnen vallen. Het salpeterzuur komt vrij en de dobbelstenen desintegreren. Dit mooie verval is gedocumenteerd door Rosamond Purcell, een fantastische fotografe die is gespecialiseerd in het fotograferen van verval en transformatie. Deze foto’s zijn uitgegeven in het mooie boekje “Dice, Deception, Fate & Rotten Luck”. De dobbelstenen zelf werden tentoongesteld in, wat wellicht het boeiendste museum ter wereld is, The Museum of Jurassic Technology.

lees verder...

Gewone komkommerspin (Araniella cucurbitina)

dinsdag, 2 juli 2013

gewone komkommerspin (araniella cucurbitina) 6-2013 1011gewone komkommerspin (araniella cucurbitina) 6-2013 1012 

 

 

 

 

 

 

Volwassen komkommerspinnen zijn te herkennen aan hun heldergroene achterlijf met kleine zwarte stippen en de helder rode stip net boven hun spintepels. Ze worden ongeveer 4,5 tot 8,5 mm groot. De mannetjes zijn kleiner en hebben een kleiner achterlijf, een groter roodachtig carapax en duidelijk getekende voorpoten. Jonge komkommerspinnen zijn in de herfst vaak roodachtig bruin, wat hen een betere bescherming tussen de herfstbladen geeft.

 

gewone komkommerspin (araniella cucurbitina) 6-2013 1023Komkommerspinnen maken kleine wielwebben op lage vegetatie zoals loofbomen of struiken. Vaak vind je ze ook gespannen tussen de randen van één blad. De spin hangt hierin goed gecamoufleerd onder zijn web net boven het blad. De rode vlek boven de spintepels moet de aandacht van het lijf van de spin afleiden. Deze spin is algemeen en kom je in de meest uiteenlopende biotopen tegen. 

lees verder...

Gewone strekspin (Tetragnatha extensa)

zondag, 30 juni 2013

gewone strekspin (tetragnatha extensa) 6-2013 0985-gewone strekspin (tetragnatha extensa) 6-2013 0996 

 

 

 

 

 

 

Strekspinnen zijn makkelijk herkenbaar aan hun langgerekte lijf met lange poten. In rust zitten ze vaak gestrekt tegen een takje of blad aangedrukt. Hun eerste twee en laatste paar poten houden ze dan in één lijn in hun verlengde gestrekt, terwijl ze zich met hun kortere derde paar poten om een stengel heen vasthouden. Deze spinnenfamilie dankt hun Latijnse naam aan hun grote maxillae (achterkaken). Deze wijken uiteen en zijn bijna even groot als hun lange cheliceren (gifkaken). Dit wekt de indruk dat zij vier kaken hebben. Het mannetje heeft speciale uitsteeksels op zijn cheliceren waarmee hij de kaken van het wijfje tijdens hun paring in bedwang houdt. De ei-cocon lijkt op schimmel of vogelpoep en wordt aan een blad of stengel afgezet. Je vindt de gewone strekspin meestal op begroeiing in de buurt van water of op vochtige onbeschaduwde plekken. Hun web is dun en heeft geen signaaldraad. Meestal zit de spin in het midden van de naaf of verstopt hij zich op een blad of stengel in de buurt. 

lees verder...

Hasard cheratte

zaterdag, 29 juni 2013

hasard cheratte 6-2013 0419Van het midden van de 19e eeuw tot aan de eerste helft van de 20e eeuw zorgden de staalindustrie en de kolenmijnen ervoor dat Wallonië één van de welvarendste streken van België werd. Vlamingen immigreerden massaal naar Luik en kwamen er te werk bij oa. de steenkolenmijn bij Cheratte. Deze S.A. Harbonnage du Hasard is nu al lang gesloten, de leegstaande gebouwen herinneren echter nog steeds aan de tijd waarin er hier 1500 man uit 23 verschillende landen ruim 1000 ton steenkool per dag boven de grond haalden.

 

hasard cheratte 6-2013 0531De mijnbouw bij Cheratte is op 26 december 1848 begonnen. Men groef toen de eerste van twee schachten die 170 en 250 meter diep waren. Er bevond zich veel steenkool onder de grond en de mijn groeide al snel uit tot één van de meest succesvolle van het Luikbassin. In 1877 sloeg het noodlot echter toe, wegens hevige regenval en overstromingen ontstond er een waterdoorbraak en liepen de schachten vol. Een groot aantal mijnwerkers verdronk en als gevolg werd alle activiteit in de mijn stilgelegd. Als in 1905 de concessie toch nog van eigenaar verandert en in handen komt van de Société anonyme des Charbonnage du Hasard, wordt de productie in 1907 opnieuw opgestart en graaft men een derde schacht. Later werd daar nog een vierde schacht, die boven op de heuvel ligt, bij gegraven. De mijntoren van deze beluchtingsschacht genaamd belle-Fleur de Hoignée, werd in 1927 geplaatst en heeft nu de monumenten-status. Dit was de eerste mijn in België waar men elektriciteit onder de grond gebruikte en tevens de laatste waar men (tot 1962) met paarden onder de grond werkte. Uiteindelijk nam de vraag naar kolen sterk af en ging men over op goedkopere brandstoffen zoals aardolie en gas. Op 31 oktober 1977, 100 jaar na het voltrekken van de ramp van Cheratte, werd de mijn gesloten.

 

hasard cheratte 6-2013 0645Het grote hoofdgebouw dat tegen de heuvel is aangebouwd, heeft twee vleugels en torent uit boven schacht 1. Bovenin dit dertig meter hoge gebouw bevonden zich twee gelijkstroom  motoren van 135 KW die voor de aandrijving van de eerste elektrisch bediende mijnschachtlift in België zorgden. Het hoofdgebouw is in de Malakoff bouwstijl opgetrokken, een stijl die zijn naam dankt aan een fort in het Russische Sebastipol. Deze fortachtige torens hebben kantelen en zijn buitengewoon stevig gebouwd. Drie meter dikke muren zorgen voor de stabiliteit die nodig is om de zware motoren en katrollen te kunnen dragen. Naast dit hoofdgebouw bevindt zich nog een lager bijgebouw dat diende als lampenopslag en oplaadstation.

 

Het terrein wordt langzaam door de natuur overgenomen, overal dringen de wortels van struiken en bomen tussen het metselwerk en het beton door. Op de kantelen groeien berken en in de oude wasruimtes staan struiken en varens. Het is er stil, er komt nog maar weinig verkeer door Cheratte. De meeste van de oude mijnwerkershuisjes aan de overkant van de weg staan leeg en het enige geluid dat het stadje nu nog hoort komt van de nabijgelegen snelweg. Ondanks dat dit historische gebouw op de Belgische monumentenlijst staat, is er niet veel meer dan een bordje en een hek dat het tegen verder verval moet beschermen.

 

Klik hier voor meer foto's van Hasard cheratte.

lees verder...

Liguus virgineus

vrijdag, 28 juni 2013

liguus virgineus 2-2013De meeste Nederlandse slakken hebben saaie modderkleurige schelpen. Op Hispaniola en Haïti hebben ze echter grote vrolijk gekleurde landslakken die op de bomen leven en er uitzien als zuurstokken. Ze danken hun Engelse naam “Candycane snail” aan de felle gedraaide kleurlijnen die de spiraal van hun schelp volgen. Deze twee exemplaren heb ik al vanaf mijn jeugd. Hoewel ik niet meer weet van wie ik ze ooit heb gekregen heb ik me wel eens afgevraagd of ze misschien niet stiekem waren geverfd. De meeste van deze schelpen worden, voor ze worden verkocht, gekookt en gebleekt. Op deze schelp zit normaal een dun en transparant periostracum (de buitenste laag of opperhuid van de schelp), dat er door het koken afgaat. De schelp verliest daarmee ook een groot gedeelte van zijn glans en veel van zijn subtiele kleur. Wat overblijft is echter nog steeds verrassend genoeg om ervoor te zorgen dat deze schelpen buitensporig veel worden verzameld en verkocht. De populaties staan dan ook onder druk.

lees verder...