Weblog

Hasard cheratte

zaterdag, 29 juni 2013

hasard cheratte 6-2013 0419Van het midden van de 19e eeuw tot aan de eerste helft van de 20e eeuw zorgden de staalindustrie en de kolenmijnen ervoor dat Wallonië één van de welvarendste streken van België werd. Vlamingen immigreerden massaal naar Luik en kwamen er te werk bij oa. de steenkolenmijn bij Cheratte. Deze S.A. Harbonnage du Hasard is nu al lang gesloten, de leegstaande gebouwen herinneren echter nog steeds aan de tijd waarin er hier 1500 man uit 23 verschillende landen ruim 1000 ton steenkool per dag boven de grond haalden.

 

hasard cheratte 6-2013 0531De mijnbouw bij Cheratte is op 26 december 1848 begonnen. Men groef toen de eerste van twee schachten die 170 en 250 meter diep waren. Er bevond zich veel steenkool onder de grond en de mijn groeide al snel uit tot één van de meest succesvolle van het Luikbassin. In 1877 sloeg het noodlot echter toe, wegens hevige regenval en overstromingen ontstond er een waterdoorbraak en liepen de schachten vol. Een groot aantal mijnwerkers verdronk en als gevolg werd alle activiteit in de mijn stilgelegd. Als in 1905 de concessie toch nog van eigenaar verandert en in handen komt van de Société anonyme des Charbonnage du Hasard, wordt de productie in 1907 opnieuw opgestart en graaft men een derde schacht. Later werd daar nog een vierde schacht, die boven op de heuvel ligt, bij gegraven. De mijntoren van deze beluchtingsschacht genaamd belle-Fleur de Hoignée, werd in 1927 geplaatst en heeft nu de monumenten-status. Dit was de eerste mijn in België waar men elektriciteit onder de grond gebruikte en tevens de laatste waar men (tot 1962) met paarden onder de grond werkte. Uiteindelijk nam de vraag naar kolen sterk af en ging men over op goedkopere brandstoffen zoals aardolie en gas. Op 31 oktober 1977, 100 jaar na het voltrekken van de ramp van Cheratte, werd de mijn gesloten.

 

hasard cheratte 6-2013 0645Het grote hoofdgebouw dat tegen de heuvel is aangebouwd, heeft twee vleugels en torent uit boven schacht 1. Bovenin dit dertig meter hoge gebouw bevonden zich twee gelijkstroom  motoren van 135 KW die voor de aandrijving van de eerste elektrisch bediende mijnschachtlift in België zorgden. Het hoofdgebouw is in de Malakoff bouwstijl opgetrokken, een stijl die zijn naam dankt aan een fort in het Russische Sebastipol. Deze fortachtige torens hebben kantelen en zijn buitengewoon stevig gebouwd. Drie meter dikke muren zorgen voor de stabiliteit die nodig is om de zware motoren en katrollen te kunnen dragen. Naast dit hoofdgebouw bevindt zich nog een lager bijgebouw dat diende als lampenopslag en oplaadstation.

 

Het terrein wordt langzaam door de natuur overgenomen, overal dringen de wortels van struiken en bomen tussen het metselwerk en het beton door. Op de kantelen groeien berken en in de oude wasruimtes staan struiken en varens. Het is er stil, er komt nog maar weinig verkeer door Cheratte. De meeste van de oude mijnwerkershuisjes aan de overkant van de weg staan leeg en het enige geluid dat het stadje nu nog hoort komt van de nabijgelegen snelweg. Ondanks dat dit historische gebouw op de Belgische monumentenlijst staat, is er niet veel meer dan een bordje en een hek dat het tegen verder verval moet beschermen.

 

Klik hier voor meer foto's van Hasard cheratte.

lees verder...

Liguus virgineus

vrijdag, 28 juni 2013

liguus virgineus 2-2013De meeste Nederlandse slakken hebben saaie modderkleurige schelpen. Op Hispaniola en Haïti hebben ze echter grote vrolijk gekleurde landslakken die op de bomen leven en er uitzien als zuurstokken. Ze danken hun Engelse naam “Candycane snail” aan de felle gedraaide kleurlijnen die de spiraal van hun schelp volgen. Deze twee exemplaren heb ik al vanaf mijn jeugd. Hoewel ik niet meer weet van wie ik ze ooit heb gekregen heb ik me wel eens afgevraagd of ze misschien niet stiekem waren geverfd. De meeste van deze schelpen worden, voor ze worden verkocht, gekookt en gebleekt. Op deze schelp zit normaal een dun en transparant periostracum (de buitenste laag of opperhuid van de schelp), dat er door het koken afgaat. De schelp verliest daarmee ook een groot gedeelte van zijn glans en veel van zijn subtiele kleur. Wat overblijft is echter nog steeds verrassend genoeg om ervoor te zorgen dat deze schelpen buitensporig veel worden verzameld en verkocht. De populaties staan dan ook onder druk.

lees verder...

Telefoonpalen in de Kalahari

zondag, 23 juni 2013

assimilation 07 dillon marshDwars door de Kalahari woestijn staan telefoonpalen die de verschillende steden met elkaar verbinden. Aan deze palen hangen Wevervogels hun grote nesten. Van stro en gras weven ze enorme kolonies, waar soms meer dan 100 vogels in leven. Deze vogels staan ook andere soorten binnen hun kolonies toe en je vindt aan één telefoonpaal dan ook vaak een hele verzameling van verschillende broedparen. De Zuid-Afrikaanse fotograaf Dillon Marsh heeft een mooie serie van deze bewoonde telefoonpalen op zijn site staan.

lees verder...

Zwartrugrenspin (Philodromus dispar)

dinsdag, 18 juni 2013

philodromus dispar 6-2013 6946philodromus dispar6-2013 6948

 

 

 

 

 

 

 

De zwartrugrenspin (Philodromus dispar) dankt zijn Latijnse naam aan het verschil in uiterlijk tussen beide seksen. Het mannetje heeft een zwarte rug en het vrouwtje niet. Je vind ze vind ze vaak op lage vegetatie en de onderste takken van bomen waar ze goed gecamoufleerd stilzitten en prooi grijpen die zich te dichtbij waagt. Renspinnen behoren tot de familie van de krabspinnen. Deze zijn makkelijk te herkennen aan hun eerste twee paar poten, die zijn langer dan hun andere poten en worden in rust net als de poten van een krab, voor zich gehouden. Krabspinnen zie je ook vaak zijwaarts lopen. De meeste krabspinnen zijn goed gecamoufleerd en wachten geduldig tot er een prooi binnen het bereik van hun poten komt. De renspinnen danken hun naam aan het feit dat ze ook razendsnel kunnen rennen om een prooi te achtervolgen of om te ontsnappen. Ze hebben speciale dichte scopulae (microscopisch kleine haartjes met een buitengewoon goede hechting) op hun tarsi en matatarsi (de buitenste delen van hun poten) waardoor ze met gemak over vrijwel elk oppervlak kunnen lopen.

lees verder...

Claire Moynihans mottenballen

maandag, 17 juni 2013

claire moynihan hornet

claire moynihan snail

 

 

 

 

 

 

 

Claire Moynihan gebruikt vilt en wol om miniatuur insectenknuffels te maken. Van een afstandje zijn ze bijna niet te onderscheiden van de echte diertjes. Zeker niet als ze bij elkaar in een houten insectendoos zijn geplaatst. Al deze miniatuurknuffels zijn buitengewoon gedetailleerd. Een entomoloog zou ze zonder probleem kunnen determineren.claire moynihan bugballsclaire moynihan motteballen

lees verder...

Eglise Saint Étienne du mont

zondag, 16 juni 2013

saint etienne parijs 2-2013 1853-saint etienne parijs 5-2013 1952-In Parijs staat, vlak bij het Pantheon de mooie Saint Étienne du mont. Misschien wel de mooiste kerk van Parijs. Deze rooms-katholieke kerk stamt al uit 1222 en was al snel zo populair dat ze moest worden vergroot. Toen zelfs dat niet genoeg bleek, werd ze in de 15e eeuw compleet herbouwd. Deze bouw verliep in etappes waardoor het uiteindelijke resultaat er wat ongebruikelijk uitziet. De kerk werd op 25 februari 1626 ingewijd en in 1636 werd haar orgel geïnstalleerd. Deze orgelkast van Jean Buron is de oudste in Parijs en staat bekend als een meesterwerk.

 

saint etienne parijs 5-2013 1935-saint etienne parijs 5-2013 1943-

 

 

 

 

 

 

 

 

De kerk heeft één prominente toren en boven het raam een uitbouw die nog het meeste doet denken aan een tweede halfrond timpaan. De middenbeuk heeft een knik en staat niet geheel loodrecht op de dwarsbeuken. Naast het altaar staan twee prachtig bewerkte stenen wenteltrappen die toegang geven tot het oksaal, de stenen brug over het altaar, en aan een hoge open rondgang boven het koor. Er lopen ook twee stenen  galerijen langs het middenschip en de zijbeuken zijn erg hoog zodat er veel licht door de glas in lood ramen uit de 17e eeuw de kerk binnenkomt. De kooromgang heeft twee aparte toegangspoorten en in de rechterzijbeuk staat een sprookjesachtig houten kapelletje met een groot relikwieschrijn in de vorm van een sarcofaag waarin de steen ligt waarop het lichaam van sainte Geneviève heeft gelegen. De kerk is licht, open en heeft een geheel eigen sfeer.

lees verder...

Prison 15h

woensdag, 12 juni 2013

prison 15h 6-2013 6738Ingeklemd tussen een grote stad en een slapend dorp ligt een verlaten gevangenis. Vanaf het smalle kanaal dat als grens functioneert, kun je de koepel  en de luchtings-ruimte van de gevangenis zien liggen. Naar verluidt staat deze gevangenis pas enkele jaren leeg, het is voor urbexers dan ook nog een vrij nieuwe locatie. Toch zou je dat van binnen niet zeggen. De vele lagen kleurige verf hangen als vellen aan de muren en alles is met schimmel besmet. Je vindt er echter nog geen blikjes of graffiti en de enige mensen die zich nu binnen wagen zijn de zigeuners van het kamp ernaast, en af en toe een urbexer.

 

prison 15h 6-2013 6780Een gevangenis is een binnenstebuiten gekeerd gebouw. Alles bevindt zich aan de binnenkant. Smalle galerijen met nog smallere deuren liggen tegenover elkaar. Slechts door een kleine open ruimte van elkaar gescheiden, kijken de ronde spionnegaten in elke deur uit op de deur van de galerij aan de overkant. Tussen deze open ruimtes hangen netten. De verdiepingen van een vleugel zijn door loopbruggen en stalen trappen met elkaar verbonden. In het dak bevindt zich een smalle lichtbrug. Bovenin is het benauwd en heet. Onderin sijpelt minder licht naar binnen en overheersen het vocht en de schimmel. Aan de muren in de kleine cellen hangen nog wat foto’s van actrices, raceauto’s en rappers.

 

prison 15h 6-2013 6680De buitenplaats is omgeven door een dubbele rij hekken en overspannen met staalkabels. In het prikkeldraad van de ommuringen hangen flarden plastic en op elke hoek torent een wachthokje met uitzicht op de binnenplaats en het omgevende landschap. Op het terrein liggen nog wat werkplaatsen  en kleine loodsen. In de hoofdvleugel vind je verder nog doucheruimtes, isoleercellen en bezoekershokjes.

 

Dit gebouw heeft, net als alle architectuur zijn eigen sfeer. Als een kledingstuk bepaalt het hoe je je erin beweegt en voelt. Alles aan dit gebouw schreeuwt ongemak en onrust. De cellen zijn te klein en te vierkant, de plafonds te laag, de deuren te smal en de galerijen te lang. Net zoals een kledingstuk zich door de jaren heen naar zijn drager vormt, lijkt dit gebouw iets van de wanhoop en de woede van zijn bewoners te hebben overgenomen. Hoewel de eerste blik op het interieur je naar je camera doet grijpen zal je gaandeweg merken dat je minder gaat fotograferen en meer gaat luisteren.

 

Klik hier voor meer foto's van Prison 15h.

 

lees verder...

Zwartstaartboswolfspin (Pardosa lugubris)

dinsdag, 11 juni 2013

zwartstaartboswolfspin (p[ardosa lugubris) 6-2013 6541De zwartstaartboswolfspin (Pardosa lugubris) is één van onze bekendste wolfspinnen. Ze lijken sterk op een andere veelvoorkomende soort, de zwarthandboswolfspin (Pardosa saltans). Lange tijd werd gedacht dat het hier om één soort ging. Onderzoek naar het baltsgedrag van Pardosa lugubris toonde in 2000 echter aan dat het hier niet één, maar meerdere soorten betrof. Pardosa  lugubris werd toen onderverdeeld in zes verschillende soorten, waaronder Pardosa saltans.

 

Pardosa saltans houdt iets meer van zon beschenen terrein en Pardosa lugubris geeft de voorkeur aan beschaduwde bosgronden. Toch kun je beide soorten vaak in dezelfde biotoop vinden. Op het eerste gezicht zijn ze vrijwel identiek, vooral de vrouwtjes. De mannetjes zijn iets makkelijker uit elkaar te halen, zeker met behulp van een loep. Pardosa lugubris heeft een langwerpig cephalothorax met aan de zijkanten een smalle streep met wat lichtere beharing. Pardosa saltans is iets ronder en heeft geen lichte band aan zijn zijkanten, zijn palpen zijn ook wat dikker en zwaarder behaard. De palp van Pardosa lugubris heeft een duidelijk naar beneden staande scherpe haak aan het uiteinde, die de wat rechtere palp van Pardosa saltans mist. Een verschil dat in het veld zonder loep niet is te zien, al helemaal niet omdat deze spinnen zeer beweeglijk zijn en op hoog tempo over het grondoppervlak rennen. Wolfspinnen hebben goede ogen en zijn actieve jagers. Ze maken geen web maar leggen vaak wel een looplijn aan die zij tijdens het rennen achterlaten. Mochten ze ergens afvallen of wegwaaien kunnen ze zich met deze lijn nog redden. Ook gebruiken mannetjes, de door de vrouwtjes achter gelaten looplijnen vaak om een vrouwtje voor paring te pakken te krijgen.

 

Lees ook: Zandwolfspin.

 

lees verder...

Phyllacanthus parvispinus

zaterdag, 8 juni 2013

phyllacanthus parvispinus 4-20133890Zee-egels worden onderverdeeld in regelmatige en onregelmatige zee-egels. De onregelmatige zee-egels, zoals de zeeklit hebben geen radiale symmetrie, de regelmatige zoals de potlood zee-egel, wel. Regelmatige zee-egels delen deze radiale symmetrie met de zeesterren. Waar bij de zeester de armen als losse flexibele ledematen uitsteken, zijn ze bij de zee-egels als het ware omgekruld en vormen ze tezamen het harde uitwendige skelet. Bij de zeester liggen er onder aan de armen aan de ventrale zijde, banden met daarin flexibele voetjes met zuignapjes. Bij de zee-egels vind je deze ambulacraalvoetjes ook, hier lopen ze in banden van de mondopening aan de onderzijde tot aan de anus aan de bovenzijde van het lichaam. Bij de onregelmatige zee-egels lopen deze zuigvoetjes in een stervormig patroon over de bovenzijde van de schaal.

 

phyllacanthus 4-2013 4054phyllacanthus 4-2013 4049

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De potlood zee-egel (Phyllacanthus parvispinus) heeft, net als zijn soortgenoten uit dezelfde familie (Cidaridae), buitengewoon dikke stekels die door middel van een fors kogelgewricht aan het skelet zijn vastgehecht. Deze kogelgewrichten lijken enigszins op tepels en lopen in tien evenwijdige rijen van boven naar beneden. Deze zee-egel heeft een duidelijk zichtbare penta-radiale symmetrie die de zee-egels delen met de zeesterren. Als je het skelet van bovenaf bekijkt is deze vijfpuntige ster van lijnen goed te zien. Bij een levend exemplaar loopt tussen elke twee rijen met stekels een gekartelde band van weefsel en worden de gewrichten door gekarteld weefsel als de conus van een vulkaantje omgeven. De stekels op de rugzijde waar zich ook de anus bevindt, zijn het langst, die aan de mondzijde het kortst. Hun geschiedenis gaat meer dan 300 miljoen jaar terug en deze zee-egels komen nog steeds veelvuldig in de warme zeeën voor. De skeletjes worden regelmatig als souvenir of als decoratie verkocht.

 

lees verder...

Jack Vance (1916-2013)

dinsdag, 4 juni 2013

jack vanceOp 26 mei 2013 is Jack Vance overleden, hij werd 96 jaar. Ik was even van slag toen ik het hoorde. Al lange tijd loop ik met het idee om een stukje over hem te schrijven en nu wordt het ineens een necrologie. Hoewel ik me geen echte fan van zijn werk zou durven noemen, heb ik wel bijna al zijn boeken, waarvan ik er sommige al tientallen keren heb gelezen. Jack Vance was geen woord-artiest, zijn zinnen waren kort en levendig maar wel buitengewoon suggestief, hij wist als geen ander beelden in mijn hoofd te toveren, beelden van verre werelden, vreemde culturen en fantastische wezens. Zijn verhalen waren zo inventief dat hij in één boek met ideeën strooide waar veel schrijvers een heel oeuvre voor nodig hebben. Hij schreef vooral veel over reizen, misschien omdat hij zelf ooit op de grote vaart had gezeten. Zijn meest levendige beschrijvingen kwamen van trektochten, havens, kleine taveernes, muziek en vreemde gewoontes. Zijn bibliografie is enorm, hij was zeer productief en toch passen op een ongekunstelde manier al zijn verhalen binnen één en hetzelfde universum, het Gaiaanse Bereik. De beroemdste boeken reeks van Vance is de Alastor trilogie, maar ook Lyonesse, Tschai, Durdane en de Duivelsprinsenreeks zijn erg sterk. Eigenlijk is er geen enkel boek van hem dat niet leest als een trein en dat je niet moeiteloos transporteert naar verre horizonten en fantastische werelden. Maar nu is zijn Universum afgebakend, het Gaiaanse Bereik zal nooit meer groeien. Als je nu een boek van Jack Vance leest, doe je dat in de wetenschap dat er nooit meer één bij zal komen. Dat voelt als een verarming, tot je zijn boeken openslaat, de rijkdom die daar is te vinden is meer dan genoeg voor één leven.

 

lees verder...