Weblog

Struikhangmatspin (Neriene peltata)

vrijdag, 24 oktober 2014

struikhangmatspin (Neriene peltata) 5-2014 9509struikhangmatspin (Neriene peltata) 5-2014 9524Deze spin lijkt op de Herfsthangmatspin (Linyphia triangularis) maar heeft geen donkere stemvork op het borststuk. Je vindt haar overwegend in lage vegetatie tussen begin mei en begin juli. Ze wordt slechts 2,2 a 3,5 mm groot. Haar achterlijf heeft een donkere gelobde lengteband maar deze is met wit breed omzoomd. Je vindt ze overwegend in naaldbossen en ze zijn zeer algemeen.  

lees verder...

Lentehangmatspin (Neriene montana)

vrijdag, 24 oktober 2014

lentehangmatspin (neriene montana) 10-2014 0945lentehangmatspin (neriene montana) 10-2014 0940Vanwege haar voorkeur voor beschaduwde plekken wordt deze spin ook wel schaduwbaldakijnspin genoemd. Het is de grootste baldakijnspin van Nederland en België en ze kan tussen de 4,5 en 8 mm groot worden. Je vindt ze het hele jaar door maar het meest tussen midden april en begin juli. In tegenstelling tot de herfsthangmatspin wacht zij meestal in een schuilplaats naast haar web op een prooi. Ze heeft duidelijk geringde poten en een donker borststuk. Haar achterlichaam heeft een donkere bladtekening met een van voren wit tot naar achter toe grijze omranding. Vroeger behoorde Neriene ook tot het Linyphia genus, tegenwoordig wordt het echter als een ondergenus gezien. 

lees verder...

Herfsthangmatspin (Linyphia triangularis)

vrijdag, 24 oktober 2014

herfsthangmatspin (linyphia triangularis) 10-2014 1062herfsthangmatspin (linyphia triangularis) 10-2014 1059Deze algemene spin is makkelijk te herkennen aan de donkere stemvork op haar borststuk en aan haar achterlijf met de brede, zijdelings ingekeepte geheel met wit omzoomde, lengteband. Ze maakt haar hangweb tussen stijf gebladerte van allerlei planten en struiken en je vindt het in bomen zelfs tot op meerdere meters hoogte. Ze wacht onder het web op haar prooi maar spint deze niet in. Herfsthangmatspinnen worden tussen de 4,5 en 7 mm groot en vind je het meest tussen begin augustus en eind oktober.

lees verder...

Kamelen, vagina’s, sluitspieren en porselein

donderdag, 23 oktober 2014

monetaria annulus 10-2014 1197lyncina camelopardalis 10-2014 1153De kleine kauri schelp Cypraea annulus werd in 1758 voor het eerst door Linnaeus beschreven. Het is een mooie gladde schelp die in Afrika, Azië en het Midden Oosten als geld werd gebruikt. Zijn huidige wetenschappelijke naam is Monetaria annulus (Schilder 1937). Monetaria verwijst naar munt. Annulus komt van anulus, het verkleinwoord van anus, dat ring betekent. Boven op de gladde schelp is er een duidelijke ring zichtbaar.

 

De Italianen die met deze betaalschelpen in aanraking kwamen vonden dat de opening in de schelp wel wat van een vagina had, om precies te zijn die van een varken. Zij noemden deze schelpen dan ook porcellana, van porcella, “zeugje”. Vrij vertaald “varkenskutje”. De mooie zachte glans van de kauri-schelpen leek ook nog ergens anders op. Het had veel weg van het nieuwe verfijnde aardewerk uit China. In Engeland vernoemde men dit aardewerk naar het land van herkomst “china,” maar in Italië vernoemde men het naar de kauri-schelpen, “porcellana,” en zo kwam in Europa de naam porselein in zwang.

 

Er is ook een kauri-schelp die naar een kameel is vernoemd. De Lyncina camelopardalis (kameel kauri) dankt zijn naam weliswaar aan de kleurenpracht van een kamelenvacht, maar dit dier heeft ook een andere verwijzing naar het vrouwelijke geslachtsorgaan opgeleverd, namelijk de camel-toe.

lees verder...

Fontenille Pataud Nature Classique

woensdag, 22 oktober 2014

fontenille-pataud nature old school full bone 10-2014 1079Messen uit Laguiole worden traditioneel volledig met de hand door één ambachtsman gemaakt, van begin tot eind. Het zijn dan ook geen goedkope messen, maar de kwaliteit en aandacht voor detail is zo groot dat de naam Laguiole veel waard is. Er wordt dan ook veel “namaak” geproduceerd. Van oudsher mochten alleen de messen uit Laguiole zelf, een klein dorpje in het Franse Centraal Massief, de naam Laguiole dragen. Twintig jaar geleden besloot een Parijse zakenman de naam Laguiole echter te deponeren en begon hij zijn spullen ook onder deze oude naam te verkopen. Sindsdien worden er overal messen onder de naam Laguiole uitgebracht. Ze komen nu niet meer alleen uit Frankrijk maar ook uit China en Pakistan.

 

Eén van de fabrikanten die zijn messen nog op de traditionele manier vervaardigt is Fontenille Pataud.  Hoewel ze uit Thiers komen en niet uit Laguiole, leveren ze absolute topkwaliteit. Het Fontenille Pataud Nature Classique Plein Os Véritable mes heeft een lemmet van 10 cm met een back-lock vergrendeling. Het handvat van dit mes, bij Laguiolemessen vanwege de elegante lijn vaak damesbeen genoemd, is in dit mes van runderbot gemaakt, het heeft geen bolsters en het loopt dus over de gehele lengte van het heft. Zoals alle originele Laguiole messen is het volledig met de hand door één werkman gemaakt. De veer en vlieg zijn uit één stuk en de afwerking is perfect. Het lemmet heeft de karakteristieke knik in de rug, die na 1/4 van de lengte naar beneden loopt. De snede loopt tot 3/4 van zijn lengte recht en kromt zich dan naar de scherpe punt. Het is een elegant en functioneel mes met geen enkel compromis in materiaal of fabricage.

 

De vorm van het traditionele Laguiole mes dankt veel aan de Spaanse Navaja. Geïntroduceerd in Aveyron door Spaanse herders is dit oorspronkelijk Arabisch-Spaanse ontwerp door de Fransen met enkele van hun lokale mesontwerpen zoals de Capuchadou, versmolten tot het langwerpige smalle Laguiole mes van nu. Het patroon van spijkers in de beschaling bestaat sinds het einde van de negentiende eeuw en stelt een herderskruis voor. Volgens de overlevering zouden herders, als zij tijdens hun lange trektochten wilden bidden, hun mes in de grond steken en daar dit kruis voor benutten. Het insect boven op de veer van de backlock is sinds 1829 een standaardonderdeel van de Laguiolemessen. Hoewel men dit in het Frans een vlieg (la mouche) noemt, spreekt men bij deze messen meestal over de bij. De mensen uit Aveyron zouden vanwege hun moed van Napoleon het recht hebben verkregen om dit symbool te dragen.

 

Deze messen zijn zo’n onderdeel van de cultuur van het centraal Massief dat veel restaurants in de omgeving van Laguiole bij hun gerechten geen mes geven, zij weten dat elke gast zijn eigen favoriete Laguiolemes bij zich heeft. 

lees verder...

Bernard Courtois en blaaswier

dinsdag, 21 oktober 2014

blaaswier (fucus vesiculosus) 9-2014 3926-Aan de vloedlijn vind je regelmatig stukken blaaswier (Fucus vesiculosus), meestal zwart verkleurd en hard maar altijd herkenbaar aan de luchtblazen. Blaaswier wordt al sinds de oudheid gegeten. Het is rijk aan polyfenolen en kan tevens gebruikt worden als cholesterolverlager, ontstekingsremmer of om het menstruatiepatroon te normaliseren. Er wordt ook vermoed dat blaaswier consumptie kan bijdragen aan het verlagen van de kans op kanker. In de oudheid (Plinius beschreef het als zee-eik) werd het vooral als medicijn tegen astma, huidziektes en kliergezwellen ingezet. Economisch bezien heeft blaaswier een groot belang voor de farmaceutische en voedingsindustrie. In Japan bestaat meer dan 10% van de voedselinname uit blaaswier.

 

Blaaswier werd vroeger ook ingezet om de kwaliteit van landbouwgrond te verbeteren. Men gebruikte het als een snel afbreekbare bodembedekker en als compost. Binnen de biologische landbouw wordt blaaswier nog benut om er een plantengier van te maken, een verdund compost met veel meststoffen.

 

Blaaswier bevat hoge concentraties Jodium. In 1811 vermengde de scheikundige Bernard Courtois verbrande as van blaaswier met geconcentreerd zwavelzuur, door dit te verhitten ontsnapten er violette dampen die zich bij afkoeling tot jodium kristalliseerden. Courtois besloot zijn nieuw ontdekte kristallen naar diens kleur te vernoemen. De naam Jodium is afgeleid van het Griekse iodes dat violet betekent. Dit verbasterde zich in het Latijn later tot iodum. In 1822 begon Courtois met het produceren van Jodiumzouten en in 1838 ontving hij de som van 6000 franken als onderdeel van de Montyon Prijs van de LÁcademie Royale des Sciences, voor de medicinale toepassingen van Jodium. Het is hem echter nooit gelukt om munt uit zijn ontdekking te slaan. Hij stierf op 62 jarige leeftijd, in zijn overlijdensbericht schreef het Journal de Chimie Médicale het volgende: “Bernard Courtois, de ontdekker van Jodium, stierf in Parijs op 27 september 1838, hij liet zijn weduwe berooid achter. Als hij op zijn uitvinding patent had aangevraagd, zou hij een enorm landgoed hebben gehad”. Courtois heeft tevens meegewerkt aan het isoleren van morfine uit Opium, nog een prestatie die hem weinig heeft opgeleverd, maar die net als Jodium de wereld van de medische wetenschap voor altijd heeft veranderd.

lees verder...

Blaaswier (Fucus vesiculosus)

dinsdag, 21 oktober 2014

blaaswier (fucus vesiculosus) 9-2014

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klik hier voor meer foto's van blaaswier.

lees verder...

Mcusta Yoroi

maandag, 20 oktober 2014

Mcusta Mc-0037C yoroi 10-2014 1065Het Japanse ō-yoroi  was het harnas van de samurai te paard en bestond o.a. uit een kuras dat met diagonale banden van zijde om het lichaam werd bevestigd. Het was een doosvormig, sterk harnas dat weinig beweging toe liet maar de drager op een paard een goede bescherming bood. De eerste ō-yoroi stammen uit de tiende eeuw en de harnassen werden pas in de vijftiende eeuw door het flexibelere dō-maru harnas vervangen. Tot de dag van vandaag staat yoroi voor de traditionele bepantsering van de samurai.

 

Mcusta messen worden in Seki, een kleine stad in het midden van Japan gemaakt. Haar geschiedenis begon in de dertiende eeuw, toen meesterzwaardmaker Motoshige van Kyushu naar Seki verhuisde omdat zich in de omgeving zowel water, houtskool als ijzerzand bevond. In de eeuwen daarna ontwikkelde Seki zich als het centrum van de Japanse zwaardsmederij. Een naam die ze nu al zeven eeuwen hooghoudt.

 

Mcusta vervaardigt hoogwaardige messen die met de hand worden geassembleerd. De bladen zijn laser gesneden en met de grootste zorg afgewerkt. De Mcusta  MC-0037C Yoroi, is een klein herenmesje met een lemmet van 7 cm. Het handvat is van 33-laags nikkel Damast-staal en toont een yoroi weefdesign. Dit kruisbandenpatroon krijgt door de geëtste lagen staal een mooie organische structuur en bestaat uit open vierkanten die naar de achterkant van het heft ruitvormig worden. De liner heeft vierkanten openingen die gekanteld in de vierkanten van het heft staan en als doorzicht een diamantvorm maken. Als het mes is gesloten zie je door de vierkanten van de liner de san-mai hardingslijn van het lemmet lopen. Het mesje heeft een prettig gewicht en opent dankzij de teflon ringen soepel en secuur. Het blad heeft geen speling en wordt vlijmscherp afgeleverd. Het san-mai (drie lagen) blad heeft een VG-10 kern met nikkelstalen buitenlagen. De overgang van beide stalen toont zich als een heldere bliksemschicht die langs de snede loopt.

 

De strakke contouren van het handvat lopen door in het blad en geven het uitgeklapte mesje een heldere speerpuntige vorm. De ondiepe uitsparing van de vingergroef wordt na de ricasso in de ondiepe choil gespiegeld. De geanodiseerde duimsteun rust, bij het gesloten mesje, tegen de kromming van de linerlock en verhoudt zich mooi met het geanodiseerde draaipunt van het lemmet. Het mesje heeft een open constructie en is makkelijk schoon te houden, het heeft geen broekclip of lanyard-opening  maar wordt met een traditioneel zijden Nishiin hoesje geleverd. De Mcusta yoroi is een geweldig en tijdloos mesje dat helaas niet meer wordt gefabriceerd.

lees verder...

Tengere Pantserjuffer (Lestes virens)

zondag, 19 oktober 2014

tengere pantserjuffer (lestes virens) 10-2014 0985tengere pantserjuffer (Lestes virens) 10-2014 0994Deze slanke juffer is de kleinste en zeldzaamste pantserjuffer van Nederland en België. Ze zijn heel kritisch naar hun habitat en je vindt ze alleen nog in enkele heide en hoogveenvennen zoals bij Gorp en Roovert. Daar heb je nog kleine dichtbegroeide poelen waar ze zich goed thuis voelen en je ze van juni tot eind oktober kunt vinden. Ze zetten hun eitjes op planten boven de waterspiegel af. Na de winter komen de eitjes in het voorjaar uit en laten de larven zich in het water vallen, hier leven ze enkele maanden tot ze uit het water kruipen en uitsluipen. Pantserjuffers (Lestes) hebben een langwerpig pterostigma en meestal een metaalachtige kleur die hen een gepantserd uiterlijk geeft. De meeste juffers vouwen hun vleugels in rust over hun achterlijf, pantserjuffers houden ze echter half gespreid en zijn daar dan ook het snelst aan te herkennen. De Tengere Pantserjuffer (Lestes virens) is maar drie centimeter lang en heeft een bruin pterostigma met lichte randaders en een smalle gele schoudernaad. Bij de mannetjes is de achterlijfspunt blauwgrijs berijpt.

 

Les ook: Libellen en Vuurlibel (Crocothermis erytraea).

lees verder...