Weblog

Groene krabspin (Diaea dorsata)

maandag, 2 maart 2015

Groene krabspin (Diaea dorsata) 2-2015 1908Deze kleine groene krabspin is nog niet volwassen. Hij had zich voor de kou van de winter achter een stuk loszittend schors van een gestorven boom verstopt. Begin mei zal hij voor de laatste keer vervellen en zijn uiteindelijke grootte van 4 tot 6 mm bereiken. Groene krabspinnen zijn heel algemeen en zitten vaak op struiken of bloeiende planten. Ze jagen actief en verlammen hun prooi door deze in de nek te bijten. Het felle groene pigment in de kop en poten van de spin bevindt zich in zijn skelet en moet dus na elke vervelling opnieuw worden opgebouwd. De mannetjes voeren langdurige en uitgebreide rituele gevechten waarbij zij met gespreide voorpoten tegenover elkaar schijnbewegingen maken, dit houden ze soms urenlang vol. Dit gedrag is voor krabspinnen vrij ongewoon en zie je vaker bij springspinnen. De paring vindt plaats in de lucht, hangend aan een dunne zijdedraad van het vrouwtje. De eieren worden achter een dikke laag zijde, tussen een gedeeltelijk gebogen blad afgezet. In het najaar vind je de vrouwtjes soms bij zo’n blad, waar ze dan streng over haar eieren waakt.

 

Lees ook: Graskrabspin (Xysticus erraticus) en Krabspinnen.

lees verder...

Schorsmarpissa (Marpissa muscosa)

zaterdag, 28 februari 2015

Schorsmarpissa (Marpissa muscosa) 2-2015 1866Schorsmarpissa (Marpissa muscosa) 2-2015 1868Als je nu achter loszittend schors van dode bomen kijkt, vind je daar vaak tientallen witte cocons. Veel daarvan zijn van zakspinnen maar er zitten er ook van de Schorsmarpissa tussen, onze grootste inheemse springspin. De cocons van zakspinnen en Schorsmarpissa lijken sterk op elkaar, beide zijn ongeveer 2 cm groot, maar die van de Schorsmarpissa zijn veel sterker en scheuren niet zo snel als je ze uitrekt. Deze springspinnen zijn soms zo talrijk dat er meer dan 100 exemplaren op één boom kunnen voorkomen. In dat geval treedt er een hiërarchie in werking en zullen de exemplaren met een lagere rang zich terugtrekken als er een spin met een hogere status langskomt. Dit doen ze dan door hun voorpoten te spreiden en zich langzaam terug te trekken.

 

Schorsmarpissa (Marpissa muscosa) 2-2015 1876De vrouwtjes zijn makkelijk van de mannetjes te onderscheiden aan de gele haarband onder hun ogen. In de zomer vergroot zij haar woonspinsel  tot zo’n 4 cm en plaatst daarin haar platte eicocons. Dit kunnen er maximaal vijf zijn en ze zal haar eieren tot dat ze uitkomen bewaken. De jonge spinnen maken in de opvolgende winter hun eigen kleine cocons, waarin ze pas in de zomer daarna volwassen zullen worden. Pas het jaar daarna zullen zij zich zelf voortplanten. Springspinnen hebben enkele van de beste ogen van het dierenrijk en kunnen met hun acht ogen niet alleen 360 graden in de rondte kijken maar zien met hun voorste ogen, die je als twee koplampen aanstaren, ook uitstekend diepte. Daardoor kunnen ze hun prooi besluipen en bespringen.

 

Schorsmarpissa (Marpissa muscosa) 2-2015 1877De Schorsmarpissa is afgezien van zijn grootte (mannetjes tot 8 mm en vrouwtjes tot 11 mm), herkenbaar aan het afgeplatte lichaam, de duidelijk geringde poten en het contrastrijke grijs tot geelbruine kabelpatroon op het achterlijf. Ze komen overwegend voor op zonnige verticale stammen en zijn uiterst alert, bij de geringste verstoring kruipen ze in een nabijgelegen spleet of gat weg. Gelukkig zijn ze ook erg nieuwsgierig waardoor je ze soms  toch redelijk goed kunt fotograferen. De Schorsmarpissa is net als de Koninginnepage bij de pagevlinders de typesoort van het geslacht Marpissa.

 

Lees ook: Huisspringspin (Euophorus lanigera), Zebraspringspin (Salticus scenicus) en Eikenspringspin (Ballus chalybaeius).

lees verder...

Chocoladebruine parels

woensdag, 25 februari 2015

albert heijn soezen 02-2015 1819Albert Heijn denkt ons te kunnen verleiden met zijn breedsprakige productpoëzie. De meest eenvoudige producten worden omschreven als culinaire hoogstandjes. Je kunt ze echter noemen zoals je wilt, chocoladebruine parels van glanzend satijn gevuld met donzige slagroom, of gewoon goedkope chocoladesoezen, deze waren ronduit smerig.

lees verder...

Schede voor zelfgemaakte mes

vrijdag, 20 februari 2015

mes 02-2015 18713-1814Voor mijn zelfgemaakte mes had ik eerst een eenvoudige leren schede gemaakt. Deze had ik nat om het mes heen gevormd en met een mengsel van sterke koffie en thee gekleurd. Hoewel deze schede perfect om het mes paste, was ik er toch niet tevreden over. Het leer en de vorm van dit heft paste niet goed bij de strakke lijnen van het mes. Daarom heb ik er alsnog een houten schede bijgemaakt. Deze nieuwe schede is uit dezelfde materialen als het heft van het mes gemaakt. Het heeft een essenhouten buitenkant met messing spacer en stootplaat. De brede spacer en punt zijn ook hier van zwijnentand. Het geheel, met het mes in de schede, is 31 cm lang en weegt 465 gram.  

 

mes 02-2015 1815-1807Omdat zwijnentanden niet zo heel groot zijn en ik alleen beschikking had over een essenhouten bijlsteel, heb ik het heft uit meerdere onderdelen moeten maken. Het binnenwerk bestaat uit een smalle vurenhouten mini-schede van slechts twee millimeter dik, dat passend om het lemmet heen is gemaakt. Daar tegenaan zijn dunne plakken ivoor en essenhout gelijmd. Daarna is het op vorm gevijld en voorzien van een ivoren punt en messing stootplaat. Op de bovenste foto kun je nog net een klein stukje van de vurenhouten binnenschede zien. Omdat deze tot bovenin de stootplaat doorloopt maakt het mes alleen contact met het hout en kan het dus ook niet door de messingplaat worden beschadigd. De schede maakt net genoeg contact met het lemmet om ervoor te zorgen dat het mes er niet meteen uitglijdt als de schede ondersteboven wordt gehouden. Maar weer niet zoveel dat je kracht moet zetten om het mes uit de schede te halen.

 

Lees ook: Zelfgemaakt mes.

lees verder...

Fugitive from the past (aka Strait of hunger) – Kiga kaikyô (1965)

donderdag, 19 februari 2015

kiga kaikyo 1965Hoewel deze film niet zo bekend is, krijgt hij terecht een hoge waardering op IMDB. Zelfs als je hem nu bekijkt doet de cinematografie van Tomu Uchida niet verouderd aan. Kiga kaikyô gaat over armoede en over de demonen die we over onszelf afroepen. De hoofdpersoon wordt achtervolgt door een daad uit zijn verleden en de angst dat deze daad aan het licht komt zorgt uiteindelijk voor zijn ondergang. Het verhaal wordt, in drie duidelijke aktes, op klassieke manier verteld.

 

Een arme man komt op illegale manier in bezit van een grote som geld, een gedeelte hiervan geeft hij aan een prostituee, met de rest probeert hij zijn leven op te bouwen. Deze prostituee is hem hier zeer dankbaar voor en gebruikt het geld om haar eigen leven op poten te zetten. Hoewel de man zijn hele verdere leven probeert om boete te doen voor de fout in zijn verleden is het juist deze fout die hem in staat stelt het leven van anderen te verbeteren. Als de prostituee jaren later zijn foto in de krant ziet, zoekt ze hem op om hem te bedanken.

 

Het verhaal is niet alleen goed opgebouwd maar vooral ook erg compleet. De kracht van de film ligt echter niet alleen in het verhaal of de vertolkingen. Cinematografisch is de film een juweeltje. Tomu Uchida is een meester in het bepalen van composities en beperkt zich in deze film niet tot één soort cinematografie, hij wisselt moeiteloos tussen documentaire, drama en thriller. De grootste prestatie ligt in het feit dat hij al deze aspecten op zo’n manier weet te combineren dat je er als kijker niet eens bewust van bent. Daarnaast is Kiga kaikyô niet alleen een mooie film, maar ook een boeiend tijdsdocument.

lees verder...

Periglypta magnifica

maandag, 16 februari 2015

Periglypta magnifica 1-2015 1554-1560Periglypta magnifica 1-20145 1559Deze forse venusschelp (veneriidae) heeft een buitengewoon dikke schelp. Hoewel dit exemplaar maar 11 cm groot is, weegt de lege schelp toch ruim 500 gram. Samen met het grote heterodonte slot met cardinale en laterale tanden in beide kleppen zorgt dit ervoor dat je hem niet zo maar open krijgt. De schelp is algemeen en buiten haar gewicht herkenbaar aan de smalle rijen van dunne ribbels die als een fijn stiksel in de groeirichting over de schelp lopen. Ze komen voor bij de Filipijnen en geven de voorkeur aan ondiepe wateren.

 

Deze schelp wordt in de literatuur meestal aan Hanley (1844 of 1845) toegeschreven. Hoewel je soms ook de vermelding Sowerby (1825) tegenkomt. Sylvanus Charles Thorp Hanley (1819-1899) heeft zo’n veertig boeken en essays over schelpen geschreven en bracht het allereerste schelpenboek met foto’s uit. George Brettingham Sowerby was één van de beroemdste schelpenillustrators van zijn tijd en heeft als conchologist ook veel nieuwe soorten beschreven. Zowel hij als zijn twee zonen dragen dezelfde naam maar hebben zich op dezelfde manier verdienstelijk gemaakt. Het is dan ook vrijwel onmogelijk om deze drie Sowerby’s uit elkaar te houden.

lees verder...

Grote helmslak (Cassis cornuta)

maandag, 16 februari 2015

Grote helmslak (Cassis cornuta) 1-2015 1611Grote helmslak (Cassis cornuta)De slak van deze forse schelp is eetbaar. In sommige gebieden in de Indo-Pacifische regio wordt er actief op deze dieren gejaagd. Ze worden daar in hun schelp boven een vuur geroosterd. De grote helmslak leeft bij riffen op zand of koraalzand waar hij op kroon zee-egels jaagt. Omdat deze zee-egels de kraalriffen aantasten, is Cassis cornuta op sommige plaatsen beschermd. Dit grote vrouwelijke exemplaar is 36cm lang en weegt 3400 gram. De meeste exemplaren worden echter niet veel groter dan 30 cm. De mannetjes zijn beduidend kleiner en zijn herkenbaar aan de hoornachtige knobbels op hun schild. De schelp heeft een fijne netwerk sculptuur en het grote sifonaal kanaal is naar boven gebogen. Het pariëtale schild, dat bij jonge exemplaren ontbreekt, kan zo groot worden dat de lichaamswindingen er volledig achter schuil gaan.

lees verder...

Syrinx aruanus

vrijdag, 13 februari 2015

syrinx aruanus 1-2015 1572syrinx aruanus 1-2015 1580Dit is de schelp van de grootste slak (gastropod) ter wereld. Dit exemplaar is 55cm lang en weegt 3750 gram. Er zijn exemplaren bekend van 70cm of groter. Ze leven op zandvlaktes die bij eb droogvallen en komen voor in de warme wateren voor de kust van Noord-Australië. Daar werd de schelp veel gebruikt om er water mee te scheppen en te vervoeren.

 

Syrinx araunus behoort tot de Hemifusus slakken. Deze zijn allemaal vrij groot maar verschillen veel in uiterlijk, waardoor zijn ze soms moeilijk zijn te determineren. Ze zijn het makkelijkst te herkennen aan hun langgerekte vorm met hoge top en lang sifonaal kanaal.

 

De jonge Syrinx slak vormt eerst 8 even grote windingen (protoconch), voordat de schelp zich verbreedt. Deze protoconch wordt later afgestoten en vind je dus alleen bij jonge (kleine) exemplaren. De gekartelde schelprand loopt door in het lange en vrijwel rechte sifonale kanaal en de columella (centrale as) bedekt de navel die is voorzien van een diepe spleet. De kiel van een winding steekt uit over de volgende winding en de schelp heeft een diepe sutuurlijn. Syrinx aruanus heeft een perzikachtige  geeloranje kleur die normaal onder een dik, maar makkelijk te verwijderen, bruin periostracum ligt. Het is een gewilde (maar dure) verzamelaarsschelp.

lees verder...

Zelfgemaakt mes

maandag, 9 februari 2015

mes 02-2015 1751-1762Dit is het allereerste mes dat ik zelf heb gemaakt. Omdat het vrijwel alleen met een vijl (en heel  veel schuurpapier) is gemaakt, duurde het wel even voor het klaar was. Maar ik heb er veel van geleerd en met plezier aan gewerkt. Het is van 440c staal gemaakt en heeft een essenhouten handvat. De pommel en brede spacer zijn van zwijnentand en de guard is van messing. Het mes is vrij groot, 27cm langt en weegt 295 gram, maar ligt wel heel prettig in de hand (ik heb grote handen). Het lemmet is 14,5 cm lang en 4,8cm breed. De rug van het lemmet is 6mm dik, waardoor het wel wat misbruik kan hebben. De balans is gelukkig goed gelukt, het evenwichtspunt ligt precies op de overgang van het heft naar het lemmet.

mes 02-2015 1742-1743Dit is zeker niet het enige mes dat ik maak, ik heb al een aantal nieuwe ontwerpen klaar liggen. Het volgende mes wordt dan ook geheel anders. Als je iets ontwerpt én maakt geeft dat niet alleen veel voldoening maar stimuleert het ook een heel scala aan nieuwe interesses.

 

Klik hier voor meer berichten over messen.

lees verder...

Boorspons (Cliona celata)

zaterdag, 7 februari 2015

gaten van een boorspons 10-2014 1180Op het strand vind je soms schelpen en stenen die doorzeefd zijn met gaatjes. Deze worden door de boorspons gemaakt. De goudgele of oranje sponzen boren zich in kalksteen of verlaten schelpen en  perforeren hun woning zodat er een stelsel van verbonden gangen en ruimtes overblijft. Als de spons leeft, bevindt ze zich in deze ruimtes en steekt er slechts een klein gedeelte door de boorgaatjes naar buiten. Daar bevinden zich dan haar in- en uitstroomopeningen. Individuen die dicht tegen elkaar aan leven kunnen zich tot één dier samenvoegen en er zijn exemplaren gevonden die een meter lang en een halve meter dik waren. Ze komen veelvuldig voor in de Oosterschelde, Wadden- en Noordzee. Hier boren ze zich het liefst in lege oesterschelpen.

 

Lees ook: Dode krabben, Schuim van de golven, Leven op dood, Bernard Courtois en blaaswier, Groene zee-egel (Strongylocentrotus droebachiensis) en Zeeklit (Echinocardium cordatum).

lees verder...