Weblog

De methode of de vraag

zaterdag, 13 juni 2015

Kunst wordt vaak toegankelijker als we de drijfveren van de maker kennen. Dat is mede de reden waarom we zo graag geloven in de mythe van de gekwelde kunstenaar. Hoe meer hij lijdt, hoe makkelijker het voor ons is om zijn pijn in zijn werk terug te zien. Pijn, angst, woede en frustratie zijn sterke drijfveren en bieden ons dus makkelijke handvaten om kunst mee tegemoet te treden. De werkelijkheid is echter dat de meeste kunstenaars gewoon hun brood willen verdienen en dat graag met kunst doen. Creëren ligt aan de basis van ons bestaan, en er is vrijwel geen proces dat zo veel voldoening geeft als het creatieve proces. Het is intiem, interactief en buitengewoon bevrijdend.

 

Dat wil niet zeggen dat er geen kunstenaars zijn die niet tot kunst zijn geroepen, het is niet altijd een keuze. Het creatieve proces is namelijk ook een onderzoeksproces. Vergelijkbaar met wetenschappelijk onderzoek dient het een doel en kent het methoden. Experimenteren en evalueren liggen aan de basis van elke vraag. En zowel het wetenschappelijke als het creatieve proces leveren ons antwoorden. Zo bezien, verschillen Einstein en Ernst niet zoveel van elkaar. Beiden zijn tot buitengewone inzichten gekomen, die ons een blik op een stukje van de werkelijkheid bieden, waarvan we zonder hen niet eens van het bestaan wisten. De gemotiveerde wetenschapper en de gedreven kunstenaar zijn de sjamanen van onze samenleving. Ze geven antwoorden op vragen die we zelf niet kunnen stellen en betekenis aan gebeurtenissen waar we ons amper van bewust waren.

 

Net als bij de gekwelde kunstenaar geloven we het liefst in de gestoorde wetenschapper. Iemand die alles offert voor zijn zoektocht naar de waarheid. Toch worden de meeste ontdekkingen gedaan door beroepswetenschappers. Mensen met een gezin, die na vijven rustig naar huis fietsen. Gewoon omdat ze het leuk vinden om zich met het wetenschappelijke proces bezig te houden, omdat dit proces ze voldoening geeft. Het voldoet misschien niet aan ons wereldbeeld, maar de meeste vragen worden beantwoord niet omdat men een vraag stelde, maar juist omdat men het prettig vind om naar antwoorden te zoeken. Meestal drijven de methodes het proces en niet de vraag.

 

Lees ook: Een eigen stijl.

lees verder...

Tweede zelfgemaakte mes

woensdag, 10 juni 2015

tweede eigen mes 5-2015-Na het maken van mijn eerste mes was ik zo enthousiast dat ik vrijwel gelijk aan een tweede ben begonnen. Het moest echter wel heel anders worden. Ik wilde een mes dat zowel eenvoudig als stijlvol was en voor veel verschillende doeleinden kon worden gebruikt. Daarnaast moest het wat uitdagender zijn om te maken dan mijn eerste mes. Om die reden heb ik voor een “fulltang” constructie gekozen, waarbij het lemmet tot in het gehele handvat doorloopt. Hierdoor wordt het mes niet alleen steviger maar kon ik er ook bolsters op plaatsen. Om gewicht te winnen heb ik het ijzer in het handvat naar achteren taps toe laten lopen. Dat maakte dat het plaatsen van de bolsters echter wel wat lastig. Je kunt de gaten voor de bolsterpinnen dan, vanwege de schuine hoek waarin de bolsters t.o.v. de centrale as van het mes liggen, niet gewoon haaks op het oppervlak boren. Daarnaast is het lastig om de oppervlakken van het mes en de bolsters met vijl en schuurpapier dusdanig vlak te krijgen dat ze zonder zichtbare naad op elkaar aansluiten. Zowel het mes als de bolsters zijn van D2, helaas kon ik geen pennen van dit staal vinden waardoor de bolsterpinnen, hoewel ze goed in de bolsters aansluiten, iets van kleur verschillen. Omdat de achterkanten van de bolsters onder een 45 graden hoek zijn geslepen klemmen deze de handvatschalen vast. Dankzij de lanyard pin achter in het mes kunnen deze schalen geen kant meer op. Bot is volgens velen een minderwaardig materiaal voor handvaten maar ik vind het zelf erg geschikt. Het is makkelijk te bewerken, heeft een mooie kleur en structuur en zorg bovenal onder vrijwel alle omstandigheden voor een goede grip. Dankzij het iets poreuze karakter van dit materiaal biedt het ook met bezweten handen nog goed houvast. Het kleeft zich a.h.w. aan je palm. Om esthetische redenen  en ook om iets speelruimte bij het plaatsen van de handgrepen te hebben, heeft het mes aan alle raakvlakken tussen het staal en bot een zwarte liner.

 

tweede zelfgemaakte mes 5-2015 2512Dankzij de lange buik van het mes is hij makkelijk te slijpen en zowel voor zwaarder als verfijnder werk geschikt. De onderste lijn van het handvat loopt denkbeeldig door in die van het snijvlak. De grote kromme waar de voorste vingers invallen, herhaalt zich in de choil en geeft tegenwicht aan de kromme lijn van de bolsters. De buik en rug van het handvat zijn iets schuin weggeslepen waardoor de scherpe hoek tussen de bolsters en het bot ook van de zijkant van het mes te zien zijn. De sik vlak voor de choil zorgt ervoor dat de vingers niet naar voren kunnen schuiven en geeft bescherming aan de hand.

 

Het staal van het handvat loopt naar achteren niet alleen taps toe maar is daar ook uitgeboord. Hierdoor blijft het gewicht onder controle en houdt het mes zijn balans. Het staal is met een vijl in vorm gemaakt en met schuurpapier afgewerkt. Dit is weliswaar erg bewerkelijke maar ook heel bevredigend. Het mes is 25 cm lang, 6mm dik en 4 cm breed. Het weegt 330 gram en het evenwicht ligt op het midden van de bolsters.

 

Lees ook: Zelfgemaakt mes en Schede voor zelfgemaakt mes.

lees verder...

Het Dunning-Kruger effect tijdens vergaderingen

zondag, 7 juni 2015

Al heel lang is men bekend met het fenomeen dat onwetendheid sneller tot zelfvertrouwen leidt dan kennis. Als je onwetend bent, weet je dat niet. De kennis die je nodig hebt om ergens een juist antwoord op te geven is namelijk dezelfde kennis die je in staat stelt om zo’n antwoord als juist te herkennen.

 

Het blijkt dat incompetente mensen hun eigen kunnen schromelijk overschatten, terwijl buitengewoon competente mensen juist de neiging hebben om hun eigen kunnen te onderschatten. Competente mensen gaan er vaak van uit dat anderen net zo competent zijn als zijzelf en denken dus dat een taak die voor hen makkelijk is, door anderen ook gemakkelijk wordt gevonden. Deze overschatting van de incompetenten en onderschatting van de competenten noemt men het Dunning-Kruger effect.

 

De gevolgen van dit effect ervaart men vaak tijdens vergaderingen. Een competent persoon is veel sneller geneigd om mee te gaan met de ideeën van een incompetente dan andersom. Dit betekent dat de meeste compromissen juist door de competenten worden gesloten, wat tot een verarming van de oplossing leidt en maakt dat de incompetenten een relatief grotere nivellerende werking op de kwaliteit van een beslissing hebben.

 

Hoewel tijdens de meeste vergaderingen de onwrikbare overtuiging vaak met veel kracht naar voren wordt gebracht, moet men dus ook goed blijven luisteren naar de stille twijfels. Het kan goed zijn dat juist daar de kwaliteit van de oplossing ligt. Het probleem is alleen dat men competent genoeg moet zijn om dat te herkennen.

 

Lees ook: Zelfoverschatting en Het gevaar van een goed idee.

lees verder...

Pagodaslak (Columbarium pagoda)

vrijdag, 5 juni 2015

pagodaslak (Columbarium pagoda) 5-2015 2311Zelf vind ik dit één van mijn mooiere schelpen. Hij is slechts 6 cm lang met een lang sifonaal kanaal en een opvallende bolvormige apex die breder is dan de eerste winding. Zoals zoveel schelpen uit de Japanse wateren heeft zijn kleine huisje wat weg van een pagode. Het is dan ook aannemelijk dat de Oosterse pagode architectuur op dergelijke schelpen is geïnspireerd. Deze specifieke pagodaslak was de eerste die werd geclassificeerd en staat dus model voor de hele familie. Deze schaarse en delicate schelpen leven op grote dieptes op modderbodems en hebben kleur noch patroon. Ondanks hun kwetsbaarheid duiken ze toch nog regelmatig in goede staat op in de netten van trawlers. Columbarium is Latijn voor duiventil, tegenwoordig gebruikt men dit woord ook voor de urnenmuren op begraafplaatsen. De vergelijking is makkelijk gemaakt.

lees verder...

Tropical butterfly house

dinsdag, 2 juni 2015

tropical butterfly house 5-2015 6028morpho peleides 5-2015 6027-Bij het Natural History Museum in Londen staat nu het Tropical Butterfly House. Een speciale kas met honderden vlinders. Je kunt er tussen de vlinders doorlopen en in het midden van de ruimte hangt een grote poppenkast. Hier plaatsen de medewerkers de vlinderpoppen die ze in de kas verzamelen. In gesorteerde rijen hangen ze als jasjes naast elkaar. De uitgekomen vlinders worden weer in de kas losgelaten.

lees verder...

Mirabilistrombus listeri

dinsdag, 2 juni 2015

mirabilistrombus listeri 5-2015 2396mirabilistrombus listeri 5-2015 2394Dit is net als de Grote wenteltrap, de Japanse wonderschelp en de Gouden kauri één van die zeldzame schelpen waar lange tijd slechts één of enkele exemplaren van bekend waren. Het eerste exemplaar behoorde aan John Tradescant, dezelfde 17e eeuwse verzamelaar die ook de enige complete opgezette dodo bezat. Deze schelp behoorde tot zijn enorme privéverzameling, die was gehuisvest in zijn woning die algemeen bekend stond als Tradescants Ark. Zijn rariteitenkabinet vormde Engelands eerste openbare museum, het Musaeum Tradescantianum. Na het overlijden van Tradescant de oudere en diens vrouw, ging de collectie over naar de rijke verzamelaar Elias Ashmole en vormde de basis voor het huidige Ashmolean museum in Oxford.

 

strombus mirabilis sowerby 1870Tradescants schelp  werd tegen het einde van de 17e eeuw voor het eerst door Martin Lister geïllustreerd. Het duurde echter nog anderhalve eeuw voor hij in 1852 door Thomas Gray werd beschreven als Strombus listeri. Een beroemde verzamelaarster uit die tijd, Mvr de Burgh, had echter een tweede exemplaar bemachtigd. Maar omdat zij niet op de hoogte was van de schelp in Tradescants collectie liet zij haar schelp door Sowerby (II) determineren. In 1870 beschreef hij haar exemplaar als Strombus mirabilis. Het duurde tot ver in de volgende eeuw tot men meerdere exemplaren van deze schelp vond. In 1965 kwam men er een aantal tegen in trawlernetten en sindsdien is de schelp redelijk algemeen, hoewel men slechts zelden een exemplaar met operculum vindt. In 1998 creëerde men een apart genus voor deze schelp. Sindsdien gaat hij door het leven als Mirabilistrombus listeri, een samen voegsel van beide eerdere namen. Hoe John Tradescant aan het allereerste exemplaar is gekomen, blijft een raadsel.

 

Deze herbivore slakken leven op zandbodems in de Golf van Bengalen, op dieptes tussen de 40 en 150 meter. De schelp kent weinig variatie, is gemiddeld 13 cm lang en wordt zelden groter dan 16 cm. De windingen zijn in het midden gekield en bij volwassen dieren is de lichaamswinding groter dan de helft van de schelp. De voor strombus schelpen karakteristieke strombuskerf aan de onderkant van de schelp, waar het gesteelde oog van de slak doorheen steekt, heeft de vorm van en brede inkeping. De schelp is het makkelijkst te herkennen aan de hoge spits op palatale zijde van de buitenlip.

Het afgebeelde exemplaar is afkomstig uit Thailand, uit een diepte bij het Chan Damri strand.

 

Andere strombus-schelpen zijn: Lambis chiragra chiragra en Tibia fusus.

lees verder...

Marokkaanse trilobieten

maandag, 1 juni 2015

trilobiet astropyge alnif 5-2015 2464trilobiet astropyge alnif 5-2015 2470Veel van de mooiste fossielen van trilobiet komen uit Marokko. Bij Alnif, Erfoud en Tabourik vond men in het harde kalksteen van het Atlasgebergte grote hoeveelheden fossielen. Helaas is het erg moeilijk en tijdrovend om deze fossielen uit het gesteente te halen. Omdat kopers veel geld neertellen voor een uniek en compleet exemplaar, bleek het winstgevender deze zelf te maken. Men smeert dus vaak incomplete fossielen af en lakt ze na, voegt losse onderdelen tot een blijkbaar nieuwe of zeldzame soort samen of verwerkt volledige afgietsels van een gaaf exemplaar op een zandstenen ondergrond om de kopie er echt uit te laten zien. Juist omdat er zo veel geld in deze handel omgaat is het percentage vervalste kopieën hoog. Er wordt vermoed dat bijna 90% van de trilobieten die uit Marokko komen, zijn vervalst. Aan het restaureren van enkele kleine details zal vrijwel niemand zich storen, maar als je veel hebt betaald voor een samengesteld fossiel of een afgegoten kopie, voel je je toch genept.

 

Het is niet makkelijk om tussen al die aangeboden fossielen de “echte” er uit te vissen, zeker niet omdat de vervalsingstechnieken steeds beter worden. Toch zijn er een paar trucs waar je houvast aan kunt hebben. Je kunt pas zien of er zich een fossiel in een stuk gesteente bevindt, als je deze eerst doorbreekt. Daardoor loopt er door elk echt trilobiet fossiel een breuklijn door het fossiel zelf. Als de steen is gebroken en men aan het breukvlak ziet dat er een fossiel inzit, verwijdert men de harde steenlaag die om de trilobiet zit en lijmt men beide vlakken weer aan elkaar. Een, zij het vaak zeer dunne breuklijn, is dus de eerste indicatie dat tenminste een gedeelte van het fossiel echt is. Als men meerdere fossielfragmenten tot een nieuw exemplaar lijmt, ziet men dit vaak het snelst aan de afwijkende symmetrie van het namaakfossiel. Bij het samenstellen is het namelijk erg moeilijk om deze symmetrie en de onderlinge verhoudingen van de delen goed in stand te houden. Een afgegoten kopie kun je soms met een vergrootglas herkennen aan de kleine luchtbelletjes die er bij het uitharden aan de oppervlakte ontstaan. Ook zijn deze afgietsels vaak minder gedetailleerd. Zeker de minuscule gefacetteerde ogen zijn lastig om te kopiëren. Ervaren trilobiet-kopers zie je soms in het fossiel bijten. Je tanden voelen tenslotte het snelst het verschil tussen steen en kunststof. Als een fossiel is afgesmeerd en bijgesneden wordt deze daarna afgelakt om de “restauraties” te verdoezelen. Deze laklaag kun je met een wattenstaafje met aceton vaak wegpoetsen. Dit heeft geen nadelig effect op echte fossielen, zij worden na preparatie vaak nog met aceton ontvet om ze er mooier uit te laten zien. Als je geluk hebt, verandert deze poetsbeurt niets aan je fossiel en brengt hij hoogstens enkele kleine cosmetische restauraties aan het licht. Als je ervan overtuigd bent dat je een vervalste trilobiet hebt gekocht zou je deze als ultieme bewijs natuurlijk nog kunnen doorzagen. Alhoewel ik mezelf dat niet snel zie doen.

 

Nu heb ik met al deze kennis in mijn achterhoofd onlangs een Marokkaanse trilobiet gekocht. Voor zo ver als ik het kan controleren is dit “eerlijk” fossiel. Hoewel ik er al vrij veel (€155.- na afdingen) voor heb betaald, durfde ik het toch niet aan om een duurdere te kopen. Ondanks dat er enkele waanzinnig mooie en gedetailleerde trilobieten bij waren die drie tot vier keer zo duur waren.

lees verder...

Japanse wonderschelp (Thatcheria mirabilis)

zaterdag, 30 mei 2015

japanse wonderschelp (Thatcheria mirabilis) 5-2015 2337De Japanse wonderschelp is een dunwandige maar stevige schelp die wel wat van een wenteltrap heeft. De binnenkant is helder wit en de buitenkant heeft een fijne structuur en zandkleur. Ze worden tot 10 cm groot en komen voor aan de Zuidkust van Japan bij de eilanden Honshu en Shikoku in diep water tussen de 120 en 180 m. Volgens velen is dit de mooist gevormde schelp ter wereld en heeft Frank Loyd Wright zich erdoor laten inspireren bij het ontwerpen van het Guggenheim museum in new York. De schelp werd in 1877 voor het eerst beschreven door French Angas. In The proceedings of the Zoological Society London, schreef hij: This very remarkable shell, quite unlike anything hitherto met with, was recently brought from Japan by Mr Charles Thatcher. Omdat Angas de schelp niet goed binnen de bestaande soorten wist te plaatsen vernoemde hij hem naar Mr Thatcher. Het duurde meer dan een halve eeuw tot men een tweede exemplaar vond. Pas in de 50er jaren van de volgende eeuw, kwam deze wonderlijke schelp vaker op de markt.

 

Klik hier voor meer berichten over schelpen.

lees verder...

Canyon Diablo Meteoriet

dinsdag, 26 mei 2015

canyon diablo meteoriet 5-2015 2240Ongeveer 50.000 jaar geleden, sloeg er 5 km ten westen van de Canyon Diablo in Arizona een 30 ton zware meteoriet in. De inslag veroorzaakte een krater met een diameter van 1,2 km en 170 meter diepte. Lange tijd stond hij bekend als de Canyon Diablo Crater. Toen het gebruikelijk werd om natuurlijke landschapskenmerken naar het dichtstbijzijnde postkantoor te vernoemen, kreeg hij die van een kantoor dat profetisch de naam Meteor droeg. Sindsdien staat hij bekend als de Meteor Crater. Lange tijd was er binnen de wetenschappelijke wereld veel discussie over het ontstaan van kraters die er wel als vulkaankraters uitzagen, maar geen vulkanische activiteit vertoonden. Daniel Barringer (1860-1929), wiens familie nog steeds het grondgebied van de krater beheert, was de eerste die de wereld wist te overtuigen van het feit dat het hier om een inslagkrater van een meteoriet ging. Meteor Crater wordt sindsdien ook vaak de Barringer Crater genoemd. De meteoriet zelf heet echter nog steeds de Canyon Diablo Meteoriet, vernoemd naar het al lang verlaten stadje dat aan het Canyon Diablo ravijn ligt. In 1953 heeft men, dankzij onderzoek van deze meteoriet, de geschatte leeftijd van de Aarde kunnen verfijnen tot om en nabij de 70 miljoen jaar. Er zijn fragmenten van 485 kg tot slechts enkele grammen gevonden. Het afgebeelde fragment weegt 45 gram en heb ik afgelopen week op een mineralenbeurs in Antwerpen op de kop getikt. Het ijzer van deze meteoriet werd al door de eerste Amerikaanse Indianen gebruikt en wordt ook nu nog verzameld en verhandeld.

 

Lees ook: De Campo del Cielo Meteoriet en De Sikhote-Alin Meteoriet.

lees verder...

De vertraging van tijd

zondag, 24 mei 2015

Dark energy is een onbekende en onzichtbare vorm van energie die moet verklaren waarom de uitdijing van het heelal versnelt. Het is een hypothese uit de 90er jaren van de vorige eeuw die, ondanks dat er veelal wordt aangenomen dat hij juist is, vooralsnog niet is bewezen. We kunnen alleen de vermeende effecten ervan waarnemen, niet de bron zelf. Eén van de meest in het oog springende effecten is de bekende roodverschuiving van sterren. Deze verschuiving suggereert dat het heelal zich de laatste helft van zijn bestaan sneller uitbreidt.

 

Een team van Spaanse wetenschappers claimt echter dat het zinloos is om naar het bestaan van dark energy te blijven zoeken omdat de hele hypothese verkeerd is. Volgens hun kunnen alle effecten die wij aan het bestaan van dark energy toekennen, worden verklaard door het feit dat de tijd zelf steeds langzamer loopt. Zij stellen dat de tijd sinds het ontstaan van het heelal langzaam tot stilstand komt en uiteindelijk helemaal zal stoppen.

 

De vermoedelijke versnelling van het uitdijende heelal en de roodverschuiving van de sterren zou volgens hen verklaard kunnen worden door het verschil in snelheid tussen de tijd waarin het licht van de sterren die wij zien bestonden en onze huidige vertraagde tijd. Het duurt heel lang voor het licht van een ster ons bereikt, in die tussentijd kan onze tijd al langzamer zijn gaan lopen. Dit verschil in snelheid kan de illusie creëren alsof alles van ons wegsnelt. De vertraging van de tijd zou nagenoeg onmerkbaar langzaam gaan, maar gezien de enorme afstanden die het licht van sterren afleggen alleen daar zichtbaar zijn.

 

Lees ook: Entropie en tijd enTijd is kou.

lees verder...