Weblog

Bladluismummie van Discritulus planiceps

zondag, 28 juni 2015

bladluismummie van discritulus planiceps 6-2015 2783bladluismummie van discritulus planiceps 6-2015 2798Deze tijd van het jaar vind je veel bladluismummies, de leeggegeten huidjes van door bladluiswespen geparasiteerde bladluizen, zoals die van Discritulus planiceps. Deze parasiet legt haar ei in een levende bladluis. De wespenlarve eet deze bladluis van binnenuit leeg waarna ze deze via de onderkant verlaat. Onder de lege bladluis spint ze een platte schijfvormige cocon waarin ze verpopt. Soms vind je ook bladluismummies waarbij de wesp een piramide-achtige tent onder de bladluis heeft gesponnen. Deze mummies zijn van praon-wespen. Een vergelijkbare parasitaire wespensoort, waarvan je net als Discritulus sneller de bladluismummies zult vinden dan het minuscule wespje zelf.

lees verder...

Junikever (Amphimallon solstitiale)

woensdag, 24 juni 2015

junikever 6-2015 2652junikever 6-2015 2681De meikever, junikever en julikever zijn drie Nederlandse bladsprietkevers die hun naam danken aan de maand waarin ze voorkomen. De meikever is daarvan het bekendst en talrijkst, de junikever, die enigszins op de meikever lijkt, is het kleinst (14 tot 18 mm) en de grote julikever is verreweg het zeldzaamst. Zoals gewoonlijk bij deze keverfamilies bezitten de mannetjes grotere antennes dan de wijfjes. De antenne van de junikever heeft de minste flappen (slechts drie), terwijl de meikever er vijf tot zes heeft. De meikever heeft een zwart en de junikever een bruin protonum. Daarnaast is de junikever behaarder en mist hij de bij de meikever zo karakteristieke achterlijfspunt.

 

Junikevers zijn schemerdieren die zich pas bij zonsondergang laten zien en van losse grond houden. In Fauna Germanica, het standaard keverboek uit 1909, omschrijft men hem als: ‘sehr häufig. Im Juni und Juli auf Brachfeldern gegen sonnenuntergang schwärmend’. Hoewel ze lokaal nog steeds in grote getalen kunnen voorkomen, is hij in de meeste gebieden schaarser geworden. De volwassen kever eet bladeren en houdt zich overdag tussen bomen en struiken schuil. Na zonsondergang beginnen ze te vliegen en zie je ze soms een uur lang om boomtoppen zwermen. Hier zoeken de partners elkaar op, waarna ze op de grond tussen het gras paren. Het bevruchte wijfje graaft zich daarna in en legt tussen de wortels van het gras 30 a 40 eitjes.  Deze komen na een maand uit en ontwikkelen zich tot 5 cm grote larven. Deze larven heten net als bij de meikever engerlingen en eten de wortels van het gras, waardoor er soms grote kale plekken kunnen ontstaan. De engerlingen overwinteren twee maal op een diepte van 40 cm, tot ze zich in de grond verpoppen. Na een maand kruipt de volwassen kever uit de pop en houdt zich onder de grond schuil tot het begin van de zomer. Als de temperatuur voldoende oploopt, kruipen ze massaal, meestal in juni, uit de grond. De volwassen kevers leven slechts enkele dagen tot weken. 

 

Lees ook: Penseelkever en Het vliegend hert.

lees verder...

Grote posthoornslak (Planorbarius corneus)

zondag, 21 juni 2015

grote posthoornslak (Planorbarius corneus) 5-2015 2419De posthoornslak is een zoetwaterslak die leeft van rottend plantenmateriaal dat op de bodems van stilstaande of langzaam stromende wateren ligt. Door alg aanslag zijn ze soms niet te onderscheiden van de planten waar ze op leven. Ze hebben longen maar zijn ook in staat om zuurstof uit water op te nemen en kunnen dus zowel onder als boven water leven. Hun bloed bevat een hemoglobine achtige stof en is net als het onze rood van kleur. Ze zijn algemeen en komen in vrijwel heel Europa voor. Dit blauwe exemplaar is met zijn 4,3 cm buitengewoon groot. Meestal worden dergelijke slakken niet groter dan 3 cm. Het afgebeelde exemplaar komt uit Zuidoost Duitsland. 

lees verder...

Vroege herinnering

donderdag, 18 juni 2015

Of dit mijn vroegste herinnering is, weet ik niet zeker, wel dat het een hele oude is. Over het algemeen volgt mijn geheugen zijn eigen logica en werkt het niet chronologisch. Ik weet echter dat hij oud is omdat dat het plaatsvond in het huis waar ik ben geboren. Eigenlijk is het ook niet echt één herinnering, maar eerder een herhaling van steeds dezelfde gebeurtenis. De herinneringen betreffen het glasgordijn in de slaapkamer van mijn ouders. Daar hingen witte vitrages van het plafond tot op de vloer. Hun slaapkamer kwam uit op het balkon, we woonden op vier hoog op een flat aan de rand van de stad. ’s Zomers viel het licht altijd door de balkondeur naar binnen. Je kon door de vitrages dan niet naar buiten kijken, het witte vlak dat het zonlicht op het dunne gaas projecteerde, bleekte al het andere uit. Als het warm was stond de balkondeur altijd open, de wind liet de vitrages dan zachtjes bewegen. Telkens als er elders in het huis een deur werd geopend vlogen de vitrages omhoog. Door de trek werden ze als door een enorme adem teug de kamer ingezogen. Het licht overstroomde dan de ruimte. Als de deur werd gesloten, gleden de gordijnen met een hoorbare zucht terug en namen ze het licht weer mee.    

lees verder...

Anostoma depressum

dinsdag, 16 juni 2015

Anostoma depressum 5-2015 2405Anostoma depressum 5-2015 2406Deze landslak voed zich met algen en mos. Ze bewegen zich daarbij ondersteboven, als stofzuigers over de grond. De schelp heeft vier vrijwel platte wendingen, waarbij de laatste in een hoek tegenover de as staat en zich tot aan de top van de schelp omhoog krult. Hierdoor komt de mond van de slak dus feitelijk boven op de schelp, waardoor het diertje zich moet omkeren om zich te kunnen bewegen en voeden. De omhoog gekeerde mondopening heeft een aantal duidelijke tanden, die de schelp een bijna komisch uiterlijk geven. De slak zijn wetenschappelijke naam is goed gekozen, ano betekent omhoog of achterstevoren en stoma betekent mond. Bij onvolwassen dieren heeft de mondopening zich nog niet omgekeerd, zij dragen hun schelpen dan ook op hun zij, met de kiel van de schelp omhoog. Dit exemplaar komt uit Serra Talhada in Brazilië.

lees verder...

Oververmoeidheid maakt creatief

maandag, 15 juni 2015

Een recent onderzoek bewijst wat ik al jaren weet, ongeordende gedachten schieten alle kanten op, en dat geeft meer ruimte voor creativiteit. Vermoeidheid verzwakt onze mentale filters. Gedachten die we normaal direct als onzinnig of buitenissig zouden uitfilteren, sijpelen tijdens vermoeidheid naar de voorgrond. Tijdens mijn studie maakte ik in de late uren mijn beste werk. Overdag had ik een fulltime baan en ’s avonds moest ik vaak tot ver in de kleine uren doorwerken om mijn studie aan elkaar te breien. Met behulp van veel koffie, stevige muziek en een felle bureaulamp maakte ik mijn beste werk op de momenten dat mijn gedachten alle kanten op schoten. Op die manier kwam ik tot resultaten waarvan ik me ’s morgens vaak afvroeg waar ik ze vandaan had gehaald. Mijn creatieve proces was net als traplopen, zolang ik er niet teveel bij nadacht ging het goed. Gelukkig duurde deze situatie maar een paar jaar. Regelmatig liep ik als een slaapwandelaar op mijn werk, of viel ik tijdens de colleges in slaap. Toch ben ik nooit meer zo productief, of moe, geweest als tijdens deze jaren.

lees verder...

Luchtkastelen

maandag, 15 juni 2015

In mijn dromen kom ik vaak terug in dezelfde gebouwen. Deze gebouwen bestaan (voor zover ik weet) niet, maar zijn buitengewoon vertrouwd en gedetailleerd. In sommigen van die gebouwen ontdek ik soms nieuwe kamers of gangen. Ze voelen echt aan, zijn gestoffeerd en hebben ramen en een uitzicht. Van sommige weet ik hoe de omgeving eruit ziet en bijna allemaal hebben ze dat rare bekende gevoel. Alsof ik er al veel tijd in heb doorgebracht en het gebouw mij kent. Er kunnen jaren voorbij gaan voor ik er weer kom, maar dan weet ik zeker dat ik er in een droom al eerder ben geweest.

 

Lees ook: Droomvliegen, Nachtmerrie, Tijdreizigers, Twijfels in het donker en Vallen in je slaap

lees verder...

Cocon du vide – Chen Zhen

zondag, 14 juni 2015

cocon du vide 5-20154 6172Chen Zhen was het prototype van een lijdende kunstenaar en kennis van zijn leven verdiept zijn werk. De laatste twintig jaren van zijn leven leed hij aan een ernstige bloedziekte, waar hij uiteindelijk ook aan stierf. Hij gebruikte zijn kunst om grip te krijgen op zijn leven met ziekte.

 

Hij combineerde de klassieke medische wetenschap van zijn geboorteland China (zijn beide ouders waren artsen) met de westerse cultuur. Hij woonde en werkte in Amerika en Frankrijk en bracht enige tijd door in een Tibetaans klooster. Als een dokter die was gespecialiseerd in zichzelf, combineerde hij wetenschap, culturen, spiritualiteit en kunst tot één intiem geheel. Zijn werk is het resultaat van deze interdisciplinaire aanpak, gedistilleerd in een creatieve vorm.

 

Deze vorm is zo helder en toegankelijk dat hij door vrijwel iedereen is te lezen. Chen zijn werk is tegelijkertijd hoopvol en beschuldigend. Het zijn redelijk eenvoudige constructies en installaties waarin de strijd tussen lichamelijkheid en spiritualiteit voelbaar wordt.

 

Cocon de vide stamt uit 2000, zijn stervensjaar, en bestaat uit een Chinees houten stoeltje waarop een grote lege cocon van gebedskralen leunt. Deze cocon lijkt aan de bovenkant open te kunnen. Binnen het zenboeddhisme is het idee van leegte, of afwezigheid van gedachten een belangrijke stap op de weg naar verlichting. In dit werk is de leegte dan ook nadrukkelijk aanwezig. Hoewel de vorm van de cocon van gebedskralen enigszins treurig en gelaten overkomt, lijkt zijn transformerende kracht toch te hebben gewerkt, hij is tenslotte leeg.

 

Cocon de vide is opgenomen in de collectie van Tate Modern in Londen.

 

Lees ook: De methode of de vraag.

lees verder...

De methode of de vraag

zaterdag, 13 juni 2015

Kunst wordt vaak toegankelijker als we de drijfveren van de maker kennen. Dat is mede de reden waarom we zo graag geloven in de mythe van de gekwelde kunstenaar. Hoe meer hij lijdt, hoe makkelijker het voor ons is om zijn pijn in zijn werk terug te zien. Pijn, angst, woede en frustratie zijn sterke drijfveren en bieden ons dus makkelijke handvaten om kunst mee tegemoet te treden. De werkelijkheid is echter dat de meeste kunstenaars gewoon hun brood willen verdienen en dat graag met kunst doen. Creëren ligt aan de basis van ons bestaan, en er is vrijwel geen proces dat zo veel voldoening geeft als het creatieve proces. Het is intiem, interactief en buitengewoon bevrijdend.

 

Dat wil niet zeggen dat er geen kunstenaars zijn die niet tot kunst zijn geroepen, het is niet altijd een keuze. Het creatieve proces is namelijk ook een onderzoeksproces. Vergelijkbaar met wetenschappelijk onderzoek dient het een doel en kent het methoden. Experimenteren en evalueren liggen aan de basis van elke vraag. En zowel het wetenschappelijke als het creatieve proces leveren ons antwoorden. Zo bezien, verschillen Einstein en Ernst niet zoveel van elkaar. Beiden zijn tot buitengewone inzichten gekomen, die ons een blik op een stukje van de werkelijkheid bieden, waarvan we zonder hen niet eens van het bestaan wisten. De gemotiveerde wetenschapper en de gedreven kunstenaar zijn de sjamanen van onze samenleving. Ze geven antwoorden op vragen die we zelf niet kunnen stellen en betekenis aan gebeurtenissen waar we ons amper van bewust waren.

 

Net als bij de gekwelde kunstenaar geloven we het liefst in de gestoorde wetenschapper. Iemand die alles offert voor zijn zoektocht naar de waarheid. Toch worden de meeste ontdekkingen gedaan door beroepswetenschappers. Mensen met een gezin, die na vijven rustig naar huis fietsen. Gewoon omdat ze het leuk vinden om zich met het wetenschappelijke proces bezig te houden, omdat dit proces ze voldoening geeft. Het voldoet misschien niet aan ons wereldbeeld, maar de meeste vragen worden beantwoord niet omdat men een vraag stelde, maar juist omdat men het prettig vind om naar antwoorden te zoeken. Meestal drijven de methodes het proces en niet de vraag.

 

Lees ook: Een eigen stijl.

lees verder...

Tweede zelfgemaakte mes

woensdag, 10 juni 2015

tweede eigen mes 5-2015-Na het maken van mijn eerste mes was ik zo enthousiast dat ik vrijwel gelijk aan een tweede ben begonnen. Het moest echter wel heel anders worden. Ik wilde een mes dat zowel eenvoudig als stijlvol was en voor veel verschillende doeleinden kon worden gebruikt. Daarnaast moest het wat uitdagender zijn om te maken dan mijn eerste mes. Om die reden heb ik voor een “fulltang” constructie gekozen, waarbij het lemmet tot in het gehele handvat doorloopt. Hierdoor wordt het mes niet alleen steviger maar kon ik er ook bolsters op plaatsen. Om gewicht te winnen heb ik het ijzer in het handvat naar achteren taps toe laten lopen. Dat maakte dat het plaatsen van de bolsters echter wel wat lastig. Je kunt de gaten voor de bolsterpinnen dan, vanwege de schuine hoek waarin de bolsters t.o.v. de centrale as van het mes liggen, niet gewoon haaks op het oppervlak boren. Daarnaast is het lastig om de oppervlakken van het mes en de bolsters met vijl en schuurpapier dusdanig vlak te krijgen dat ze zonder zichtbare naad op elkaar aansluiten. Zowel het mes als de bolsters zijn van D2, helaas kon ik geen pennen van dit staal vinden waardoor de bolsterpinnen, hoewel ze goed in de bolsters aansluiten, iets van kleur verschillen. Omdat de achterkanten van de bolsters onder een 45 graden hoek zijn geslepen klemmen deze de handvatschalen vast. Dankzij de lanyard pin achter in het mes kunnen deze schalen geen kant meer op. Bot is volgens velen een minderwaardig materiaal voor handvaten maar ik vind het zelf erg geschikt. Het is makkelijk te bewerken, heeft een mooie kleur en structuur en zorg bovenal onder vrijwel alle omstandigheden voor een goede grip. Dankzij het iets poreuze karakter van dit materiaal biedt het ook met bezweten handen nog goed houvast. Het kleeft zich a.h.w. aan je palm. Om esthetische redenen  en ook om iets speelruimte bij het plaatsen van de handgrepen te hebben, heeft het mes aan alle raakvlakken tussen het staal en bot een zwarte liner.

 

tweede zelfgemaakte mes 5-2015 2512Dankzij de lange buik van het mes is hij makkelijk te slijpen en zowel voor zwaarder als verfijnder werk geschikt. De onderste lijn van het handvat loopt denkbeeldig door in die van het snijvlak. De grote kromme waar de voorste vingers invallen, herhaalt zich in de choil en geeft tegenwicht aan de kromme lijn van de bolsters. De buik en rug van het handvat zijn iets schuin weggeslepen waardoor de scherpe hoek tussen de bolsters en het bot ook van de zijkant van het mes te zien zijn. De sik vlak voor de choil zorgt ervoor dat de vingers niet naar voren kunnen schuiven en geeft bescherming aan de hand.

 

Het staal van het handvat loopt naar achteren niet alleen taps toe maar is daar ook uitgeboord. Hierdoor blijft het gewicht onder controle en houdt het mes zijn balans. Het staal is met een vijl in vorm gemaakt en met schuurpapier afgewerkt. Dit is weliswaar erg bewerkelijke maar ook heel bevredigend. Het mes is 25 cm lang, 6mm dik en 4 cm breed. Het weegt 330 gram en het evenwicht ligt op het midden van de bolsters.

 

Lees ook: Zelfgemaakt mes en Schede voor zelfgemaakt mes.

lees verder...