Weblog

Kevers

maandag, 21 december 2015

lamprima adolphinaehexarthrius mandibularisHet leven van onze planeet wordt grotendeels bepaald door insecten. De 4000 beschreven zoogdier- en 9000 vogelsoorten staan in schril contrast tegenover de miljoenen insectensoorten. Van alle insecten zijn de kevers verreweg het succesvolst. Als je alle dier- en plantsoorten op een rij zou zetten, zou elke vijfde soort een kever zijn. Kevers komen voor in de meest uiteenlopende maten, de kleinste (Nanosella fungi) is slechts 0,035mm, terwijl de grootste (Titanus giganteus) meer dan 20 cm lang kan worden. Ze eten vrijwel alles en passen zich buitengewoon goed aan hun leefomgeving aan. Hoewel alle kevers hetzelfde bouwplan hebben: een kop, borststuk, achterlijf, zes poten, harde dekschilden en antennes, is hun enorme variatie van vormen en kleuren bijna onvoorstelbaar. Kevers zijn het mooiste bewijs van adaptatie in het dierenrijk. Het zijn kleine delicate machientjes, die zich vaak onzichtbaar maar altijd doelgericht door de wereld bewegen.

 

Als kind vond ik lang geleden een flinke kever onder een boomstronk. Deze was glanzend zwart, met grote sterke kaken. Hij liep onverschrokken over mijn hand en trok zich niets van mij aan. Het was alsof hij in en eigen wereld leefde en ik daarin geen plaats had. Daarna ben ik beter om me heen gaan kijken. Ik zag ze ineens overal, en voor ik het wist, was ik verkocht. Het begon met de aanschaf van een kleine insectengids en binnen niet al te lange tijd wist ik de Latijnse naam van de meeste insecten om me heen. Met een vuur zoals je dat vaak alleen bij kinderen ziet, wierp ik me vol overgave op de “studie” van insecten. Deze liefde heb ik altijd bij me gedragen.

 

Als je je wilt verbazen over de schoonheid van kevers, klik dan eens op deze link. Hier vind je foto’s die ik door de jaren heen van de meest uiteenlopende exotische kevers heb gemaakt. Om trouw te blijven aan de vele boeken die ik over kevers heb verzameld, is er steeds ook de Latijnse naam en plaats van herkomst onder vermeld.

lees verder...

Dauwdruppels op een spinnenweb

woensdag, 11 november 2015

dauw in web 9-2015 3968Als je nu vroeg in de ochtend naar het bos gaat, vind je overal spinnenwebben. Omdat het ’s morgens nog erg vochtig is, zijn ze makkelijk te vinden. Honderden webjes glinsteren je dan tegemoet en ineens valt op hoe enorm veel spinnen er eigenlijk zijn. De zware dauwdruppels hangen als pareltjes aan een ketting en rekken het flexibele zijde tot het maximum uit. Toch lopen deze druppels niet snel in elkaar over, ze ontstaan op regelmatige afstand van elkaar en zitten stevig op hun plek. Dit komt doordat de dauw op de minieme bolletjes lijm condenseert die de spin op het web heeft achtergelaten. Als spinnen hun web weven, bestrijken ze een vangdraad met lijm en trekken hem even aan. Door hem daarna te laten schieten trilt deze draad als een snaar en verdeelt de lijm zich als kleine druppels over de lengte van de draad. Omdat deze lijmdruppels een groter oppervlak hebben dan de zijdedraad zelf, condenseert hier water. Dit accumuleert zich al snel tot een druppel, waarbij de oppervlaktespanning ervoor zorgt dat hij als een pareltje om de lijmdruppel op het web blijft zitten.

lees verder...

Herfstkinderen

maandag, 9 november 2015

loonse en drunense duinen 11-2015 4237Ik hou van de herfst. Ik hou van het lage licht en de frisse geuren. Van de donkere luchten en de snelle wolken. Het is verreweg mijn favoriete seizoen. De contrasten van de zomer zijn mij te fel, de kleuren te bleek en de schaduwen te koud. In de herfst zijn de contrasten zachter en krijgen de schaduwen kleur. Het licht kaatst dan tussen de bomen en de huizen en schijnt rechtstreeks mijn kamer binnen. Het is niet vreemd dat ik van dit seizoen hou, mijn zoontje doet dat ook. Net als mijn vader en diens vader. Al generaties lang worden de kinderen van mijn familie in de laatste maanden van het jaar geboren. Wij zijn allemaal herfstkinderen.

lees verder...

Dode vogel in fontein

dinsdag, 3 november 2015

dode vogel in fontein 10-2015 7539In Antwerpen ligt aan de Wapper een fonteintje. Zomers zitten er vaak mensen op de rand een broodje te eten. Terwijl ze naar de voorbijgangers kijken, spuiten er achter hen straaltjes water omhoog. Het water schiet omhoog, valt terug in de fontein en wordt weer opnieuw omhooggeschoten, keer op keer. In de hoek van de fontein zit een rooster, dit zorgt ervoor dat er geen vuil bij de waterpomp kan komen. Hier verzamelt zich allerlei afval. In het olieachtige water dobberen daar dode bladeren, plastic zakjes, sigarettenpeuken en koffiebekertjes. Laatst lag er zelfs een dode vogel tussen. Met zijn vleugels als drijvers en zijn kop als boegbeeld omhoog, dreef hij als een verlaten schip in de trage draaikolk bij het rooster. Gevangen tussen het andere vuil draaide hij rondjes om het afvoerputje. 

 

Lees ook: Dode krabben, Dode reiger, Dode duiven, Vogelmummie en Dode dieren.

lees verder...

De bloemen in een zonnebloem

maandag, 2 november 2015

zonnenbloem 9-2015 3802Een zonnebloem is niet één bloem maar een verzameling van honderden kleine bloempjes. Deze zitten allemaal bij elkaar op een grote schijf. De omringende krans van bloemblaadjes zijn ook losse bloempjes, de straalbloemen. Deze zijn geslachtsloos en dienen om de aandacht op de kleinere schijfbloemen op de schijf te richten. De bloembladen van zo’n schijf- of buisbloem, zijn vergroeid tot een smalle buis. Deze bloemen zitten op de meest efficiënte manier in spiralen bij elkaar gepakt, zo’n  1000 tot 2000 per zonnebloem. Als je een zonnebloem van dichtbij bekijkt, kun je goed de afzonderlijke bloemen zien. Ze staan als kleine vaasjes met een rode rand om hun hals op elkaar gepakt. Als ze open gaan, schuiven ze twee meeldraden naar buiten. Deze krullen zich om en staan als wuivende armen naast elkaar in het gelid.

 

Het volksgeloof dat deze planten met hun bloemhoofd de zon volgen, geldt alleen voor nog onvolgroeide planten. Zodra de bloem zich opent, verstijft de bloemstengel en verliest de plant dit vermogen, de bloemhoofden blijven dan naar het oosten gericht.

lees verder...

Een vol leven

maandag, 2 november 2015

Naarmate mensen ouder worden kijken ze vaker terug op hun leven. Ze vragen zich dan af of ze wel voldoende hebben bereikt, of ze wel genoeg hebben geleefd. Alsof een leven pas compleet is, als het vol is. Vol met ervaringen en gebeurtenissen. Het is echter mijn ervaring dat ik mezelf het meeste op mijn plek voel als ik even stilsta, door een raam naar buiten kijk, of dagdroom. Op dat soort momenten heb ik het meeste het gevoel dat ik in dit leven sta. En hoewel ik het heerlijk vind om bergen te beklimmen, prestaties te leveren en mezelf continu uit te dagen, zou ik hier alleen weinig voldoening uit halen. Zonder de rust om dergelijke ervaringen te verteren worden ze slechts gebeurtenissen. En het laatste dat ik wil is dat het leven een gebeurtenis wordt, iets dat me overkomt. Daarom zet ik er af en toe expres de rem op. Dwing ik mezelf om stil te staan. Probeer ik om van alles een belevenis te maken. Het zit hem tenslotte niet alleen in wat je doet, maar vooral ook in hoe je dat ervaart.

 

Lees ook: De volle wereld.

lees verder...

Kleine stinkzwam (Mutinus caninus)

zondag, 1 november 2015

Kleine stinkzwam (Mutinus caninus) 9-2015 4040Kleine stinkzwam (Mutinus caninus) 9-2015 4042Deze zwam ontwikkelt zich net als zijn grotere broer, de Grote stinkzwam (Phallus impudicus) uit een heksenei. De kleine stinkzwam is niet alleen veel kleiner (8 tot 12 cm) maar heeft ook een voorkeur voor vermolmde stronken. Hij dankt zijn Latijnse en tweede Nederlandse naam, Hondsphallus niet alleen aan de gelijkenis met een hondenpenis, maar ook aan het feit dat honden blijkbaar dol zijn op deze zwam en hem graag eten. De duivelseieren worden 2 tot 4 cm groot. Je vindt deze paddenstoelen vaak in groepjes bij elkaar. De Kleine stinkzwam behoort niet tot het Phallus-geslacht, deze kenmerkt zich door een geribde top, maar tot het Mutinus-geslacht waarvan het sporenkapje vast is aangegroeid en net als de steel een sponsachtige structuur heeft. De top van deze stinkzwammen is bedekt met een olijfgroene sporenmassa (gleba). Deze verspreidt een aasgeur waar veel vliegen op afkomen, die zorgen voor de verspreiding van de sporen. Het sporenkapje is oranje tot roze en vaak zichtbaar onder de gleba, hierdoor wordt hij soms wel eens verward met de veel zeldzamere Roze stinkzwam (Mutinus ravenellii). Deze heeft echter een duidelijk roze stam, terwijl die van de Kleine stinkzwam wit tot gelig is. Als je dichtbij komt ruikt hij naar kattenpoep. Zijn geur is echter minder penetrant dan die van de Grote stinkzwam, die je vaak alleen al op zijn geur kunt vinden.

 

Lees ook: Grote Stinkzwam (Phallus impudicus) en Onbeleefde lul.

lees verder...

Niet helemaal bij

woensdag, 28 oktober 2015

Laatst was ik in een winkel waar een oude vrouw onwel werd. Ze was samen met haar man een magnetron aan het uitzoeken toen ze ineens steken in haar borst kreeg. Ze trok wit weg, begon te zweten en werd duizelig. Gelukkig was de verkoper waar ze mee in gesprek was alert. Hij wist haar tijdig op te vangen. De oude vrouw voelde zich zo beroerd dat men een ambulance belde. Deze was snel ter plaatse en controleerde als eerste het bewustzijnsniveau van de oude vrouw. Ze was niet helemaal bij en reageerde paniekerig. De broeders gingen snel aan het werk, al die tijd stonden er op respectvolle afstand mensen te kijken. Iedereen leefde mee, behalve haar man. Die was meer geïnteresseerd in een magnetron dan zijn vrouw. Terwijl zijn lijkbleke partner met haar vingers in de lucht klauwde, stelde hij aan een verbouwereerde verkoper vragen over wattages. Uiteindelijk besloten de broeders om de vrouw voor verder onderzoek mee naar het ziekenhuis te nemen. Samen met haar man, maar niet voordat hij eerst nog even om een foldertje van een magnetron had gevraagd.

lees verder...

Zelfgemaakt mes no. 3

dinsdag, 27 oktober 2015

zelfgemaakt mes no3 10-2015 4222-4226zelfgemaakt mes no3 10-2015 4228-4230Dit mesje is eigenlijk een proefwerkstuk voor een luxer mes dat ik uit damaststaal wil gaan maken.  Ik wilde van te voren weten of het ontwerp zou werken en of het goed in de hand ligt. Het mes is precies 20cm lang en 100 gram zwaar. Het draaipunt ligt in het midden, centraal tussen de vingergroeven. Om de balans en het gewicht goed te krijgen, is de tang uitgeboord en loopt hij naar achteren taps toe. Het lemmet en de bolsters zijn uit O2 staal gemaakt en de schalen zijn van zwart gestabiliseerd hout. Achter de bolsters en aan de zijkanten tussen de schalen, zijn stukjes giraffebot ingelegd. Daar had ik nog wat van over, van mijn vorige project. Op de foto kun je het verschil in kleur tussen het staal van de tang en de stukjes bot helaas niet zo goed zien. In het echt vallen de drie lichte vlakken van het bot ten opzichte van de donkere spacers en schalen echter goed op. Als ik het mes straks in damaststaal ga uitvoeren denk ik dat ik aan de zijkanten bij de overgangen  van bot naar staal ook nog spacers plaats, waarschijnlijk wordt het lijnenspel daar wat speelser door. Ook ben ik van plan om met messing bolsters en blauw gestabiliseerd giraffebot te werken. Hopelijk geeft dat een mooie kleuren- en structurencombinatie met het donkere damaststaal. Aan het ontwerp verander ik verder niets. Het mesje ligt bij mij perfect in de hand en heeft een heel prettig gewicht.

 

Lees ook: Tweede zelfgemaakte mes, Schede voor zelfgemaakte mes en Zelfgemaakt mes.

lees verder...

Stan de Tyrannosaurus

zaterdag, 10 oktober 2015

stan oslo 8-2015 8394stan oslo 8-2015 8391Een aantal maanden geleden stond ik voor het eerst oog in oog met een Tyrannosaurus rex, althans met het skelet ervan en dan zelfs nog een replica. Maar dat maakte het niet minder indrukwekkend. In het Oslo Natuur Historische Museum staat een afgietsel van Stan, een van de beroemdste Tyrannosaurussen ooit. Je loopt het relatief kleine museum in en direct in de eerste zaal aan de linkerkant staat hij, in het halfduister onder een paar spotjes. Hij staat op de juiste manier met zijn massieve kop naar voren en zijn lange staart als balans recht naar achteren. En dus niet zoals je hem nog steeds vaak ziet afgebeeld, rechtop als een hondje dat een kunstje doen.

 

In 1987 vond Stan Sacrison in Hell Creek, South Dakota, een van de meest complete Tyrannosaurus skeletten ter wereld. Men vond 199 losse botten, zo’n 70% van alle botten uit het skelet. Het heeft jaren geduurd voor het gehele skelet was opgegraven en ca 30.000 uur om het te prepareren.  Dit skelet, vernoemd naar zijn vinder, is sindsdien ruim dertig maal als afgietsel gereproduceerd. Je komt het overal op de wereld in musea tegen en zou er voor 100.000 dollar zelf één kunnen kopen. Alle schedelbotten waren nog intact en zaten los. Hierdoor kon men zijn schedel tot in details bestuderen. In 2005 gebruikte de BBC een model van Stan zijn schedel om de bijtkracht van een Tyrannosaurus te bepalen. Men kwam uit op een ongelooflijke bijtkracht van 3000 kilo per vierkante centimeter. Ruim voldoende om een forse dinosaurus in één beet door midden te bijten.

 

stan oslo 8-2015 8397Veel van Stan zijn tanden lagen los in het gesteente. Omdat elke tand een specifieke vorm heeft kon men ze goed in de 58 holtes van zijn kaken terugplaatsen. Tyrannosaurussen vervingen hun tanden regelmatig, de lange wortel van een oude tand loste op en de kroon viel uit, waarna er weer een nieuwe tand op dezelfde plaats groeide. Stan zijn skelet droeg forse littekens. Meerdere van zijn ribben waren ooit gebroken en twee van zijn nekwervels waren na een gebroken nek aan elkaar vergroeid. In zijn kaak zaten enkele grote ronde gaten met gladde randen, die overeen komen met de beet van een Tyrannosaurus en achterop zijn kop, waar de machtige nekspieren zijn aangehecht, mist Stan zelfs een stuk van zijn schedel. Daar zit een gat dat overeenkomt met de vorm van een tand uit de onderkaak van een Tyrannosaurus. Stan heeft dus niet alleen een gevecht met een andere Tyrannosaurussen gevoerd, maar deze ondanks zijn gruwelijke verwondingen nog overleeft ook.

 

Dankzij Stan zijn schedelbotten weten we nu ook dat een Tyrannosaurus, net als een slang, de botten van zijn schedel kan bewegen om een nog grotere beet uit zijn prooi te nemen. Deze flexibele schedelbotten werkten ook als schokbrekers en zorgden ervoor dat er minder stress op zijn tanden stond als hij door de botten van een prooi beet. Aan slijtplekken op zijn tanden kon men zien dat de tanden van zijn onderkaak binnen die van zijn bovenkaak pasten en zijn kaken zich als een enorme schaar sloten.

 

Uiteindelijk is Stan natuurlijk toch gestorven, zijn lichaam viel op het zand van een oever, waar zijn rottende karkas door aaseters uit elkaar werd  getrokken en zijn vele botten werden verspreid. Zijn skelet werd door de wassende rivier overspoeld en zijn botten voor 65 miljoen jaar verborgen.

 

Lees ook: Tyrannosaurus rex: gevaarlijke jager of aaseter.

lees verder...