Weblog

Paralejurus elayounensis

dinsdag, 26 april 2016

paralejurus sp 4-2016 8619Deze trilobiet heb ik een paar weken geleden in Antwerpen tijdens de mineralenbeurs Minerant gekocht. Waarschijnlijk had de Marokkaanse standhouder geen goede zaken gedaan en moest hij koste wat kost zijn spullen kwijtraken om tenminste zijn reis- en beurskosten er uit te halen. Hij was hartstikke chagrijnig en dumpte op de laatste uren van de beurs zijn goederen voor belachelijk lage prijzen. Ik heb me dus toch weer laten verleiden om wat spullen te kopen, zoals deze mooie geprepareerde trilobiet. Naar mijn beste weten is dit een Paralejulus alayounensis. Deze soort behoort tot de Styginidae, een uitgestorven familie van trilobieten die tijdens het Devoon leefden. Paralejurus leefde 410 miljoen jaar geleden, op en in het substraat van de warme oerzeeën van het continentale plat. Hier voedde hij zich met afval en micro-organismen. Zijn sterk gewelfde exoskelet zonder duidelijke oppervlakte structuur was uitermate geschikt om zich in de losse bodem in te graven.

 

paralejurus sp 4-2016 8620paralejurus sp 4-2016 8618Zijn Cephalon (kop) is glad en bol en heeft twee halvemaan vormige ogen, waarvan de facetten zo klein zijn, dat je ze zonder loep niet kunt zien. Zijn Thorax (middenstuk) heeft tien smalle segmenten waar zijn kieuwen en poten onder zaten en zijn Pygidium (achterlijf) is duimnagel-vormig en heeft 14 smalle radiaallijnen. Dit fossiel is tien cm lang en vanwege Paralejurus zijn gravende levenswijze worden deze fossielen uitsluitend in kalksteen gevonden, zoals in de kalksteen gebergtes van Marokko. De onderzijde van de kop van paralejurus heeft een groot aantal smalle richeltjes, die sterk aan een vingerafdruk doen denken. Deze lijnen noemt men ook wel een Bertillon patroon, naar de beroemde Franse criminoloog die vingerafdrukken opnam in zijn misdadigersidentificatie systeem. Deze richels geven de trilobiet extra grip tijdens het graven. Hoewel ik het helaas niet heb kunnen verifiëren, heb ik sterk het vermoeden dat deze patronen net zo uniek zijn als de lijnen op onze eigen vingers.

 

Lees ook: Marokkaanse trilobieten.

lees verder...

Zelfgemaakt mes no. 5

zondag, 24 april 2016

mes no 5 8604-8607 4-2016mes no 5 4-2016zelfgemaakt mes no 5 4-2016 8612Oorspronkelijk had dit mes een heel ander ontwerp. Maar tijdens het harden van het staal was het helaas kromgetrokken en werd ik gedwongen het ontwerp drastisch te herzien. Zoals vaak het geval is, zorgen dergelijke fouten of problemen juist voor betere oplossingen en is het uiteindelijke mes er alleen maar beter door geworden. Het staal is Takefu, een speciale staalsoort dat een kern van VG-10 heeft. Dit VG-10 is oorspronkelijk ontworpen door de Takefu Special Steel Co in Takefu Japan en heeft een hoog koolstofgehalte. Deze kern is tussen twee lagen nikkel en 64 lagen staal gesmeed. Na etsen worden de verschillende lagen weer zichtbaar en krijg je de karakteristieke donkere lijnen die enigszins op een houtnerf lijken. Het handvat is van waterbuffelhoorn, ebbenhout en wrattenzwijn-ivoor en heeft alpaca spacers. Het mes weegt maar 70 gram en voelt erg licht aan. Het hele mes is 21 cm lang, het lemmet vormt de helft van het mes en is 10,5 cm lang. Omdat de voorkant van het heft smal en hoog is en de achterzijde achthoekig en laag, past het goed in de palm van een hand, en geeft het voldoende houvast.

 

Bekijk ook: Zelfgemaakt mes no. 4, 3, 2 en 1.

lees verder...

De wapenwedloop van woerden

vrijdag, 22 april 2016

woerd wilde eend (Anas platyrhynchos) 3-2016 7645Onder de waterlijn verbergt deze prachtig gekleurde woerd een verschrikkelijk wapen. Een wapen dat gedurende een zeer lange wedloop tot monsterachtige proporties is uitgegroeid.

 

De meeste vogels hebben een cloaca, dat is niet veel meer dan een universele opening waar ze mee poepen en paren. Veel watervogels zoals eenden hebben echter een penis. En lullig genoeg is deze penis bij de agressiefste soorten het langst. Die van een gewone woerd is al snel 10 cm en bij sommige eenden neemt de penis meer de helft van hun totale lengte in. Dergelijke lange geslachten komen vooral voor bij soorten met een zogenaamde agressieve paring (lees verkrachting). Mannetjes proberen op die manier zoveel mogelijk nageslacht te verwekken. Maar het vrouwtje wil natuurlijk alleen door sterke mannetjes worden bevrucht en niet door de eerste de beste hitsige woerd. Om te voorkomen dat zij toch ongewenst zwanger wordt, is haar vagina als een doolhof geconstrueerd. Deze  is spiraalvormig met allerlei zijgangen en cul de sacs. De penis van een eend is echter ook als een kurketrekker gevormd en heeft allerlei knobbels en ribbels voor meer houvast. Tijdens een paring wurmt hij deze in een fractie van een seconde bij het wijfje naar binnen (om precies te zijn binnen 0,3 sec). De vagina van de wijfjes draaien echter de andere kant op dan de geslachten van de mannetjes en daardoor komt de penis van zo’n agressief mannetje meestal niet ver genoeg. Alleen als het vrouwtje met de paring instemt en zij haar spieren spant en ontspant kan de penis van het mannetje op de juiste manier bij haar binnendringen om haar te kunnen bevruchten, anders blijft hij ergens in een doodlopend zijgang steken. Deze voorziening voorkomt weliswaar “ongewenste” zwangerschappen, maar helaas niet dat veel vrouwtjes zo’n agressieve paring niet overleven. Want de meeste paringen vinden op het water plaats en het mannetje duwt het wijfje daarbij vaak zo lang onder water, dat ze verdrinkt.

 

Lees ook: Traumatische inseminatie, Tegengesteld gedraaide geslachtsorganen, Vies zaad, Aura seminalis en Penisschermen.

lees verder...

Aalscholvers in het Naardermeer

woensdag, 20 april 2016

grote aalscholver (phalacrocorax carbo) 4-2016 8296grote aalscholver (phalacrocorax carbo) 4-2016 8208grote aalscholver (phalacrocorax carbo) 4-2016 8321grote aalscholver (phalacrocorax carbo) 4-2016 8194grote aalscholver (phalacrocorax carbo) 3-2016 6878Net als bij de Amsterdamse waterleidingduinen nestelen de aalscholvers in het Naardermeer hoog in de bomen. Omdat beide gebieden veel vossen hebben, zijn nesten op de grond niet veilig. Ook niet op de vele kleine eilandjes. Vossen kunnen goed zwemmen en steken graag wat water over om een nest leeg te roven. De aalscholvers hebben zich daarom aangeleerd om in bomen te nestelen. Hoewel ze daar eigenlijk niet op zijn gebouwd, ze hebben er de poten en balans niet voor, bouwen ze daar nu grote kolonies. Omdat aalscholvers steeds naar hun oude nest plek terugkeren, kunnen deze kolonies behoorlijk groot worden.  De sterkste aalscholvers nestelen het hoogst, zodat zij geen stront van een andere aalscholver op hun kop krijgen. In het ondiepe water van het Naardermeer groeien relatief veel planten en dat, samen met het slechte zicht in het troebele water, belemmerd de aalscholvers bij het vissen. Daarom vliegen ze voor hun voedsel helemaal naar het Markermeer. In dat heldere water jagen ze tot op twintig meter diepte op brasem en pos. Ondanks hun naam eten ze zelden paling.

 

Lees ook: Grote Aalscholver (Phalacrocorax carbo).

lees verder...

Het gras van de buurman

zaterdag, 9 april 2016

Het gras aan de overkant is niet alleen groener, het groeit ook sneller, is makkelijker om te maaien en hoeft nooit bemest te worden. Dit is dan ook de enige reden dat het grasveldje van de buurman er mooier bij ligt. Het heeft niets te maken met de tijd en moeite die hij daar in steekt, het komt hem gewoon aanwaaien. Dit in tegendeel tot jouw veldje, ondanks alle liefde die je er in steekt, wil het maar niet groeien. Maar daar kan jij niets aan doen, jouw aarde is nou eenmaal anders, je huis ligt niet goed en de zon draait de verkeerde kant op. God verhoede dat iemand iets negatiefs zegt over jouw verdorde veldje. Ze moeten hun mond houden, het is  tenslotte niet jouw schuld, de buurman heeft het nu eenmaal makkelijker. En nooit maar dan ook nooit zal je toegeven dat hij er harder voor werkt of hem om advies vragen, waarom zou je ook. Jij kan er toch ook niets aan doen dat het bij jou niet lukt?

 

PS. Voor diegenen die het niet begrijpen, dit is cynisch bedoeld en verwijst naar de manier waarop sommige mensen praten over de prestaties van anderen.

lees verder...

Kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus)

zaterdag, 9 april 2016

kokmeeuw (Larus ridibundus) 3-2016 6105Toen ik vroeger op vier hoog achter op een flatje aan de rand van de stad woonde, waren er altijd kokmeeuwen in de buurt. We gooiden dan soms broodkorsten van het balkon omlaag en keken hoe ze deze in een scheervlucht uit de lucht snaaiden. Kokmeeuwen zijn enorm wendbaar en kunnen met hun lange spitse vleugels een hoge snelheid bereiken. Ik heb eigenlijk nooit meegemaakt dat ze zo’n korst niet vingen en deze de grond haalde. Kokmeeuwen zijn niet schuw en leven graag in de nabijheid van mensen. Het zijn dan ook echte opportunisten die bijna overal hun kostje bij elkaar kunnen scharrelen. Ik heb ze vroeger regelmatig jonge eendenkuikentjes uit de sloot zien pikken of op zoek naar restjes vuilniszakken zien opentrekken. Hoewel ze graag in groepen bij elkaar zitten houden ze altijd een gepaste afstand, je zult ze behalve als ze vechten of paren dan ook zelden minder dan 30 centimeter van elkaar af zien zitten. Ze zijn behoorlijk agressief en bij het minst geringste laten ze hun karakteristieke juichroep horen.

lees verder...

Bomen groeien naar beneden

woensdag, 6 april 2016

Sommige dingen laten zich moeilijk in woorden schetsen, die zou je eigenlijk moeten filmen. Een tijd geleden was ik in een bushokje gaan schuilen. Het regende en de lucht was asgrauw. Naast het hokje stonden een paar kale bomen. Er kwam weinig verkeer langs en het werd langzaam lichter. Het leek alsof de lucht zich tot dunne takjes condenseerde en dat de hemel langzaam, als inktdruppels in een glas water, leeg liep. Steeds meer donkere lijnen voegden zich bij elkaar en vormden uiteindelijk een donkere stam die zich in de grond goot en daar langzaam als water weer uitvloeide. Als het regent, groeien bomen naar beneden.

lees verder...

Huismus (Passer domesticus)

woensdag, 6 april 2016

huismus (Passer domesticus) 4-2016 7806Vroeger zag je ze overal, nu beginnen ze zo schaars te worden dat men al speciale nestkasten moet ophangen om ze een broedkans te bieden. In mijn jeugd had ik nooit kunnen vermoeden dat de alom vertegenwoordigde huismus ooit nog eens op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten terecht zou komen. De afname van het aantal huismussen begon in de jaren tachtig en gaat sindsdien steeds sneller. We zitten nu op nog maar 50% van het totale aantal broedparen en ze verdwijnen zo langzamerhand uit ons straatbeeld. Ik herinner me nog dat je bijna niet op een terrasje kon gaan zitten, zonder dat dit kleine brutale vogeltje de broodkruimels van je bordje kwam pikken. Als een kleine bruine tennisbal stuiterden ze tussen de tafelpoten en bij het minst geringste stoven ze massaal kwetterend in de struiken. Zelfs bij het oude flatgebouw waar ik ben opgegroeid zaten er ontelbaar veel musjes in de schaarse bosjes bij de straatkant. Je hoorde ze de hele dag door tjilpen en ze kwamen regelmatig op ons balkon. Blijkbaar worden onze steden te netjes en blijft er te weinig voer en nestruimte voor deze kleine schobbejakken over. En dat vind ik echt jammer. Gelukkig hangen er bij ons in de buurt nu al aardig wat nestkasten waar de huismus dankbaar gebruik van maakt. Als iedereen nu, net als vroeger, de broodkruimels van het tafelkleed gewoon uit het raam schudt, komen ze er misschien wel weer bovenop.

lees verder...

Mandarijneend (Aix galericulata)

dinsdag, 5 april 2016

Mandarijneend (Aix galericulata)4-2016 7880Bij ons achter het Wilhelminakanaal ligt een klein parkje met een vijver. Afgezien van wat vissers en mensen die hun hond uitlaten zie je er bijna nooit iemand. Maar er zitten wel veel watervogels. Ik zie er regelmatig Egyptische ganzen, futen,  kuifeenden en laatst zelfs een mandarijneend. Deze vogel lijkt nog het meest op een door een kind ingekleurde kleurplaat. Mandarijneenden komen oorspronkelijk uit Oost China en Noord Korea. In de 18e eeuw werden ze als siervogel naar Europa geïmporteerd. Het eerste gedocumenteerde wilde broedpaartje in Nederland stamt uit 1964. Sindsdien zijn ze wel wat in aantal toegenomen maar is het nog steeds een zeldzame verschijning. Deze vogels  liggen hoog op het water en met het zonlicht op hun veren vallen ze goed op. De mannetjes verliezen in de rui hun mooie baltskleed, ook de snavel kleurt dan minder rood en de poten minder geel. Omdat het mannetje dan vrijwel zijn volledige verenkleed wisselt, waaronder ook zijn slagpennen, kan hij geruime tijd niet vliegen en is hij kwetsbaar. Pas in de herfst krijgt hij weer zijn mooie baltskleed terug.

lees verder...