Weblog

Het groen in de zee

dinsdag, 28 juni 2016

meeuwen aan zee 6-2017 0327Een blauwe zee is een utopisch beeld, dat ik alleen ken van ansichtkaarten. Onze Noordzee is eerder groen dan blauw. Iedereen weet waarschijnlijk wel dat water blauw lijkt, vanwege de diffractie van het licht. De korte golflengtes (blauw) worden naar onze ogen teruggekaatst en de lange (rood) geabsorbeerd. Zeewater bestaat echter niet alleen uit water, het bevat allerlei stoffen zoals zand, plankton en organisch afval, die de kleur van het water beïnvloeden. Deze stoffen voegen extra kleuren, zoals groen, geel en bruin, toe aan het blauwe pallet van het water. De hoeveelheid fytoplankton is hierbij grotendeels bepalend voor de uiteindelijke kleur van het zeewater. Deze eencellige algen gebruiken koolstofdioxide en licht om van te groeien en geven daarbij, net als alle planten, zuurstof af. Ze nemen veel CO2 uit de atmosfeer op en zijn verantwoordelijk voor bijna de helft van alle zuurstof op Aarde.

 

Fytoplankton reflecteert groen licht en absorbeert de rode en blauwe golflengtes, hierdoor kleurt de zee tussen maart en september vaak groener. Dit zijn de maanden waarin fytoplankton, dankzij de energie van de zon, het talrijkst zijn. Dit zijn ook de maanden waarin het groene fytoplankton verantwoordelijk is voor het bruine schuim op de stranden. Bruin en groen zijn kleuren die ik eerder met zee associeer dan blauw.

 

Lees ook: Bruin schuim aan het strand, Rood of blauw en Violet.

lees verder...

Gele avondlucht

zondag, 26 juni 2016

onweerslucht 6-2016 0380

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees ook: Onweer.

lees verder...

Laplanduil (Strix nebulosa)

zondag, 26 juni 2016

Laplanduil (Strix nebulosa) 6-2016 0529Hoewel deze uil bijna net zo groot is als een oehoe, weegt hij maar de helft. Dat komt omdat de helft van zijn omvang uit veren bestaat, als je hem zou plukken hou je een schriel vogeltje over dat amper groter is dan een kerkuil . Deze dikke veren beschermen hem tegen de koude op het noordelijke halfrond, waar hij in de besneeuwde naaldwouden van Europa, Noord-Amerika en Azië leeft. Het is een van de meest noordelijk broedende uilen en hij heeft zich gespecialiseerd in het jagen op woelmuisjes die zich onder een dikke laag sneeuw bevinden. Alle uilen hebben goede oren, maar die van de laplanduil zijn ronduit fenomenaal. Zij kunnen zelfs het geritsel van een muisje onder een zestig centimeter dikke lag sneeuw waarnemen.

 

Laplanduil (Strix nebulosa) 6-2016 1258Laplanduil (Strix nebulosa) 6-2016 0563Zittend op een tak scant hij met zijn grote schijfvormige kop de omgeving af. Hij vliegt langzaam, met traag bewegende vleugels vlak over de grond. Hij lijkt daarbij wel wat op een vliegtuigmotor met vleugels en heeft een bijna omgekeerde aerodynamica. De voorkant van zijn kop is volledig vlak terwijl de dikke cilinder van zijn lichaam naar zijn staart steeds platter wordt. Zijn vleugels aaien soms bijna het sneeuwoppervlak tot hij zich door de dikke laag sneeuw heen op zijn nietsvermoedende prooi stort. Als hij tussen de bomen door scheert, vouwt hij vaak op het laatste moment snel zijn vleugels in, waardoor hij een stuk smaller wordt en niet van zijn vluchtlijn hoeft af te wijken. Hierdoor houdt hij zicht op zijn prooi en voorkomt hij dat zijn vleugels een boomtak raken. Hoewel zijn veren hem goed beschermen laten ze zich soms ondersneeuwen om zich tegen extreme koude te beschermen.

 

De laplanduil kan 70 cm groot met een spanwijdte van 145 cm worden, toch weegt hij slechts 900-1200 gram. Een bijna even grote oehoe weegt tussen de 1,5 en 4,2 kilo. Oehoes zijn dan ook vele malen sterker en slaan ook grotere prooien zoals hazen en duiven. Een enkele keer wordt er een laplanduil in Nederland gesignaleerd, meestal betreft het echter een ontsnapt exemplaar. Door de opwarming van de aarde zal zijn leefgebied zich steeds noordelijker gaan verschuiven.

 

Lees ook: Kerkuil (tyto alba) en Ransuil (asio otus).

lees verder...

Bruin schuim aan het strand

zaterdag, 25 juni 2016

bruinalg (Phaeocystis puochetii) 6-2016 0357Als het water aan zee zich tijdens eb terugtrekt, blijven er altijd kleine geulen en slikken onder water staan. Meestal zie je hier veel vogels naar iets eetbaars scharrelen, zoals sternen die op zoek zijn naar visjes in de kleine plassen die tijdelijk zijn afgesloten van de zee. Maar als er schuimalg aan de vloedlijn ligt, zijn ook deze poelen vaak bedekt door een laag bruin schuim. Door het wassende water lijkt deze golvende laag op de marmerbladen die wij vroeger op school maakten.  Langzaam bewegende patronen en lijnen volgen dan de stroming van het water en geven het geheel het uiterlijk van een buitenaardse planeet. Af en toe vormt zich een draaikolk met daarin een klein eiland van schuim, tot het weer in dunne slierten uit elkaar wordt getrokken. Het is een hypnotiserend beeld, waar ik uren naar zou kunnen kijken.

 

bruinalg (Phaeocystis puochetii) 6-2016 0351Dit bruine schuim kan onder de juiste condities het hele strand bedekken en er zijn zelfs gevallen bekend waarbij deze laag enkele meters dik was. Het schuim is afkomstig van Phaeocystis puochetii, een fytoplankton. Deze microscopisch bruinalgen vermenigvuldigen zich in het voorjaar razendsnel. Dit alg kent twee vormen, een vrij zwemmende eencellige vorm en een gelatineuze koloniale vorm. In deze koloniale vorm klonteren ze massaal bij elkaar. Algen hebben zonlicht nodig om voedsel aan te kunnen maken, in hun koloniale vorm slaan ze de aangemaakte voedingstoffen op in de gelatine, zodat ze ook ’s nachts kunnen doorgroeien. Als de algen sterven, blijft het gelatine over. Dit wordt door de golven tot een losse schuimlaag geklopt en kleurt bruin door het fijne zand dat in het schuim is gevangen. Dit schuim wordt door de wind en golven het strand op geblazen, waar het blijft liggen tot het door bacteriën weer wordt afgebroken. Omdat er ’s winters te weinig zonlicht is om deze bruinalgen te laten groeien, vind je dit schuim vrijwel alleen tussen maart en september.

 

lees verder...

Wulkeneieren

donderdag, 23 juni 2016

wulkeneieren 6-2016 0313Uit elk los blaasje van deze vuistgrote eiercapsule zaten honderden eitjes van de wulk, één van Nederlands grootste huisjesslakken. Ondanks de vele duizenden eitjes die er in één zo’n kluwen zaten, zullen er slechts enkele tientallen zijn uitgekomen. De jonge larven leven eerst nog een tijdje in de capsule tot ze wat groter zijn en een ca 3mm groot huisje hebben. In de tussentijd eten ze de niet uitgekomen eitjes. Oorspronkelijk zaten deze wulken-eiercapsules vast aan rotsen of planten, maar na verloop van tijd raken ze los en worden ze over grote afstanden door de golven meegevoerd. Na een storm spoelen ze vaak op onze stranden aan. Vroeger werden ze door vissers verzameld en nadat ze waren gedroogd, gebruikt om de handen mee af te vegen.

lees verder...

Kerkuil (Tyto alba)

woensdag, 22 juni 2016

kerkuil (tyto alba) 6-2016 0490Deze geluidloze jager met zijn witte masker en pikzwarte ogen heeft menig wandelaar met zijn schrille gekrijs de stuipen op het lijf gejaagd. Vroeger dacht men dat het zien van deze uil een kwaad voorteken was. Ze noemden hem witte juffer, kerkhof-uil of lijken-uil en spijkerden hem tegen de schuur om het kwaad op afstand te houden. Het is jammer dat men zich zo lang door dit oude bijgeloof heeft laten leiden, want er is geen dier zo nuttig voor de boeren als een kerkuil. Vergeleken met andere uilen heeft de kerkuil een erg hoog metabolisme en heeft hij dus meer voedsel nodig. Elke nacht eet hij voor bijna een kwart van zijn eigen lichaamsgewicht. Daarnaast stopt hij niet met jagen tot hij verzadigd is maar bewaard hij extra gevangen prooien vaak in de buurt van zijn nest. Omdat hij vrijwel uitsluitend op kleine knaagdieren zoals muizen jaagt, houdt hij deze populaties dus goed onder controle. Kerkuilen zijn hierin zelfs efficiënter dan katten of het gebruik van gif.  

 

kerkuil (tyto alba) 6-2016 0406kerkuil (tyto alba) 6-2016 0390Kerkuilen jagen vrijwel uitsluitend op dieren op de grond en lokaliseren deze met hun scherpe gehoor. Hun oren staan asymmetrisch in hun kop en de schotel van veren om hun ogen zorgt ervoor dat zelfs het miniemste geluid naar hun oren wordt geleid. Ze worden vaak net na de schemer actief en kunnen in het volstrekte donker jagen. Ze houden van open grasland en jagen graag aan de grens van bouwgrond en bomen.

 

kerkuil (tyto alba) 6-2016 0456kerkuil (tyto alba) 6-2016 1049Ze hebben lange brede vleugels waarmee ze snel en abrupt kunnen keren. Hun veren hebben speciale haarachtige extensies waardoor de turbulentie van de lucht die over hun vleugels strijkt, wordt verminderd en hun vleugelslag geluidloos is. In de schemer zie je ze soms op en paal of tak zitten om de omgeving in de gaten te houden. Als ze opvliegen zijn ze herkenbaar aan hun golvende vlucht en hun lange slanke poten die ze los onder zich laten hangen.

 

kerkuil (tyto alba) 6-2016 1076De kerkuil is een evolutionair succes. Ze komen over de gehele wereld voor, behalve op de zuidpool, en zijn één van de meest wijdverspreide vogels ter wereld. Er zijn 35 ondersoorten bekend. Ze worden tussen de 33 en 39cm lang en hebben een spanwijdte tot 95cm. Ze paren voor het leven en het vrouwtje broedt de eieren uit. Gedurende die tijd is zij voor haar voedsel volledig van het mannetje afhankelijk. De voornaamste natuurlijke vijand die ze in Nederland hebben is de buizerd.

 

Lees ook: Ransuil (Asio otus).

lees verder...

Jonge merels

maandag, 20 juni 2016

jonge merels 6-2016 1536Ieder jaar bouwt een paartje merels in onze tuin een nestje. Vorig jaar had een buurtkat de eitjes opgegeten, maar dit jaar zijn ze wel uitgekomen. De vader en moeder zaten om de beurt op de eitjes en nu ze jonkies hebben, zijn ze tot het donker wordt in de weer om ze te voeren. De kuikens zijn nog maar net uit het ei, en nog te zwak om hun grote koppies op hun dunne nekjes langere tijd overeind te houden. Hun ogen zuitten nog dicht en als er geen ouder op het nest zit, liggen ze als een kaal hoopje ellende over elkaar om warm te blijven. 

broedende merel 6-2016 0239mereleitjes 6-2016 0223

Lees ook: Vliegoefeningen van een jonge merel.

lees verder...

Zonne-kruiersslak (Stellaria solaris)

zondag, 19 juni 2016

Zonne-kruiersslak (Stellaria solaris) 5-2016 9447Deze schelp behoort tot de Xenophotidae, de kruierslakken. Deze unieke slakken gebruiken hun voet om stukjes steen, koraal of schelp aan hun huisje te hechten. Over het algemeen wordt aangenomen dat ze dit doen om zichzelf te camoufleren of te voorkomen dat de schelp wegzinkt in het zand. Stellaria is, omdat hij meestal geen aanhangsels heeft, eigenlijk een uitzondering binnen dit geslacht, maar volledig gave exemplaren zijn toch zeldzaam. Deze schelp komt bij Puger uit Oost-Java vandaan. De stekels aan de rand van de windingen liggen steevast in de onderliggende winding gedrukt.

 

Zonne-kruiersslak (Stellaria solaris) 5-2016 9449Zonne-kruiersslak (Stellaria solaris) 5-2016 9450Deze slakken leven op zandbodems voor de kust en hebben een dun hoornachtig operculum. Het huisje is dunschalig en de stekels zijn hol. Ze worden ongeveer 8,5 cm groot. In 1705 kwam de eerste schelp van deze soort in Europa terecht en sindsdien gold hij als een grote zeldzaamheid. Na de tweede wereldoorlog werden er door Filipijnse diepzeevissers middels trawlers meerdere schelpen gevonden en momenteel zijn ze vrij makkelijk te krijgen. Ondanks dat deze schelp wel wat lijkt op Guildfordia triumphans, een tulbandslak, zijn ze toch niet verwant.

lees verder...