Weblog

Angaria vicdani

woensdag, 8 juni 2016

Angaria vicdani 5-2016 9416-Dit waanzinnig mooie schelpje is super kwetsbaar. De vele uitsteeksels zijn heel breekbaar en blijven makkelijk ergens achter haken. Je komt ze in verschillende kleurvariaties tegen, van hardroze tot zachtgroen. Deze soort is nog relatief kort bekend, hij werd pas in 1980, door Kosuge, voor het eerst beschreven. Hij dankt zijn soortnaam vicdani aan Victor Dan, een bekende Filipijnse schelpenverzamelaar.

 

Angaria vicdani 5-2016 9419-Angaria vicdani 5-2016 9398Net als Guildfordia triumphans behoort deze schelp tot de tulbandslakken (Turbinidae). Ze hebben allemaal een kenmerkende diepe navel en een ronde mondopening die bij leven volledig wordt afgesloten door een hoornachtig operculum. Angaria vicdani-slakken zijn vegetarische koraalrifbewoners die in diep water bij de Filipijnen voorkomen. Ze kunnen 7cm groot worden en zijn gewild bij verzamelaars. Omdat de navel is omgeven door een dubbele rij korte uitsteeksels lijkt deze wel wat op een spiraalvormige bek met tanden. De grootste vertegenwoordiger van de Tulbandslakken is de Turbo marmoratus, deze 20cm grote slak wordt massaal vanaf Oost-Afrika naar met Verre Oosten verscheept om daar in de parelmoerindustrie verwerkt te worden.

De afgebeelde schelp is in 1999 bij Mindanao bij de Filipijnen op een diepte van 150m gevonden.

 

Lees ook: Guildfordia triumphans.

lees verder...

Hoge nood

woensdag, 8 juni 2016

Stel je voor, je bent in een winkel en je hoort een man en vrouw tegen een jonge verkoopster schreeuwen. Je krijgt mee dat zij een zoontje hebben dat nodig moet plassen én dat de winkel geen winkeltoilet heeft. Ondanks de verbale barrage blijft de verkoopster rustig en legt ze het emotionele stel uit dat er zich op minder dan 100 meter afstand een openbaar toilet bevindt. De pater familias besluit zich echter te laten gelden en binnen de tijd dat ze tien keer op en neer naar de vernoemde openbare gelegenheid hadden kunnen lopen, legt hij de beduusde verkoopster haarfijn uit wat hij van haar service vindt. Ondertussen besluit de moeder om de zaak maar in eigen hand te nemen, letterlijk. Uit het zicht van de verkoopster pakt zij een sapkan uit het schap van klein huishoudelijke middelen en laat deze door haar zoontje vol pissen.  Vervolgens plaatst zij, als een verrassing voor de volgende bezoeker, de kan weer netjes terug in het schap en maant zij haar gemaal, dat ze wat haar betreft het pand wel weer kunnen verlaten. Gelukkig had de verkoopster haar ogen niet in haar zak met de nodige consternatie tot gevolg. Onder lichte dwang heeft het stel de bewuste kan uiteindelijk moeten aanschaffen, maar niet nadat de vader zich verbaal had laten leeglopen. Wat hij hierbij miste aan creativiteit en variatie maakte hij ruimschoots goed met volume. Bij het naar buiten gaan, gaf hij de verkoopster nog even terug dat hij voornemens was om een pittig editorial aan de lokale pers te overhandigen.

lees verder...

Conus gloriamaris

maandag, 6 juni 2016

Conus gloriamaris 5-2016 9422Dit is wellicht de beroemdste en gewildste verzamelschelp. Ooit stond hij bekend als de zeldzaamste schelp ter wereld. Het eerste bekende exemplaar was van Pierre Lyonnet, een Hollandse verzamelaar, die er destijds 120 gulden voor betaalde, drie maal zoveel als voor Johannes Vermeers, brieflezende vrouw in het blauw. Zeldzame schelpen werden destijds als een goede investering gezien en brachten vaak enorme bedragen op. Lyonnets schelp stond in 1757 in een catalogus omschreven als gloria maris, de glorie van de zee. Hij was slechts 82mm lang en had een groeibeschadiging over de hele lengte van de schelp. Deze schelp was het holotype dat Chemnitz in 1777 voor het eerst wetenschappelijk beschreef. 

 

Het (broodje aap) verhaal gaat dat Chris Hwass, een rijke verzamelaar uit Denemarken die zelf ook zo’n schelp in bezit had, in 1792 op een veiling een tweede schelp wist te kopen en deze gelijk kapot trapte, zodat zijn eigen exemplaar de volle waarde behield. Rondom 1800 dacht men dat een aardbeving de enige vindplaats van deze schelpen had bedolven en dat de soort was uitgestorven, iets dat de bestaande exemplaren natuurlijk nog waardevoller maakte. In 1836 vond High Cummings op de Filipijnen echter twee nieuwe exemplaren.  Tot 1957 waren er slechts een paar dozijn bekend. Tien jaar later vond men echter ook een aantal exemplaren bij Nieuw Guinea en in 1969 vonden twee duikers 120 exemplaren bij de Solomon eilanden.  Tegenwoordig weet men goed in welke habitat deze slakken leven en worden ze dankzij verbeterde duiktechnieken steeds vaker gevonden. Een groot en onbeschadigd exemplaar kan echter nog steeds honderden euro’s kosten.

 

Conus gloriamaris is een zware schelp met een hoge scherpe top en een mondopening die naar onderen toe iets breder wordt. Net als veel andere conus-soorten is hij zeer giftig en kan een steek met de harpoenachtige naalden van de slak, voor onzorgvuldige duikers de dood tot gevolg hebben.

 

Ik heb deze schelp onlangs op een beurs gekocht en ondanks dat hij niet zo heel groot was, ze zijn meestal zo’n 8 a 12cm maar kunnen tot 16cm lang worden, was hij toch nog stevig aan de prijs. Hij is wel onbeschadigd en mooi van kleur, veel exemplaren hebben groeifouten of beschadigingen die afbreuk doen aan de waarde. Deze schelp is in december 2012 op de Filipijnen bij Balicasag-eiland op 150 m diepte gevonden.

 

Enkele andere, oorspronkelijk dure verzamelschelpen zijn: Mirabilistrombus listeri, De Grote Wenteltrap (Epitonia scalare), De Japanse Wonderschelp (Thatcheria mirabilis) en De Gouden kauri (Cypraea aurantium).

lees verder...

Keizerlijke stekeloester (Spondylus imperialis)

zondag, 5 juni 2016

Spondylus imperialis 5-2016 9408-De stekeloester zijn een heel oud geslacht en je kunt er over de hele wereld fossielen van vinden. In de prehistorie werden ze verhandeld om er hangers, kralen en versieringen van te maken. De slakken zelf zijn eetbaar en de schelpen zeer variabel. Hoewel ze niet aan oesters zijn verwant, zetten ze zich wel op eenzelfde manier vast aan rotsen en koraal. In een vroeg stadium lijmen ze zichzelf met hun rechterklep (de onderste) vast en blijven daar dan de rest van hun leven zitten.

 

Spondylus imperialis 5-2016 9405Hun gewricht sluit zich, zoals gewoonlijk is bij tweekleppige, niet met een getand scharnier, maar met een soort van dubbel kogelgewricht, dat nog het meeste lijkt op onze ellenboog. Ze hebben rondom hun schelpopening veel oogjes op hun mantel en een goed ontwikkeld zenuwsysteem. Meestal zijn ze rijkelijk bedekt met aangroeisel zoals sponzen en algen en zijn ze moeilijk schoon te maken. Deze Spondylus imperialis heeft een dunne crème wit-roze schelp die perfect sluit. De vele stekels zijn kwetsbaar en complete exemplaren zijn dan ook zeldzaam.

Deze schelp is in 2010 gevonden bij Paiton, Oost Java.

lees verder...

Van rode naar zwarte roest

zaterdag, 28 mei 2016

tsuba na behandeling 5-2016 9388Voor het mes waar ik aan nu werk heb ik een stootplaat gemaakt, maar omdat ik deze niet in glimmend staal wilde, heb ik het ijzer gepatineerd. Hiervoor moest ik rode roest omzetten in zwarte roest.

 

tsuba voor behandeling  5-2016 0150Om de stootplaat te kunnen laten roesten kon ik hem natuurlijk niet uit roestvrijstaal maken. Ik heb daarom gekozen voor O2, een staal met een hoog koolstof gehalte. Nadat het ijzer op maat was gezaagd en het gat voor het lemmet was uitgevijld, heb ik er gaten in geboord, waar ik twee staafjes messing door heen heb geslagen. Daarna heb ik het geheel met een bolkophamer behandeld om het een wat grovere structuur te geven. Nadat het messing met nagellak was afgedekt heb ik alles kort in zuur geëtst. Dit zorgt ervoor dat de roest in het volgende stadium voldoende oppervlak en grip heeft. Door het messing af te dekken blijft dat on-gepatineerd en behoudt het zijn kleur. Normaal heb je voor roest alleen lucht en water nodig, maar omdat het natuurlijke roestproces veel te lang zou duren heb ik het versneld. Door 200 ml waterstofperoxide en 20 ml azijn met een kwart theelepel zout te mengen, krijg je een hele goede roestversneller. Het enige wat je hoeft te doen is het ijzer hier regelmatig mee te besproeien, al binnen enkele seconden begint het te roesten. Door je werkstuk regelmatig met een hitte pistool te verhitten, versnel je dit proces en is het al na een paar minuten met een mooie dunne laag roest bedekt. Als je deze roest zijn gang zou laten gaat, vreet hij na verloop van tijd al het ijzer op en valt het in grove schilfers uiteen. Om van deze “slechte” rode roest, zwarte roest te maken hoef je het alleen nog maarte koken. Als eerste borstel je de overtollige, loszittende roest er met een tandenborstel af en daarna leg je het werkstuk een minuut of tien in kokend water. De bruine roest, Fe2O3 wordt dan via een endothermische reactie omgezet in zwarte roest, Fe3O4, ook wel bekend als magnetiet. Dit is heel hard en heeft de bekende blauwzwarte kleur die je met oud gebruikt ijzer associeert. Daarna kun je het ijzer opnieuw met je roestversneller bespuiten en het gehele procedé herhalen. Als je dit een keer of drie hebt gedaan is je werkstuk mooi gepatineerd en goed beschermd. Hierna hoef je het alleen nog maar even in te oliën of in de was te zetten, om te voorkomen dat er toch nog ergens rode roest onder je patina zou kunnen kruipen, en ziet je nieuwe werkstuk er uit alsof het een eeuw geleden is gemaakt.

 

Lees ook: Patina.

lees verder...

Peervormig Draadwatje (Trichia decipiens)

maandag, 23 mei 2016

Peervormig Draadwatje (Trichia decipiens) 10-2013 7110Slijmzwammen houden van vocht. De meeste vind je dan ook uit het zicht van direct zonlicht en op natte voedingsbodems, zoals aan de onderkant van dode stammen. Hoewel ze zich in een natte omgeving ontwikkelen, mogen ze niet natregenen. Ze moeten beschut genoeg staan om de droge rijpe sporen door de wind te kunnen laten verspreiden. Het Peervormig Draadwatje wordt maximaal 3 mm groot en begint als een klein peervormig vruchtlichaam dat op een dun steeltje, de hypothallus, balanceert. Ze verkleuren al vrij snel rood, oranje of roze en uiteindelijk naar bruin. Als ze na een aantal maanden rijp zijn, zien ze er uit als een bruin wat-tipje en hebben ze een rommelig pruikje op. In diens 1 mm lange haren (capilitiumdraden) zit het sporenpoeder.

 

Lees ook: Heksenboter (Fuligo septica) en kijk hier voor andere berichten over zwammen.

lees verder...

Bloedkoraal en Albertus Seba

vrijdag, 20 mei 2016

bloedkoraal (corallium rubrum) 5-2016 8771Op de omslag van de prachtige uitgave van Taschens, Albertus Seba Cabinet of Natural Curiosities, staat een stuk bloedkoraal. Ik heb dit grote, zware boek nu al heel wat jaren in mijn bezit en kijk er nog regelmatig in. Albertus Seba was een Nederlandse apotheker die erg in de natuur was geïnteresseerd. Hij stelde een gigantische collectie met natuurlijke voorwerpen samen. Deze besloeg vrijwel de volledige natuurlijke wereld. Hij verzamelde onder andere schelpen, slangen, insecten, koraal, vogels en plantaardig materiaal. Zijn collectie was zo beroemd dat Linnaeus hem twee keer kwam bekijken en deze als uitgangspunt nam voor zijn eigen classificatie systeem. Seba heeft in 1716 zijn eerste collectie  aan de Russische tsaar verkocht, waar het de basis vormde voor Peter de Grote zijn Kunstkammer.

 

seba cabinet natural curiositiesIn de jaren daarna wist hij nog een tweede verzameling samen te stellen en in 1734 publiceerde hij zijn Thesaurus over dieren. Deze breidde hij uiteindelijk uit tot vier delen waarbij de laatste twee zijn uitgegeven na zijn dood. Zijn originele Thesaurus is nagenoeg onbetaalbaar. Het laatst geveilde exemplaar bracht bijna een half miljoen dollar op. Deze vier boeken, getiteld Locupletissimi rerum naturalium thesauri accurato sescriptio – Nauwkeurige beschryving van het schatryke kabinet der voornaamste seldzaamheden der natuur, zijn prachtig geïllustreerd en een genot om door te kijken. Op het origineel stond geen afbeelding van een stuk bloedkoraal. Zoals toen de gewoonte was, is dit in dik leer gebonden. Toch associeer ik bloedkoraal, vanwege mijn herdruk van Seba’s Cabinet of Natural Curiosities, met Albertus Seba’s monumentale werk en staat het voor mij symbool voor de rijkdom en schoonheid van zijn collectie.

 

bloedkoraal cabinet natural curiositiesBloedkoraal (Corallium rubrum) leeft in de Middellandse Zee op dieptes van 2 tot 280 meter onder de zeespiegel. Ze hebben een voorkeur voor een donkere omgeving en groeien op rotsachtige bodems, richels en in grotten met een sterke stroming. Hun kleur varieert van donkeroranje tot dieprood en roze maar er bestaat ook zwart en wit bloedkoraal. Dit koraal is opgebouwd uit het met carotenoïden pigmenten gekleurde calcium carbonaat van de skeletjes van de koraalpoliepen. Al sinds mensenheugenis wordt dit koraal gebruikt om sieraden en kralen van te maken. Het is kleurvast en goed te polijsten, als het een aantal jaren is gedragen verkrijgt het zijn karakteristiek wasachtige glans.

 

Lees ook: Olaus Worms wunderkammer en Rosamond Purcell, Ernst Haeckel, Het Zeepaard en Ferdinand Bauer.

lees verder...

Visdief (Sterna hirundo)

zondag, 15 mei 2016

Visdief (Sterna hirundo) 5-2016 9235Hoewel ik eigenlijk naar de Nieuwkoopse Plassen was gegaan om daar bruine kiekendieven te fotograferen, heb ik uiteindelijk de meeste foto’s van visdiefjes gemaakt. Ik heb die dag wel een paartje kiekendieven gezien, ik heb ze zien spelen en jagen, ik heb hun nest gezien en ze een paar keer gefotografeerd. Maar dat was helaas van te grote afstand om er een paar goede foto’s aan over te houden.

 

Visdief (Sterna hirundo) 5-2016  9148Visdief (Sterna hirundo) 5-2016  8876-De visdiefjes scheerden me echter letterlijk om mijn oren. Met hun lange spitse vleugels schoten ze vlak over het water op zoek naar kleine visjes. Soms zag je ze even bidden om daarna hun vleugels in te vouwen en als een speer in het water te duiken. Het zijn blijkbaar succesvolle vissers want ik heb er menigeen zien overvliegen met een visje in zijn bek. Helaas was het een grauwe dag en was de hemel met een dikke laag sluierbewolking bedekt. Hierdoor verdween de witgrijze visdief soms tegen de grauwe lucht en zie je op de foto vrijwel alleen zijn silhouet en opvallende rode snavel en poten. De Nieuwkoopse Plassen is een prachtig natuurgebied, ik ga er zeker nog eens naar terug en met een beetje geluk heb ik dan mooier weer en kan ik dichterbij de bruine kiekendieven komen.

 

Visdief (Sterna hirundo) 5-2016  8947Visdief (Sterna hirundo) 5-2016 8915Visdieven zijn sternen, ze lijken sterk op de noordse stern en onderscheiden zich vooral door hun donkere snavelpunt. Ze zijn slank, wendbaar en supersnel in hun vlucht. De visdief staat op de rode lijst als kwetsbaar.  Ze zijn extra gevoelig voor waterverontreiniging en omdat ze op zicht jagen hebben ze schoon en visrijk water nodig. Visdieven zijn trekvogels die overwinteren aan de kusten van Zuid-Europa en Afrika.

lees verder...

Chondriet of niet

dinsdag, 10 mei 2016

chondriet 5-2016 8754Dit onooglijke stukje steen krijgt pas waarde als je gelooft waar het vandaan komt. Zoals bij zoveel meteorieten ligt zijn waarde in het feit dat je moet geloven en beseffen wat je in je handen hebt. Een stukje steen uit het allereerste begin van het ontstaan van het heelal, onveranderd en onvoorstelbaar oud. Het heeft miljarden jaren door de koude en lege ruimte gezworven om uiteindelijk in deze uithoek van het heelal in te slaan op onze planeet, op onze Aarde. Daar heeft het vaak nog tientallen jaren of zelfs eeuwen gelegen zonder te zijn opgemerkt. Wachtend op iemand die het herkende, op iemand die besefte dat de waarde ligt in wat het is en waar het vandaan komt en niet in hoe het eruit ziet.

 

De meeste meteorieten zijn van steen, slechts een klein percentage is van ijzer. 85% Van alle meteoriet inslagen op Aarde betreft steenmeteorieten, oftewel chondrieten. Deze zijn ontstaan tijdens de beginperiode van het zonnestelsel, zo’n 4,55 miljard jaar geleden. Het stof van de zonnenevel klonterde toen samen tot brokstukken. Sindsdien zijn de meeste nagenoeg niet meer veranderd en hebben dus nog steeds dezelfde chemische samenstelling als het heelal tijdens het allereerste begin. In deze brokstukken zitten chondrulen, kleine gesmolten druppels olivijn en pyrogeen. Aan deze chondrulen hebben de chondrieten hun naam te danken. Hoewel het soms erg lastig is om een chondriet van een gewone steen te onderscheiden, kan een magneet of metaaldetector soms helpen. Omdat de meeste chondrieten ook kleine stukjes ijzer of nikkel bevatten, kunnen ze door een magneet worden aangetrokken.

 

Deze chondriet weegt 53 gram.

 

Lees ook: De Sikhote-Alin Meteoriet, De Campo del Cielo meteoriet, Campo del Cielo meteoriet (2), Canyon Diablo Meteoriet en Moqui knikkers.

lees verder...